Opinie

De toekomst van de Vlaamse identiteit is monddood

Afbeelding
Beeld: theimg, Zee Visuale via canva.com
Beeld: theimg, Zee Visuale via canva.com
De Vlaamse regering maait het middenveld niet alleen kort - ze hakt er doelbewust de koppen af. Wat blijft er dan nog over van de democratie en de Vlaamse identiteit?

Begin november besloot de Vlaamse regering de subsidies volledig stop te zetten voor LABO vzw en HOTM. De steun aan Vrede vzw, Vredesactie, Climaxi en DeWereldMorgen wordt herleid tot een symbolisch minimum. Dit alles gebeurde tegen het advies in van de beoordelingscommissie van het Departement Cultuur, Jeugd en Media, die hun dossiers net wél positief evalueerde voor de beleidsperiode 2026–2030.

Onder de naam Tegenmacht stappen deze organisaties nu naar de Raad van State, omdat deze beslissing het subsidiedecreet, het Cultuurpact, het rechtszekerheidsbeginsel én het zorgvuldigheidsbeginsel schendt.

De maatregel is geen inhoudelijke keuze, het is pure politieke ruilhandel. De Vlaamse regering voert een soort wafelijzerpolitiek binnen haar eigen grenzen: zoals in de jaren zeventig elke investering in Vlaanderen gecompenseerd moest worden door een even grote in Wallonië, zo moet vandaag elke ‘rechtse’ organisatie die sneuvelt gecompenseerd worden door een ‘linkse’ kop op het hakblok. Zo wordt het “evenwicht” dan zogezegd bewaard.

De officiële motivering van de regering luidt, echter, dat de getroffen organisaties steun verlenen aan acties van Code Rood of “niet ondubbelzinnig afstand nemen van gewelddadige acties”. Terwijl geen van de organisaties betrokken was bij gewelddadige feiten. Sterker nog, bij het verslag van Labo vzw was het enige minpuntje “dat hun werking zich voorlopig nog te weinig buiten Gent afspeelt”. Over Code Rood dus geen woord. 

Dit toont aan dat de Vlaamse regering een politiek-ideologische agenda uitvoert waarin kritische stemmen niet worden getolereerd. En dat brengt ons bij een fundamentele vraag: Als het kritisch middenveldwerk niet langer waardig wordt geacht om ondersteund te worden en dus niet meer past binnen het beeld van de Vlaamse identiteit, wat blijft er dan over van ‘Vlaming zijn’?

De Vlaamse identiteit

De beslissing om kritische stemmen financieel te muilkorven zegt uiteindelijk minder over de geviseerde organisaties dan over het Vlaanderen dat de regering zichzelf voorhoudt. Het is het beeld van een regio die liever een braaf, eenduidig verhaal bewaakt dan ruimte laat voor frictie, debat en tegenspraak. Daarom is deze subsidiebeslissing geen neutrale beleidskeuze, maar een identitaire daad: een poging om af te bakenen wie nog als “Vlaming” mag gelden en wie door kritische analyse buiten de gemeenschap wordt geplaatst.

Wat vandaag als “te kritisch” wordt weggezet, fungeerde gisteren vaak als hefboom voor maatschappelijke vooruitgang

Die poging botst nochtans met een fundamenteel gegeven: er bestaat geen eenduidige, vastomlijnde definitie van “de Vlaming”. Vlaanderen is historisch geen homogeen project geweest, maar een politieke en culturele ruimte die voortdurend is gevormd door conflict, emancipatie en verzet. Precies daarom is het kritische middenveld geen randverschijnsel, maar een drijvende kracht binnen die geschiedenis. Sociale bewegingen, vakbonden, vredesorganisaties, feministische en ecologische collectieven hebben meegestreden voor sociale rechten, democratische inspraak, culturele ontvoogding en internationale solidariteit. Wat vandaag als “te kritisch” wordt weggezet, fungeerde gisteren vaak als hefboom voor maatschappelijke vooruitgang.

