Interview

Stijn Gryp (ACV): “Wil je een veilige toekomst voor onze kinderen? Stop met al die investeringen in wapens”

Afbeelding
Stijn Gryp. Foto: ACV
Stijn Gryp. Foto: ACV
Terwijl politici bewapening steeds vaker voorstellen als noodzaak, pleit Stijn Gryp, nationaal secretaris van het ACV, voor een ander idee van veiligheid: betaalbare zorg, onderwijs, woningen en een sterke samenleving. “Een betere toekomst voor onze kinderen bouw je niet met oorlogstuig”, zegt hij in dit uitgebreide interview.

Vrede is uit, en militarisering is in. Althans, zo lijkt het soms. Survival-kits vliegen je om de oren en als we de politiek en de media mogen geloven, staan de Russen al zo goed als aan onze voordeur. Toch zijn er nog veel mensen en organisaties die pleiten voor een ander narratief. Een narratief waarin 17-jarigen niet leren hoe ze met dodelijke wapens om moeten gaan, en waarin onze veiligheid wordt gewaarborgd door sociale zekerheid, niet door een wapenwedloop. 

Zo iemand is Stijn Gryp, nationaal secretaris van het ACV en medeorganisator van de vredesbetoging op zondag 14 juni. Voor hem is vrede gefundeerd in sociale strijd. Niet enkel omdat hij voor de vakbond werkt, maar omdat het volgens hem niet meer dan realistisch is: “In Oekraïne en Palestina zie je dat het de gewone mensen, en dus de werknemers zijn, die de hoogste prijs betalen voor oorlog.” 

In dit interview vertelt Gryp waarom vrede ook een vakbondsthema is, wie profiteert van de stijgende defensie-uitgaven en waarom protest volgens hem wel degelijk zin heeft.

Hoe ben je bij de vredesbeweging terechtgekomen? Heb je je daar altijd al voor ingezet? 

“De link met de vredesbeweging komt vooral door mijn vakbondsengagement. In die zin dat het ACV en vakbonden tout court verenigingen zijn die vrede hoog in het vaandel dragen, en dus bij uitstek pacifistisch zijn.” 

“De vredesbeweging in de strikte zin van het woord, daar ben ik eigenlijk niet mee gelinkt. Maar door mijn engagement binnen de vakbond is er natuurlijk wel een link met de brede vredesbeweging.” 

Voor veel mensen zal het misschien niet meteen duidelijk zijn, wil je uitleggen waarom vrede ook een vakbondsthema is?

“Ja, uiteraard. Vrede is eigenlijk een sociale strijd, want wanneer regeringen massaal investeren in defensie, dan is dat natuurlijk met geld dat niet zomaar uit de lucht komt vallen. Het is rijkdom dat gecreëerd is door werknemers, wat ze vervolgens uitgeven aan wapens.”

“En als men geld investeert in defensie, kan dat niet worden geïnvesteerd in onze sociale zekerheid, in publieke dienstverlening, in scholen. Dat is nogal wiedes, lijkt me. Hierdoor is de strijd voor vrede en dus het protest tegen te hoge defensie-uitgaven meteen ook een sociale strijd. En dat is een strijd die wij vanuit het ACV altijd al gevoerd hebben en zullen blijven voeren.”

“Daarnaast hebben we ook veel wereldwijde contacten met vakbonden en syndicalisten, bijvoorbeeld in Oekraïne en Palestina. Daar zie je heel duidelijk dat het de gewone werknemers zijn die de hoogste prijs betalen bij oorlog. Niet alleen op vlak van inkomen of veiligheid, maar ook op het vlak van basisbehoeften zoals een eigen woning, voeding, en in het ergste geval laten sommigen natuurlijk ook hun leven.”

Dus de gewone werknemer betaalt de prijs van militarisering. Wie profiteert er dan? 

“Ik denk dat ik eigenlijk vrij kort kan zijn in dat antwoord. Als je kijkt naar de wapenaankopen van de Europese NAVO-landen: twee derde van die aankopen gebeurt in de Verenigde Staten. Het is dan ook weinig verrassend dat de stuwende kracht of degene die probeert om ons vijf procent van ons bbp te laten investeren in militarisering en wapens, dat dat de Amerikanen zijn.”

“De Verenigde Staten hebben al decennialang een enorme oorlogsindustrie die telkens maar weer moet gevoed worden, hetzij door een oorlog, hetzij door nu de uitgaven van de andere NAVO-landen op te krikken. Dus ik denk dat het niet zo moeilijk is om te zien wie daarvan profiteert.”

