Open brief

Bart De Wever schrijft vriend Benjamin Netanyahu een solidaire brief

Afbeelding
Bewerkt beeld: Dati Bendo/ CC BY 4.0,  Artulina van Artulina, via Canva.com
Bewerkt beeld: Dati Bendo/ CC BY 4.0, Artulina van Artulina, via Canva.com
Ooit, binnen tien, vijftien of twintig jaar, zal een klokkenluider of een onderzoeksjournalist op de correspondentie stoten die zionisten als Bart De Wever (N-VA) of Georges-Louis Bouchez (MR) met hun denkgenoten in Israël onderhielden, toen de Palestijnse genocide gaande was. Ludo De Witte bekijkt hoe die briefwisseling eruit zou kunnen zien.

Het is niet denkbeeldig, eerder waarschijnlijk, dat Bart De Wever bijvoorbeeld de Israëlische premier vandaag 2 september 2025 per diplomatieke post een brief stuurt.

Een brief die de diepste gedachten van ‘redelijke’ zionisten als De Wever, Macron of Starmer anno 2025 verwoordt. Zoals louter symbolische toegevingen om in Europa het verzet tegen de genocide te verzwakken, en pleidooien bij Israël om de uithongering van kinderen te stoppen, zodat de humanitaire kaart uit handen van dat verzet wordt geslagen. Daarnaast een perspectief openen op een herhaling van de Oslo-akkoorden (1993,1995), waarbij een vage belofte op een Palestijnse staat, ergens in de toekomst, de voortgaande kolonisering van Palestina onder auspiciën van Israël en het collaborerende regime van Mahmoud Abbas wordt uitgerold.

Vraag is of de fascisten in de Israëlische regering, die aan de stuurknoppen zitten, honger als genocidaal wapen willen opgeven. Het regime radicaliseert, precies zoals ooit het Hitler-regime radicaliseerde en pas begin 1942 besloot het Joodse volk fysiek te vernietigen.

De brief zou er zo kunnen uitzien: 

Geachte premier Netanyahu,

Zoals uw diensten allicht al hebben gemeld, heeft de Belgische regering op 2 september een standpunt ingenomen over de gebeurtenissen die door de terreuraanval van Hamas zijn uitgelokt.

U kent mijn standpunt, want ik overleg geregeld met uw ambassadeur en het laat aan duidelijkheid niets te wensen over: Israël verdient alle steun, als toevluchtsoord voor het Joodse volk én als baken van democratie in een wereld waar islamextremisme aan een opmars bezig is.

Onverdroten heb ik in mijn partij, de N-VA, dat standpunt verdedigd. Met succes, want standpunten zoals die van N-VA-politici als Piet De Bruyn, Mark Demesmaeker en Wilfried Vandaele, die in 2018 als toenmalige volksvertegenwoordigers in een open brief de, hoe zij het noemen, 'Israëlische kolonisatie van Palestina' als “een oorlogsmisdaad” kapittelen, zijn een ver verleden.

Het regeringsstandpunt van vandaag is een compromis. Het is zeker het mijne niet, maar ik wil het bij u verdedigen, want het redt het essentiële en neemt hopelijk de druk weg op ons land om verdere stappen te ondernemen.

Want bij brede bevolkingslagen leeft afschuw voor de beelden die hen elke dag via de telefoon bereiken, zonder de nodige filters of contextualisering. Kortom, de druk was voor mijn regering te groot geworden om die te blijven negeren.

Jens Franssen, journalist van onze openbare omroep zegt dan wel dat het regeringsstandpunt ‘"verregaand en ongezien is in de laatste twintig jaar". En de bewering van Conner Rousseau dat Israël “het zal gaan voelen in de portemonnee”, zijn woorden die er vooral voor zorgen dat het regeringscompromis bereikt wat mijn bedoeling is: de bevolking ervan overtuigen dat bereikt is wat bereikt kan worden, en dat agiterende pro-Palestijnse groepen moeten gemarginaliseerd worden – maar dat zonder wezenlijke verandering.

Bij wijze van voorbeeld, vermeld ik de kop van de toonaangevende Vlaamse krant De Standaard: “België gaat producten uit door Israël bezette gebieden boycotten”. Let wel: Israël blijft buiten schot.

En zelfs “de bezette gebieden” (die uw coalitiepartners willen annexeren) blijven allicht zo goed als buiten schot, zo schrijft de krant:

“Toch is uitvoering ervan niet zo eenvoudig. De Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever zijn economisch volledig geïntegreerd in de Israëlische economie. Het gaat om groente- en fruitbedrijven, maar ook om industriegebieden waar fabrieken en ateliers staan, en om de productie van cosmetica met mineralen uit de Dode Zee. Alle producten die er vervaardigd en geteeld worden, krijgen het stempel Product of Israel en worden via Israëlische havens en vliegvelden naar de exportmarkten verscheept.”

Noteer voorts dat voor alle andere mogelijke sancties tegen Israël (zoals inperking van het Associatie-akkoord EU-Israël) beslissingen worden doorgeschoven naar Europa, het niveau dat veraf staat van emodruk van onderuit.

En dan is er de erkenning van de Palestijnse staat. Een erkenning die aan voorwaarden is gebonden: Hamas moet ontwapend worden en de 49 Israëlische gijzelaars moeten vrijgelaten worden. Het betekent dat het Palestijnse volk een staat zou kunnen krijgen, wanneer de weg is vrijgemaakt voor de Palestijnse Autoriteit van Mahmoud Abbas.

Een Palestijnse Autoriteit die al decennia de gebieden in samenwerking met de Joodse staat bestuurt en garant staat voor de veiligheid van Israël. We zouden op die manier een herhaling krijgen van de Oslo-akkoorden tussen Mahmoud Abbas en Shimon Peres. Akkoorden die de afgelopen drie decennia zorgden voor een vage belofte op een Palestijnse staat, maar in de praktijk de Israëlische voetafdruk op het land From the river to the Sea versterkten.

Sta me toe dat ik een kanttekening bij dit regeringscompromis plaats. Als mijn regering een standpunt heeft uitgewerkt dat ver van het mijne staat, dan heeft dat niet te maken met de agitatie van pro-Palestijnse activisten of ‘Hamas-supporters’.

Die agitatie had tot april-mei van dit jaar weliswaar een impact, maar bleef toch grotendeels beperkt tot sociale media. Die propaganda kreeg niet echt greep op de massamedia. Journalisten en cruciale opiniemakers bleven weliswaar kritisch, maar toch welwillend de ontwikkelingen volgen.

Ik durf daaruit te besluiten dat de grote strategische assen van het Israëlische beleid hier niet echt in vraag worden gesteld.

De omslag kwam er evenwel toen uw regering besloot om de voedselinvoer in Gaza zwaar terug te schroeven: het beeld van hongerende kinderen, en niet de strategische keuzes van Israël, zorgden voor een omslagpunt dat de publieke opinie hier deed kantelen in een afwijzing van het Israëlische beleid.

Als vriend van Israël suggereer ik daarom om die humanitaire kaart uit handen van antisemitische krachten te slaan, zodat de Joodse staat ongehinderd en met de noodzakelijke internationale steun kan doorgaan met te doen waarvoor hij is opgericht: het Joodse volk een veilige thuishaven bezorgen. Cedendo vinces!

In solidariteit,

Bart De Wever

PS. Voor wie het nog niet begrepen heeft, deze brief is fictie.

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?