Die historische rol van kritiek en organisatie staat bovendien niet los van het Vlaams-nationalisme zelf. Dat nationalisme is nauw verweven met de Vlaamse Beweging, die ontstond uit de strijd tegen taalkundige en sociale ongelijkheid. Zoals verschillende sociologische en historische studies aantonen, viel de mobilisatie van “het eigen volk” samen met het inzetten van taal als instrument van emancipatie. Het volk was daarbij geen vaststaand gegeven, maar werd politiek gevormd door organisatie, bewustwording, kritiek en collectieve actie.

In dat licht is het belangrijk om te begrijpen hoe identiteit binnen het Vlaams-nationalisme wordt geconstrueerd. Zoals Gina Heyrman stelt in Populisme, de logica van het nationalisme, verbindt het Vlaams-nationalisme ‘taal’, ‘cultuur’ en ‘volk’ tot een politiek discours met een dubbel karakter. Die verbinding kan emancipatorisch werken en leiden tot bewustzijn en mondigheid, maar kan evengoed omslaan in een conservatief ideaal van een zogenaamd “authentieke” gemeenschap: homogeen, afgebakend en beschermd tegen vermeende volksvijandige invloeden. In dat laatste geval wordt identiteit niet iets wat groeit door debat en verschil, maar iets wat bewaakt moet worden via uitsluiting.

Afbeelding
Op een actie van De Federatie kwam het middenveld samen in Brussel. Foto: De Federatie.
Het middenveld kwam in december samen in Brussel voor de actie 'Kust ze'. Foto: De Federatie.

Wanneer een regering vandaag het kritische middenveld viseert, keert ze die geschiedenis om. Ze herleidt Vlaamse identiteit tot gehoorzaamheid en verwart loyaliteit met stilte. “Vlaming zijn” wordt zo geen open en pluralistisch proces meer, maar een norm waaraan men zich moet onderwerpen. Wie vragen stelt, wordt verdacht. Wie analyseert, wordt gesanctioneerd.

De echte vraag is dus niet of deze organisaties te ver gaan, maar welk Vlaanderen hier wordt afgebakend: een Vlaanderen dat kritiek verdraagt en zichzelf durft bevragen, of een Vlaanderen dat zijn eigen democratische wortels verloochent.

‘Geld-flamingantisme’

Deze subsidiesaga staat niet op zichzelf, maar past in een bredere reeks maatregelen waarmee zowel de Vlaamse als de federale regering het middenveld systematisch uitholt. In oktober verbood de Vlaamse regering, onder impuls van minister van Financiën Ben Weyts (N-VA), het gebruik van subsidies voor administratieve en juridische procedures tegen de overheid. Ofwel: kritische organisaties mogen nog bestaan, zolang ze zwijgen. Wie zich juridisch of inhoudelijk verzet, wordt financieel drooggelegd. 

In een beleid dat maatschappelijke waarde steeds vaker herleidt tot meetbare winst, worden kritische reflectie, cultuur en collectief denken weggezet als ballast

Kritische organisaties worden niet gecorrigeerd vanwege inhoud, impact of kwaliteit, maar omdat ze hun rol opnemen als tegenmacht. En tegenmacht brengt geen onmiddellijk economisch rendement op. In een beleid dat maatschappelijke waarde steeds vaker herleidt tot meetbare winst, worden kritische reflectie, cultuur en collectief denken weggezet als ballast.

Die logica sijpelt ook door in andere maatschappelijke structuren, zoals het onderwijs- en cultuurbeleid. Kunst, sociaal werk en burgerschapsvorming moeten zich voortdurend verantwoorden in termen van “return on investment”, terwijl hun maatschappelijke functie net ligt in het bevragen van dat kader. Soft skills, kritische vorming en cultuur worden zo langzaam uitgehold, niet omdat ze overbodig zijn, maar omdat ze niet renderen binnen een strikt economisch bestel.

