Analyse

Iran: tussen volksprotest en buitenlandse dreiging

Afbeelding
Demonstranten op 9 januari in Hamadan. Foto: @7aban_H/X
Demonstranten op 9 januari in Hamadan. Foto: @7aban_H/X
Terwijl Iraniërs massaal de straat opgaan tegen de torenhoge inflatie, dreigen Trump en Netanyahu met militair ingrijpen. De Iraanse bevolking zit gevangen tussen een repressief bewind, een verstikkende economische oorlog en een geschiedenis van duistere bondgenootschappen.

De protesten in Iran zijn geworteld in diepe economische ellende. De nationale munt, de rial, is volledig ingestort en staat nu op een historisch dieptepunt van meer dan 1,3 miljoen tegenover de dollar. Voor de gewone Iraniër betekent dit dat basisbehoeften zoals voedsel en medicijnen bijna onbetaalbaar zijn geworden.

In steden als Teheran, Mashhad en Isfahan eisen betogers directe actie. Wat begon in de bazaars als protest tegen de prijsstijgingen, is uitgegroeid tot een landelijke beweging tegen het falende beleid. De prijs van voedsel is het afgelopen jaar met 70 procent gestegen, waardoor steeds meer gezinnen diep onder de armoedegrens zakken.

President Pezeshkian erkent de economische malaise en zegt dat vreedzaam protest grondwettelijk beschermd is. Hij belooft hervormingen van het geld- en banksysteem om de koopkracht te beschermen, en vraagt de autoriteiten om de grootste terughoudendheid tegenover betogers. 

Dat in Iran religieuze leiders de plak zwaaien heeft diepe historische wortels 

Tegelijkertijd heeft de staat het internet en de mobiele netwerken grotendeels platgelegd om de organisatie van protesten te bemoeilijken. Deze digitale black-out maakt het voor de buitenwereld zeer moeilijk om de situatie op de voet te volgen.

Het gaat er in elk geval hevig aan toe. Volgens APnews zijn er sinds het begin van de protesten al minstens 544 doden gevallen, waaronder tientallen mensen van de veiligheidsdiensten. Een moskee in Teheran werd in brand gestoken. De kloof tussen de overheid en de straat lijkt in elk geval groter dan ooit.

Wortels van het politieke islamisme

In Iran zwaaien religieuze leiders de plak. Dat heeft diepe historische wortels. In 1979 werd de revolutie geleid door religieuzen, en dat kwam niet uit de lucht vallen. Onder de sjah werden politieke partijen, vakbonden en linkse of liberale oppositie namelijk hard onderdrukt: arrestaties, censuur en infiltratie maakten duurzaam organiseren bijna onmogelijk. 

De moskeeën en het netwerk rond geestelijken lagen relatief ‘beschut’ omdat ze een religieuze en sociale functie hadden die het regime niet zomaar volledig kon verbieden zonder grote maatschappelijke backlash. 

Bovendien beschikten clerici over een kant-en-klaar organisatieapparaat (preken, religieuze feestdagen, liefdadigheid, lokale netwerken) waarmee ze boodschappen snel konden verspreiden en mensen konden mobiliseren. Daardoor werd de moskee niet alleen een plek voor geloof, maar ook een van de weinige resterende ruimtes waar oppositie zich kon verzamelen, coördineren en legitimiteit kon opbouwen.

Maar we moeten verder kijken dan de revolutie van 1979. Iran expert Hamed Pasandideh wijst erop dat de opkomst van het politieke islamisme in de regio geen toeval was. Westerse koloniale machten, en vooral Groot-Brittannië, zagen hierin een kans om hun invloed te vergroten. 

Het is onmogelijk om deze crisis los te zien van de internationale geopolitiek

Al in de 19e eeuw zochten prominente islamitische leiders als Al-Afghani steun bij Londen voor een pan-islamitische alliantie. Het gemeenschappelijk doel was de invloed van Rusland in Centraal-Azië in te dammen. Het Westen had met andere woorden geen probleem met religieuze groeperingen, zolang ze maar dienden als buffer tegen hun eigen vijanden. De huidige theocratie heeft dus diepere koloniale wortels dan velen denken.

