Waarom Brussel geen grip krijgt op zijn criminaliteit
Brussel kreunt onder toenemende drugscriminaliteit, met gewelddadige afrekeningen, schietpartijen en een groeiend gevoel van onveiligheid in bepaalde wijken. Ondanks miljoeneninvesteringen, steeds meer camera’s en stevige politieacties raakt het probleem maar niet opgelost.
Een fundamentele oorzaak blijft onderbelicht: de politie die deze stad moet beschermen, is amper verankerd in Brussel zelf. Lokale agenten zijn pendelaars die de stad niet kennen, haar bewoners niet begrijpen en geen deel zijn van het sociale weefsel.
Buitenstaanders
In 2023 woonde nog slechts 23 procent van de Brusselse lokale politieagenten in het gewest zelf. De overige driekwart pendelt dagelijks naar Brussel vanuit Limburg, Vlaams-Brabant, Waals-Brabant of andere landelijke gemeenten. Vaak gaat het om agenten die, eenmaal hun shift gedaan, terugkeren naar dorpen die qua realiteit weinig tot niets met Brussel gemeen hebben.
Een wijkagent die de taal, cultuur of leefwereld van de wijk niet kent, mist informatie en het vertrouwen dat cruciaal is voor effectieve politiezorg
Wat nog schrijnender is: slechts 2 à 3 procent van het volledige Brusselse politiekorps heeft een migratieachtergrond, terwijl minstens 86 procent van de Brusselse bevolking daar wél toe behoort. Een wijkagent die de taal, cultuur of leefwereld van de wijk niet kent, mist niet alleen informatie, maar ook het vertrouwen dat cruciaal is voor effectieve politiezorg.
Een wijkagent die niemand kent in de wijk, die er nooit in de winkelstraat komt, wiens kinderen er niet naar school gaan en die er nooit ’s avonds te voet over het plein wandelt: hoe kan die een band opbouwen met bewoners? Hoe kan die weten wat er leeft?
Een politie die geen afspiegeling is van de bevolking, wekt wantrouwen. Jongeren – vooral met migratieroots – voelen zich sneller geviseerd. Onterechte controles, brute tussenkomsten en gebrek aan communicatie zorgen voor frustraties en spanningen. De realiteit is dat de agent de buurt ziet als risicozone en de buurt de agent ziet als bezetter.
De vergelijking die Peter Fannes in Bruzz maakt is dan ook pijnlijk raak: “Wanneer een combi een rijdend fort in een bezette stad wordt.”
De term ‘nabijheidspolitie’ klinkt mooi, maar is in Brussel vaak een lege huls. Wie woont in Ganshoren, Oudergem of Watermaal-Bosvoorde woont –gemeenten waar wél een aantal agenten wonen – en werkt in Kuregem of Laken, die ziet al snel de kloof.
Politie moet niet alleen zichtbaar, maar ook voelbaar aanwezig zijn in een buurt. Niet als controleur, maar als onderdeel van het leven op straat. Een vaste wijkagent die een voornaam kent, een leerkracht kent, weet wie kwetsbaar is en wie te vertrouwen. Zulke agenten zie je bijna nergens meer in Brussel.
De agent ziet de buurt als risicozone en de buurt ziet de agent als bezetter
Probleem dat al jaren aansleept
Dat gebrek aan verbinding tussen politie en wijk heeft een directe impact op het veiligheidsgevoel én op de criminaliteitsbestrijding. Zonder voeling met de buurt mist de politie informatie, netwerken en nuance. Criminele organisaties – met name in de drugshandel – profiteren van dat vacuüm.
Terwijl buurtbewoners vaak wél weten wie dealt, wie wapens bezit, wie nieuwe jongeren rekruteert, voelen ze zich zelden veilig of gehoord om informatie te delen met de politie. Het gevolg? Een repressief beleid dat achter de feiten aanholt, zonder wortels in de realiteit.
Deze situatie is het resultaat van jarenlang beleid dat geen werk maakte van lokale verankering. Sinds 2012 daalde het aandeel Brusselse agenten dat ook in het gewest woont van 28 procent naar 23 procent in 2023. Uit cijfers van de RSZ blijkt dat die daling zelfs versnelt.
De Brusselse politie is dus steeds minder Brusselaar. En de gevolgen worden intussen op straat gevoeld: meer spanningen, minder vertrouwen, en een criminaliteit die almaar moeilijker te vatten is.
Van pendelpolitie naar Brusselse politie
Vooruit-parlementslid Ilyas Mouani durfde het als eerste hardop te zeggen: de Brusselse politie moet anders worden samengesteld. Hij doorprikt het grote taboe in het veiligheidsdebat en wijst op wat al jaren scheef zit. Want een politie die in Brussel werkt, moet ook uit Brussel komen.
Waarom niet werven in de wijken zelf, met realistische en toegankelijke trajecten voor jongeren met een migratieachtergrond?
Waarom geen premie voor wie werkt én woont in het gewest? Waarom niet werven in de wijken zelf, met realistische en toegankelijke trajecten voor jongeren met een migratieachtergrond? Waarom geen bewust beleid dat inzet op representatie, in plaats van neutraliteit als excuus voor status quo?
In De Afspraak zei Mouani dat er pas echte dialoog kan zijn als de samenstelling van de politie verandert. Die verandering begint met een duidelijke keuze: van pendelpolitie naar Brusselse politie.
Natuurlijk verandert dit het veiligheidsprobleem niet van vandaag op morgen. Een betere representatie en verankering van het korps zal jaren vragen. Experts spreken over een transitie van minstens een decennium. Maar zonder die koerswijziging verandert er niets.
Zolang het korps wordt bevolkt door buitenstaanders, zal het zich gedragen als buitenstaander. En zolang Brussel voor zijn veiligheid blijft rekenen op mensen van buiten de stad, zal het blijven worstelen met een groeiend onveiligheidsgevoel en een politie die gezien wordt als vijand in plaats van bondgenoot.
Lager inkomen en werkloosheid creëren een terrein waarin criminele structuren sneller wortel schieten
Het probleem reikt verder dan de politie alleen. Vandaag gaat 60 procent van de jobs in Brussel naar mensen die er niet wonen. Daardoor zijn goed betaalde banen schaars in de stad, en blijven heel wat Brusselaars in de kou staan.
Het gevolg? Hogere armoede, lager gemiddeld inkomen per inwoner, en toenemende werkloosheid. In zo’n situatie krijg je niet alleen frustratie, maar ook een terrein waarin criminele structuren sneller wortel schieten.
Wie werkloos is zonder perspectief, wordt sneller slachtoffer van uitbuiting of rekrutering. En wie actief blijft, ziet hoe jobs worden ingepikt door flexi-jobbers, externe studenten of buitenlandse gedetacheerden.
Tijd voor politieke keuzes
De criminaliteit in Brussel vraagt om meer dan enkel harde politieacties of nog meer camera’s. Ze vraagt om een grondige herziening van het veiligheidsbeleid, met een focus op nabijheid, vertrouwen en lokale verankering.
De feiten zijn duidelijk en de vraag is wie dit eindelijk durft ernstig te nemen. Want wie Brussel écht veilig wil maken, maakt van de Brusselaar zelf de spil van zijn eigen veiligheid.