Opinie

Opnieuw blijkt hoe lastig de realiteit van vrouwen wordt aanvaard

Afbeelding
Bewerkt beeld: Screenshot van YouTube
Bewerkt beeld: Screenshot van YouTube
Bart Schols’ reactie op Instagram na de discussie met Soundos El Ahmadi leert ons dat waar vrouwen en cijfers niet liegen, we hen toch in twijfel blijven trekken. En dat sommigen écht niet willen luisteren en bijleren.

Als ik nog niet misselijk werd van de manier waarop (de vermoedelijk slechthorende) Bart Schols Soundos El Ahmadi tijdens De Afspraak misplaatst trachtte te corrigeren over zaken waarmee hij als man nu eenmaal niet wordt geconfronteerd, ben ik dat zeker wel na het lezen van de reactie die hij een dag later zelf op Instagram publiceerde. Voor mij is het de aanleiding om eindelijk eens het artikel te schrijven dat ik de afgelopen tien jaar al zo vaak begon, maar nooit afwerkte.

Ronduit pijnlijk om naar te kijken

Eerst even over dat gesprek. De avond gaat al mis wanneer El Ahmadi vertelt dat ze haar shows begint met de stelling dat “alle mannen dom zijn”. Waarom ze dat doet, kadert ze duidelijk: zij heeft haar leven lang moeten (op)kijken naar mannen die gelijkaardige grapjes over hun “domme”, na hun bevallingen overal “lubberende”, vrouwen maakten. 

Schols trekt net niet wit weg, of El Ahmadi heeft zonet verteld dat ze elke avond drie mannen uit het publiek zal executeren. Gelukkig voor Schols volgt hierna nog voldoende uitzendtijd om zijn gesprekspartner meermaals te onderbreken en zo die misconceptie over domme mannen de wereld uit te helpen.

Wat volgt, is ronduit pijnlijk om naar te kijken: wanneer El Ahmadi vertelt dat vrouwen over iedere 'vanzelfsprekende handeling' nadenken omdat ze steeds rekening moeten houden met mogelijk gevaar, moet ze Schols – zichtbaar verward – uitleggen wat ze nu eigenlijk bedoelt met onveiligheid. 

Onveiligheid: er is toch helemaal niks aan de hand?

Wat volgt moet hem vreemd in de oren klinken, want het strookt niet met de boodschap die “meer dan enkele” van zijn vriendinnen hem hebben meegegeven: er is helemaal niets aan de hand. Wanneer El Ahmadi zijn tegenspraak niet pikt, wendt hij zich – de wanhoop nabij – tot de andere vrouw aan de tafel: misschien wil zij hem wel gelijk geven en zíjn idee van de dagdagelijkse ervaringen van een vrouw bevestigen?

Wanneer Schols voor de zoveelste keer de vraag “of je vandaag de dag met een onveilig gevoel naar buiten moet stappen” ertussen durft te forceren – een vraag die ze nét duidelijk heeft beantwoord – begin ik te lachen. Van ellende wel te verstaan. 

Het lijkt haast alsof het op voorhand zo met de productie is afgesproken om El Ahmadis punt duidelijk te maken. Ik kan bijna weer opgelucht ademhalen en wacht tot iedereen in de zaal in lachen uitbarst: het was allemaal niet echt! Gelukkig maar, beeld je de absurditeit van de situatie eens in! Maar dan besef ik weer dat ik helaas geen sketch van In de gloria ben aan het kijken. 

Ik kijk naar El Ahmadi en zie mezelf

Ik kijk naar El Ahmadi en zie mezelf in de spiegel: de eenentwintigjarige ik, die een studentenkamer vol jongens huilend uitloopt nadat ze voor dezelfde niet-begrijpende gezichten moest verdedigen dat de golf van herkenning bij jonge meisjes na de moord op Julie Van Espen niet overdreven was.

Gelukkig loopt El Ahmadi, in tegenstelling tot ik, niet huilend weg, maar staat ze stevig haar vrouwtje. Je zou dus denken: El Ahmadi – Schols, 1-0. Discussie afgerond. Maar niets is minder waar. Helaas, als de paternalistische toon waarmee hij haar tijdens het gesprek vroeg “of ze wist waarom” hij haar tegensprak nog niet tenenkrommend genoeg was, doet hij nu strijdlustig voort. Via sociale media natuurlijk. Dat is gemakkelijker, want dan kan je lekker zeggen wat je wil zonder dat iemand je ongelijk geeft.

