Sahel op scherp: grijpen jihadi’s de macht in Mali?
Sinds september ligt het zuiden van Mali in de houdgreep van Jama’at Nusrat al-Islam wal-Muslimin (JNIM), een al-Qaida-gelieerde groep. Hun tactiek is eenvoudig maar doeltreffend: brandstoftankers uit Ivoorkust, Senegal en andere kuststaten aanvallen, chauffeurs ontvoeren of doden, en zo de hoofdstad Bamako langzaam doen verstikken.
De blokkade is geen klassieke belegering met loopgraven. Het is een netwerk van gerichte aanvallen op levensaders: wegen, bruggen, logistieke knooppunten. Het resultaat is hetzelfde: schaarste, angst en een hoofdstad die op rantsoen draait.
In Bamako, een stad van vier miljoen mensen, zijn lange files aan de pompen dagelijkse kost. Generatoren vallen stil en zonder diesel is er in wijken geen elektriciteit. Openbaar vervoer stokt, winkels sluiten, de prijzen van basisvoeding stijgen. Scholen en universiteiten zijn dicht en ouders blijven thuis omdat er geen vervoer is.
Junta onder druk
De militaire machthebbers kwamen in 2020 aan de macht met de belofte veiligheid te brengen. De machtswissel maakte een einde aan samenwerking met Frankrijk en de VN, en zette de deur open voor Rusland, eerst via Wagner, nu via Africa Corps.[1] Die verschuiving leverde geen veiligheid op. Ondanks Russische aanwezigheid worden legerposten aangevallen, wapens buitgemaakt en regio’s geïsoleerd.
Het doel van JNIM is niet zozeer om de stad in te nemen, maar wel om politieke concessies af te dwingen en hun legitimiteit te vergroten
De Malinese strijdkrachten zijn gebouwd voor conventionele oorlog, maar vechten een asymmetrisch conflict. JNIM is mobiel, gedeconcentreerd en lokaal verankerd. Motorrijders en lichte wapens volstaan om lange, slecht onderhouden wegen onveilig te maken. Insurgenten mengen zich in gemeenschappen en kennen het terrein, eenheden van het leger bewegen traag, voorspelbaar en kwetsbaar voor hinderlagen.
Daarbovenop komt de politieke erfenis: decennia van verwaarlozing, corruptie en hardhandige operaties hebben vertrouwen in de staat uitgehold. In veel rurale zones staat ‘de komst van de overheid’ gelijk aan onveiligheid. Zonder lokale informanten en geloofwaardige bescherming til je geen blokkade op, hoeveel checkpoints je ook inricht.
Vandaag luiden diplomaten en veiligheidsexperts de alarmbel: de druk op de junta is “ongezien” en het risico op een nieuwe staatsgreep “zeer hoog”. De ambassades van onder andere de VS, het VK, Italië, Australië en Duitsland roepen hun burgers op om het land te verlaten.
Volgens waarnemers is het doel van JNIM niet zozeer om de macht te veroveren en de stad in te nemen, want daar zijn ze niet toe in staat, maar wel om politieke concessies af te dwingen en hun legitimiteit te vergroten.
Een val of verzwakking van het regime in Bamako zou een schokgolf sturen door de regio
Er zijn wellicht drie mogelijke scenario’s. Eén: nog een coup, deze keer vanuit spanningen in de militaire top zelf. Twee: een gecontroleerde opening waarbij de junta met JNIM onderhandelt over macht en territoriale invloed. Drie: een escalatie waarin de hoofdstad langdurig afgesneden blijft en sociale onrust uitbreekt.
Mocht Bamako toch in handen van JNIM vallen, dan dreigt Mali af te glijden naar een islamitische republiek met een strikte interpretatie van de sharia. Dat zou aansluiten bij een jihadistische agenda zoals gezien in Taliban-geleid Afghanistan of in Syrië, waar voormalig rebellenleider Ahmed al-Sharaa (Abu Mohammed al-Jolani) nu aan het hoofd staat.
Dat zou een precedent scheppen in West-Afrika en een vrijhaven voor transnationaal jihadisme. De Sahel-junta’s van Burkina Faso en Niger sloten een alliantie met Mali, maar delen dezelfde kwetsbaarheden. Een val of verzwakking van het regime in Bamako zou een schokgolf sturen door de regio en zou zelfs kunnen overwaaien naar rijkere kuststaten als Benin, Ghana en Ivoorkust.
Jihadisme
JNIM combineert militaire druk met bestuur door dwang. In steden en dorpen onder hun invloed leggen ze reisbeperkingen op, innen 'zakat'[2] en heffingen op ambachtelijke goudmijnen, en dwingen kledingvoorschriften af voor vrouwen op transport. Mensenrechtenorganisaties documenteren buitengerechtelijke executies, processen zonder eerlijkheidswaarborgen en een inperking van onderwijs.
De jihadistische groeperingen in de regio zijn groot geworden door de chaos en het machtsvacuüm na de val van Libische president Khadaffi in 2011. Die werd ten val gebracht door een combinatie van luchtbombardementen van de NAVO en een invasie van door het Westen getrainde en bewapende jihadi’s.
Het Westen lijkt maar geen lessen te trekken uit de geschiedenis van interventies in Irak, Afghanistan, Libië en Syrië
Na de val van Khadaffi keerden duizenden voornamelijk Toearegstrijders[3] die in Libië hadden gediend terug naar Mali en Niger, vaak met zware wapens uit Libische depots. Die mensen en het wapentuig voedden de Toeareg‐opstand van begin 2012 in Mali én versterkten jihadistische formaties zoals Ansar Dine/AQIM, de kiem van het huidige JNIM.
Daarnaast veroorzaakte de instorting van Libië een langdurige wapenstroom door de Sahara‐routes via Niger en Algerije richting Sahel, wat gewapende groepen in Mali, Burkina Faso en Niger sterker en mobieler maakte. Dat patroon – “Libische wapens, Sahelse routes” – is goed gedocumenteerd door de VN en gespecialiseerde instituten.
Lessen uit de geschiedenis
Het Westen lijkt maar geen lessen te trekken uit de geschiedenis. Westerse interventies in Irak, Afghanistan, Libië en Syrië hebben geen stabiele staten gecreëerd maar machtsvacuüms, kapotte instellingen of onbeheersbare wapenstromen.
Precies in die leegte groeiden jihadistische netwerken uit tot regionale machten die grenzen en regeringen overstijgen. En dan hebben we het nog niet over de vluchtelingenstromen die ze veroorzaakten.
Notes:
[1] Africa Corps is de door de Russische staat aangestuurde opvolger van de Wagner-militie: een expeditionaire formatie die in meerdere Afrikaanse landen regeringen beveiligt, lokale troepen traint en tegen betaling militaire operaties uitvoert.
[2] Zakat is de verplichte islamitische liefdadigheidsbijdrage waarbij moslims een vast percentage van hun vermogen afstaan aan behoeftigen als een van de vijf zuilen van de islam.
[3] Toearegstrijders zijn gewapende leden uit de Toeareg-gemeenschap, een Berberse, grotendeels nomadische bevolking in de Sahara-Sahel (onder andere Mali, Niger, Algerije en Libië) die periodiek in opstand kwam voor meer autonomie, veiligheid en politieke erkenning. Een deel vocht als huurling in Libië onder Khaddafi en keerde na 2011 met wapens terug, wat conflicten in Noord-Mali aanwakkerde.