about
Toon menu

Ook Europa heeft zijn sweatshops

Een nieuw rapport gepubliceerd door de Clean Clothes Campaign documenteert de hongerlonen en andere grimmige arbeidsomstandigheden in de kleding- en schoenindustrie in Oost- en Zuidoost-Europa.
dinsdag 14 november 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

"Ik verteld de opzichter 'Ik kan niet ademen aan deze machine. Het is al over de dertig graden in de fabriek en wanneer we met deze machine werken is het nog veel warmer'. Nadat ik dat zei nam ze de afvoerpijp van de machine en richtte die naar de gezichten van mij en mijn collega's. 'Wen er maar aan want er zijn genoeg mensen die je willen vervangen'"

Het is een anonieme getuigenis van een Servische werkneemster in één van de vele sweatshops die je in het Balkanland terugvindt. In Servië zijn er kleine 100.000 mensen tewerkgesteld in dit soort sweatshops. Ze maken kleren en schoenen voor merken als Armani, Burberry, Decathlon, Dolce&Gabbana, Tommy Hillfiger of Versace, die vervolgens in hippe Italiaanse winkels zullen verkocht worden.

 Veel geïnterviewde arbeiders vertellen over gevaarlijke arbeidsomstandigheden zoals blootstelling aan hitte en giftige chemicaliën, onbetaald en onwettelijk overwerk, en brute behande­ling door het management. De arbeiders voelen zich geïntimideerd en bedreigd met af­danking of overplaatsing.

 Niet alleen de werkomstandigheden zijn erbarmelijk in de Servische sweatshops. Ook de lonen zijn ellendig laag. Het gemiddeld maandloon in de kledingindustrie bedraagt er 218 euro. En dat terwijl je minstens 652 euro per maand nodig hebt om een gezin van vier te laten rondkomen in Servië.

 Maar het kan nog erger. Zoals in Oekraïne bijvoorbeeld. De werknemers waarmee Clean Clothes Campaign gesprekken had verdienden gemiddeld 96 euro per maand. En dat terwijl de reële kost om rond te komen met een gezin van drie personen neerkomt op 477 euro.

Slechts acht procent van de Oekraïense werknemers in de kledingindustrie kon de voorbije vijf jaar op vakantie gaan. De vrije dagen tijdens de zomer moesten gebruikt worden om kleine stukjes te land te bewerken en zo wat extra voedsel te hebben.

 Vrouwenwerk

 Meer dan 1,7 miljoen arbeiders werken in de Oost- en Zuidoost-Europese kledingindustrie. En hoewel de lonen nogal wat kunnen verschillen van land tot land hebben ze dit met elkaar gemeen: ze liggen steevast onder het bestaansminimum. Ook de werkcondities zijn in de meeste landen erbarmelijk.

Het werk in de Europese sweatshops wordt in grote mate door vrouwen verricht. Tachtig procent van het totale aantal arbeiders zijn vrouw. Zij worden systematisch minder betaald dan hun mannelijke collega's. Dat gaat van 18 procent tot 27 procent minder. In Slovakije worden vrouwen zelfs 50 procent minder betaald dan mannen.

Tegelijk zijn de vrouwen die in sweatshops werken vaak de enige of belangrijkste broodwinner van het gezin. Gezinnen waarin ze doorgaans ook nog eens opgezadeld worden met het huishoudelijke werk en het opvoeden van de kinderen.

 De zeer karige lonen en de hoge werkdruk zorgen ervoor dat vele arbeiders nog ander werk verrichten om rond te komen. Vaak gaat het om het verbouwen van een stukje grond om extra voedsel te hebben. Daarnaast komen veel gezinnen in de schulden terecht of zoeken ze hun heil in migratie richting West-Europa.

 EU

Onlangs prees de Europese Commissie nog Oekraïne voor de economische hervormingen die het doorvoerde. Het zijn alvast hervormingen die op maat geschreven zijn van multinationals die vooral behoefte hebben aan spotgoedkope arbeid.

De multinationals buiten de eerder zwakke staten en magere economische vooruitzichten van Oost-Europese landen uit om hun omzet te kunnen verhogen. Men weet immers dat bestaande arbeidswetten moeilijk worden nageleefd in landen als Oekraïne of Servië.

Het is duidelijk dat belangrijke internationale modemerken in grote mate profiteren van dit lagelonensysteem. De fabrieken die in het rapport van Clean Clothes Campaign vermeld worden produceerden voor veel bekende merken, met name onder andere Benetton, Esprit, GEOX, Triumph en Vera Moda.

Daarnaast faciliteert de EU onrechtstreeks dit soort van sweatshops door het OPT-systeem. OPT staat voor Outward Processing Trade. Het is een systeem waarbij bedrijven hun productie zonder al te veel kosten kunnen overbrengen naar Oost-Europese landen. De West-Europese landen voeren dan de afgewerkte producten opnieuw in en houden zich bezig met het verpakken of labelen alvorens de kleren naar de winkels gebracht worden. Het is een systeem dat dient om ervoor te zorgen dat bedrijven gevestigd blijven in West-Europese landen en de productiekost tegelijk naar omlaag te halen. Vooral Duitsland en Italië profiteren maken gebruik van deze regeling.

De Schone Kleren Campagne is een coalitie van verschillende organisaties: ABVV, ACV, Wereldsolidariteit, FOS, BBTK, LBC-NVK, ACV-Metea, ABVV Algemene Centrale, Testaankoop en Netwerk Bewust Verbruiken. De Schone Kleren Campagne maakt deel uit van het internationale netwerk Clean Clothes Campaign, met 20 coalities in Europa en Azië en meer dan 200 partners wereldwijd.

Je kan hier het rapport lezen