Onder het mom van een goedwillende reactie – al doet hij geen enkele moeite om zijn honende toon te verbergen – stelt hij dat hij nu beseft “dat je je als witte man blijkbaar niet zomaar in eender welke discussie kan mengen”. Dat hij bij het schrijven van die “Dankjewel daarvoor” waarschijnlijk nogal groen heeft moeten lachen, blijkt uit de onvermijdelijke opmerking tussen haakjes daaronder: “Wat wel een beetje raar is als je erover nadenkt, ik ging ervan uit dat geslacht geen deelnameaaneendiscussiecriterium is.”

Niemand heeft het recht om de getuigenis van een vrouw in twijfel te trekken

Wat ík “wel een beetje raar” vind, is dat Schols – ondanks de luide en klare taal van El Ahmadi – het volgende nog steeds niet heeft begrepen: hij moet zijn mond niet houden omdat hij een man is, hij moet zijn mond houden tout court – al heeft de comédienne gelijk wanneer ze hem erop wijst dat het van (een verkeerd soort) lef getuigt om als man zo schaamteloos regelrecht in te gaan tegen een vrouw die zegt dat ze onveilig is op straat. 

Niemand heeft, los van gender (of huidskleur, wat hij er nogal pietluttig bijhaalt), het recht om de getuigenis van een vrouw in twijfel te trekken. Hij niet, maar ook zijn vriendinnen niet.* In plaats van steeds met een bezwerend vingertje de “maar” der uitzonderingen te prediken en dit probleem collectief te ontkennen, zouden we beter eens collectief luisteren en verdedigen. Dit is geen genderkwestie in de zin dat dit niet het probleem van enkel vrouwen, maar van de hele samenleving zou moeten zijn. 

Onveiligheid van vrouwen is geen mening

Dat brengt me bij mijn tweede punt, namelijk dat de onveiligheid van vrouwen geen mening is waarover jolig gediscussieerd of gedebatteerd moet worden. Het moet eens gedaan zijn dat wij ons als vrouwen telkens moeten verdedigen wanneer we spreken over onze eigen ervaringen, maar ook over gewoon keiharde, welbekende cijfers. 

De getuigenis van El Ahmadi had voor Schols nooit een aanleiding mogen zijn om lekker te gaan provoceren. Als je zoiets doet, ben je geen “kritische” of “genuanceerde”  denker, maar moedwillig kortzichtig.

De schadelijkheid van een zulk discours op de nationale televisie en op sociale media mag niet onderschat worden

Laat me er dan ook duidelijk over zijn dat zijn nagestamp op Instagram, waar het sarcasme van afdroop, verre van onschuldig is. De schadelijkheid van een zulk discours op de nationale televisie en op sociale media mag niet onderschat worden. Al heeft hij dat ongetwijfeld niet zo bedoeld, ligt in het niet geloven van een vrouw die zegt dat wij onveilig zijn in de publieke ruimte de wortels voor het niet geloven van een vrouw die slachtoffer is van fysiek of seksueel geweld.

Schols heeft het dan ook bij het verkeerde eind wanneer hij meermaals benadrukt dat feminicide en wat El Ahmadi beschrijft twee verschillende dingen zijn. Door het tenietdoen van de door El Ahmadi aangehaalde problematiek geeft hij ongewild groen sein aan elke misogyne gek die vindt dat vrouwen maar gewoon naar mannen moeten luisteren en niet moeten zeuren wanneer ze voor de zoveelste keer om twee uur ’s nachts in een verlaten straat lastiggevallen worden. Zolang hij dat niet kan toegeven, maakt hij mee deel uit van het grotere probleem dat de ondergeschikte plaats van vrouwen in de samenleving én in de publieke ruimte normaliseert. 

Hij lacht met alle meisjes die gisteravond met hun sleutels stevig tussen hun knokels gekneld naar huis zijn gewandeld

Met zijn schampere opmerkingen lacht hij niet enkel El Ahmadi – die zich in een bijzonder kwetsbare positie zette om een pleidooi te voeren voor iedereen die zichzelf niet kan of durft te laten horen – in haar gezicht uit. Hij lacht ook met mijn net meerderjarige vriendin die me jaren geleden huilend opbelde, nadat op klaarlichte dag de man tegenover haar in de trein begon te masturberen, met de blik strak op haar gericht. 

Hij lacht met mijn zusje, die me sms’t dat haar leuke avond volledig geruïneerd is door een man op een step die haar onderweg naar huis lastigvalt. 