Militarisering lijkt de laatste tijd de normaalste zaak van de wereld. Alsof er geen alternatief is. Hoe komt dat?

“Je ziet inderdaad dat er stemmen zijn die dat proberen te normaliseren en doen alsof dat gezien de geopolitieke omstandigheden de normaalste zaak van de wereld is. In ons land zijn Theo Francken en Bart De Wever daar bijvoorbeeld de spreekbuizen van.”

“En zo worden mensen bang gemaakt. Als je kijkt naar de mening van mensen in de laatste peiling van De Standaard en de VRT, dan zie je dat heel veel Belgen wantrouwig zijn ten opzichte van grootmachten zoals de VS en nog altijd sterk geloven in Europese samenwerking en in de NAVO. Dus, ja, ik denk toch dat we meer maatschappelijk debat nodig hebben dat militarisering in vraag stelt.”

“Je ziet ook in andere landen, zoals in bijvoorbeeld Spanje, dat militarisering niet zo dominant hoeft te zijn. Dat het geen natuurwet is.”

En waarom is de normalisering ervan gevaarlijk volgens jou?

“Als je dat bekijkt vanuit een vakbondsperspectief, dan is het antwoord vrij simpel. Werknemers hebben gewoon geen belang bij een wapenwedloop. Maar je kan het ook bekijken vanuit het perspectief van de planeet bijvoorbeeld, en dan zie je dat er een extra klimaatcrisis dreigt. Want al die destructieve wapens zorgen voor extra schade aan het milieu.”

“Er wordt vandaag ook gezegd dat onze industrie een graantje moet kunnen meepikken van de stijgende defensie-uitgaven. Dus zitten wij daar ook wel met een debat binnen onze eigen vakbond. Maar als je echt radicaal doordenkt, dan vind ik toch ook dat onze industrie en economie geen baat hebben bij zo’n wapenwedloopEr zijn zo veel andere dingen waar we meer prioriteit aan moeten geven, zoals de strijd tegen de klimaatopwarming.”

“Kijk naar de overstromingen die we gehad hebben in een deel van de Ardennen. Kijk naar de hittegolven en dergelijke meer. Je kunt daar als maatschappij ook heel veel in investeren. Door nieuwe technologieën, nieuwe machines, windmolens, warmtepompen en dergelijke meer. Dat draagt veel meer bij aan een gezonde wereld, een bloeiende industrie en een veilige samenleving dan investeren in wapens."

We zien die normalisering ook bijvoorbeeld bij zo’n brief van Theo Francken aan 17-jarigen. Wat denk je daarvan?

“Ik vind de brief die de jongerenorganisatie Service for Peace stuurde aan de minister een heel mooi initiatief. Zij zijn tegen de vrijwillige militaire dienst en de miljarden die extra worden geïnvesteerd in defensie. Net als zij denk ik dat we moeten investeren in vrede en sociale verbinding in plaats van wapens.”

“In België is het verenigingsleven zeer belangrijk voor jongeren, het werkt verbindend, en is zeer leerzaam, maar we hebben er eigenlijk te weinig aandacht voor. We zouden beter meer aandacht geven aan dergelijke initiatieven dan dat we oproepen om een dienstjaar te gaan doen.”

“Evenzeer zien we dat jongeren steeds meer de markt op worden geduwd. Door het uitbreiden van het aantal uren studentenarbeid, kun je als student bijna een halftijdse job presteren. Dat heeft natuurlijk ook wel gevolgen voor hun engagement, voor de leerschool die het verenigingsleven kan zijn.” 

In Duitsland zie je dat veel jongeren sterk reageren, ze komen op straat tegen militarisering en organiseren schoolstakingen. Zien jullie ook zoiets in België gebeuren?

“Ja, in Duitsland is de dienstplicht al dwingender, als ik me niet vergis. Of men wil daar toch naartoe gaan. Maar ik denk dat we zo’n protest in België niet moeten uitsluiten, want als je kijkt hoe de klimaatmarsen een paar jaar geleden vanuit studentenprotesten zijn gegroeid, dat was toch een zeer mooie en hoopgevende evolutie.” 

“Ook het feit dat vandaag scholieren samen met leerkrachten van het Franstalig onderwijs op straat komen omdat ze vinden dat de Waalse regering verkeerde beleidsbeslissingen neemt, is hoopgevend. Dus er is wel degelijk potentieel dat dit zou kunnen gebeuren.”

Vredesactivisten worden niet zo snel als expert opgevoerd in de media vergeleken met generaals en andere militaire personen. Hoe ga je daarmee om?

