ICE is geen afwijking, de VS kende altijd selectieve democratie
De American Dream voelde nooit eerder zo gewelddadig als vandaag. De arrestatie van de vijfjarige Liam Ramos zorgde voor internationale verontwaardiging. Hij werd na school meegenomen om zijn vader te lokken en hen samen te kunnen arresteren. De familie heeft een lopende asielzaak en er was geen bevel tot deportatie op het moment van hun detentie.
Binnen de VS wordt hierop gereageerd met uitspraken als: “This is not the America we know” of “We have rights. This is a democracy.” Zulke reacties lijken bedoeld om te suggereren dat onderdrukking niet thuishoort binnen hun democratisch systeem.
Dat gaat voorbij aan zowel de historische realiteit van de Verenigde Staten als de complexe geschiedenis van democratie zelf. Want wat zegt gewelddadige immigratiepolitiek werkelijk over de grenzen van democratie. Voor wie is die democratie bedoeld? Wat zich vandaag aftekent, is geen nieuw hoofdstuk, maar de voortzetting van een oud verhaal.
Gestapo of slave catchers?
De hedendaagse immigratiepolitiek van ICE wordt vaak vergeleken met de werking van de nazistische geheime staatspolitie, de Gestapo, tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel er bepaalde gelijkenissen bestaan in de manier waarop staatsmacht wordt ingezet om bevolkingsgroepen te controleren en te criminaliseren, kan deze vergelijking ook een vertekend beeld geven over het functioneren van ICE.
De Gestapo werkte volgens een duidelijk escalatiemodel. Historicus Peter Loewenberg beschrijft hoe de Nazi-vervolging begint met het systematisch marginaliseren van een doelgroep, gevolgd door hun uitsluiting uit het burgerschap. Dat moment is cruciaal, omdat het impliceert dat deze groepen eerst wél erkend werden als volwaardige burgers.
Democratische instituties kunnen tegelijkertijd met raciale uitsluiting bestaan
Het is begrijpelijk dat velen naar zulke historische parallellen grijpen, maar die vergelijking dreigt de eigen, langdurige geschiedenis van raciale controle en geweld binnen de VS te overschaduwen. De VS heeft gekleurde migranten nooit als volwaardige burgers behandeld.
De huidige immigratiepolitiek in de Verenigde Staten vertoont sterkere parallellen met het systeem van vroegere 'slave catchers': chaotische, lukrake, door de staat goedgekeurde systemen die zwarte mensen opspoorden, controleerden en terugbrachten binnen een hiërarchisch en economisch onderdrukkingssysteem. Deze praktijken vonden plaats terwijl de VS zichzelf reeds profileerden als democratische staat Dat toont aan hoe democratische instituties tegelijkertijd met raciale uitsluiting konden bestaan.
Zwarte mensen werden nooit als volwaardige burgers erkend, zelfs wanneer zij juridisch correct geregistreerd waren. Staatscontrole is daarom geen tijdelijke afwijking, maar een structureel mechanisme binnen de staatsvorming dat bepaalt wie echt rechten heeft en wie systematisch wordt uitgesloten.
Ook de hedendaagse politieke retoriek weerspiegelt deze logica van uitsluiting. Zo suggereert de slogan “One homeland. One people. One heritage” van het Department of Labor een homogene nationale identiteit. Eigenlijk wist die uitspraak de complexe, migratiegedreven en multiculturele geschiedenis van de Verenigde Staten uit. Zulke taal construeert een idee van burgerschap dat impliciet wit, stabiel en historisch continu wordt voorgesteld, en plaatst migratie en diversiteit buiten dat nationale zelfbeeld.
"Raciale profilering bij arrestaties is een legitiem element van immigratie controle"
Die retoriek krijgt een institutionele vertaling in de manier waarop migratie wordt gecontroleerd. ICE-agenten opereren, net als de 'slave catchers' uit de negentiende eeuw, met staatsfinanciering, institutionele bescherming en ruime discretionaire bevoegdheden. Dit creëert ruimte voor raciale profilering en maakt dat zelfs mensen met legale verblijfsdocumenten kunnen worden opgepakt. Gekleurde migranten -legaal of niet- beantwoorden namelijk niet aan het witte ideaal van VS-burgerschap.
Verhalen zoals dat van de jonge Liam Ramos tonen aan dat juridische status geen garantie is voor sociale of politieke erkenning als volwaardige burger. Wat zich vandaag aftekent, is dan ook geen breuk met het verleden, maar een voortzetting ervan: een systeem waarin de staat bepaalt wie écht tot het burgerschap mag behoren en wie structureel wordt buitengesloten.
Het idee van democratie
Volgens onderzoeks- en kenniscentrum ProDemos is democratie een bestuursvorm waarin de macht bij het volk ligt, meestal via gekozen vertegenwoordigers of directe participatie. In de praktijk bepalen staten echter zelf wie tot 'het volk' behoort. Raciale uitsluiting en democratie zijn daarom historisch en structureel met elkaar verweven.
Op 8 september 2025 steunde het Hooggerechtshof in de zaak Noem versus Vazquez Perdomo expliciet de raciale profilering door ICE. Volgens het publicatieplatform van Stanford Law School, Stanford Border Criminologies, verklaarde rechter Kavanaugh dat “race-based stops are essential and a lawful element of immigration policing”. (Raciale profilering bij arrestaties is een legitiem element van immigratie controle)
Die uitspraak is bijzonder verontrustend, net omdat ze afkomstig is van het hoogste juridische orgaan van het land. Je kan immers onmogelijk bepalen, enkel en alleen op basis van uiterlijk, of iemand een burger is of niet.
