Wanneer kritiek in de VS staatsgevaar wordt: de zaak van livestreamer Hasan Piker
Er zijn momenten waarop een staat niet eens iemand hoeft op te sluiten om een boodschap te sturen. Soms is het genoeg om een lek aan een bevriend mediakanaal te geven. Genoeg om een onderzoek te suggereren, een mogelijke subpoena in de media te laten circuleren, een resolutie in te dienen, en daarna toe te kijken hoe de rest van het politieke en mediale apparaat zijn werk doet.
Dat is wat vandaag in de Verenigde Staten zichtbaar wordt, en onder Trump verder verhardt: een poging om linkse stemmen, pro-Palestijnse kritiek en anti-oorlogsactivisme niet inhoudelijk te weerleggen, maar te intimideren.
Een opvallend voorbeeld daarvan is Hasan Piker, online bekend als HasanAbi. Piker is een Turks-Amerikaanse politieke commentator en een van de grootste streamers op Twitch, een platform waarop miljoenen mensen live kijken naar gamers, entertainers en commentatoren. In zijn uitzendingen bespreekt hij nieuws, Amerikaanse politiek, ongelijkheid en buitenlands beleid. Zijn stijl is fel, polariserend en vaak grof, maar hij is ook enorm invloedrijk onder jonge kijkers die zich steeds minder via traditionele media informeren.
Van mediacampagne naar politieke verdachtmaking
De controverse rond Piker speelt zich op het eerste gezicht af in een typisch Amerikaanse online omgeving: Twitch-streams, virale clips, rechtse televisiefragmenten en ruzies tussen politieke commentatoren. Daardoor kan het lijken alsof dit slechts internetdrama is, ver van de “echte” politiek. Maar net omdat miljoenen jonge kijkers hun nieuws en politieke duiding via zulke platformen krijgen, is deze online strijd ook een strijd om politieke invloed.
Piker klaagt dat zijn streams steeds vaker tot korte, contextloze fragmenten worden herleid. Zijn grap dat zelfs “don’t kill Rick Scott” ooit als “kill Rick Scott” zou kunnen circuleren, legt dat mechanisme bloot: men reageert niet op een argument, maar zoekt naar een bruikbaar fragmentje dat als bewijs van gevaar kan dienen.
Dat is geen onschuldig mediacircus
Piker stelt dat Fox News hem buitensporig vaak opvoert. In een reactie op een Fox News-fragment vraagt hij waarom de zender “elk wakker moment” aan hem besteedt. Volgens Piker wordt zijn naam in rechtse media intussen bijna als scheldwoord gebruikt: Jimmy Kimmel werd op Fox News bijvoorbeeld omschreven als “Hasan met een ABC-logo”.
Dat is geen onschuldig mediacircus. Het werkt als voorbereiding: eerst wordt iemand maandenlang geframed als extreem of verdacht, daarna lijken politieke of juridische stappen minder uitzonderlijk.
Die demonisering werkt niet alleen via zijn standpunten, maar ook via wie hij is. In een Fox-segment werd het feit dat miljoenen mensen Piker volgen omdat hij spreekt over gezondheidszorg, woningprijzen en economische onzekerheid bijna onmiddellijk naast Osama bin Laden geplaatst. Zo wordt een anti-oorlogscommentator met een moslimachtergrond geen criticus, maar een veiligheidsrisico.
De Cuba-zaak: solidariteit als verdenking
Die verschuiving van criticus naar veiligheidsrisico krijgt concreet vorm in de Cuba-zaak. Volgens berichtgeving is er sprake van een mogelijke federale subpoena rond Pikers reis naar Cuba. Zo’n subpoena is een juridische vordering waarmee iemand kan worden verplicht om documenten te overhandigen of te getuigen.
