Toen ik zeven jaar geleden een familieopstelling deed over de vrouwenlijn, moest ik een kussen teruggeven aan zeven generaties in een rij achter mij. Ik begon: ‘Dit is jouw pijn, vrouw, die heb ik lang voor jou gedragen. Nu geef ik je jouw pijn terug.’ Maar het kussen verzette zich, wilde niet terug, het wilde bij mij, de laatste vrouw in de lijn, zijn.
Verzet kent zoveel meer vormen dan een koppig kussen van pijn. Mijn Joodse bomma, de verzetsvrouw Rachel Rouritz, heeft me hier veel over geleerd.
Verzet vereist soms assimileren, zeker als het niet lukt onzichtbaar te zijn. Rachel weigerde een davidsster te dragen, maar haar knappe verschijning viel op. Toen ze op de Meir in het nauw gedreven werd en bijna ontmaskerd werd als Joodse communiste door Vlaamse SS-ers, perste ze een ondeugend Vlaams liedje uit haar keel. De collaborateurs zongen mee met de verzetsvrouw. Assimileren liet haar overleven. Overleven als eerste verzet, als voorwaarde voor andere vormen.
Uit Antwerpen reisde Rachel per trein naar West-Vlaanderen. Na de arrestatie van haar vriendin Gilberte Borgers nam ze de verspreiding van de clandestiene communistische pers op zich. Haar kinderen werden naar onderduikadressen gebracht – soms vraagt verzet grote offers. Een bevriende burgemeester regelde een ‘schuiljob’ als bediende. Mijn grootvader vergezelde haar op de trein. Hij had in de Spaanse Burgeroorlog gevochten en groeide uit tot leider van het Vlaamse partizanenverzet. Hij maande de knappe Jodin tevergeefs aan onopvallend door het leven te gaan. Rachel werd Marthe, die met West-Vlaamse tongval sprak. Als kind plaatste ik in die trein een kleurrijke hoed op haar hoofd, vol fruit en wilde pluimen. Ook de woede van mijn bedachtzame grootvader fantaseerde ik erbij. In mijn verbeelding zei ze: ‘Alles en iedereen kan van mij afgepakt worden. Maar niet mijn trots.’
Los van kinderspinsels leerde bomma Marthe me dat trots een antwoord is op diepe pijn. Deze onverzettelijke, of verzettelijke trots, is onmisbaar om door te gaan. Net als de wil om met elkaar samen te leven en te steunen. Ja, verzet betekent op zijn Gents ‘nie pleuje’. Verzet is trots vrouw zijn, vol leven. En weigeren te zwijgen, om verminkt te worden, tot je verzetsverhaal naadloos in het patriarchale, zionistische riedeltje past. Want nee, Joden hebben geen apartheidsstaat en genocide nodig om zich veilig te voelen. Die veiligheid vind je juist in een diverse samenleving. Ook als Jood.
Vrouwen in het verzet doen meer dan boterhammen smeren voor sterke mannen, of geruisloos pakjes vervoeren. Vrouwen in verzet schreeuwen het uit, ze demonstreren luidkeels, om meer voedselbonnen. Ze laten treinen ontsporen, verstoppen hun kinderen om nog meer levens te redden, ze rekruteren en jagen indien nodig kogels door hoofden. Onder matrasjes in kinderwagens verstoppen ze rantsoenbonnen en dromen over een andere wereld. Of wapens, onder het kinderdekentje. ‘Shhh, meneer soldaat. Mijn kind slaapt. Gun hem geen blik.’ Verzet is sluw zijn, om de tuin leiden.
Verzet is na je dood verder leven in de woorden en daden van je nageslacht – zeker in angstaanjagende tijd. Isja, Rachels achterkleinkind, vaart nu mee met de Global Sumud Flotilla. Hij werd een jaar na de dood van zijn overgrootmoeder geboren. Maar hij draagt haar in zijn sterke mannenhart. Hij toont ons vier struikelstenen die twee lentes geleden in Antwerpse straten werden gelegd. Voor Nic, de vader van Rachels oudste kinderen, na maandenlange martelingen gefusilleerd door de nazi’s. En voor haar vader Abraham, kleine broer Willy en zusje Paulette, vermoord in concentratiekampen.
Laat de stenen glinsteren in het zonlicht en oproepen tot internationale solidariteit. Laat ze je uitnodigen om de handen in elkaar te slaan en nieuwe bewegingen te proberen. Op de Siciliaanse kade leerde mijn achterneef voor vertrek het volksdansje van ’t Smidje aan zeilers van over de hele wereld. Ook als het niet lukt om eten en medicijnen naar Gaza te brengen dansen verzetsvoeten door, de toekomst in en terug naar het verleden.
In het midden van de dansvloer van de Handelsbeurs, staat de oermoeder van het Festival van de Immigrant, Rachel. Haar handen maken rondedansjes boven haar hoofd. Haar ietwat stramme heupen draaien voorzichtig, maar gestaag. Diepbruine ogen fonkelen als brandende kooltjes.
Jij voelt de warme vonken op je huid. Verzet is vonken voelen.