about
Toon menu
Analyse

Over rellen en geweld in Hamburg en elders: een nabeschouwing

In de nasleep van de gebeurtenissen in Hamburg ontspon zich op sociale media een aanhoudende discussie over hoe we ons moeten verhouden ten opzichte van rellen tijdens protesten. Een terugblik op de discussie, en ook een poging om de zaken in een ander, meer vruchtbaar perspectief te bekijken.
vrijdag 14 juli 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

1. Welkom in de chaos

De rel is per definitie een wanordelijk en chaotisch fenomeen. Hoe groter en omvattender de rellen, hoe moeilijker het is om een zicht te krijgen wie wat uitricht en wie voor wat verantwoordelijk is. Bij rellen zoals die in Hamburg, waarbij een hele stadswijk onrustig is, valt het niet meer uit te maken wat er precies gebeurt. Wat je krijgt is een samensmelten van verschillende groepen met verschillende motieven. Er zijn goed uitgeruste politieke activisten die rel willen schoppen uit ideologische overwegingen, er zijn de hooligans die uit zijn op een kick, er zijn de toevallige passanten die geïntrigeerd zijn door het schouwspel, er zijn de ramptoeristen, er zijn de dronken feestvierders, de jongeren uit de buurt, de gelegenheidsrellers en nog een hoop andere actoren actief op het terrein.

Net omdat er een erg bont gezelschap actief is tijdens rellen, kan iedereen zowat zijn eigen versie van het gebeuren lezen in het geheel. Wie enkel dronken zwalpers wil zien, zal enkel dronken zwalpers zien, wie enkel hooligans wil zien zal enkel hooligans zien, wie enkel radicale politieke activisten wil zien zal enkel radicale politieke activisten zien. De verschillende categorieën hier beschreven kunnen trouwens ook perfect voorkomen in één en dezelfde persoon. Geen enkele interpretatie kan volledig zijn, net omdat het geheel niet overzichtelijk is. Hoogstens kan een dimensie gevat worden van het straatrumoer.

2. Van roes tot rel

Er bestaat een dunne grens tussen feestelijke publieke bijeenkomsten en rellen. Ze liggen in elkaars verlengde. We weten uit historische bronnen dat carnavalvieringen in de middeleeuwse steden vaak uitmondden in regelrechte opstanden en tegelijk had de opstand steeds iets mee van een feestelijk gebeuren. Ook vandaag kennen we die fenomenen, een festival of een oudejaarsnacht kan bijvoorbeeld soms de allure krijgen van een halve of een hele rel, net zoals een voetbalmatch.

Hamburg - Screenshot Taranis News

Omgekeerd heerst tijdens een rellen soms een uitgelatenheid die doet denken aan een festival of een carnaval. En daar horen ook alle uitspattingen bij die eigen zijn aan het feest: overmatig drankgebruik, agressie, vechtpartijen maar ook een uitzonderlijke vorm van broederlijkheid en solidariteit. Er zijn dus veel raakvlakken tussen de roes en de rel. Opnieuw, dat is een oud fenomeen. Lees er maar de getuigenverslagen van vroegere opstanden en revoluties op na.

Om de rel te begrijpen, verbind je ze dus best met fenomenen als de roes, het exces, de overdaad, de transgressie, het carnaval. Vandaar ook dat het gelijkstellen van rellen met terrorisme volstrekt misplaatst is en dat de discussie niet louter kan gevoerd worden in termen van vreedzaamheid versus geweld

3. 'We are fucking angry'

In het debat over de rellen over Hamburg, maar eigenlijk in vrijwel ieder debat over rellen, hoor je vaak de klacht terugkomen dat demonstranten de wagens of winkels vernielen van kleine middenstanders, of de infrastructuur die met belastinggeld betaald werd. Het is, letterlijk, het inslaan van de eigen ruiten, zo wordt dan gezegd. Het probleem met die nogal oppervlakkige kritiek is dat men ervan uitgaat dat de rel een rationeel, doelgericht handelen is. Dat is het natuurlijk niet.

De rel heeft eerder iets mee van de woede-uitbarsting, maar dan op collectieve schaal. Iedereen kent het, wanneer je echt kwaad bent smijt je een glas tegen de grond, stamp je tegen een muur of smijt je een eigen bezitting naar de andere kant van de kamer. Dat is blinde, irrationele woede. Welnu, de rel hoort in die sfeer thuis, en is een uiting van collectieve woede die zich uit op de dichtst bijzijnde objecten. Dat kan ongeveer alles zijn. Het verklaart waarom jongeren in de banlieus de auto’s van buurtbewoners in lichterlaaie zetten en hun eigen infrastructuur vernielen. Dat soort daden is een constante in vrijwel iedere rel.