Piker zegt dat hij zelf voor het eerst hoorde over die mogelijke subpoena toen een producer van Fox News hem belde om commentaar te vragen. Dat detail is belangrijk. Als de betrokkene het nieuws over een mogelijke juridische stap eerst via Fox News hoort, lijkt het minder op een gewone procedure dan op een vooraf gelekte intimidatiecampagne. De media berichten dan niet alleen over de druk, maar helpen die druk mee opvoeren.
De zaak draait rond een reis naar Cuba, waar Piker samen met activisten van CodePink deelnam aan een humanitaire delegatie. Ook Medea Benjamin, medeoprichter van CodePink, werd in dezelfde berichtgeving door Fox News genoemd. Volgens Fox News zou worden onderzocht of de Cuba-reis mogelijk in strijd was met Amerikaanse sanctieregels, onder meer door financiering, coördinatie of levering van goederen aan Cuba.
Wie de gevolgen van Amerikaans beleid zichtbaar maakt, wordt niet behandeld als criticus van dat beleid, maar als mogelijke bondgenoot van de vijand
In diezelfde berichtgeving werd de delegatie geframed als een netwerk dat steun zou hebben verleend aan de Cubaanse staat en zelfs aan de Communistische Partij van Cuba. Humanitaire hulp aan een land onder Amerikaanse sancties wordt dus meteen vertaald naar “steun aan een vijandig regime”.
Piker benadrukt dat hij legaal handelde, dat de reis een humanitair en journalistiek karakter had en dat hij zelfs met een persvisum naar Cuba ging. Hij interviewde gewone Cubanen en artsen, en publiceerde daar openlijk video’s over. Zijn punt is simpel: als alles zichtbaar was, gefilmd werd en volgens hem binnen bestaande uitzonderingen voor journalistiek en humanitaire projecten viel, waarom wordt het dan behandeld alsof het een clandestiene operatie was?
De Cuba-zaak is daarom meer dan een detail. Ze toont hoe solidariteit met mensen in een land onder Amerikaanse sancties al snel verdacht wordt gemaakt. Wie de gevolgen van Amerikaans beleid zichtbaar maakt, wordt niet behandeld als criticus van dat beleid, maar als mogelijke bondgenoot van de vijand.
Van Israëlkritiek naar antisemitismebeschuldiging
Piker zegt dat veel van de druk op hem ook te maken heeft met zijn uitgesproken kritiek op Israël. Dat wordt duidelijker wanneer men kijkt naar de resolutie die in het Congres werd ingediend door de Republikein Mike Lawler en de Democraat Josh Gottheimer. Die resolutie veroordeelt zogenaamd antisemitische retoriek van prominente online persoonlijkheden en noemt daarbij zowel Hasan Piker als Candace Owens.
Candace Owens is een rechtse Amerikaanse mediapersoonlijkheid die de voorbije jaren herhaaldelijk in opspraak kwam door uitspraken over Joden, Israël en de Holocaust. Juist daarom is haar vermelding naast Piker politiek veelzeggend. Op papier lijkt de resolutie een brede strijd tegen haat. In werkelijkheid laat die combinatie zien hoe verschillende vormen van spreken op één hoop worden gegooid.
Kritiek op bezetting, bombardementen of Amerikaanse steun aan Israël is niet automatisch antisemitisme
Piker stelt in zijn reactie dat de beschuldigingen tegen Owens volgens hem veel dichter aansluiten bij antisemitische stereotypen, Holocaustontkenning en wat hij “middeleeuwse bloedsprookjes” noemt. Vervolgens stelt hij de centrale vraag: hoe kan men zulke uitspraken in dezelfde adem noemen als zijn politieke kritiek op Israëlische staatsmacht, oorlog en massaal geweld?
Dat onderscheid is essentieel. Een geopolitieke kritiek op Israël is niet hetzelfde als antisemitische complottheorieën over Joden. Kritiek op bezetting, bombardementen of Amerikaanse steun aan Israël is niet automatisch antisemitisme. Als alles op één hoop wordt gegooid, wordt echte antisemitische dreiging moeilijker te herkennen én wordt politieke kritiek makkelijker verdacht gemaakt.
