about
Toon menu
Opinie

Kunstenaars organiseren zichzelf

Het nieuwe handvest voor de podiumkunstenaar roept kunstenaars op samen te strijden tegen sociale dumping. Het bestaat een week en is nu al een succes. Dit initiatief is één van de signalen dat een deel van de kunstwereld zich steeds politieker opstelt: ze ijveren voor een solidaire arbeidsorganisatie en willen ook een meer progressieve rol opnemen in onze samenleving.
zaterdag 9 september 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

De State of the Union op het Theaterfestival is traditiegetrouw de aftrap van een nieuw cultuurseizoen. Nog voor we aan die speechen toekwamen, kondigde choreograaf en danser Michiel Vandevelde een nieuw, schitterend initiatief aan: ‘het handvest voor de podiumkunstenaar’.

Het is een solidariteitsverklaring van kunstenaars die afspreken niet langer on(der)betaald werk te aanvaarden bij publieke activiteiten die plaatsvinden in of voor organisaties met (een) medewerker(s) in vaste loondienst.

De intussen al bijna 200 ondertekenaars willen zo de vicieuze cirkel van zelfuitbuiting doorbreken. Tussen een lange lijst van bekende gezichten staan er ook enkele organisaties, zoals Buda Kortrijk en Vooruit in Gent. Deze verzameling geeft het charter in een mum van tijd heel wat gezag.

Het uitgangspunt? “In een extreem competitieve sector zoals die van de kunst, houden organisaties en kunstenaars elkaar maar al te vaak in een verstikkende houdgreep.De totale versnippering van de in wezen machteloze groep van (freelance) kunstenaars, maakt het gemakkelijk om oneerlijke financiële voorstellen te formuleren. Er zal altijd een kunstenaar zijn die ‘ja’ zegt.”

In plaats van te plooien voor de onderlinge concurrentie die makers tegen elkaar uitspeelt, kiezen de ondertekenaars er samen voor organisaties ertoe te dwingen volgens de cao’s te werken en eveneens het voorbereidend werk te vergoeden.

Ook straf: het voornemen om als werknemer te kiezen voor rechtstreekse aanstelling of interim, en dus om niet met platformen van derdebetalersystemen te werken (schijnwerkgevers zoals SMart.be of Artist United – dikwijls creatieve voorhoedes in sociale dumping).

Fair practice

De speeches die op de voorstelling van het handvest volgden, knalden eveneens. Anne Breure, Artistiek leidster van het Veem in Amsterdam, hield met haar State of the Youth een bevlogen pleidooi voor meer fair practice in de cultuurhuizen.

Haar instituut neemt daarin het voortouw met een opmerkelijk initiatief: toen de Nederlandse overheid de artistieke toekomstplannen wel goedkeurde maar onvoldoende steun gaf, paste Breure voor die chantage en besliste om haar huis slechts 100 dagen per jaar te openen. Met deze kunststaking, zeg maar, kan zij wél een solidaire en duurzame arbeidsorganisatie garanderen. Less is more.

Fabrice Murgia, sinds 2016 artistiek directeur van Théâtre National in Brussel, brak in zijn State of the Union terecht een lans voor meer culturele samenwerking tussen het Noorden en het Zuiden van ons land. Zijn aanwezigheid op dit Vlaams-Nederlandse festival voegt meteen de daad bij het woord.

Murgia waarschuwde ons ook voor een nieuwe, vergaande vorm van vermarkting. Private platformen zoals Netflix bieden tegenwoordig als leverancier ook exclusief artistieke producten aan. Het gaat om films die we niet meer in de cinemazalen of op televisie te zien krijgen.

Zo krijgt één private speler de artistieke creatie volledig in haar greep: als cultuurliefhebber kan je er niet aan, tenzij je een abonnement op het betaalplatform neemt. Zowel de cultuurmakers als het publiek zouden tegen deze zorgelijke evolutie moeten protesteren.

De regisseur Tiago Rodrigues, tenslotte, bracht in zijn State of the Other goed nieuws uit Portugal: hoewel het departement cultuur daar door een voorgaand neoliberaal beleid simpelweg was afgeschaft, zorgt de huidige linkse coalitie ervoor dat de publieke cultuurwerking stilaan terug op gang komt. De kunst herleeft.