Hamburg - Screenshot Taranis News

Overigens, hoe politieker en georganiseerder het straatgeweld is, hoe gerichter het ook  is. Goed georganiseerde groepen die handelen vanuit linkse, ideologische motieven zullen doorgaans gericht handelen en symbolen van het kapitalisme viseren: banken, luxeauto’s, reclamepanelen of grote winkelketens. Maar dat soort acties kan je moeilijker onder de categorie ‘rellen’ plaatsen. Een rel is algemener van aard en duidt op een toestand van algemene wanorde en tijdelijk controleverlies door de ordediensten. In zo’n context is er  geen sprake meer van een gericht en rationeel handelen, al kunnen nog kleinere gerichte acties plaatsvinden in zo’n context.

4. Rellen en rituelen

Wanneer er sprake is van massaprotest, zijn rellen of kleinere ontsporingen zo goed als onvermijdelijk. In zekere zin maken rellen ook deel uit van het ritueel van het protest. Dat het om een ritueel gaat is trouwens vrij duidelijk: er heerst een stilzwijgende afspraak en code omtrent de wapens en middelen die gebruikt worden en daar wordt meestal niet buiten getreden. Het smijten met stenen naar de politie, het spuiten van een waterkanon, het oprichten van een barricade: tot op zekere hoogte zijn het theatrale handelingen of handelingen die toch een zekere theatraliteit bevatten. Het is ook een manier van symbolisch communiceren, van het kenbaar maken van woede. Punt is dus dat dit soort woede-uitingen nooit helemaal te vermijden vallen en eerder wel dan niet voorkomen tijdens massaprotest. De rel vanuit een louter moreel standpunt beoordelen is daarom oppervlakkig omdat de rel historisch gezien een volstrekt banaal ritueel is.

5. Geweld: what's in a name?

Dit laatste punt hangt ook samen met een andere prangende kwestie: wat verstaan we eigenlijk onder geweld? In de discussies over rellen en straatgeweld is een bepaling van wat geweld is opvallend afwezig. Het is hier niet de plaats om een definitie te geven van geweld, en misschien kan er ook geen vaststaande definitie gegeven worden van geweld omdat geweld bij uitstek een politiek begrip is. Dat wil zeggen dat de bepaling van wat geweld is essentieel samenhangt met machtsverhoudingen. Vandaar dat er minder ophef bestaat over een bommenwerper van een westers land die een stad in het Midden Oosten bombardeert dan over een gesneuvelde ruit in Hamburg.

Los van dit politieke karakter van de bepaling van geweld, moeten we wel op zijn minst de vraag durven stellen naar wat geweld mogelijks is. Dat is geen eenvoudige vraag. Iedere illegale act afschrijven als gewelddadig is bijvoorbeeld desastreus want dat betekent dat je iedere vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid meteen criminaliseert.

Hamburg - Screenshot Taranis News

Maar als het onderscheid tussen gewelddadig en vreedzaam protest niet samenvalt met het onderscheid tussen het legale en het illegale, waar ligt dat onderscheid dan wel? Is het vreedzaam of gewelddadig om een slogan op een muur te kladden? Is het vreedzaam of gewelddadig om een barricade op te richten? Is het vreedzaam of gewelddadig om een weg te blokkeren? Is een wilde staking vreedzaam of gewelddadig? Is een raam van een bank inwerpen vreedzaam of gewelddadig? Is zelfverdediging tegenover de politie vreedzaam of gewelddadig? Naar aanleiding van deze vragen kunnen we op zijn minst stellen dat er kan gediscussieerd worden omtrent wat geweld is en wat niet en wat legitiem geweld is en wat niet.

Die discussie verdraagt geen sluitend antwoord en net daarom moet ze blijvend gevoerd worden. Niets is echter dodelijker voor die discussie dan het holle promoten van vreedzaam protest en de blinde morele veroordeling van wat onder de dominante norm als geweld verstaan wordt. Dodelijk, net omdat vreedzaamheid en geweld politieke begrippen zijn die schuiven, veranderen en anders te interpreteren zijn naar gelang de context en de machtsverhoudingen. Een ondoordacht pacifisme draagt evenzeer bij tot de repressie en criminalisering van het protest als een gratuite, ongerichte gewelddaad.