Voor deze vorm van juridische uitsluiting introduceerde historicus en politiek denker Achille Mbembe het concept van 'necropolitics'. Met dit begrip beschrijft hij hoe moderne staten macht uitoefenen door te bepalen welke levens beschermd worden en welke worden blootgesteld aan geweld, uitsluiting of zelfs de dood.
Binnen dit kader kan ook het migratiebeleid van democratische staten worden begrepen: niet alle levens worden in gelijke mate beschermd, en sommige groepen worden structureel kwetsbaarder gemaakt door de manier waarop wetten en grenzen worden georganiseerd.
ICE is niet enkel een veiligheidsapparaat, maar de voortzetting van een democratisch uitsluitingsstelsel
Binnen migratiepolitiek bepaalt de staat welke lichamen vrij mogen bewegen en welke systematisch worden gecontroleerd, opgesloten of gedeporteerd. ICE fungeert daarbij niet slechts als grenshandhaver, maar als mechanisme dat de 'veiligheid en leefbaarheid' van bepaalde bevolkingsgroepen reguleert.
Mbembe beargumenteert dat democratie nooit universeel inclusief is geweest. In de VS – net als in veel Europese landen – ontwikkelde democratie zich gelijktijdig met slavernij, kolonialisme en raciale segregatie. Staten bepaalden wie mochten stemmen. Zwarte VS inwoners kregen dit recht pas vanaf 1965 via de Civil Rights Act.
Het 'slave catcher'-systeem was dus geen afwijking van democratische principes, maar een instrument om eigendomsrechten, economische stabiliteit en raciale hiërarchieën te beschermen. Mbembe zegt dat, door zwarte lichamen te reduceren tot controleerbaar eigendom, werd vastgelegd wie toegang kreeg tot burgerschap en politieke participatie, en wie systematisch werd uitgesloten.
Hedendaagse immigratiehandhaving, ondersteund door democratische wetgeving en politieke instituties, legitimeert opnieuw raciale profilering. ICE is daarom niet enkel een veiligheidsapparaat, maar de voortzetting van een democratisch uitsluitingsstelsel, waarbij de staat bepaalt welke levens bescherming verdienen en welke als “collateral damage” kunnen worden beschouwd.
Op Europese bodem
Deze democratische 'necropolitiek' beperkt zich niet tot de VS, maar toont zich ook in Europa en België. Tijdens het Belgische koloniale bewind in Congo was democratie vanaf het begin gebaseerd op raciale uitsluiting: Congolese mannen kregen pas in 1957 beperkt stemrecht. Algemeen stemrecht kwam er pas na de Congolese onafhankelijkheid in 1960. Democratische participatie was dus nooit universeel, maar voorbehouden aan de witte man.
Mbembe wijst erop dat de staat via bureaucratische systemen zoals visa, asielprocedures en identiteitscontroles bepaalt welke levens bescherming krijgen en welke in onzekerheid blijven. Dat zien we vandaag aan Europese buitengrenzen, waar vluchtelingen vaak jarenlang in een juridisch en sociaal vacuüm leven.
Ook in het Belgische politieke debat duikt die logica opnieuw op. Vlaams Belang-volksvertegenwoordiger Francesca Van Belleghem pleitte recent voor een Vlaamse tegenhanger van ICE. Zo’n voorstel normaliseert een veiligheidslogica waarin bepaalde lichamen sneller als verdacht worden beschouwd en harde handhaving wordt gelegitimeerd, zelfs wanneer dat onschuldige burgers kan treffen.
Migranten worden in huidige democratische systemen als niet-burgers en zelfs vijanden van de staat gezien
Deze ideeën komen niet uit het niets. De geschiedenis toont aan dat democratie nooit een lineaire beweging richting inclusie is geweest. Tolerantere democratische momenten komen en gaan in golven. Perioden van uitbreiding van rechten worden vaak gevolgd door strengere fases waarin grenzen opnieuw worden verhard en uitsluiting wordt genormaliseerd.
Democratie heeft altijd al de scheuren van intolerantie gedragen door kolonisatie en exploitatie. Die staten vallen regelmatig terug op gewelddadigere bestuursvormen om die orde te handhaven. In die periodiek terugkerende verharding zijn het doorgaans geracialiseerde gemeenschappen en in het bijzonder migranten die de zwaarste gevolgen dragen.
Democratie draait historisch dus niet alleen om rechten, maar ook om het afbakenen van wie daartoe toegang krijgt. Zowel in koloniale contexten als in hedendaagse migratiepolitiek functioneren bureaucratische structuren als stille instrumenten van necropolitieke macht.
Herdenking van democratie
Dit is geen pleidooi tegen democratie, maar een oproep om huidige structuren van democratische systemen te herzien. Slavernij, kolonialisme en raciale hiërarchieën hebben in de VS en Europa bepaald wie als volwaardige burger wordt erkend. Hedendaagse migratiepolitiek, van grensdetentie tot het negeren van de rechten van zelfs legale migranten zoals Liam Ramos, laat zien dat die logica doorwerkt.
Migranten worden in huidige democratische systemen als niet-burgers en zelfs vijanden van de staat gezien, wat staatsgeweld legitimeert. Geweld en uitsluiting zijn daarom geen uitzonderingen in democratische politiek, maar structurele mechanismen.
Het gaat dus niet om het afschaffen van democratie, maar om haar opnieuw te herdenken: als een systeem dat echte gelijkwaardigheid biedt, ongeacht kleur, afkomst of status.