Opinie - Chris Vandeweghe

COVID-19: vier lastige vragen voor Ben Weyts vanuit het onderwijsveld

Weyts probeert met zijn goed uitgekiende communicatiestrategie een goede beurt te maken in de media. Vanuit het onderwijsveld hoor je echter steeds meer berichten over zijn falend beleid. In dit artikel vier pertinente vragen die zijn schouwspel doorprikken.

zondag 21 maart 2021 20:18
Spread the love

 

1. Waarom blijft Weyts liegen over de rol van scholen in de verspreiding van het virus?

‘Kinderen zijn niet besmettelijk, meer zelfs, binnen de schoolmuren zijn ze veiliger dan erbuiten. Scholen zijn dan ook geen motor van de verspreiding van het virus.’ Dat was het refreintje dat onze minister van onderwijs tot voor kort alsmaar opdreunde.

Nochtans hadden studies in het buitenland al sinds vorige zomer aangetoond dat dit niet correct is. Ook volgens de gegevens van Sciensano is het al maanden duidelijk dat scholen na het bedrijfsleven veruit de belangrijkste ‘actieve clusters’ zijn van de coronabesmetting. Ondertussen hebben de scholen de bedrijven op dat vlak zelfs ingehaald. (Zie beide grafieken[1]).

grafiek

grafiek

De hardnekkige ontkenning van deze realiteit past goed in zijn politiek kraam. Hij probeert er goedkoop mee te scoren bij de ouders – een enorm kiespotentieel – en hij is de economische elite ter wille. Maar die houding heeft er ook voor gezorgd dat in het onderwijsveld bijna niemand hem nog au sérieux neemt. Erger, ze veroorzaakt onnodig onrust bij het personeel. Meer en meer leerkrachten beginnen te vrezen voor de veiligheid van hun leerlingen, de eigen veiligheid en die van hun gezinsleden.

Volgens de gegevens van Sciensano is het al maanden duidelijk dat scholen na het bedrijfsleven veruit de belangrijkste ‘actieve clusters’ zijn van de coronabesmetting.

Als alle leerlingen na de paasvakantie weer voltijds terug naar school moeten dan zou dat wel eens kunnen leiden tot veel uitval bij het personeel. Het uiteindelijk resultaat zal dan het tegenovergestelde zijn van wat Weyts beoogt, namelijk dat onze leerlingen zoveel mogelijk les krijgen.

2. Waarom doet Weyts er niet alles aan om de scholen zo veilig mogelijk open te houden?

Om de scholen veilig(er) open te houden hadden heel wat maatregelen al lang moeten genomen zijn.

Vooreerst de sneltests. Reeds in de herfst had Weyts ze met veel poeha aangekondigd. Het is ondertussen lente en ze zijn er nog steeds niet. In een interview op 9 maart zei Weyts dat het onmogelijk is om die testen in alle scholen toe te passen. In Oostenrijk worden alle leerlingen tweemaal per week getest.

Ten tweede zijn er de mondmaskers. Daarvan is al lang duidelijk dat die belangrijk zijn om besmettingen in te dijken. Weyts was er echter van in het begin tegen, zelfs voor de leerlingen van het secundair onderwijs. Het is onder druk van de vakbonden dat die verplichting er toch gekomen is. Ook voor het basisonderwijs gingen er maanden geleden al stemmen op om de maskers te verplichten. In sommige lagere scholen is dat gelukkig ook gebeurd (voor de hoogste jaren). Weerom moest Weyts daar niets van weten. Nu de uitbraken in de lagere scholen uit de pan swingen moet hij opnieuw inbinden.

Een zelfde verhaal kan men ophangen over het beperken van leerlinggroepen tot klasbubbels. Iets wat vooral belangrijk is op de speelplaats. Met zo’n klasbubbel wordt de mogelijkheid tot transmissie sterk ingeperkt. Ook daarvan moest Weyts niets weten.

Als Weyts de scholen per se wil openhouden, waarom is hij dan tegen maatregelen die de veiligheid zo goed mogelijk garanderen?

Zoals geweten is ventilatie cruciaal om het besmettingsgevaar in te dijken. Weyts had de lente en de zomer kunnen gebruiken om serieus te investeren in degelijke HVAC-systemen (heating, ventilation, en air conditioning). Dat is niet gebeurd. In plaats daarvan moesten leerkrachten hun ramen en deuren maar wijd opzetten, iets wat uiteraard geen optie meer is eens het een pak kouder wordt.

Ook nu weer, bij het begin van de derde golf, als blijkt dat de scholen samen met de bedrijven de belangrijkste spreidingshaarden zijn, is hij fel gekant tegen meer veiligheidsmaatregelen in het onderwijs. Opnieuw is er politieke druk nodig om hem van gedachten te doen veranderen.

Hoe moet je dat allemaal met elkaar rijmen? Als Weyts de scholen per se wil openhouden, waarom is hij dan tegen maatregelen die de veiligheid zo goed mogelijk garanderen? Op die manier kunnen de scholen uiteindelijk langer openblijven. Is het zijn profileringsdrang die tot deze kortzichtigheid leidt?

3. Waarom zijn de inspanningen van Weyts om leerachterstand bij de leerlingen weg te werken zo ondermaats?

Het hoofdargument van de minister om de scholen zo veel en zo lang mogelijk open te houden is de leerachterstand bij onze leerlingen. Als dat werkelijk zijn grote bekommernis is, waarom gebeurt er dan zo weinig op dat vlak? Waar blijft dan zijn ambitieus plan om die achterstand weg te werken?

