about
Toon menu
Analyse

Vier vragen over de rellen in Brussel

Over de rellen van zaterdagavond in Brussel is reeds heel wat inkt gevloeid. Maar toch blijven de meest essentiële vragen sterk onderbelicht in de berichtgeving. Sensatie en politieke recuperatie voeren de boventoon.
maandag 13 november 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Vraag 1: Wat gaf aanleiding tot de rellen?

Over de aanleiding van de rellen in Brussel bestaat heel wat onenigheid. De meeste media wijzen in de richting van een groep amokmakers die het vreugdefeest op de trappen van de Brusselse Beurs hebben laten ontsporen. Daartegenover staan een hoop getuigenissen die erop wijzen dat de politie veel te snel en disproportioneel ingreep, waardoor alles pas goed uit de hand begon te lopen.

De meeste getuigenissen van supporters die aan het vieren waren op de trappen van de Beurs gaan in dezelfde richting: er was een feestelijke sfeer en plots chargeerde de politie met het waterkanon, zonder duidelijke aanleiding. Een stuk uit één van de veel gedeelde getuigenissen op Facebook:

"We komen aan bij de Beurs, ik bevind me voor het café Metteko, er hangt een fantastische sfeer, we nemen foto's. Aan de andere kant van het plein zie ik het waterkanon, ik ga het plein rond: niks, geen enkel incident, het is kalm. Ik voeg me opnieuw bij mijn vrienden aan de andere kant van het plein ter hoogte van café metteko, en we zingen opnieuw."

Daarna verklaart de getuige dat hij een rij agenten in gevechtsuitrusting ziet naderen, en dat er verwarring ontstaat. Dan schiet het waterkanon in actie en breekt er paniek uit op de trappen van de Beurs. De meeste mensen vluchten weg voor het waterkanon of verschuilen zich achter geparkeerde auto's. Groepen jongeren besluiten in de tegenaanval te gaan en verzamelen stenen waarna er algemene chaos ontstaat.

Op sociale media circuleren vele gelijkaardige getuigenissen: er was feest, er leek niks aan de hand en plots greep de politie hardhandig in, waarna alles ontplofte. Dit betekent natuurlijk niet dat er geen incidenten waren voordat de politie ingreep. Maar het lijkt er wel op dat die incidenten klein waren aangezien velen ze zelfs niet opmerkten, en dat het optreden van de politie enkel olie op het vuur betekende.

Vraag 2: Greep de politie nu te vroeg of te laat in?

Het is belangrijk om goed het chronologisch verloop van de rellen voor ogen te houden. Eerst was er de ontruiming met het waterkanon van het Beursplein en werd een deel van de menigte richting Lemonnier gedreven. Het is ter hoogte van de Lemonnierlaan dat het pas goed uit de hand begon te lopen. Daar werden winkels aangevallen en auto's in brand gestoken en leek het alsof de politie plots nergens meer te bekennen was.

Maar dat de politie niet aanwezig was, klopt dus niet. Ze was wel degelijk aanwezig op het terrein, want het Beursplein was net ontruimd. Waarom er dan niet ingegrepen werd op de Lemonnierlaan? Vermoedelijk omdat het waterkanon niet voorbij de betonblokken van de voetgangerszone raakte ter hoogte van de concertzaal AB. En omdat de agenten zich niet sterk genoeg voelden om zonder de ruggensteun van het waterkanon verder in te grijpen.

In De Standaard geeft Brussels commissaris en woordvoerder de volgende verklaring voor het achterwege blijven van de politie op de Lemonnierlaan: ‘Omdat de brandweer door vliegende projectielen niet meteen kon uitrukken om de brandende wagens te blussen, kon de politie niet chargeren, toch niet zonder zelf in gevaar te komen.’ Bij nader inzien is dit ook gewoon een meer eufemistische manier om te zeggen dat er te weinig manschappen waren.

Conclusie: de politie was aanwezig maar had de situatie verkeerd ingeschat wat betreft het aantal mensen dat ze op dat moment ter beschikking had. Ook met de aard van het terrein werd veel te weinig rekening gehouden. Iets wat overigens geen excuus is. De betonblokken die verhinderden dat het waterkanon of politievoertuigen konden passeren, zijn er immers geplaatst op vraag van de politie en het OCAD zelf om aanslagen met voertuigen in de voetgangerszone te verhinderen.