‘Een warme samenleving herken je aan de kwaliteit van haar zorg, onderwijs, … en cultuur', lezen we in de analyse die Hart Boven Hard van het zomerakkoord maakte. Terwijl wij in ons land nog volop de afbraakpolitiek moeten ondergaan, toont het zuiden van Europa dat het inzake publieke dienstverlening ook anders kan.

Ze hebben er net een jaar achter de rug met meer diensten aan de brede bevolking en toch een betere begroting. Een alternatief is dus wél mogelijk. Ook al zwijgen de doorsneemedia daar liever over.

Niet niet-politiek zijn

Opvallend aan de speeches is dat ze alle drie de kunstwereld oproepen engagement op te nemen. Vluchtelingen, klimaatcrisis, sociale afbraak, uitsluiting, racisme en de opkomst van fascisme: de impasses in onze samenleving nemen toe en wie aan de kant blijft staan is medeplichtig. We moeten ‘de dingen durven benoemen’, om het met een populaire slagzin van extreemrechts te zeggen.

Terloops vroeg ik me af: hoe zit dat met het Kaaitheater zelf, het cultuurhuis dat haar podium leent voor deze speeches? Het editoriaal van hun nieuwe programmaboekje was op dat punt alvast een erg aangename verrassing.

“Leg de neoliberale ‘positiefmachine’ stil om tijd en ruimte te creëren”, staat er. Via voorstellingen en lezingen wil het Kaaitheater vragen stellen bij de doorgedreven depolitisering van de samenleving en op zoek gaan naar een nieuwe politieke verbeelding, een nieuwe vertelling als antwoord op het neoliberale regime.

“Afgelopen jaar zijn we getuige geweest van een heftige, en electoraal gezien succesvolle, reactie vanuit rechts-populistische hoek. Hun alternatief lijkt echter meer op een nostalgisch terugkijken naar een geïdealiseerd verleden en getuigt eerder van angst voor de toekomst dan een visie erop. Aan de andere zijde van het politieke spectrum zijn er de grassroots- en burgerbewegingen waar ook de culturele sector zich bij aan lijkt te sluiten. Hun concrete en heel verscheiden initiatieven getuigen van een fenomenale energie en ‘sense of urgency’ maar leidden vooralsnog niet tot een succesvol en gecoördineerd politiek verzet. Waarom toch is het neoliberale regime zo moeilijk te bestrijden?”

De vraag stellen, is ze beantwoorden: de leiding van Kaaitheater doet een niet mis te verstane oproep om mee te bouwen aan de massamobilisatie om een brede politieke beweging op gang te krijgen. Die is nodig om onze samenleving terug te winnen uit de wurggreep van het winstbejag en de private belangen van een rijke elite. Daar is ook haast bij.

Als cultuurhuis kan je dat doen via de kunst die je brengt, door debatten en festivals te organiseren die hete hangijzers aankaarten, maar ook door na te denken hoe je als publiek huis zelf een motor kan zijn voor een brede maatschappelijke vernieuwing.

Op dat punt haalde Naomi Klein in haar recentste boek No is Not Enough een inspirerend voorbeeld aan, over postkantoren. Noem het een progressieve sprong in verbeelden:

“My favourite example of what my team now calls ‘the Living Leap’ involves the Canadian Union of Postal Workers. Like postal employees around the world, these workers have been coping with a push to shut down their work places, restrict mail delivery, and maybe even to sell off the public postal service to FedEx. In other words, austerity and privatization as usual.

But instead of fighting for the best deal they can get under this failed logic, they worked with the Leap Team and a group called Friends of Public services to put together a visionary plan for every post office in the country to become a local hub for the green transition. Combined with the Union’s long-standing demand for postal banking, the proposal, called ‘Delivering Community Power’ reimagines the post office as a twenty-first-century network where residents can recharge electric vehicles; individuals and businesses can do an end run around the big banks and get a loan to start an energy co-op; and postal workers do more than deliver the mail – they can also deliver locally grown produce and check in on the elderly. In other words, they become care workers, and climate workers.”    

Wat voor postkantoren kan, moet voor cultuurhuizen toch ook mogelijk zijn?

 

Robrecht Vanderbeeken is filosoof, auteur van Buy Buy Art. De vermarkting van kunst en cultuur (EPO, 2015) en vakbondsverantwoordelijke voor ACOD Cultuur.