Hij lacht met mij, die keer dat ik een etentje in een restaurant vroeger moest beëindigen omdat ik seksueel werd geïntimideerd door een vieze oude vent in datzelfde restaurant, die natuurlijk toevallig bevriend was met de patron. Toen ik niet eens tot bij de bakker tegenover mijn appartement raakte zonder het getoeter van auto’s. 

Toen ik me opsloot in het toilet van de trein, een broek onder mijn rokje aantrok en wachtte tot ik de conducteur voorbij hoorde komen, omdat een man in de verlaten trein recht tegenover me was komen zitten. Hij “had daar recht toe omdat hij me mooi vond”, en ik was ervan overtuigd dat ik nu misschien wel eens echt verkracht zou worden. 

Toen ik mijn lief huilend opbelde omdat ik het gevoel had dat een man me tot in de tram was gevolgd en ik niet meer durfde af te stappen. Toen de jongen tegen wie ik zei dat hij me bang maakte, had uitgezocht waar ik precies werkte om daar bloemen af te leveren met de bedreigende boodschap Qui bene amat, bene castigat. Toen ik 20 was en de jongeman die ik op café had ontmoet me stuurde dat ik laf en onwetend was omdat hij me niet ontmaagden mocht. 

Hij lacht met alle meisjes die gisteravond met hun sleutels stevig tussen hun knokels gekneld naar huis zijn gewandeld.

Oh we hoeven helemaal niet bang te zijn, top!

Bovenstaande getuigenissen doen er echter niet toe**, want Schols heeft – hoe kan het ook anders – een veel krachtiger artikel gevonden dat zijn standpunt moet onderbouwen. En het is door een vrouw geschreven: wie kan hem nu nog wat kwalijk nemen! 

Ergens is het goed dat hij dat artikel deelt: ik weet nu dat ik helemaal niet meer bang moet zijn wanneer er ’s avonds een eng mannetje naar me zit te loeren op de hoek van mijn straat. Wat een opluchting! Gelukkig hebben we nog mannen om ons uit te leggen hoe de wereld werkt!

Gelukkig hebben we nog mannen om ons uit te leggen hoe de wereld werkt!

Maar vergis je niet: dit is niet de boodschap van een man die ons een hart onder de riem wil steken, dit is de boodschap van een man die zijn fout niet wil toegeven.

Bovendien krijgen we dankzij de door hem gepubliceerde bijdrage wél de 'correcte informatie': Schols vindt het nodig om in de bijbehorende story te verduidelijken dat niet alle cijfers die El Ahmadi aanhaalde tijdens het gesprek even accuraat waren. Ik hoop dan naïef dat dat betekent dat hij er ondertussen (weliswaar in recordtempo) een boek over heeft gelezen. 

En als dat niet het geval zou zijn: een vriendin raadde me Invisible Women van Caroline Criado Perez aan. Zelf durfde ik het nog niet te lezen – beeld je even in wat voor een crazy opiniestukken ik dan zou schrijven – maar ik zou het met veel plezier in zijn gezicht duwen. 

En als Schols me dan zegt dat hij dat niet fijn vindt, zeg ik dat dat niet kan, want “meer dan enkele” vrienden hebben me ooit verteld dat zij er helemaal geen probleem mee hebben om een boek tegen hun smoel gedrukt te krijgen. Maar zij zijn natuurlijk de statistieken niet.
 

Notes

*Voor degenen die niet begrijpen waarom, laat me het illustreren met een ander voorbeeld: het is niet omdat niet alle vrouwen ongemak ervaren tijdens hun bezoek aan de gynaecoloog, dat we collectief moeten gaan ontkennen dat het abnormaal is dat we nog steeds behandeld worden met een metalen tuig dat in 1845 ontwikkeld werd door een arts die “gedwongen onderzoek deed op vrouwelijke slaven zonder verdoving” (dat is informatie van de VRT zelf). Over het feit dat ons vrouwen van jongs af aan wordt aangeleerd om op onze tanden te bijten en alles wat niet normaal is maar normaal te vinden, zal ik hier niet eens beginnen.

**Bovendien werd, op het stalkende ex-vriendje na, geen van bovenstaande incidenten aangegeven bij de politie – welke vrouw heeft de tijd om, elke keer dat ze wordt lastiggevallen, aan de politietafel aan te schuiven? Ze maken dus geen deel uit van de statistieken.

Afbeelding
bdeld
Steun ons | De Wereld Morgen


 

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?