De ordediensten waren duidelijk ook niet voorbereid op een dergelijke volkstoeloop. Is dat omdat ze niet wisten dat er een belangrijke match voor een groot deel van de Brusselaars op de agenda stond? Er had voldoende volk op de been moeten zijn om alles in goede banen te leiden, om ieder veiligheid te verzekeren, om de autokaravaan langs een veilig parcours te sturen. Daarvoor heb je stewards nodig en mensen die Brussel kennen. Geen robocops die vanuit de provincie in de hoofdstad gedropt worden.

Vraag 3: Zit hier een politieke agenda achter?

Het valt op dat de rellen van afgelopen zaterdag vrijwel meteen gepolitiseerd werden. Al tijdens de eerste berichten over de rellen circuleerde het gerucht dat de politie niet mocht ingrijpen. Op zondagochtend stonden er reeds anonieme getuigenissen van agenten op vrt nws. Daarin werd opnieuw bevestigd dat het hun verboden werd om in te grijpen.

Uit de verklaring van de agenten: “Op de Lemonnierlaan stelden we vast dat er werd geplunderd. Dat handelszaken werden bestolen. Voor de ogen van een peloton. Er mocht niet ingegrepen worden, omdat de situatie dan wel eens zou kunnen escaleren. En dat is zeker niet de eerste keer! Da’s toch om zot van te worden!”

En verder: “We hebben traangas, we hebben rubberkogels. Het enige dat we niet hebben, is de formele toestemming om ze ook echt in te zetten.”

 “We werden verrast. Dat kan gebeuren. Maar we stellen vast dat men achteraf maar laat gedijen, zolang het zeker buiten de UNESCO-zone (straten rond de Grote Markt) gebeurt.”

Of de agenten het bevel kregen niet tussen te komen, en waarom dat zo is, valt op dit moment niet te beantwoorden. Maar het is wel opvallend dat agenten bliksemsnel hun weg vinden naar de media om er op anonieme wijze beslissingen van hun oversten in twijfel te trekken. In één adem wordt ook toegevoegd dat er meer manschappen en middelen nodig zijn. Daar zijn vraagtekens bij te plaatsen.

Het is ook niet de eerste keer dat dit gebeurt. De rellen tijdens de vakbondsbetoging in november 2014 zorgden ervoor dat de Brusselse politie en het stadsbestuur openlijk op ramkoers lagen met elkaar. Ook toen maakte de N-VA daar handig gebruik van om toenmalig burgemeester Yvan Mayeur te discrediteren.

Vraag 4: Waarom krijgt het ene voetbalgeweld disproportioneel meer aandacht dan het andere?

In het weekend van 22 oktober kwam het tot ernstige rellen in Brugge na een match tussen Club Brugge en Antwerp FC. In een Brugse woonwijk gingen honderden hooligans de politie te lijf, maar politiek gezien veroorzaakte de rel geen rimpel. Dat geldt eigenlijk voor vrijwel alle voetbalgeweld van de afgelopen jaren. Brandende politieauto's, de politie te lijf gaan, winkels vernielen, bussen aanvallen? Hoogstens wordt eens een vermanende vinger opgestoken, maar het leidde nooit tot de politieke controverse waarvan we de twee afgelopen dagen getuige waren.

Waarom? Simpel, omdat het deze keer over supporters van Marokkaanse origine ging. En dat past perfect binnen de racistische framing die in dit land zo graag gebezigd wordt door het gros van de opiniemakers, journalisten en vooral politici. Opnieuw konden zij het door hun geliefkoosde beeld van "zij" die "onze" wetten, waarden en normen niet naleven cultiveren. Het soort retoriek dat je nooit hoort wanneer witte hooligans het weer eens te bont maken.

En het is natuurlijk ook Brussel, de stad waar Vlaamse politici hun angsten, fantasmen en racismen ongestraft kunnen op projecteren. In die zin waren de uiteindelijk banale voetbalrellen van zaterdagavond niks anders dan een geschenk dat met grote dankbaarheid werd aangenomen.