Opinie

Waarom duizenden werknemers uit de social profit ook betoogden

Afbeelding
Foto: Marc Vandepitte
Foto: Marc Vandepitte
Minister Jambon zette met zijn uitspraak deze week, die direct tot de zelf uitgeroepen Vlaamse canon behoort, meteen een debat op scherp. Het legt vooral bloot hoe weinig we zorgarbeid - betaald én onbetaald - naar waarde schatten. Precies daarom stonden op 12 maart ook duizenden werknemers uit zorg, welzijn en cultuur op straat.

Vrouwelijke werknemers uit zorg en welzijn worden dubbel geschoffeerd: hun onbetaalde arbeid blijft volledig buiten beeld, terwijl de drempels voor professionele zorgarbeid door het nieuwe pensioenbeleid nog maar eens worden verhoogd.

Vlaams-nationalistische afterparty

Het bleek geen slip of the tongue van een ongemakkelijke communicator zonder personal brand manager. Binnen N-VA werd de uitspraak niet afgezwakt, integendeel. Kamerlid Eva Demesmaeker maakte de Vlaams-nationalistische afterparty van de Internationale Vrouwendag helemaal compleet. Ze duwde het mes nog net iéts dieper in de wonde, door de uitspraken in De Ochtend op Radio 1 te verdedigen met een anekdote: zij kent “een alleenstaande mama die voltijds werkt én daarnaast nog een flexijob doet”. 

Ik moet toegeven: ik ken ook een vrouw die tijdens het koken een Zoom-call organiseert, twee kinderen in toom houdt en tegelijkertijd de sportkledij van een volledige jeugd-basketbalploeg wast. Maar wat wil dat zeggen?

Volgens de OESO besteden vrouwen dagelijks gemiddeld vier uur aan onbetaalde zorgarbeid. Mannen ongeveer tweeënhalf uur. Economisch is al dat werk allesbehalve verwaarloosbaar: in België wordt de waarde ervan geschat op zo’n 180 miljard euro, goed voor een derde van het bruto binnenlands product. Onbetaalde zorg is daarmee één van de grootste economische 'sectoren' van het land.

Professionele zorgarbeid ondergewaardeerd

Maar ook professionele zorg wordt structureel ondergewaardeerd. In Vlaanderen werken 360.000 mensen in de social-profit, dat is 15 procent van de totale arbeidsmarkt. Acht op de tien van hen zijn vrouwen en ruim 40 procent is hooggeschoold. Dat betekent dat 280.000 vrouwen na hun werkdag in de zorg, vaak nog gemiddeld vier uur onbetaalde zorg op zich nemen. Ter vergelijking: mannen presteren na hun dagtaak gemiddeld 2,5 uur aan die zorg. 

Twee derde van de werknemers in de zorg werkt deeltijds, vaker niet dan wel uit vrije keuze

Bekijk je de social-profitsector door de bril van de recente pensioenmaatregelen, dan wordt het probleem duidelijk. Wie langer studeert, gaat later met pensioen. Wie vroeger stopt, wordt financieel gestraft. Wie deeltijds werkt of een loopbaan onderbreekt om te zorgen, bouwt minder pensioen op.

En net dat is de realiteit in de zorg. Twee derde van de werknemers in de sector werkt deeltijds, en dat is vaker niet dan wel uit vrije keuze. Een kwart heeft zelfs een contract van minder dan 55 procent. Dat is geen toeval.

Zorginstellingen organiseren hun werk vaak rond piekmomenten: druk in de ochtend en de vooravond, rustiger in de namiddag. Vanuit budgettair en organisatorisch oogpunt kiezen werkgevers daarom voor deeltijdse werknemers in plaats van voor voltijdse jobs. Het resultaat is een sector vol kleine contracten: moeilijk te combineren met een tweede job omwille van de flexibele roosters, en goed voor een lager loon en uiteindelijk een lager en moeilijker toegankelijk pensioen.

Veel zorgmedewerkers werken dus niet minder omdat ze dat willen, maar omdat ze niet méér kunnen werken. Daarnaast zijn werkdruk en mentale belasting vaak zo hoog, dat de vraag zich aandient of 38 uur voltijds werken in de social-profit wel realistisch is? 

Vakbonden onderhandelen al jaren voor meer toegang tot voltijdse contracten. Het antwoord blijft hetzelfde: organisatorisch is het moeilijk volgens de werkgevers, budgettair is het te duur voor de begroting, en de zorggebruikers klagen nu al terecht over de hoge zorgfacturen. Ondertussen werkt de deeltijds werkende zorgmedewerkster gewoon verder. Met een pensioenleeftijd die opschuift en een pensioen dat onder druk staat.

Gedragswijziging

“Meer werken” klinkt voor het personeel in de sector dan ook als een foute grap. Niet omdat ze hun werk niet graag doen. Integendeel: voor velen is zorg een soort roeping. Maar erkenning is meer dan applaus tijdens een crisis. Erkenning betekent ook beleid dat rekening houdt met de realiteit van de sector. 

De pensioenmaatregelen dreigen de werknemers het zwaarst te treffen die onze samenleving rechthouden

De huidige pensioenmaatregelen dreigen net die werknemers het zwaarst te treffen die onze samenleving dagelijks rechthouden: mensen die zorgen voor kinderen, ouderen, zieken en kwetsbaren. De boodschap aan zorgmedewerkers lijkt vandaag te zijn: werk meer, werk langer, en neem ondertussen ook de zorg thuis op. Maar verwacht niet dat dat in beleid of pensioenberekeningen écht wordt gewaardeerd.

Dat maakt de oproep tot een “gedragswijziging” zo wrang. Want misschien is een gedragswijziging inderdaad nodig. Maar niet bij de vrouwen en mannen die onze zorg draaiende houden, wél bij onze politieke leiders die het werk van honderdduizenden zorgarbeidsters al decennialang structureel onderschatten. 

Als er één Vlaming een gedragswijziging moet ondergaan, dan wel u, minister Jambon. En daarom liep de social-profit mee op de vakbondsbetoging. Omdat erkenning méér is dan elke avond applaus tijdens een crisis. Omdat de pensioenmaatregelen de zorgende vrouwen dubbel hard treffen.

 

Bronnen: 

Verso vzw, cijfers arbeidsmarkt: aug 2025
VIVO vzw

 

Evert Persoon is Federaal Secretaris bij vakbond BBTK-ABVV en nationaal verantwoordelijk voor de Vlaamse social-profitsectoren. 

 

Afbeelding
h
Steun ons

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?