Opinie

Een studietoelage is geen luxe, maar ademruimte

Afbeelding
Beeld: Enise Uzanir, via Canva Teams
Beeld: Enise Uzanir, via Canva Teams
Studente Gökçe Gök studeert zowel aan de VUB als aan de UGent en in haar derde jaar verloor ze haar studietoelage. "In discussies over studietoelagen gaat het meestal over geld. Maar voor studenten betekent geld ook iets anders: tijd."

Wie geen kot kan betalen, verliest uren op de trein, op de bus en op perrons. Wie moet pendelen, studeert vaker in stukken: een half uur op de trein, tien minuten wachten, een busrit waarop lezen amper lukt, een slechte internetverbinding, vermoeidheid na een lange dag. Dat zijn geen kleine ongemakken. Het zijn uren die week na week verdwijnen.

Dat is geen abstract probleem. Ik woon in Leuven en studeer in Brussel. Omdat een kot financieel niet vanzelfsprekend was, bleef ik thuis wonen. Mijn ouders hebben een huis gekocht en betalen een zware lening af. Zeker nu mijn moeder opnieuw werkt, zitten we comfortabeler dan vroeger, maar dat betekent niet dat er zomaar geld overblijft voor een kot. 

De pendelafstand bepaalt vaak hoeveel energie, tijd en vrijheid er overblijft na de lessen

Op papier lijkt Leuven-Brussel doenbaar. In werkelijkheid bepaalt die afstand vaak hoeveel energie, tijd en vrijheid er nog overblijft na de lessen. 

Niet op kot kunnen gaan, betekent ook dat je minder vrij bent om deel te nemen aan het studentenleven rond je opleiding. Avondactiviteiten, vergaderingen, vrienden zien, samen studeren of gewoon na de les blijven hangen: voor veel studenten hoort dat bij hun ontwikkeling. Voor pendelstudenten hangt alles af van de laatste trein, de busverbinding en de vraag of je als jonge vrouw nog veilig thuiskomt. 

Ook met een studietoelage is op kot gaan niet vanzelfsprekend. Kotstudenten krijgen wel een hogere toelage, omdat het systeem erkent dat wonen duur is. Maar zelfs die hogere toelage dekt de werkelijke kost vaak niet: huur, eten, vervoer, cursussen, materiaal en het gewone leven kosten een stuk meer dan de toelage bijdraagt. 

Ademruimte

Een goedkoop kot is niet altijd gegarandeerd. En zelfs als je er één vindt, blijft de rest van het studentenleven geld kosten. Een beurs helpt enorm, maar ze verandert studeren niet plots in iets zorgeloos. Ze geeft ademruimte.

Die ademruimte is ook kwetsbaar. Tijdens mijn eerste twee jaar als student kreeg ik een studietoelage. In mijn derde jaar verloor ik die omdat het inkomen van mijn vader werd verhoogd met een te verwaarlozen bedrag. Dat betekende blijkbaar dat onze situatie verbeterd was. 

Een grens op papier voelt heel hard wanneer je er net boven valt

In werkelijkheid betekende het niet dat mijn ouders plots een kot, studiemateriaal, vervoer en alle andere kosten van studeren zonder moeite konden dragen. Een grens op papier voelt heel hard wanneer je er net boven valt.

Die kwetsbaarheid wordt pas echt zichtbaar wanneer er iets misloopt. Twee jaar geleden ging mijn laptop stuk, vlak voor de examens. Mijn moeder kon toen niet werken en mijn vader had op dat moment niet genoeg spaargeld om zomaar een nieuwe te kopen. Bijna twee maanden lang moest mijn leerstof zonder eigen laptop bijgehouden worden. Zoiets lijkt misschien een detail, tot het midden in een examenperiode gebeurt. 

Studeren hangt niet alleen af van motivatie of talent. Het hangt ook af van heel concrete dingen: een werkende computer, een rustige plek, geld voor vervoer, ouders die kunnen bijspringen, en genoeg tijd om effectief te kunnen studeren. 

Startlijn

De minister doet alsof alle studenten aan dezelfde startlijn staan. Alsof iedereen ouders heeft die kunnen bijspringen wanneer de huur stijgt, de laptop stukgaat of een examenperiode botst met betaald werk. Maar wie moet werken naast de studies, wie pendelt omdat op kot gaan te duur is, wie thuis zorgtaken opneemt, wie uit een gezin komt waar elke factuur telt, studeert niet in dezelfde omstandigheden als iemand die zich volledig op de studies kan concentreren.

Soms wordt gezegd dat het mogelijk is om veel te werken en alsnog te slagen. Dat kan inderdaad soms lukken. Maar tegen welke prijs? Wie geen kot kan betalen, krijgt vaak twee slechte opties: heel veel werken om er toch één te betalen, of thuis blijven wonen en uren verliezen aan pendelen. 

