Opinie

Nee, CD&V, onze Grondwet is geen blokkade

Afbeelding
Bewerkt beeld: Musmellow, via Canva.com
Bewerkt beeld: Musmellow, via Canva.com
Stijn De Roo (CD&V) reageert in een opiniestuk in Knack op de 5.000 langdurig werklozen die de beperking van hun uitkering aanvechten. Volgens hem misbruiken zij de Grondwet om beleid te blokkeren. Daar stelt Ulla Walravens van Jongsocialisten zich de nodige vragen bij.

In een opiniestuk getiteld ‘De Grondwet mag geen blokkade worden: tijd om artikel 23 te hervormen’ in Knack stelde CD&V-politicus Stijn De Roo dat “beleid gegijzeld wordt door de Grondwet te misbruiken” en dat democratisch genomen beslissingen te gemakkelijk worden onderuitgehaald via artikel 23 van de Grondwet. 

Volgens hem is het standstillbeginsel (het grondwettelijke principe dat de overheid bestaande sociale bescherming niet zomaar aanzienlijk mag afbouwen, n.v.d.r.) “ontspoord” en wordt artikel 23 een strategisch wapen in politieke en juridische conflicten.

Een krasse uitspraak, want een grondwet die de meerderheid niet op grenzen wijst, is in feite geen grondwet meer. In een democratische rechtsstaat is het geen detail dat macht begrensd wordt, ook wanneer die democratisch gelegitimeerd is. Een grondwet bestaat net om die grenzen te bewaken en burgers te beschermen tegen willekeur.

Een grondwet die de meerderheid niet op grenzen wijst, is in feite geen grondwet meer

De Roo stelt dat rechterlijke toetsing democratisch genomen beslissingen dwarsboomt. Maar hoe democratisch zijn die beslissingen zonder checks and balances? De rechtsstaat vertrekt net vanuit het idee dat macht nooit absoluut is. Parlementaire meerderheden zijn dan ook (gelukkig) geen almachtige entiteit: rechters toetsen wetten om burgers te beschermen tegen willekeur. 

Dat langdurig werklozen naar de rechter trekken, bewijst niet dat de rechtsstaat ontspoord is. Het bewijst dat hij werkt.

“Ieder heeft recht op een menswaardig leven”

Artikel 23 van de Grondwet stelt dat ieder het recht heeft om een menswaardig leven te leiden. Dat is geen vrijblijvende ambitie, maar een afdwingbaar grondrecht dat de overheid verplicht om sociale bescherming te garanderen, zoals het recht op arbeid, sociale zekerheid, gezondheidszorg en huisvesting. Het artikel maakt deel uit van de kern van de Grondwet: regels die politieke macht begrenzen. 

Waar klassieke rechten de overheid beperken in wat ze niet mag doen, verplicht artikel 23 haar om actief bescherming te bieden. Het legt dus een duidelijke ondergrens vast. Precies daarom wringt het vandaag voor wie die bescherming wil afbouwen.

Het artikel is bewust breed opgezet, niet om meerderheidspartijen te treiteren zoals sommigen denken, maar om bescherming te bieden waar die het meest nodig is. Menselijke waardigheid staat niet stil, ze verandert met elke generatie. Sociale bescherming is dan ook geen detail, maar een essentieel fundament van die waardigheid.

De Roo stelt het standstillbeginsel voor alsof artikel 23 elke hervorming onmogelijk maakt, maar dat is een totale karikatuur. Het beginsel houdt geen absoluut verbod op verandering in, maar wel een verbod op ongerechtvaardigde achteruitgang. Sociale bescherming mag evolueren, maar niet zomaar worden afgebouwd zonder ernstige redenen. Artikel 23 verbiedt geen hervormingen, het verplicht enkel dat afbouw van bestaande rechten grondig wordt gemotiveerd en gerechtvaardigd. 

Sociale bescherming mag evolueren, maar niet zomaar worden afgebouwd zonder ernstige redenen

Een regering mag dus keuzes maken en beleid aanpassen, maar moet kunnen aantonen dat een vermindering van bescherming noodzakelijk, proportioneel en in het algemeen belang is. Dat is geen sabotage door rechters, maar een normale democratische verantwoordingsplicht in een rechtsstaat.

Zijn redenering lijkt op het eerste gezicht te pleiten voor meer beleidsruimte, maar wie ze doordenkt, komt uit bij een eenvoudige, ongemakkelijke vraag: wat stelt een grondrecht nog voor als het telkens moet wijken zodra het politiek even niet goed uitkomt? Vandaag zogezegd te rigide sociale rechten, morgen arbeidsrechten en overmorgen misschien de ondergrens van wat we nog als recht beschouwen.

Christendemocratische traditie?

Dat net een CD&V-politicus sociale grondrechten afschildert als hinderpalen voor efficiënt beleid, is historisch opvallend en de ironie zelve. Artikel 23 ligt in de kern van de traditie van de sociale strijd en Rerum Novarum. De christendemocratie bouwde ooit vangnetten uit omdat menselijke waardigheid niet afhankelijk mocht zijn van economische bruikbaarheid. Vandaag lijkt een deel van diezelfde beweging vooral last te hebben van de bescherming die daaruit voortvloeide. 

De christendemocratische sociale reflex ontstond bovendien niet uit zichzelf, maar onder druk van een groeiende arbeidersbeweging die het sociale vraagstuk op de agenda dwong. In tijden van toenemende onzekerheid en flexibilisering van arbeid is net die bescherming relevanter dan ooit.

Een grondrecht dat enkel geldt zolang de regering het opportuun vindt, is geen grondrecht. Dat De Roo zijn positie zo uitvoerig verantwoordt, toont dat hij dat zelf maar al te goed weet. 

In Rerum Novarum klonk ooit het idee dat de sterkste schouders verantwoordelijkheid dragen voor de kwetsbaarsten. Het zou de christendemocratie sieren zich dat opnieuw te herinneren.

 

Steun ons hier!

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?