Economische sancties en militaire dreiging

Het is onmogelijk om deze crisis los te zien van de internationale geopolitiek. Sinds de VS onder Donald Trump eenzijdig uit de nucleaire deal stapte, voert Washington een beleid van ‘maximale druk’. Deze eenzijdige sancties blokkeren niet alleen de export van olie, maar verhinderen ook de import van essentiële goederen zoals levensreddende medicijnen. 

De Europese unie heeft op zijn beurt ook sancties uitgevaardigd tegen Iran. De Iraanse overheid noemt deze sancties een "misdaad tegen de menselijkheid", omdat ze de dagelijkse levens van miljoenen onschuldige burgers vernietigen. 

De economische wurggreep van deze sancties zorgt voor de inflatie en de schaarste die de Iraniërs nu de straat op drijven. Het is een cynische vorm van economische oorlogsvoering.

De oorlogszuchtige taal van Trump ondermijnt de legitieme eisen van de betogers

President Trump gooide bij het begin van de protesten nog olie op het vuur. Hij verklaarde op sociale media dat de VS "klaarstaat" om de Iraniërs te "redden" en dreigde met harde militaire klappen als het geweld aanhoudt. Senatoren zoals Lindsey Graham gaan nog een stap verder en roepen openlijk op tot het liquideren van de Iraanse leiders. Volgens de Belgisch-Iraanse politicoloog Elly Mansoury proberen de VS en Israël via een militaire escalatie de touwtjes in de regio volledig in handen te krijgen.

De oorlogszuchtige taal vanuit de VS ondermijnt de legitieme eisen van de betogers. Ze geeft namelijk de regering in Teheran de mogelijkheid om elk protest af te schilderen als een complot van buitenlandse mogendheden, of zoals geestelijk leider Khamenei in het vrijdaggebed zei, als werk van “huurlingen”.

Hij stelt dat zij de straten vernielen om de president van de VS te plezieren. De Iraanse regering wijst ook naar de rol van de Israëlische inlichtingendienst Mossad en de verbannen kroonprins Reza Pahlavi, die vanuit de VS oproept tot verzet.

Er zijn inderdaad meldingen van gewapende groepen die geweld plegen. Dat blijkt ook uit het feit dat inmiddels meer dan 40 leden van de veiligheidsdiensten zijn omgekomen. Maar progressieve organisaties zoals CODIR[1] geven aan dat de onvrede echt is en breed gedragen wordt. 

Een groot deel van de bevolking is de corruptie en het repressief beleid beu. Zij willen verandering die hen echt ten goede komt: niet een nieuwe marionet van Washington of een terugkeer naar de monarchie van de Sjah.

Vreemde allianties

Het principe ‘de vijand van mijn vijand is mijn vriend’ loopt als een rode draad door de Iraanse geschiedenis. In 1953 hielp de religieuze elite bij het omverwerpen van de democratische premier Mosaddegh, die de olie wilde nationaliseren. De geestelijkheid en de westerse inlichtingendiensten vonden elkaar in hun gezamenlijke afkeer van links nationalisme.

Ook tijdens de bloedige oorlog met Irak in de jaren '80 bleek de vijandschap met het Westen minder absoluut dan de slogans suggereerden. Achter de schermen kocht het regime van Khomeini wapens via Israël en de VS. Die oorlog diende de belangen van de westerse mogendheden perfect: twee sterke moslimlanden putten elkaar jarenlang volledig uit.

Sinds de jaren 90 voert Teheran een agressieve neoliberale koers

Hoewel Iran ‘Dood aan Amerika’ roept, volgt het binnenshuis een economisch beleid dat verdacht veel lijkt op dat van het Westen. Sinds de jaren 90 voert Teheran een agressieve neoliberale koers. Staatsbedrijven werden geprivatiseerd, waardoor een kleine elite van geestelijken en militairen fabelachtig rijk werd, terwijl de sociale zekerheid werd afgebroken.

Zowel de zogenaamde 'hervormers' als de hardliners hangen de principes van de vrije markt aan. De economische sancties wegen heel zwaar, maar de huidige economische malaise is niet alleen het gevolg van sancties, maar ook van eigen keuzes. De dollarisering van de economie en het gebrek aan jobzekerheid zijn de bittere vruchten van een systeem dat de rijken beschermt en geen prioriteit geeft aan de armen.

