about
Toon menu
Opinie

Nee, het waren niet de militairen die gisteren een aanslag wisten te 'verhinderen'

Militairen in de straten of niet? In praktijk haalt het weinig uit als het gaat om het verhinderen van terreur. Het is vooral symboolpolitiek.
woensdag 21 juni 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Gisteravond nog twitterde Bart De Wever: “Opnieuw kordaat ingrijpen van onze militairen die dag na dag op straat over onze veiligheid waken. Dank voor de aanhoudende waakzaamheid!”.

Meteen was de toon gezet. Het regende lofbetuigingen voor de militairen en het veiligheidspersoneel die de aanslag zogezegd wisten te voorkomen. Andere N-VA-politici richtten meteen hun pijlen op organisaties of campagnes die in het verleden pleitten om de militairen van straat te halen.

Maar, laat ons even een stapje terug nemen. Hebben de militairen eigenlijk de aanslag weten te voorkomen? Het antwoord is nee. Wat zich in Brussel-Centaal heeft afgespeeld is een mislukte aanslag, geen verijdelde aanslag. De verdachte kon probleemloos het station binnenwandelen, een bom pogen tot ontploffing te brengen, daarna het perron op rennen.

Lees even mee uit de officiële mededeling van het federaal parket: “'Een man is gisteren om 20.39 binnengestapt in Brussel-Centraal via de lokettenzaal. Daar is hij op reizigers toegestapt beneden aan de trappen. Hij heeft zich eerst afgezonderd om rond 20.44 uur midden in een groep te gaan staan met zijn tas”.

Let op het tijdsverloop: de man kon zich minutenlang rustig voorbereiden in het station en zich daarna tussen een groep reizigers mengen. Daarna kon hij zich ook nog richting perron begeven. De mededeling van het federaal parket gaat verder: “De man liep vervolgens op een militair af en riep "allahu akhbar" waarop de militair het vuur opende en hem verschillende keren raakte. De man, die geen bommengordel droeg, overleed ter plaatse aan zijn verwondingen.”

Het was dus pas toen de verdachte zelf op militairen afliep dat hij uiteindelijk werd neergeschoten. De aanslag is door het amateurisme van de dader mislukt: de bom ging gelukkig niet af en zo werd veel erger vermeden. Spreken over een aanslag die verhinderd werd is dus de waarheid een nogal heel serieuze draai geven.

Bovendien hebben de militairen niets gedaan wat ook reguliere agenten niet konden doen. Ook agenten zouden geschoten hebben op het moment dat een dader op hen afliep en zouden de reizigers zo snel mogelijk in veiligheid gebracht hebben. Uit niets blijkt dus dat de patrouillerende militairen hier een beslissende rol speelden.

Kritisch

De eenvoudige waarheid is deze: militairen kunnen even weinig of veel doen als ander veiligheidspersoneel om een aanslag te helpen voorkomen op een drukke plaats. De aanwezigheid van militairen in het straatbeeld is een vorm van symboolpolitiek. Het is de manier waarop deze regering wil tonen dat ze een gespierd beleid voert, en dat ze de zaken aanpakt.

Helpt het? Nee, in Frankrijk lopen reeds enkele jaren militairen op straat, en ze wisten nauwelijks aanslagen te voorkomen. Zelfs de afkondiging van de noodtoestand heeft weinig kunnen verhinderen. Ook in België kunnen we niks anders dan hetzelfde vaststellen.

Het enige wat terreur echt weet in te dijken zijn, op korte termijn, goede inlichtingsdiensten en, op langere termijn, een inclusieve samenleving en een andere buitenlandse politiek. Maar dat antwoord is natuurlijk complex. Te complex voor politici die om de zoveel jaar willen herkozen worden.

Ondertussen staan daarom maar militairen op straat. Het schadelijk neveneffect is wel dat we er aan gewend raken dat er militairen in het straatbeeld lopen en dat een oorlogslogica het haalt op een civiele logica. Het blijft een beproefd recept om militairen in te zetten tegenover de eigen bevolking.

Net daarom is het nog steeds gerechtvaardigd om de aanwezigheid van militairen in de samenleving kritisch te bevragen. Meer zelfs, het is een democratische plicht om dat te blijven doen.