Zo verschuift de Vlaamse identiteit meer en meer naar een soort van ‘geld-flamingantisme’: een Vlaamse identiteit die niet gebouwd wordt op gedeelde waarden, historische reflectie of pluralisme, maar op economische bruikbaarheid en politieke gehoorzaamheid. Kritiek wordt geen teken van betrokken burgerschap meer, maar een kostenpost die geëlimineerd moet worden. Dit is gevaarlijk voor onze democratie, want een gemeenschap die haar kritische stemmen elimineert, verliest niet haar tegenstanders, maar haar vermogen tot zelfreflectie.

Onze toekomst

Ironisch genoeg staat dit beleid haaks op de identiteit die Vlaams-nationalistische partijen zelf naar voren schuiven. Volgens een analyse van TopAtelier uit 2025 verwijst de centrale figuur van het Vlaams-nationalisme - Bart De Wever - naar taal, cultuur en gedeelde waarden uit de Verlichting als fundamenten van de Vlaamse identiteit. De Verlichting wordt daarbij niet voorgesteld als een breuk met het verleden, maar als een kritisch denkkader dat waarschuwt tegen een blind universalisme en doorgedreven individualisering. Integendeel, zo stelt de analyse, De Wever pleit expliciet voor een herwaardering van gemeenschap, kritisch denken en rationaliteit.

Die waarden zijn historisch gezien allesbehalve vreemd. De Vlaamse ontvoogding is immers gegroeid uit kritiek, verzet en collectieve organisatie: tegen Franstalige dominantie, tegen sociale ongelijkheid, en vóór politieke en culturele zelfbeschikking. De Vlaamse identiteit werd niet opgebouwd door gehoorzaamheid, maar door contestatie. Het is dan ook opmerkelijk en paradoxaal dat dezelfde regering vandaag net die kritische gemeenschap niet langer waardig acht om in te investeren.

Een politiek die geen kritische tegenmacht verdraagt, effent niet het pad naar stabiliteit, maar naar radicalisering

De Verlichting wordt vaak opgevoerd als fundament van de democratie, maar in de huidige beleidskeuzes lijkt de Vlaamse regering dat democratische spoor zelf te verlaten. Mijn begrip van Vlaamse identiteit sluit eerder aan bij het denken van politicologe Chantal Mouffe, die pleit voor een 'agonistische' democratie: een politiek model waarin tegenstellingen niet worden uitgewist, maar erkend en uitgevochten binnen gedeelde democratische spelregels. Conflict, passie en tegenspraak zijn daarin geen bedreigingen, maar noodzakelijke voorwaarden voor een levendige democratie en een betekenisvolle vrije meningsuiting.

Een politiek die geen kritische tegenmacht verdraagt, effent niet het pad naar stabiliteit, maar naar radicalisering. En net dat staat haaks op wat Vlaanderen historisch is geweest: geen monolithisch blok, maar een veelstemmige gemeenschap van uiteenlopende geschiedenissen en narratieven met - niet onbelangrijk - een hardnekkige voorliefde voor het opentrekken van een grote mond.

Daarom is de inzet van de juridische strijd van Tegenmacht groter dan het lot van enkele organisaties. Het gaat om de vraag of kritiek opnieuw erkend mag worden als een wezenlijk onderdeel van het Vlaamse democratische weefsel. Als Tegenmacht deze strijd wint en de subsidies worden hersteld, is dat meer dan een administratieve correctie: het is een signaal dat tegenstemmen niet hoeven te verdwijnen om te mogen bestaan.

Misschien ligt daarin de hoop: dat Vlaanderen zich herinnert dat haar kracht nooit lag in stilte of volgzaamheid, maar in het recht - en de moed - om te blijven denken en vooral hun mond open te trekken.

 

Afbeelding
Word DWM-bondgenoot
Steun ons | De Wereld Morgen

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?