Opinie

Weg met de loonblokkering: breek de neoliberale wurggreep

Afbeelding
Bewerkt beeld: brews.co via canva.com
Bewerkt beeld: brews.co via canva.com
Vrije loononderhandelingen waren ooit het breekijzer tegen sociale uitbuiting, maar vandaag houdt de Loonnormwet de gewone werker in een verstikkende wurggreep. Het is tijd om dit neoliberale dictaat te breken en het recht op collectief verzet terug te eisen.

In België heerst al jaren een verstikkende loonblokkering. Sinds de verstrenging van de Loonnormwet in 2017 is de vrije onderhandeling over loonsverhogingen vrijwel dichtgetimmerd. Ook de huidige regering houdt die wetgeving strak aan, waardoor de koopkracht van de werkende klasse stap voor stap wordt uitgehold - ten voordele van oplopende bedrijfswinsten.

Vrije loononderhandelingen waren ooit het breekijzer tegen sociale uitbuiting. Net daarom loont het om deze kwestie in historisch perspectief te plaatsen.

Arbeid als koopwaar

Sinds het begin van het industriële kapitalisme in de negentiende eeuw krijgen werkers te maken met wat we de ‘liberaal-kapitalistische driehoek van de uitbuiting’ kunnen noemen: de vermarkting van arbeid, de individualisering van relaties en de sociale concurrentie.

In die beginfase werd arbeid ontmenselijkt: arbeiders werden verplicht zichzelf te verkopen op de markt, tegen de dagprijs van het moment. Daarnaast was de onderneming een autocratie, in de praktijk vaak een dictatuur. Terwijl kapitaalbezitters onderling akkoorden sloten om de concurrentie te sturen, werden werkers gedwongen elkaar te bekampen voor het meest basale: bestaanszekerheid.

De rijkdom van de burgerij werd letterlijk opgebouwd op de gekoesterde armoede van de werkende massa

Die sociale concurrentie reduceerde arbeiders keer op keer tot koopwaar. De rijkdom van de burgerij werd letterlijk opgetrokken uit de gekoesterde armoede van de werkende massa, een werkelijkheid die de film Daens messcherp in beeld bracht.

Vakbond als bevrijdende tegenmacht

Om dat juk af te werpen, was het nodig dat de werkenden zich organiseerden. Reeds in de negentiende eeuw ontstonden arbeiderscoalities, ondanks het feit dat verzet toen vaak werd gecriminaliseerd en zwaar vervolgd door een rechtssysteem dat vooral het kapitaal afschermde. De solidariteit van werkers stond haaks op de isolerende logica van liberale concurrentie.

De opbouw na 1945 van de sociale staat of de welvaartsstaat kwam er door tijdelijk gunstige machtsverhoudingen

Het historische ‘breekijzer’ om die onderlinge wedijver te stoppen waren vrije collectieve loononderhandelingen. Na de Eerste Wereldoorlog kwam de echte doorbraak. Werkers kregen eindelijk een morele én wettelijke stem in de prijs van hun eigen werkkracht.

De opbouw na 1945 van de sociale staat of de welvaartsstaat was geen blijvende metamorfose van het kapitalisme. Ze kwam er door tijdelijk gunstige machtsverhoudingen: sterke vakbonden en sociale bewegingen, én in het Westen de schrik voor het succes van de Sovjet-Unie. 

Neoliberale aanval vanuit de Europese Unie

Vanaf het eind van de jaren zeventig sloeg het neoliberalisme terug, met de Europese Unie als voornaamste hefboom. De EU evolueerde naar een systeem waarin de neoliberale doctrine als ‘superrecht’ werd opgelegd. Onder leiding van de Europese Commissie en het Hof van Justitie werd een beleid van loonblokkering en vermarkting doorgedrukt. Het gevolg was dat sociale rechten stelselmatig werden opgeofferd op het altaar van het kapitaal.

De essentie van de neoliberale dynamiek is het beroven van de samenleving van haar collectieve structuren

Binnen dit autoritaire en ontmenselijkende EU-recht wegen de lobby’s van het kapitaal zwaarder dan de democratische volksvertegenwoordiging. Terwijl CEO’s zich tegoed doen aan decadent hoge vergoedingen, worden de nationale sociale staten, opgebouwd met bloed, zweet en tranen, systematisch afgebroken.

De neoliberale doctrine slaagde er bovendien in de tegenmacht te splijten, via de infiltratie van ‘derde weg’-socialisten en marktvriendelijke christendemocraten.

Afbeelding
Vakbondsbetoging 14 oktober 2025. Foto: Marc Vandepitte
Vakbondsbetoging 14 oktober 2025. Foto: Marc Vandepitte

Loonblokkering als wapen

De essentie van de neoliberale dynamiek is het beroven van de samenleving van haar collectieve structuren. De staat wordt als sociale actor ontmanteld onder het alibi van ‘concurrentievermogen’. Dat vertaalt zich al dertig jaar in loonmatiging en het plafonneren van salarissen. Megawinsten staan in schril contrast met de waardevermindering van geblokkeerde lonen.

Die geblokkeerde lonen dreigen steeds vaker onvoldoende te worden om stijgende kosten op te vangen, waardoor meer mensen richting onzekere en precaire werk- en leefomstandigheden worden geduwd.

Bedrijven maken deel uit van een nationaal patrimonium en zijn de natie welvaart verschuldigd

Daarnaast zien we een scherpe culpabilisering van de werkende klasse, die vooral dient als excuus voor nieuwe besparingen in de sociale zekerheid. Denk maar aan langdurig zieken die als profiteurs worden weggezet, werklozen die ‘niet willen werken’, of ouderen die zogezegd kansen afnemen van de jeugd. Zo ontstaat de suggestie dat de sociale zekerheid het probleem is en niet de politieke keuzes die haar doelbewust uithollen.

Daarmee worden kapitalisten en vermogenden vrijgesteld van hun fiscale bijdrage aan een kwalitatieve samenleving. De neoliberale wetgever kiest bewust voor onderdrukking en individualisering van de werkende klasse, om elke democratische herverdeling te blokkeren.

Eis voor herstel en rechtvaardigheid

Het is tijd om het elementaire recht op vrije loononderhandelingen in ere te herstellen. De Commissie Syndicale Vrijheid van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) stelde in 2022 de “politieke onwettigheid” van het Belgische repressieve loon- en indexeringsbeleid vast.

Hoewel dit geen directe juridische sanctie inhoudt, bindt het de wetgever moreel en politiek. Het huidige systeem, waarin de index wordt vervalst en getrukeerd, moet onmiddellijk op de schop.

Een algemene, beduidende loonsverhoging is geen gunst, maar een noodzakelijke compensatie voor jarenlange beroving

Werkers hebben recht op een substantieel aandeel in de opbrengst van ondernemingen. Bedrijven maken deel uit van een nationaal patrimonium en zijn de natie welvaart verschuldigd. De huidige discriminatie, waarbij kapitaalhouders winst afromen terwijl werkers verpauperen, is hemeltergend onrechtvaardig.

De scheve verhouding tussen winsten uit kapitaal en de beloning voor arbeid voedt een toenemende en onhoudbare sociale ongelijkheid. Een algemene, beduidende loonsverhoging is dan ook geen gunst, maar een noodzakelijke compensatie voor jarenlange beroving. 

En die strijd stopt niet aan de grens: het Europees Vakverbond moet zijn verantwoordelijkheid nemen om de neoliberale wurggreep op onze lonen definitief los te wrikken. Nog veel werk voor de boeg. 

 

Afbeelding
STEUNOPROEP

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?