In totaal heeft Weyts in Vlaanderen 60 miljoen vrijgemaakt om de leerachterstand weg te werken. 60 miljoen, dat is gewoon peanuts. In Nederland maakt men daar liefst 8,5 miljard voor vrij. In verhouding is dat meer dan 50 maal zoveel.

Als leerachterstand werkelijk de grote bekommernis is van Weyts, waar blijft dan zijn ambitieus plan om die achterstand weg te werken?

Het plan van Weyts straalt dan ook geen enkele ambitie uit. Verder dan wat zomerklasjes en het inzetten van wat gepensioneerde leerkrachten of leerkrachten die nog niet voltijds werken, geraakt hij niet.

In Nederland komt er extra steun vanuit de lerarenopleidingen. Scholen zijn verplicht om aan leerlingen met achterstand de mogelijkheid te geven om extra lessen te geven tijdens de zomervakantie. Er is extra salaris voorzien voor leerkrachten die zo’n lessen geven. Per leerling moeten de scholen van zowel het lager als het secundair onderwijs een plan maken hoe ze de achterstand gaan inhalen. Daarnaast krijgen zwakke scholen extra financiële ondersteuning. Daar kunnen we nog wat van leren.

4. Waarom laat Weyts het onderwijspersoneel in de steek?

Leerkrachten hebben een hels coronajaar achter de rug. Bij de eerste golf hebben ze op enkele dagen tijd een totaal nieuwe en onbekende werkmethode moeten doorvoeren: het afstandsonderwijs. De meeste leerkrachten beschikten niet over de skills en het materiaal om dat op een professionele manier te kunnen doen. Bovendien kost het ontwikkelen van nieuw didactisch materiaal voor dat afstandsonderwijs zoals instructiefilms, leerpaden, enz. bijzonder veel tijd.

De leerkrachten werden hierbij aan hun lot overgelaten. Ze werden niet voorzien van laptops en kregen ook geen extra vergoeding voor het thuiswerk, zoals dat in andere sectoren de gang van zaken is. Maar dat is nog het minste. Het is vooral het ontbreken aan didactische ondersteuning die zwaar doorweegt.

Waarom heeft het departement onderwijs vanaf de eerste lockdown geen plan uitgewerkt om voor de belangrijkste eindtermen didactische en professionele instructievideo’s te maken? In Groot-Brittannië hebben ze vorige zomer 300 leerkrachten aangeworven voor het maken van 10.000 digitale lessen. In China kregen 200 miljoen leerlingen tijdens de lockdown in februari 2020 online les via de televisie. Zelfs een arm land als Nicaragua heeft vorig jaar een uitgebreid aanbod van schooltelevisie ontwikkeld om de leerlingen bij de klas te houden tijdens lockdownperiodes.

Waarom heeft het departement onderwijs vanaf de eerste lockdown geen plan uitgewerkt om voor de belangrijkste eindtermen didactische en professionele instructievideo’s te maken?

In Vlaanderen moeten de leerkrachten maar hun plan zien te trekken. In de tweede en derde graad van het secundair onderwijs zorgt dat voor heel veel extra werk. Komt daar bij dat leerkrachten daar ook dubbele shifts draaien omdat ze live onderwijs moeten combineren met online onderwijs.[2]

Alsof dat nog niet genoeg is moeten de leerkrachten van de tweede graad ook nog eens de modernisering van het onderwijs in een recordtempo organiseren tegen september.[3] In normale omstandigheden is dat op zo’n korte tijd al een huzarenstuk. In coronatijden is dat pure waanzin.

Veel leerkrachten en directieleden zitten al maanden op hun tandvlees. Corona vergt het uiterste van het onderwijspersoneel. Waarom kan die modernisering geen jaartje wachten? Waarom moet dat nu door de strot geduwd worden? Beseft Weyts niet dat we in uiterst moeilijke uitzonderlijk moeilijke omstandigheden zitten? Waar blijft het respect van de minister voor de leerkrachten?

Het wordt tijd dat de mensen op het terrein die perceptie doorprikken en een ernstiger beleid afdwingen.

Tot slot

Eén ding moet je Weyts toegeven, hij heeft een uitstekende communicatiestrategie. Met zijn goed uitgekiend persoptreden slaagt hij erin om het debacle op het terrein te verbergen. Hij weet als geen ander dat het de perceptie (wat in de media komt) is die telt en niet de realiteit. Het wordt tijd dat de mensen op het terrein die perceptie doorprikken en een ernstiger beleid afdwingen.

 

Chris Vandeweghe is leerkracht in een middelbare school.

 

Notes:

[1] Bronnen: periode 9 november-28 februari; week 8-14 maart 2021.

[2] De helft van de leerlingen gaat naar school de ene week en zit thuis de andere week.

[3] De modernisering gebeurt in fasen. De eerste graad werd twee jaar geleden doorgevoerd. Volgend schooljaar is de tweede graad aan de beurt. Binnen twee jaar de derde graad. Modernisering, dat betekent nieuwe vakken, nieuwe eindtermen, leerplannen en nieuwe handboeken of cursussen. Pas eind maart zullen de nieuwe leerplannen er zijn en zullen de nieuwe programmaties goedgekeurd zijn. Dat betekent dat die hele moderniseringsoperatie in een recordtempo moet klaargestoomd worden.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!