De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.
Vlaanderen laat ecologische goudmijn langs de waterkant verpieteren
In 1976 kreeg toenmalig minister van Landbouw Leo Tindemans een parlementaire vraag over de sterke achteruitgang van het aantal knotwilgen in Vlaanderen. Zijn antwoord was duidelijk: het functieverlies van de boom en de afhankelijkheid van vrijwillige aanplanting lagen aan de basis van die daling.
Bijna een halve eeuw later zijn die verklaringen nog steeds herkenbaar, maar tegelijk ook achterhaald. Wat toen als een probleem werd benoemd, is vandaag uitgegroeid tot een gemiste kans van aanzienlijke omvang.
Slapend potentieel langs duizenden kilometers waterlopen
Vlaanderen beschikt over ongeveer 22.000 kilometer onbevaarbare waterlopen. Langs deze oevers zou, bij een regelmatige plantafstand, plaats zijn voor naar schatting 1,6 miljoen knotwilgen. Toch blijft dit potentieel grotendeels onbenut.
De oorzaak ligt in de beperkte bevoegdheid van waterloopbeheerders, die slechts reikt tot de rand van de bedding. Daarbuiten begint privégrond, waardoor elke ingreep afhankelijk blijft van de bereidheid van eigenaars.
Knotwilgen helpen overstromingen te beperken en slaan aanzienlijke hoeveelheden CO2 op
Met de invoering van het Mestactieplan 7 (MAP 7) ontstond nog een nieuwe realiteit. Langs waterlopen werd een teeltvrije strook van één meter ingevoerd waarin landbouwactiviteiten verboden zijn. Deze stroken liggen vandaag braak, terwijl eigenaars of pachters een vergoeding ontvangen voor het productieverlies. Wat bedoeld was als milieumaatregel, creëert in feite een strook grond die klaar ligt voor een nieuwe invulling.
Van braakliggend naar waardevol landschap
Indien de Vlaamse overheid het vruchtgebruik van deze teeltvrije stroken toekent aan waterloopbeheerders, ontstaat een eenvoudige en doeltreffende oplossing. De eigendom van de grond blijft onaangetast, maar het gebruik ervan kan gericht worden ingezet voor de aanplant en het beheer van knotwilgen. Op die manier kan het landschap opnieuw worden verrijkt met een boomsoort die ooit beeldbepalend was voor Vlaanderen.
Hier ligt een kans voor sociale economie-bedrijven om werkgelegenheid te creëren voor laaggeschoolde werkzoekenden
De voordelen van zo’n ingreep zijn moeilijk te overschatten. Knotwilgen dragen bij aan een betere waterkwaliteit doordat ze nutriënten opnemen en erosie tegengaan.
Ze helpen overstromingen te beperken, slaan aanzienlijke hoeveelheden CO2 op en bieden een leefomgeving voor tal van insecten en andere organismen. Ook de kwaliteit van het drinkwater vaart er wel bij. Het argument dat deze bomen hun functie verloren hebben, houdt in het licht van deze inzichten geen stand meer.
Beheer, rechtvaardigheid en werkgelegenheid
De bestaande regelgeving voorziet al in een doorgangsrecht voor waterloopbeheerders tot vijf meter breed voor onderhoudswerken. Vandaag leidt dit soms tot schade aan gewassen, zonder dat daar een vergoeding tegenover staat. Door het vruchtgebruik van de teeltvrije stroken toe te wijzen aan de beheerders, kan een eerlijker systeem worden uitgewerkt waarin dergelijke schade wél wordt gecompenseerd.
De knotwilg kan opnieuw een sleutelrol spelen in een toekomstgericht ecologisch beleid
Een ander knelpunt is de uitvoering. Overheidsdiensten beschikken niet over voldoende personeel om een grootschalige aanplant en het onderhoud – zoals het periodiek knotten – te organiseren.
Hier ligt een kans voor sociale economie-bedrijven, die per provincie kunnen worden ingezet en tegelijk werkgelegenheid kunnen creëren voor laaggeschoolde werkzoekenden. Dat is des te relevanter omdat het huidige onderhoud vaak afhankelijk is van vrijwilligerswerk, wat leidt tot een geleidelijke achteruitgang van het bestand.
Ecologie en economie hand in hand
De knotwilg is niet alleen ecologisch waardevol, maar biedt ook economische mogelijkheden. De buigzame takken van de boom kunnen worden gebruikt voor natuurlijke afsluitingen en voor erosiewerende toepassingen langs waterlopen, dijken en kustgebieden. Deze producten kunnen bovendien worden vermarkt, waardoor natuurbeheer en economische activiteit elkaar versterken.
De conclusie is helder: Vlaanderen beschikt over een uitgestrekt netwerk van oevers dat vandaag grotendeels onbenut blijft. Met een relatief beperkte beleidsaanpassing kan dit veranderen in een hefboom voor landschapsherstel, klimaatbeleid, waterkwaliteit en werkgelegenheid. Wat ooit een vanzelfsprekend onderdeel was van het Vlaamse landschap, kan opnieuw een sleutelrol spelen in een toekomstgericht ecologisch beleid.
Om het enorme potentieel van de knotwilgen te benutten is er een petitie gelanceerd. Die kan je hier ondertekenen.