Opinie

Een hittegolf is niet even doorbijten

Afbeelding
Foto: Vadim Braydov via canva.com
Foto: Vadim Braydov via canva.com
In Robinsons klimaatroman sterven miljoenen mensen door hitte. In Oppenheimers The End schuilt een oliebaron in een luxebunker. Wordt dit onze toekomst? Of pakken we de oorzaken van de klimaatcrisis aan?

In het eerste hoofdstuk van Kim Stanley Robinsons klimaatroman Het ministerie voor de toekomst sterven twintig miljoen mensen in India gedurende twee weken van ondraaglijke hitte. De lucht is vochtig, de stroom valt uit, airco’s stoppen ermee, mensen zoeken verkoeling in meren en rivieren die zelf te warm zijn geworden. De scène is gruwelijk, maar niet gratuit. Ze fungeert als schok: een fictieve vooruitblik die de lezer dwingt te beseffen dat klimaatverandering geen abstract probleem is van grafieken, doelstellingen en verre generaties, maar een kwestie van lichamen die het letterlijk begeven.

Straks wordt het weer normaal

Daaraan moest ik deze week denken, terwijl een uitzonderlijk vroege hittegolf Europa in haar greep houdt. In Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, België en elders kleurden weerkaarten rood. Scholen, zorginstellingen, spoorwegen en werkplaatsen kreunen onder temperaturen waarvoor ze niet zijn gebouwd. Kinderen krijgen les in lokalen die ovens worden. Ouderen zitten vast in appartementen die niet meer afkoelen. Arbeiders moeten buiten blijven werken in omstandigheden die hun gezondheid bedreigen. Wie geen tuin, geen airco, geen tweede verblijf en geen flexibele werkuren heeft, voelt de hitte het hardst.

Toch klinkt telkens weer dezelfde geruststellende reflex: nog even doorbijten. Veel water drinken. De gordijnen dicht. Het tempo wat lager. Straks wordt het weer normaal.

Maar dit is niet zomaar een uitzonderlijk warme week waarna we kunnen terugkeren naar business as usual. En het is zelfs niet “het nieuwe normaal”, alsof het om een weliswaar onaangename maar stabiele nieuwe toestand zou gaan waaraan we ons desnoods wel kunnen aanpassen. Wat we vandaag meemaken, is een voorproefje van een wereld die verder opwarmt zolang de uitstoot blijft stijgen. Hittegolven worden frequenter, intenser en gevaarlijker. Europa warmt sneller op dan andere continenten. Wat vandaag uitzonderlijk lijkt, kan morgen mild blijken.

Robinsons roman is, ondanks het traumatische begin, uiteindelijk hoopvol. Niet omdat de mensheid zich moeiteloos aanpast, maar omdat de ramp een politieke breuk veroorzaakt. De wereld verandert van koers. Er komen nieuwe instellingen, nieuwe vormen van financiering, massale investeringen, juridische druk, sociale strijd, technologische innovatie en herverdeling. De roman is geen naïeve utopie waarin alles vanzelf goedkomt. Hij toont juist dat een leefbare toekomst alleen denkbaar is als samenlevingen fundamenteel veranderen.

De bevoorrechten hebben de neiging om klimaatontwrichting te behandelen als iets waarvan zij zich kunnen afschermen

Het contrast met Joshua Oppenheimers recente film The End kan nauwelijks groter zijn. Daar heeft de ultieme catastrofe al plaatsgevonden. De bovengrondse wereld is verloren. De schatrijke familie van een voormalige oliebaron overleeft in een luxueuze bunker diep onder de grond. Ze zingen, dineren, bewaren kunst, schrijven memoires en houden de schijn van beschaving overeind. Maar wat ze vooral doen, is ontkennen. Ze hebben zichzelf niet alleen fysiek afgesloten van de wereld die ze hielpen vernietigen, maar ook moreel. Hun bunker is een architectuur van onschuld.

Dat toekomstbeeld is misschien nog angstaanjagender dan Robinsons dodelijke hittegolf—die zich overigens al in 2025 afspeelt in dit boek uit 2020. Niet omdat het letterlijk realistischer is, maar omdat het iets blootlegt wat nu al zichtbaar is: de neiging van de bevoorrechten om klimaatontwrichting te behandelen als iets waarvan zij zich kunnen afschermen. Met technologie. Met geld. Met verzekeringen. Met airco. Met grensbewaking. Met private infrastructuur. En met stilte.

Die stilte wordt steeds gevaarlijker. Zoals in de film Don’t Look Up de komeet niet verdwijnt omdat men weigert omhoog te kijken, zo wordt de klimaatcrisis niet minder reëel omdat politici, bedrijven of de media er liever niet te veel over spreken. De wetten van de fysica trekken zich niets aan van electorale strategie, economische belangen of klimaatmoeheid. Wie blijft zwijgen wanneer spreken en handelen noodzakelijk zijn, maakt zich medeplichtig aan de voortzetting van de crisis.

Daarom mogen we de huidige hittegolf niet reduceren tot een ongemak. Ze is een waarschuwing. Een gezondheidscrisis. Een sociale crisis. Een infrastructuurcrisis. En vooral: een politieke crisis.

Wie vandaag zegt dat we ons vooral moeten aanpassen, maar tegelijk nieuwe fossiele infrastructuur blijft goedkeuren of subsidiëren, verkoopt een illusie

Natuurlijk is adaptatie nodig. We moeten steden vergroenen, scholen verkoelen, zorginstellingen beschermen, arbeidsregels aanpassen, water beter beheren en kwetsbare mensen actief ondersteunen. Maar adaptatie alleen volstaat niet. Er zijn grenzen aan wat lichamen, ecosystemen en infrastructuren aankunnen. Boven bepaalde temperaturen houdt het op. Dan is “aanpassen” geen oplossing meer, maar een eufemisme voor selectief overleven.

Daarom blijft mitigatie, het drastisch verminderen van de uitstoot, absoluut noodzakelijk. Wie vandaag zegt dat we ons vooral moeten aanpassen, maar tegelijk nieuwe fossiele infrastructuur blijft goedkeuren of subsidiëren, verkoopt een illusie. Dat is alsof men brandwerende dekens uitdeelt terwijl men olie op het vuur blijft gooien.

VN-secretaris-generaal António Guterres zei deze week dat een crisis helderheid brengt. De oorsprong van de klimaat- en energiecrisis is dezelfde: fossiele brandstoffen. Zijn conclusie is even helder: een snelle, rechtvaardige overgang naar schone energie is geen idealistische luxe, maar de enige rationele uitweg. Greta Thunberg formuleerde het scherper: dit is nog maar het begin, en leiders steken hun hoofd in het zand terwijl de toekomst op het spel staat.

Ook in België weten we wat de inzet is. De Klimaatzaak heeft juridisch bevestigd wat wetenschappers, activisten en burgers al jaren zeggen: overheden hebben de plicht om gevaarlijke klimaatontwrichting te voorkomen. Klimaatbeleid is niet vrijblijvend, maar een wettelijke en morele noodzaak.

Rustig blijven kan nodig zijn. Maar alleen als die rust ons helpt helder te zien wat er moet gebeuren: niet doorbijten, normaliseren of wegkijken, maar de oorzaken van de crisis aanpakken zolang dat nog kan.

Deze hittegolf moet een wake-up call zijn. Niet één waarna we opnieuw op snooze drukken.

 

Stef Craps is hoogleraar Engelse letterkunde aan de Universiteit Gent en onderzoekt de culturele verbeelding van de ecologische crisis.

Steun ons hier!

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?