Opinie

Woorden heroveren

Teaser fallback community afbeelding
De Grote Parade van Hart Boven Hard trotseerde met haar warme Hartenwensen de kille regenwind, en dat zorgde al wandelend voor een extra symbolische dimensie. ‘Wij roeien niet tegen de stoom in, wij zijn de stroom’, stelde woordvoerder Wouter Hillaert. Hij omschreef de burgerbeweging ook als een ‘inclusieve gemeenschap’: iedereen die wil aansluiten is van harte welkom.

Die woordkeuze is sprekend in zijn omstrijdbaarheid, want laat het net onze N-VA-regeringen zijn die beweren een ‘onderstroom’ te vertegenwoordigen en een ‘inclusieve gemeenschap’ te beogen. Alleen al door hun aanwezigheid gaven de 20.000 manifestanten in Brussel aan dat dit verhaal niet klopt.

Politiek is altijd een ideologische taalstrijd en in deze tijd van spindoctors, reclamebureaus en 10 seconden-journalistiek gaat het nog meer om een woordspel. Van Obama’s ‘Change’ tot ‘de V van Verandering’ van De Wever, zodra ze de verkiezingsoverwinning binnenhaalden, transformeerde de baseline vliegensvlug in ‘er is geen alternatief’.

Om het met een woordspeling uit de slottoespraak van Wouter Hillaert op De Grote Parade te zeggen: ‘Dit beleid verdedigt het primaat van de politiek, maar gaat tegelijk op de knieën voor het primaat van de markt. Is dat niet een beetje vals?’ We kunnen daar aan toevoegen: weerwerk is nodig, er is simpelweg ‘geen alternatief’.

Woordenstrijd

Hart Boven Hard moedigt iedereen aan zich te verzetten door samen na te denken over een alternatief. Zoiets collectief aanpakken, is een complexe en intensieve oefening. Maar het is ook belangrijk om het samen te doen, omdat het een ander bewustzijn creëert, nieuwe onderwerpen ter discussie stelt en mensen mobiliseert. Hartslag 2, nu zaterdag 9 mei, is daarom een belangrijk onderdeel van het lopende proces om onze democratie heruit te vinden en de kwelduivels van vandaag te overwinnen: cynisme en pragmatisme.

Hart Boven Hard kiest er voor om alvast een bilan van de saneringen op te maken, met een besparingswatch. Misschien kan het ook overwegen een vocabularium te maken van gekaapte woorden, als remedie tegen de spraakverwarring waarmee we vandaag voortdurend worden geconfronteerd? Woorden bepalen ons wereldbeeld, en dus de wereld waarin wij denken te leven. Woorden zijn macht, machthebbers proberen ze voor hun kar te spannen door betekenissen te verdraaien.

Sommigen vinden dat we ons daartegen moeten wapenen door beleidstaal te vermijden en een eigen woordenschat aanleggen. Leren spreken in een eigen taal, smetvrij, zeg maar. Met als voorspelbaar risico dat we, veld versus beleid, naast elkaar zullen praten. Veel beter is het de betekenis van onze woorden terug op te eisen.

Red herrings

Een voorbeeld van gekaapte woorden is de uitdrukking ‘loonkloof’. Volgens veel politici, ook uit de oppositie, zou dat vandaag het belangrijkste politieke probleem zijn. Het probleem is niet dat CEO’s tot 300 maal meer verdienen dan hun werknemers, en daarmee pretenderen dagelijks even waardevol werk te verrichten als driehonderd man samen. Nee, wat ze bedoelen is dat normale jobs en sociale zekerheid een obstakel zijn voor onze winstgerichte economie. ‘Loonkloof’: één woord, twee tegengestelde betekenissen. Nog een: wat we ‘besparingen’ noemen in publieke sectoren als zorg, onderwijs en cultuur, zijn eigenlijk ‘transfers’ naar bedrijven. De tax shift? Dat wordt een herverdeling van arm naar rijk.

