Genocide in Gaza was beraamd en is voor herhaling vatbaar
Veronderstel even dat we aanvaarden dat niemand van ons ooit had gedacht dat Israël een totale genocide zou ontketenen in Gaza. Dat het een voorbedachte campagne was om de Gazastrook uit te wissen en een aanzienlijk deel van zijn bewoners uit te roeien.
Laten we even doen alsof de bijna 80 jaar van onophoudelijke moordpartijen geen voorbode waren van dit moment. Dat Israël voorheen nooit uit is geweest op de fysieke vernietiging van het Palestijnse volk, zoals omschreven in het Genocideverdrag van 1948.
Zelfs als we de steriele, ahistorische bewering zouden aanvaarden dat de Nakba van 1948 'slechts' een etnische zuivering was en geen genocide - en daarbij massagraven en de gedwongen uitwissing van een beschaving volledig negeren - blijft er nog altijd een afschuwelijke realiteit over.
Nadat we de uitroeiing die op 7 oktober 2023 begon, met eigen ogen konden volgen, wie kan dan nog beweren dat de daders niet de intentie hebben om dit nog eens over te doen?
Finale doodstrijd
De vraag zelf is een uiting van liefdadigheid, ze gaat er immers van uit dat er een einde is gekomen aan de genocide. In werkelijkheid is de slachtpartij alleen van tactiek veranderd. Sinds de invoering van het fragiele staakt-het-vuren op 10 oktober heeft Israël meer dan 400 Palestijnen gedood en honderden meer verwond.
Velen zijn daarbij gewoon gestorven in de bevroren modder van hun tenten. Daaronder zijn baby’s zoals de acht maand oude Fahar Abu Jazar die, zoals anderen, is doodgevroren. Dit zijn niet zomaar tragedies: ze zijn het onvermijdelijke resultaat van een berekend Israëlisch beleid, dat mikt op de meest kwetsbaren.
Tijdens die twee jaar durende vernietigingscampagne heeft Israël meer dan 20.000 Palestijnse kinderen vermoord, een verbijsterende 30 procent van het totale aantal dodelijke slachtoffers. Die met bloed doordrenkte eindsom houdt geen rekening met de duizenden doden die bedolven liggen onder de betonnen woestenij van Gaza, noch met zij die momenteel ten prooi vallen aan de stille moordenaars: honger of intentioneel verspreide epidemieën.
De afschuwelijke statistieken daargelaten, zijn we getuige van de finale doodstrijd van een volk. De uitroeiing was te zien op elk mobiel toestel ter wereld en we konden het allemaal live volgen. Niemand kan zeggen: 'Ik wist het niet'. Niemand kan zeggen: 'Ik heb geen schuld'.
Zelfs nu kijken we toe terwijl 1,3 miljoen Palestijnen in hachelijke toestanden overleven in hun door winterstormen vernielde tenten. We delen het geschreeuw van de moeders, de uitgeholde gezichten van de gebroken vaders, de opgejaagde blik van de kinderen. Toch blijven de politieke en morele wereldinstellingen verlamd.
Smotrich argumenteerde dat de uithongering van twee miljoen mensen voor militaire doeleinden “rechtvaardig en moreel” kon zijn
Als Israël de totale, ongeremde intensiteit van die genocide hervat, zullen we het dan tegenhouden? Ik vrees dat het antwoord neen is. De wereld weigert immers een einde te maken aan de omstandigheden die om te beginnen de slachtpartij mogelijk maakten.
De Israëlische autoriteiten hebben zich nooit de moeite getroost om hun bedoelingen weg te moffelen. De systematische ontmenselijking van de Palestijnen was een prioritair exportproduct van de Israëlische media, zelfs terwijl westerse commerciële ondernemingen onvermoeibaar probeerden om dit criminele discours te zuiveren.
Het bewijs van intentie is onweerlegbaar. Nationaal Veiligheidsminister Itamar Ben-Gvir wilde “migratie aanmoedigen” en eiste “dat geen gram humanitaire hulp” Gaza zou binnenkomen. Minister van Financiën Bezalel Smotrich argumenteerde dat de uithongering van twee miljoen mensen voor militaire doeleinden “rechtvaardig en moreel” kon zijn.