“Ik ben ervan overtuigd dat we de krachten bundelen als middenveld. En dat we samen tegengas bieden. Op die manier moeten we ook proberen het debat naar ons toe te trekken. Het is alsof er geen enkele tegenstem is of niet getolereerd wordt, ook door bepaalde mainstream media.”

“Nogmaals, investeren in defensie en oorlogstuig, dat is een maatschappelijke keuze. En dat mogen we niet vergeten. Dat is geen natuurwet.”

“Dus ja, ik denk dat het heel belangrijk is dat we als vakbonden ons bemoeien in dat debat, en samen met de vredesbeweging een aantal dingen doen. En dat kan heel breed gaan. Het organiseren van een betoging. Maar het kan evengoed gaan over lobbywerk, de zichtbaarheid van de problematiek, vredeseducatie en dergelijke meer.”

Als je zegt dat militarisering ons geen veiligheid brengt, wat brengt dat dan wel?

“Veiligheid is voor ons iets dat effectief begint in het dagelijks leven van mensen. Dus dat is geen abstract begrip, maar ik denk dat mensen zich veilig voelen, geborgen voelen als ze kunnen rekenen op een sterke samenleving. Voor ons is een sterke samenleving, een samenleving waar gezondheidszorg toegankelijk is en betaalbaar. Waar onderwijs kwaliteitsvol is, waar woningen betaalbaar zijn en toegankelijk zijn. En niet een maatschappij die meedoet aan een wapenwedloop.”

“Sommige mensen zullen misschien zeggen: jullie zijn naïef, we moeten ons wapenen, we moeten ons meer gaan beveiligen. Ik denk dat er een gezonde dosis mag zijn aan investeringen, ook in defensie. Maar vandaag wordt het wel fel overtrokken. En het gebeurt op hetzelfde moment als heel zware ingrepen in de sociale zekerheid”.

Wat is de boodschap van de aankomende vredesbetoging?

“De hoofdboodschap is dat zo massaal investeren in defensie en in oorlogstuig, fel overdreven is. Dat we daar meer bij stil moeten staan. Dat we ons daar veel vragen bij moeten stellen. En dat daar veel meer debat over moet zijn, want hoe je het draait of keert, je maakt er mensen bang mee.”

“Ik vind het zelf bijzonder onaangenaam om te zien hoe de sfeer in onze samenleving evolueert naar een sfeer van: we moeten ons bewapenen, we moeten ons gaan verdedigen. Voor mij creëert dat geen gevoel van een betere toekomst, een gevoel dat het beter zal zijn voor onze kinderen dan voor ons. Integendeel.” 

“En ja, opnieuw zullen sommigen zeggen ‘wees niet naïef’. Maar ik denk dat het bewapenen van samenlevingen alleen maar slecht kan aflopen. Daarom is het belangrijk dat we ons hiertegen blijven verzetten, om mensen te laten zien dat een samenleving ook op een vreedzame manier kan evolueren.”

Wat zou je willen zeggen tegen mensen die vrede belangrijk vinden, maar denken dat protest toch niets verandert?

“Sommige mensen zullen inderdaad zeggen dat protest niets uithaalt. Wij geloven dat natuurlijk niet als vakbonden. We hebben het voorbije anderhalf jaar geprotesteerd tegen heel wat regeringsmaatregelen. Hebben we die allemaal kunnen tegenhouden? Nee, maar we hebben wel belangrijke bijsturingen kunnen realiseren. Dus protest werkt wel degelijk.”

“Ook al zeggen politici vandaag dat onze acties hen niets doen. Dat moeten we niet geloven. Als er 100.000 mensen op straat komen drie keer in een jaar tijd, geeft dat echt wel een duidelijk signaal dat die organisaties heel veel mensen vertegenwoordigen en dus een legitieme stem zijn in het debat.” 

“En dat geldt natuurlijk ook voor de vredesbetoging. Als je op straat komt, dan geef je tegengewicht aan die stemmen die doen uitschijnen dat het allemaal normaal is wat er gebeurt. Dat het allemaal normaal is dat we zoveel moeten investeren in defensie. Dus ik denk dat het belangrijk is om mensen te overtuigen om mee te doen aan protest.”

Waar haal je vandaag hoop uit?

“Ik put hoop uit individuele verhalen, uit mensen die kwaad worden op politici, of mensen die zich verbinden met collega's of andere mensen. Zolang er mensen zijn die zich verenigen en er mensen zijn die protesteren, zal er altijd hoop zijn om onrechtvaardigheid uit de wereld te bannen.”

 

Zondag 14 juni vertrekt de vredesbetoging vanaf Brussel Noord. Lees hier meer over de actie. 

Steun ons hier!

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?