De weg naar duurzaam voedsel is een strijd op vele fronten
Het boek ‘Grondgenoten’ draait om de vraag hoe de wereldbevolking tot gezonder en duurzamer voedsel kan komen. De vraag is veelzijdig en dat geldt ook voor het antwoord. Auteur Dirk Holemans presenteert een heel pakket aan ideeën en deskundigen. Het boek is dan ook geen hap-slik-weg geworden, om in de beeldspraak van de voedselindustrie te blijven.
Gezonder eten? Eet gezamenlijk!
Het aardigste en eenvoudigste idee dat Holemans aanreikt om gezonder te eten is samen tafelen. Holemans verwijst naar de Italiaanse migrantenfamilies in de jaren zestig in de Verenigde Staten. Die namen de tijd voor het eten: het eten was vers en aan tafel heerste verbondenheid. Uit onderzoek is gebleken dat in deze groep minder hartaanvallen waren dan gemiddeld in de rest van de Verenigde Staten omstreeks die tijd.
Dichter bij huis noemt Holemans het initiatief van de organisatie Aroma’s in Gent en Leuven. Hier koken oudere mensen samen met jongeren, leren zij over en weer van elkaars kooktips en eten samen. De organisatie redt voedseloverschotten van winkels en restaurants en gebruikt die bij de bereiding, de deelnemers eten in rust. Het initiatief is sociaal belangrijk, maar ook duurzaam en gezond.
Veel mensen wonen alleen, eten met haast
Het contrast met de huidige dagelijkse praktijk is groot. Veel mensen wonen alleen, hebben haast of moeten lang reizen van en naar hun werk. Het samen aan tafel zitten met een grotere groep, waarbij er één iemand de verantwoordelijkheid heeft genomen om verstandig te koken, is meestal een illusie. Het is deze context, schrijft Holemans, “waar fabriekseten perfect op inspeelt. Klaar om altijd, overal en alleen te eten”.
Landbouw- en voedselsystemen eerlijker maken
Het idee om met aandacht te koken en samen te tafelen helpt om gezonder te eten, maar niet om de achterliggende landbouw- en voedselsystemen gezonder en eerlijker te maken, zoals Holemans ook graag wil.
Een stap verder in die richting gaat het door Holemans genoemde idee om aan kinderen structureel schoolmaaltijden te geven, zoals dit bijvoorbeeld in Finland gebeurt. Die maaltijden kunnen niet alleen gezonder zijn dan wat kinderen misschien thuis aan fabriekseten opgedist krijgen, maar het is ook een kans om kinderen nieuwe smaken mee te geven.
“Het effect overstijgt de schoolmuren. Kinderen kunnen via hun bord nieuwe gewoontes introduceren aan de keukentafel thuis. Zoals bij het klimaat: ook hier kunnen ze, met hun ontwapenende helderheid, hun ouders wijzen op wat nodig is voor mens en planeet.”
Hulp bij de uitzichtloze wedloop van schaalvergroting en intensivering
Samen eten en schoolmaaltijden zijn voor burgers nog redelijk makkelijk te organiseren. Moeilijker wordt het al wanneer ze de boeren willen helpen met een duurzamere landbouw. De boeren hebben er, in de visie van Holemans, baat bij als ze worden geholpen “in de uitzichtloze wedloop van schaalvergroting en intensivering”. Niet alleen met subsidies en heldere regelgeving, maar ook met politieke steun voor alles wat boeren meer doen dan voedsel produceren.
“Rendement wordt ruimer gedefinieerd”, beschrijft Holemans deze toekomstvisie. “Niet enkel kilo’s en euro’s, maar ook regeneratie van de bodem en gemeenschap, biodiversiteit die terugkeert, de boerderij als plaats van samenkomst.”
Want het is de agro-industrie die de boeren opjaagt, maar ook uit elkaar speelt. De klassieke familiale bedrijven die het systeem volgen en niet anders kunnen dan voor schaalvergroting gaan, worden opgezet tegen boeren die het ecologisch willen aanpakken.
Opzettelijk twijfel zaaien over duurzaamheid en gezondheid
Nog ingewikkelder wordt het om invloed te krijgen op de grote krachten achter de voedselketen. Het boek verwijst naar het door de voedingssector betaalde onderzoek en naar rechtszaken, bedoeld om twijfel te zaaien over wetenschappelijke inzichten over duurzaamheid en gezondheid. Grote voedselbedrijven als Nestlé of Coca-Cola zetten bovendien hun geld en invloed in om wereldwijd de markt open te houden voor hun producten.
Over deze multinationals, door voorvrouw Margaret Chan van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO “Big Food” genoemd, zegt het boek dat hun gezamenlijke investeringen tussen 1985 en 2000 zijn gestegen van 61 miljoen dollar tot 1.068.000 miljoen dollar, en dat het budget nadien nog door is blijven stijgen.
