Opinie

De Lijn moet 8,5 miljoen euro besparen: "Grote impact op aanbod en kwaliteit"

Afbeelding
 Foto: EDDIE
Foto: EDDIE
Achter een technische verschuiving van een besparing van 17 miljoen euro bij De Lijn schuilt een harde realiteit. Terwijl politici de indruk wekken dat we opgelucht mogen zijn, wordt een uitgehold openbaar vervoersnet verder onder druk gezet, met een grote impact op het aanbod en de kwaliteit van bussen.

Opnieuw ontstond er verwarring na een persbericht van de Vlaamse regering op 18 maart 2026. Volgens de eerste berichten moest De Lijn bovenop de aangekondigde 35,5 miljoen euro nog eens 17 miljoen euro extra besparen. Dat veroorzaakte paniek bij de vervoerregio’s, die al geconfronteerd werden met ingrijpende schrappingen van buslijnen.

Later bleek echter dat het om een verschuiving ging: niet méér besparen, maar anders besparen. De helft van het bedrag – 8,5 miljoen euro – moest worden gezocht in de interne werking van De Lijn. Daardoor zou de overige 8,5 miljoen euro kunnen terugvloeien naar de vervoerregio’s. De opluchting was groot, maar vooral misleidend. Want wie de interne keuken van De Lijn kent, weet dat dit geen onschuldige bijsturing is, maar opnieuw druk op een systeem dat al jaren piept en kraakt.

Boze inwoners

De jaarlijkse begroting van De Lijn is een complexe evenwichtsoefening. In de Raad van Bestuur werd begin dit jaar glashelder gezegd dat de inkomsten de stijgende kosten niet langer dekken. De opdracht aan het management was duidelijk: de rekening moet kloppen. Dat betekende dat 17 miljoen euro gevonden moest worden in het busaanbod. Een euro kan je tenslotte maar één keer uitgeven.

Toch reageren sommige politici bij elke begrotingsronde alsof deze realiteit hen volkomen verrast. Ze blijven bovendien hardnekkig volhouden dat De Lijn nog “grote reserves” heeft. Een mythe die goed verkoopt, maar totaal niet strookt met vijftien jaar onafgebroken saneren en optimaliseren. Wie vandaag nog beweert dat er miljoenen te vinden zijn bij De Lijn, zonder dat het impact zou hebben op het aanbod of de kwaliteit, weigert bewust naar de feiten te kijken.

Hier wringt het schoentje. Lokale bestuurders zien buslijnen verdwijnen, krijgen boze inwoners over de vloer en voelen terecht druk vanuit het brede middenveld bestaande uit tientallen mobiliteitsverenigingen, armoedeorganisaties, vakorganisaties, lokale actiegroepen, academici en mobiliteitsexperts. Tegelijkertijd stemmen dezelfde partijen in Brussel vrolijk mee voor besparingsrondes, die precies tot die afbouw leiden.

Wat in de Dorpstraat wordt afgekeurd, wordt op het Martelarenplein in Brussel - waar de Vlaamse regering zetelt - verdedigd. Die politieke spreidstand is stilaan onhoudbaar, en al helemaal niet uit te leggen aan de reiziger. 

Valse overwinning voor vervoerregio’s

De eis om nu 8,5 miljoen euro te vinden in de interne werking van De Lijn blijkt een nieuwe kaakslag. Het management gaf al duidelijk aan dat de bodem bereikt is, of zelfs verdwenen. 

Deze bijkomende besparing dreigt niet uit efficiëntiewinsten te komen, maar uit zaken die rechtstreeks effect hebben op de dienstverlening. Zo zou er dan bespaard moeten worden op onderhoud, personeelsinzet, operationele reserve en kwaliteitsstandaarden. Dit leidt gegarandeerd tot meer afgeschafte ritten, meer onbetrouwbaarheid, meer frustratie bij de reiziger.

Dat deze maatregel nu wordt verkocht als een “overwinning” van de vervoerregio’s is cynisch in het kwadraat. Excellenties kloppen zich op de borst, terwijl De Lijn verder wordt uitgekleed. Wanneer de kwaliteit van het openbaar vervoer opnieuw verslechtert – want dat zal het – zullen mensen niet naar het beleid wijzen, maar naar De Lijn zelf. Het is een bekend politiek patroon: eerst uitpersen, dan beschuldigen.

Onder deze hele discussie schuilt een duidelijker strategisch doel: de weg naar verdere privatisering wordt geplaveid. Hoe zwakker De Lijn wordt gemaakt, hoe eenvoudiger het wordt om commerciële alternatieven als “onvermijdelijk” of “efficiënter” te presenteren.

Maar wie denkt dat private vervoerders geen winstdruk kennen, geen problemen hebben rond veiligheid of arbeidsvoorwaarden, of enkel vanuit het algemeen belang handelen, bedriegt zichzelf. Openbaar vervoer is een publieke dienst, geen marktproduct.

Structurele onderfinanciering

De Lijn kampt niet met een efficiëntieprobleem. De Lijn kampt met een chronische onderfinanciering. Zolang de politiek blijft doen alsof er nog rek op het systeem zit, blijft de reiziger de prijs betalen: minder lijnen, langere wachttijden, minder betrouwbaarheid, en een steeds verder afbrokkelend vertrouwen in een essentiële publieke dienst.

 

Jo Van der Herten is sectorverantwoordelijke Vervoer bij ACV Openbaar Vervoer.

Afbeelding
https://www.dewereldmorgen.be/steun-ons
Steun ons

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?