Vanuit de kamers van de Knesset tot op de pophitlijsten klonk hetzelfde refrein: “Vernietig Gaza”, “laat niemand over”. Als militaire leiders een ganse bevolking bestempelen als “menselijke dieren”, gebruiken ze geen metaforen, maar verlenen ze een vergunning voor uitroeiing.
Dit alles werd voorafgegaan door een hermetisch afgesloten beleg – een tientallen jaren durend experiment van menselijke ellende, dat begon in 2006.
Wereld kijkt weg
Ondanks alle Palestijnse smeekbeden om die dodelijke greep te breken, liet de wereld de blokkade intact. Daarop werd, onder de vlag van 'veiligheid', de belegerde en verarmde bevolking bestookt met meerdere oorlogen. Altijd onder de bescherming van het westerse mantra van Israëls “recht op verdediging”.
In het overheersende westerse verhaal is de Palestijn de eeuwige agressor. Maar het zijn Palestijnen die onder bezetting leven, belegerd en onteigend, staatloos gemaakt- en toch moet hun lijden vooral stil en zonder weerstand gebeuren, in ’s werelds grootste ‘openluchtgevangenis’.
Of ze nu gewapend weerstand boden, stenen gooiden naar tanks of ongewapend op scherpschutters toestapten, het Westen brandmerkte hen als ‘terroristen’ en ‘militanten’. Ze schilderden hun bestaan af als een bedreiging voor hun bezetter.
Die criminele verwaarlozing van Gaza creëerde het vacuüm voor de gebeurtenissen van 7 oktober
Jaren voor de eerste bom van deze genocide viel, verklaarden de Verenigde Naties Gaza al als “onbewoonbaar”. Het water was giftig, het land een kerkhof en de bevolking stierf aan te genezen ziektes. Maar behalve de typisch ritueel gepubliceerde rapporten, deed de internationale gemeenschap niets om de bevolking een politieke toekomst, een rechtvaardige vrede aan te bieden.
Die criminele verwaarlozing creëerde het vacuüm voor de gebeurtenissen van 7 oktober. Het gaf Israël de toestemming om zijn slachtofferschap te bewapenen en een genocide van sadistische afmetingen te ontketenen.
Toen voormalig minister van Defensie Yoav Gallant de slachtpartij onder leiding van premier Benjamin Netanyahu lanceerde, nam hij de Palestijnen letterlijk hun menselijkheid af.
Volgende uitroeiingsfase
Nu wordt het toneel in gereedheid gebracht voor de volgende uitroeiingsfase. Het beleg is nu absoluut, het geweld meer geconcentreerd en de ontmenselijking van de Palestijnen meer verbreid dan ooit. Terwijl de aandacht van de internationale media afglijdt naar andere verstrooiingen, wordt het imago van Israël gerehabiliteerd alsof er nooit sprake is geweest van genocide.
Bijzonder tragisch is dat de omstandigheden die de eerste genocidegolf aanmoedigden, nauwgezet gereconstrueerd worden. Een volgende Israëlische genocide is dan ook geen verafgelegen bedreiging: het is een oprukkende realiteit die naar zijn eindpunt toewerkt, tenzij ze wordt gestopt.
De klok tikt en onze collectieve stem – of ons stilzwijgen – zal het verschil maken
Het Verdrag inzake de voorkoming en bestraffing van genocide van 1948 was een wettelijke belofte om “de mensheid van deze afschuwelijke gesel te verlossen”. Als die woorden ook maar een flinter integriteit bevatten, moet de wereld nu ageren om de volgende uitroeiingsfase tegen te houden.
Dit vereist absolute verantwoordingsplicht en een politiek proces dat eindelijk de greep van het Israëlische kolonialisme en geweld breekt. De klok tikt en onze collectieve stem – of ons stilzwijgen – zal het verschil maken.
Dit artikel verscheen eerder op Middle East Monitor. De vertaling is van Marina Mommerency.