6. Zwarte Blokken en vervreemding

In de nasleep van de gebeurtenissen in Hamburg werd veel gediscussieerd over de rol van de autonomen of het zogenaamde ‘zwarte blok’. De in het zwart geklede en dikwijls gemaskerde betogers zijn inderdaad vaak diegene die overgaan tot meer directe actievormen. Dat kan gaan van het vernielen van kapitalistische symbolen over het aanbrengen van slogans tot het doorbreken van een politiecordon om een ingesloten betoging mogelijk te maken. Dat laatste is specifiek vermeldenswaard omdat dit gebeurde in Hamburg op vrijdagmiddag (7/7). Het is een illustratie van het feit dat groepen die getraind zijn in meer directe actievormen ook hun nut kunnen hebben tijdens manifestaties en dat de know how die ze opgebouwd hebben even productief als destructief kan zijn.

Sowieso bestaan er ook veel misverstanden omtrent de autonomen of het zwarte blok. Het zwarte blok is bijvoorbeeld geen organisatie, het is een protesttechniek. Ook een duidelijke ideologische affiliatie is meestal zoek. De strategie van het zich onherkenbaar maken tijdens betogingen is nagenoeg universeel, het in blok lopen ook.

In praktijk kan je, zeker tijdens betogingen in landen als Frankrijk of Duitsland, niet goed het verschil maken tussen ‘zwarte blokken’ en andere groepen. Zeker, er is dikwijls een groep te onderscheiden die heel uitgesproken in het zwart gekleed is en vermomd is, maar die is meestal klein. Er zijn ook een hoop mensen die bijvoorbeeld met een losse sjaal rondlopen voor het gezicht, die in het zwart gekleed zijn zonder dat ze gemaskerd zijn of die de protestmethode – het vormen van een blok – overnemen van het zwarte blok. Ook hier is het dus juister om te spreken van een continuüm.

Hamburg - Screenshot Taranis News

Daarbij dient nog vermeld te worden dat het zogenaamde zwarte blok een groeiend fenomeen is, zeker in landen als Frankrijk en Duitsland. Steeds meer, vooral jongere betogers, sluiten zich aan bij de meer autonome groepen en nemen de esthetiek van het zwarte blok over. Hoe dat komt? Dat is een complex verhaal. Maar een deel heeft te maken met de vervreemding van jongeren ten aanzien van klassieke partijen en vakbonden. Net zoals ze in de maatschappij niet meer de weg vinden naar die instituten, vinden ze die ook niet meer terug in een betoging. En dat vertaalt zich in een bonte, heel diverse groep die meewandelt tijdens betogingen, een groep waar ook geen tot weinig vat op te krijgen valt. Hoewel dit in België niet het geval is – hier kennen we wel nog een heel sterk middenveld -, nemen we het als fenomeen wel best serieus in plaats van het weg te wuiven als wat ‘marginale’ autonomen.

7. 'Fuck the police'

Tot slot, de rol van de politie. Ordehandhaving tijdens protesten is een kunst op zich. Net als de organisatoren kan ook de politie een protest nooit honderd procent controleren. Hoeveel agenten of hoeveel materieel ook, rellen kan je nooit volledig uitsluiten. Daar is Hamburg het uitgelezen voorbeeld van. Wat een goede ordehandhaving doet is geweld beperken door het in te dammen en te isoleren. De beste manier daartoe is de zichtbare aanwezigheid van ordetroepen zoveel mogelijk te beperken en pas in te grijpen als het echt nodig is. De slechtste manier om dat te doen is om tijdens het minste incident meteen hardhandig en willekeurig in te grijpen door bijvoorbeeld traangas te schieten in de menigte. Dan loopt een manifestatie in geen tijd uit de hand. Ook daar was Hamburg een perfect voorbeeld van.

Tot slot mag vooral ook nooit vergeten worden dat de politie ook een agenda heeft en zich, zeker tijdens politiek getinte manifestaties, nooit volstrekt neutraal opstelt. Het doel van de politie is niet alleen om 'de orde' te handhaven, maar evengoed om een bepaalde orde te laten zegevieren of om een nieuwe orde ingang te laten vinden. De politie is dus evengoed een actieve actor tijdens rellen. Ze is niet de hoeder die boven het geweld staat en het arbitreert, ze is een partij tussen de andere in het conflict.