Noodzaak van radicale verandering

Iran bevindt zich op een kruispunt. Het land is in het verleden een belangrijke steun geweest voor het Palestijnse verzet en in de weerstand tegen het ‘Groot-Israël’-project. Maar een extern conflict aangaan en winnen is onmogelijk als je tezelfdertijd je eigen bevolking economisch wurgt en hen een strakke traditionele levensstijl met geweld oplegt. 

Zonder de steun van een mondig en welvarend volk blijft het verzet tegen de VS en Israël een lege huls

De legitimiteit van de regering zal blijven afbrokkelen zolang een neoliberale koers de samenleving ontwricht en de klerikale betutteling en repressie aanhoudt. Hamed Pasandideh betoogt dat Iran alleen een vuist kan maken tegen het imperialisme van Israël en de VS als het breekt met zijn eigen corrupte systeem. 

Er is nood aan een economie die gebaseerd is op rechtvaardigheid en menselijke noden, niet op privatiseringen. Ook het conservatief keurslijf moet afgeworpen worden. Zonder de steun van een mondig en welvarend volk blijft het verzet tegen de VS en Israël slechts een lege huls.

Hoe moet het verder? 

In het verleden zijn er al verschillende grote protestgolven geweest in Iran. Die zijn er nooit in geslaagd om het tij te doen keren. De belangrijkste reden daarvoor is een verdeelde en weinig georganiseerde oppositie. De organisatie is horizontaal, gedecentraliseerd en bouwt op kleine sociale-medianetwerken. Daarnaast hebben de demonstranten geen echt boegbeeld die een vuist kan maken tegen de huidige machthebbers. Volgens analisten is de in ballingschap levende zoon van de laatste sjah, Reza Pahlavi, geen serieuze kandidaat.

Vandaag komt daar de buitenlandse inmenging bij. Zoals we hierboven aangaven ondermijnt de dreiging met oorlog vanwege de VS en Israël de geloofwaardigheid van de oppositie. Er is dan ook een reële kans dat de huidige protesten zullen uitdoven, zoals dat bij vorige protestgolven is gebeurd. Wel valt het op dat de protestgolven zich steeds sneller opvolgen, dat de weerklank ervan groter wordt en dat de hoeveelheid geweld alsmaar toeneemt. 

Op termijn is dit voor de Iraanse regering onhoudbaar. Het aan de kant zetten van de religieuze leiding, zoals nu door de demonstranten geëist wordt, kan een stap in de goede richting zijn, maar is zeker niet voldoende. Naast de religieuze betutteling zal er een antwoord moeten gevonden worden op de sociale afbraak en zal er meer democratische ruimte moeten komen. 

Het lot van het land behoort toe aan de mensen in de straten, niet aan de strategen in het Witte Huis

En dan is er ook nog het risico op oorlog. Met het dreigement van een militaire aanval vanuit Israël en de VS is er – opnieuw – kans op een grootschalig conflict in de regio. Iran heeft gezegd dat het Israël met raketten zal bestoken wanneer het zelf aangevallen wordt. In juni 2025 heeft het getoond dat het in staat is om Israël in zijn hart te raken. 

Echte solidariteit met de Iraanse bevolking betekent het steunen van hun strijd voor brood en democratie, terwijl we ons fel verzetten tegen elke vorm van buitenlandse militaire interventie. De soevereiniteit van Iran moet worden gerespecteerd. Het lot van het land behoort toe aan de mensen in de straten, niet aan de strategen in het Witte Huis.

In dat kader moet er ook kritisch gekeken worden naar de Europese en Amerikaanse sancties tegen het land. Naast de noodzakelijke interne hervormingen zou de opheffing van die sancties de meest effectieve manier zijn om de druk op de bevolking direct te verlichten. Een ding is zeker: de Iraanse bevolking staat nog voor een moeilijke periode. 

 

Lees ook:

- Beleeft Iran zijn mei 68? Vijf zaken die je moet weten over de protesten

Note:

[1]CODIR (Committee for the Defence of the Iranian People’s Rights), is een in het VK opgerichte solidariteits- en mensenrechtengroep die campagne voert rond mensenrechten, vakbondsrechten, vrede en democratie in Iran.

Afbeelding
Word DWM Bondgenoot
Steun ons | De Wereld Morgen

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?