Volgens Piker komt de boodschap neer op: “Geef geen kritiek op Israël”. Als je dat wel doet, zullen ze je sponsors aanpakken; heb je geen sponsors, dan je advertenties; draai je geen advertenties, dan je platform.
Een breder patroon van disciplinering
Deze kwestie gaat dus verder dan Hasan Piker. Het gaat niet alleen om één streamer, één Cuba-reis of één congresresolutie, maar om een bredere poging om anti-establishmentstemmen te disciplineren wanneer zij kritiek leveren op Israël of Amerikaans buitenlands beleid.
Dat patroon zien we ook bij Mahmoud Khalil en Rümeysa Öztürk. Khalil, een Palestijnse activist en oud-student aan Columbia University, werd opgepakt na pro-Palestijnse campusprotesten. Öztürk, een Turkse doctoraatsstudente aan Tufts University, werd vastgehouden nadat ze had meegeschreven aan een opiniestuk over Gaza. Ook Zohran Mamdani werd als linkse politicus geviseerd om zijn standpunten over Palestina.
Wie Israël of Amerikaans buitenlands beleid bekritiseert, loopt steeds vaker het risico te worden weggezet als moreel verdacht of maatschappelijk gevaarlijk
Die logica stopt niet aan de Amerikaanse grens. Het Verenigd Koninkrijk trok de visa in van Piker en Cenk Uygur, de Turks-Amerikaanse medeoprichter van het progressieve mediaplatform The Young Turks. Daardoor konden hun geplande optredens bij onder meer SXSW London en de Oxford Union niet doorgaan. Officieel zou hun aanwezigheid niet “bevorderlijk voor het algemeen belang” zijn.
De voorbeelden verschillen sterk, maar volgen dezelfde logica: wie Israël of Amerikaans buitenlands beleid scherp bekritiseert, loopt steeds vaker het risico te worden weggezet als moreel verdacht of maatschappelijk gevaarlijk. De mensen die nu geviseerd worden, stellen vaak ook een simpele materiële vraag: waarom is er altijd geld voor oorlog, sancties en militaire steun, maar niet voor betaalbare zorg, woningen of lonen? Piker wijst op die absurde prioriteiten: terwijl de VS miljarden blijven uitgeven aan oorlog en militaire steun, vindt het Congres tijd om een resolutie te schrijven over een politieke streamer.
Repressie begint bij wie weinig sympathie oproept
Repressie begint vaak bij iemand die controversieel genoeg is om weinig algemene sympathie op te roepen. Een grove streamer, radicale activist of polariserende politicus is dan een handig eerste doelwit. Veel mensen denken: dit gaat niet over mij. Maar wanneer de methode normaal wordt, kan ze ook tegen anderen worden gebruikt.
Piker verwees naar de bekende waarschuwing van Martin Niemöller: “Eerst kwamen ze voor de communisten, en ik sprak niet”. Zijn punt is dat staatsmacht zelden stopt bij de eerste vijand die zij aanwijst. Wie vandaag lacht omdat het doelwit irritant is, kan morgen zien hoe dezelfde technieken tegen andere studenten, journalisten of activisten worden ingezet.
Daarmee wordt ook de hypocrisie van de Verenigde Staten zichtbaar. Washington noemt andere landen autoritair wanneer zij dissidenten intimideren. Intussen worden in eigen land en bij bondgenoten kritische stemmen steeds sneller behandeld als veiligheidsrisico.
De vraag is dus niet of men Hasan Piker sympathiek vindt. Wanneer solidariteit met Cuba, kritiek op oorlog en verzet tegen Israëlische staatsmacht in dezelfde verdachte categorie belanden, wordt het debat niet beschermd maar afgebakend. Het gevaar is niet dat één streamer wordt bekritiseerd, maar dat kritiek zelf steeds vaker als staatsgevaar wordt behandeld.
Gökçe Gök is studente Social Sciences Political Science, VUB & UGent.
Steun ons hier!