about
Toon menu

40 jaar geleden werd laatste man geguillotineerd in Frankrijk

Op 10 september 1977 werd de 27-jarige Tunesiër Hamida Djandoubi terechtgesteld met de guillotine in de gevangenis van Marseille. Hij was veroordeeld voor de brutale foltermoord op zijn ex-partner Elisabeth Bousquet. Drie jaar later werd de doodstraf afgeschaft door president François Mitterrand.
zondag 10 september 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Met de executie van Hamida Djandoubi was Frankrijk het allerlaatste EU-land dat de doodstraf nog uitvoerde. Djandoubi is tevens de laatste persoon ter wereld die met de guillotine werd terechtgesteld. Reeds voor zijn terechtstelling was er in Frankrijk en de rest van de EU zwaar verzet tegen de instandhouding van de doodstraf in Frankrijk. 

President Giscard d'Estaing (1974-1981) heeft tijdens zijn ambtstermijn vier maal gratie toegekend. Driemaal weigerde hij dat, onder meer voor Djandoubi. Hij weigerde ook wetgevende initiatieven te nemen om de doodstraf af te schaffen. Zijn rivaal bij de verkiezingen van 1981, de socialist François Mitterrand, maakte van de afschaffing echter een verkiezingsbelofte. Nadat hij de verkiezingen in de tweede rond won met 51,76 procent van de uitgebrachte stemmen was die afschaffing een van de eerste daden die hij stelde als president.

De echte ommekeer in de publieke opinie in Frankrijk kwam reeds een jaar eerder met de terechtstelling van Christian Ranucci op 28 juli 1976. De dan 22-jarige jongeman hield zijn onschuld staande tot het laatste ogenblik. Hij werd veroordeeld voor ontvoering en moord op een achtjarig meisje. Deze zaak was zeer controversieel. Meerdere pogingen werden ondernomen om de zaak te heropenen, maar de Franse justitie heeft dat steeds geweigerd. Zijn advocaten blijven de stelling verdedigen dat Ranucci niets met de moord te maken had.

Moreel principe

Tegenstanders wijzen onder meer op het risico van het executeren van een onschuldige, bovendien is het onmiskenbaar bewezen dat de doodstraf sneller werd geëist en toegepast naargelang beschuldigden lager op de sociale ladder staan. François Mitterrand verdedigde echter steeds de stelling dat schuld of onschuld niet de kern van het verzet tegen de doodstraf is, maar dat het om een moreel principe gaat. 

Onderzoek van Amnesty International heeft wel aangetoond dat de doodstraf in de VS etnische minderheden, vooral Afrikaans-Amerikanen, en arme blanken disproportioneel treft. In 1989 werd Carlos De Luna terechtgesteld in Texas. In 2012 werd hij onschuldig verklaard. De echte dader was ene Carlos Hernandez, een man die 'op hem leek' en eveneens in de buurt van de moord woonde. Zijn zaak is de meest recente waarbij na de executie werd bewezen dat een geëxecuteerd persoon onschuldig was.

De rechtsfaculteiten van de universiteiten van Michigan en Pennsylvania onderzochten in 2014 alle 8000 vonnissen sinds de doodstraf terug werd ingevoerd in 1976. Hun besluit was dat minstens 320 maal onschuldigen werden ter dood veroordeeld in eerste aanleg. 138 veroordeelden konden na procedures (met dikwijls uitstel van executie minder dan 24 uur voor de vastgelegde datum) hun onschuld alsnog bewijzen, minstens 202  terdoodveroordeelden werden echter onschuldig geëxecuteerd.

VS en Japan in dubieus gezelschap

Vandaag is er in Europa nog slechts één land dat de doodstraf wettelijk toestaat én ook effectief laat uitvoeren: Belarus (Wit-Rusland). In Rusland staat de doodstraf wel nog in de wet, maar wordt een moratorium gerespecteerd sinds 1996 tot vandaag. 

België was het allerlaatste in de EU om de doodstraf effectief af te schaffen, in 1996. Ze werd niet meer toegepast sinds 1919 voor burgerlijke zaken. De koning gaf sindsdien altijd gratie. Voor militaire zaken was dat pas op 8 augustus 1950. Toen werd Duits oorlogsmisdadiger Philipp Schmitt, commandant van het concentratiekamp van Breendonk en van de Dossinkazerne in Mechelen, gefusilleerd.

De VS en Japan zijn de enige democratieën die de doodstraf nog toepassen. Nog 35 andere landen hebben de doodstraf in de wet staan, maar slechts 20 daarvan passen ze nog toe. Het zijn stuk voor stuk dictaturen of staten met bijzonder zwakke democratische instellingen: Afghanistan, Bahrein, Bangladesh, Belarus, Botswana, China, Egypte, Ethiopië, Gambia, India, Indonesië, Iran, Irak, Jordanië, Koeweit, Libië, Maleisië, Nigeria, Noord-Korea, Oman, Pakistan, Palestina, Saint Kitts en Nevis, Saoedi-Arabië, Singapore, Somalië, Zuid-Soedan, Soedan, Syrië, Taiwan, Thailand, Oeganda, Verenigde Arabische Emiraten, Vietnam en Jemen.