Framing van betekenissen, dat is hoe ideologie werkt. Een discoursanalyse van politieke retoriek, en hoe semantische woordspelletjes ons een rad voor de ogen draaien, het kan een startpunt zijn voor de uitbouw van een alternatieve politisering. We zouden deze gemanipuleerde begrippen of concepten ook de ‘red herrings’ van de beleidspolitiek kunnen noemen. In de filosofie is een ‘red herring’ iets dat je aanvinkt als problematisch omdat het misleidend van aard is. De oorspronkelijke uitdrukking verwijst naar een jachttechniek: gerookte haringen werden rondgegooid om de honden op een dwaalspoor te zetten. 

Nog eentje: ‘participatie’ is iets anders dan kijkcijfers of publieksopkomst. Ticketverkoop is bijvoorbeeld een verraderlijke raadgever als we weten als The Hobbit, part 2 in 2014 de film met het hoogste bezoekersaantal was. Kwaliteit en opkomst vallen duidelijk niet samen. Koppen tellen, zonder rekening te houden met wat er in die koppen omgaat, garandeert op geen enkele manier enige educatie of emancipatie.

Idem voor ‘superdiversiteit’ in de cultuursector: het is iets anders dan hier en daar wat kleur op het podium of achter de kassa van onze instituten. Eerder dan window dressing, vereist het een horizontale en democratische organisatie van het kunstenveld zodat sociale mobiliteit mogelijk wordt. Maar met een vermarkte sector eindigen we bij een Benetton-kapitalisme, waar participatie een privilege is voor enkelen, waar iedereen slechts als consument gelijk is. Een beleid dat rekenschap wil geven aan superdiversiteit, maar tegelijk de vermarkting uitrolt, werkt zichzelf tegen.

Of de term ‘publieke relaties’: in plaats van marketing, zou het niet beter om het doorbreken van de concurrentielogica gaan, voorbij het prestige van logo’s, sponsors of (city)marketing? Om meerwaardezoekende, offensieve strategieën, waarbij we wat ondernemerschap is creatief benaderen, als het beheer van onze maatschappelijke huishoudkunde in functie van de mensen, niet de winst.

Woorden in actie

En natuurlijk, de beste manier om de heroverde betekenis van woorden ingang te doen vinden, is ze in praktijk te brengen. Dat dit mooie resultaten kan opleveren, bijvoorbeeld in het geval van wat ‘publieke relaties' zoal kan betekenen, toont een campagne van een associatie grafische ontwerpers uit São Paolo. Zij stuurden aan op een referendum en met 70 procent van de bevolking achter zich kwam er in 2007 de Clean City Law die reclame in publieke ruimte verbiedt. Op de muren, maar ook de zogenaamde rollende reclame: op bussen, taxi’s, auto’s en fietsen.

Het idee is niet nieuw, de Canadese staat Vermont bande reclamepanelen al in 1968 en andere staten zoals Maine, Alaska en Hawaï volgden dit voorbeeld. Maar São Paolo is wel een van de grootste metropolen ter wereld, de grootste in Zuid-Amerika. Het was een wereldstad met circa 13.000 reclameborden, sommige van extreme afmetingen, een flatgebouw groot.

Ruth Klotzel, lid van de initiatiefnemende associatie grafische vormgevers in São Paolo, getuigde[1] dat de Clean City Law herinneringen uit de kindertijd terugbracht: op straat spelen, huizen en auto’s die niet op slot hoefden, niet die dwang van hippe kleding en meer dan één uurwerk. De transparante skyline, ontdaan van alle drukke mentale en fysieke vervuiling, legt tegelijk vriendelijk en brutaal een geschiedenis bloot.

Het heeft, aldus Klotzel, ruimte, verleden en waardigheid van de stedelingen gered. Ze maken hun persoonlijkheid nu niet meer zo afhankelijk van private interesses. De eigenlijke vraag wordt vervolgens wat hen toch bezielde die duizenden reclameborden zelfs op de meest onmogelijke plaatsen aan te brengen? Omdat er geen alternatief was?[2]


[1] David B. Berman (2013). Do Good Design. How Design Can Change The World. Aiga New Riders, Californië. pp. 46-47.

[2] De website van This Changes Everything. Capitalism vs. The climate (2014), het nieuwe boek van Naomi Klein, bevat een blog Beautiful Solutions die talrijke voorbeelden verzamelt van hoopvolle nieuwe sociaaleconomische oplossingen.

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?