“De jaarlijkse omzet van de grootste bedrijven is groter dan het bbp van middelgrote landen en ze hebben miljarden klaarliggen om in nieuwe markten of technologie te investeren”, verzucht Holemans.
Uit de greep van de markt
De voedselketen verbeteren is dus een moeilijke strijd die op vele fronten bevochten moet worden. Holemans diept gelukkig ook verder uit hoe die strijd gevoerd moet worden. Een finale overwinning in één keer zit er niet in. Dit is iets van de lange adem.
Transitiemanagement, doceert Holemans, moet op verschillende niveaus gebeuren en verloopt in verschillende fases. Bij de Finse schoolmaaltijden noemde hij het element van de verandering van de publieke opinies via de smaak van kinderen en jongeren.
Een andere rol in de strijd ziet Holemans voor coöperaties. Die kunnen een tegenwicht vormen tegen de grote industrieën met hun aandeelhouders, maar kunnen ook als tegenwicht dienen tegen de durf van een enkeling, die daarmee kwetsbaar is.
Het voordeel van coöperaties is dat hun besluitvorming meer kans geeft op verandering, omdat hier elke deelnemer één stem heeft op de Algemene Vergadering, ongeacht hoeveel aandelen die deelnemer heeft in de coöperatie. Dat is dus een andere beslismethode dan bij commerciële bedrijven, waar partijen met veel aandelen besluiten kunnen doordrukken.
De transitie kan gebeuren door de overheid, de markt en burgers te veranderen
De transitie kan gebeuren door de overheid, de markt en burgers te veranderen, vat Holemans het proces samen. Verwijzend naar onder meer de econoom Karl Polanyi schrijft Holemans instemmend: “Willen we de economie opnieuw inbedden, dan moeten arbeid, land en geld niet langer louter als koopwaar worden behandeld, maar opnieuw uit de greep van de markt gehaald.” Boeren en burgers moeten voor deze strijd de handen ineenslaan.
Boeren en Burgers als bondgenoten
Wat dat bondgenootschap betreft is het alleen jammer dat Holemans niet beter heeft uitgewerkt hoe hij deze gedroomde opkuisbeweging van de voedselketen wil noemen. Want de term Boeren Burger Beweging, die Holemans ook als hoofdstuktitel gebruikt, is intussen gekaapt door de Nederlandse politieke partij BBB, die zo ongeveer het omgekeerde lijkt te willen van wat Holemans aanprijst.
Holemans verwijst nota bene zelf kritisch naar deze conservatieve Nederlandse partij. “Alleen al de naam is een mistgordijn. De partij komt helemaal niet voort uit boeren of burgers. Er is ook nooit een beweging geweest. De stichters zijn agri-journaliste Caroline van der Plas en communicatiebureau ReMarkAble, dat voor industriële veeteeltbedrijven werkt.”
Als Holemans heeft bedoeld de koppeling van de woorden Boeren en Burger te willen terugkapen voor de goede zaak, dan had hij dit zeker beter mogen uitleggen. Nu blijft het verwarrend dat voor het Nederlandse taalgebied twee tegenstrijdige kampen zich van hetzelfde label zouden bedienen.
Boek over gezond voedsel is zelf een hele boterham
Ook spijtig is dat het boek door zijn alomvattende aanpak zelf een hele boterham is geworden. Holemans heeft het hele slagveld beschreven. Van de verslavende werking van suiker, langs kolonialisme, ziekten veroorzaakt door ongezonde voeding, de effecten van de klimaatcrisis op waterbeheer, oogsten, hongersnoden en de toegenomen werkdruk van boeren.
Daarbij presenteert Holemans zoveel oplossingen en analyses, gesprekken met mensen en verwijzingen naar rapporten en onderzoeken, dat de verhaallijn had gewonnen als Holemans meer ruimte had genomen voor eigen overkoepelende gedachten of samenvattingen. De persoonlijke toon van het boek had zich daar bovendien goed voor geleend.
Dat het boek eindigt met enkele recepten past dus bij de gekozen veelvormige aanpak. De recepten zitten niet in de weg, je kunt ze bereiden of overslaan. Maar een dergelijk verrassend slot van het boek onderstreept hoe Holemans en de samenstellers van uitgeverij EPO alle registers hebben opengetrokken. Dit boek bevat een schat aan interessante informatie en denklijnen, maar als op deze wijze zoveel bronnen en zegspersonen passeren, gaat dat helaas wel ten koste van een heldere boodschap.
Dirk Holemans, Grondgenoten, een voedselrevolutie van Boeren en Burgers, Berchem: EPO, 2025, 255 pp.