Zelf koos ik voor dat laatste, omdat een tijdrovende studentenjob naast mijn studies mij waarschijnlijk mijn studietijd of mijn sociaal leven had gekost. Maar ook pendelen kost tijd. Veel studenten verliezen dan de balans tussen werk, studies en sociaal leven. 

Studeren is niet alleen examens afleggen, minister Demir

Waarom zouden studenten met minder financiële ruimte niet alleen harder moeten werken, maar ook de rust, vrijheid en sociale momenten van hun studentenleven moeten opgeven? Studeren is niet alleen examens afleggen, minister Demir. Het is ook groeien, deelnemen aan activiteiten, relaties opbouwen, politiek bewust worden, culturele ervaringen opdoen en een plek vinden in de wereld. Ook dat wordt ongelijk verdeeld.

Visie op onderwijs

Wanneer minister Zuhal Demir haar besparingen verdedigt, doet ze alsof er geen alternatief bestaat. Alsof de begroting een natuurwet is, en niet het resultaat van politieke keuzes. Maar dit is geen neutrale besparing. Het is een visie op onderwijs: studeren mag, zolang je snel genoeg bent, voltijds genoeg bent, jong genoeg bent en vooral geen tegenslag hebt. Dat wordt verkocht als “rechtvaardigheid” en “efficiëntie”. 

Maar wat is er rechtvaardig aan een systeem dat studenten met minder geld minder ruimte geeft om te ademen? En wat is er efficiënt aan jongeren uit het hoger onderwijs duwen, terwijl we nood hebben aan leerkrachten, zorgpersoneel, onderzoekers en kritische burgers? Een overheid die bespaart op studiebeurzen bespaart niet alleen op studenten. Ze bespaart op de toekomst van de samenleving.

Waarom wordt de ademruimte die Demir zelf nodig had, vandaag voor anderen kleiner gemaakt?

Net daarom wringt het dat deze maatregelen net van Demir komen. Zij weet uit haar eigen levensverhaal hoe belangrijk sociale mobiliteit kan zijn. Ze groeide zelf op als kind van een mijnwerkersgezin met vijf kinderen. Als zij in de commissie zelf erkent hoe belangrijk een studietoelage in haar eigen traject was, dan wordt de vraag onvermijdelijk: waarom wordt de ademruimte die voor haar nodig was, vandaag voor anderen kleiner gemaakt? 

Wie zelf via publieke steun vooruit kon, zou beter dan wie ook moeten begrijpen dat zulke steun geen luxe is. Sociale steun mag geen ladder zijn die je optrekt zodra je zelf boven staat.

Achter die besparingen schuilt een beleid dat bestaande ongelijkheid niet doorbreekt, maar bevestigt. Studenten uit welgestelde gezinnen kunnen zich makkelijker een kot, studiemateriaal, begeleiding of een jaar vertraging veroorloven. 

Studenten uit de werkende klasse moeten sneller slagen, minder fouten maken en meer zelf oplossen. Dat legt bloot wat de meritocratische mythe van het kapitalisme verbergt: niet talent alleen bepaalt wie kan studeren, maar ook klasse, tijd en financiële ademruimte.

De kern van dit beleid is dus niet alleen budgettair, maar ideologisch. Hoger onderwijs wordt behandeld als een investering die snel rendement moet opleveren. De student verschijnt als toekomstige arbeidskracht, niet als mens in ontwikkeling. Wie niet snel, jong en voltijds genoeg studeert, wordt al snel een probleem. 

Besparingen zijn nooit neutraal

Maar besparingen zijn nooit neutraal. Men kan besparen op studiebeurzen, of investeren in begeleiding, betaalbare huisvesting en degelijk gefinancierd onderwijs. De vraag is niet alleen of er geld is, maar voor wie men het wil vrijmaken.

De vraag is of hoger onderwijs een recht blijft, of een selectiepoort wordt voor wie financiële zekerheid heeft

Daarom blijft verzet nodig volgens vele studenten die kwamen protesteren op 7 mei. Het gaat niet alleen om duizenden studenten die hun beurs dreigen te verliezen, maar om de vraag of hoger onderwijs een recht blijft, of een selectiepoort wordt voor wie financiële zekerheid heeft. 

Studenten, personeel, vakbonden en organisaties hebben al laten zien dat druk werkt. Dat betekent niet dat de strijd gewonnen is, maar wel dat niets vastligt zolang mensen zich organiseren. 

Een studietoelage lost niet alles op. Maar voor veel studenten kan ze het verschil maken tussen volhouden en afhaken. Daarom is ze geen luxe, maar ademruimte.

 

Steun ons!

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?