about
Toon menu
Interview

Rachida Lamrabet: “Vrije meningsuiting en artistieke vrijheid gelden niet voor minderheden”

Het is hard gegaan voor Rachida Lamrabet. Na haar ontslag door de controverse over haar kunstwerk bleef ze niet bij de pakken zitten. Ze wil het debat dat in de kiem is gesmoord alsnog voeren met interviews in de media, een essay die binnenkort uitkomt en een voorstelling dinsdag 20 juni in de KVS. DeWereldMorgen blikt met haar terug op de afgelopen en roerige periode.
zondag 18 juni 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

“Ik heb veel geleerd”, zegt Rachida Lamrabet strijdvaardig op de vraag hoe ze twee maanden later terugblikt op heel de heisa rond haar film en het ontslag dat daarop volgde.

Selectieve vrijheden 

“Ik heb geleerd dat vrije meningsuiting en artistieke vrijheid selectief worden toegekend. Het is blijkbaar een privilege om te mogen spreken. En je mag ook niet over eender wat spreken. Er is een zekere controle over wat er gezegd mag worden in het publieke domein. We horen dat niet graag want we gaan ervan uit dat wij hier in het Westen verlicht zijn en dat die principes deel uitmaken van het DNA van onze samenleving maar in de praktijk is dat blijkbaar toch niet zo evident.” 

De controle over het woord

“De dominante meerderheid controleert het publieke domein en bepaalt de regels van wat er gezegd mag worden en door wie. Het is een manier om de eigen positie en privileges te beschermen. Want het woord kan iets in gang zetten, kan verandering brengen, kan de mensen vanuit een heel ander perspectief naar de realiteit doen kijken. En als dat perspectief in strijd is met de kijk van de dominante meerderheid kan dat gevaarlijk worden voor hun positie. Daarom is het belangrijk om die stem vanuit de marge zoveel mogelijk te controleren. Ondertussen is er al een hele lijst van mensen die gesanctioneerd zijn net omwille van het feit dat ze de status quo en de visie van de dominante meerderheid in vraag stellen of tegenspreken.” 

Dagelijkse racistische bagger

“Je hebt enerzijds een soort van bevrijding of normalisering van de heel rechts radicale en zelfs racistische praat. Wij de verlichten versus zij, de moslims met hun rare afwijkende normen en waarden. De moslim is de ultieme andere. We mogen dagelijks de grootste bagger en racistische praat over de moslims uitkappen onder het mom van vrije meningsuiting. We zijn namelijk verlost van dat politiek correcte, we zijn wakker geschoten, we benoemen de dingen, etc …”

“Aan de andere kant wordt er niet getolereerd dat die ultieme andere terugspraak, nuances maakt, de dingen in een andere perspectief plaatst. Dat past niet in het wij-zij discours. Wij zijn hier de bevrijde verlichte samenleving en staan tegenover de andere die dat niet is. En alles wat die andere zegt is gewoonweg fout.” 

Het debat in de kiem gesmoord

“Ik wist dat het thema van mijn film heel gevoelig lag. Praten over de wetgeving rond de boerka is controversieel omdat een aantal gevoelige actuele onderwerpen er samenkomen. Zoals het vrouwenlichaam, de gendergelijkheid en de plaats van religieuze symbolen in de publieke ruimte.”

“Maar ik ging er vanuit dat we een volwassen democratische samenleving zijn die wel tegen een stevig debat kan. Ik had gerekend op een fel debat rond het thema. Dat was uiteindelijk ook de opzet van heel het artistieke project. De bedoeling was dat het stuk pas vorm en betekenis kreeg in het debat zelf. Als mensen er op een andere manier naar kijken, komen er betekenissen naar boven die ik er misschien zelf niet in had gezien. Mensen mogen er over discussiëren en van mening verschillen. Maar als de reactie een ontslag is, tja, dan kan je moeilijk nog van een debat spreken.”

“Het debat is in de kiem gesmoord voor het kon beginnen omdat de dominante meerderheid heeft beslist dat mijn kunstwerk onaanvaardbaar is op basis van hun eenzijdige interpretatie ervan. Zo laat je geen ruimte meer over voor discussie.” 

Fictie niet voor dé ander

“Mijn kunstwerk is op een vrij primaire manier bekeken en niet op een meer symbolische, manier als fictie. Ik viel als het ware letterlijk samen met mijn personage. Want ik kan me volgens deze beoordelaars niet bedienen van de tools van fictie.”

“En dus zo’n personage dat ik neerzette in mijn film met, naar mijn mening een dogmatische kijk, kan niet. Als dat personage zegt: “Ik wil mij niet tonen aan de mensen. Ik wil me enkel tonen aan God mijn schepper en ik wil me eraan houden etc. …” Dan gaat men ervan uit dat het mijn opvattingen zijn. Terwijl ik zelf niet eens een hoofddoek draag.”

“Er zijn mensen die er echt van overtuigd zijn dat fictie een westerse uitvinding is en behoort tot de westerse cultuur. En dat andere culturen dat nooit zullen vatten. Nu pas wordt duidelijk hoe gevaarlijk zo’n stelling is. Want als je zegt dat fictie een westerse uitvinding is dan wil dat zeggen dat niet westerlingen nooit fictie kunnen gebruiken om een verhaal te brengen over onze samenleving en onze tijd. De andere culturen kunnen dan enkel over een situatie reflecteren als activist, socioloog, sociaal werker, ...”

Het debat reclaimen

“Ondanks alles wil ik dit debat toch nog voeren. Ik heb al verschillende kansen gehad om daarover te spreken en ik merk dat het voor mij echt louterend is. Want vanaf het moment dat je op een serene manier met de mensen in gesprek gaat over die dingen, zie je dat de tegenstellingen toch niet zo groot zijn als ze worden voorgesteld. Het is belangrijk dat je duidelijk kan maken wat je wilde zeggen en dat je bij de andere ook luistert naar hoe zij erover denken en hoe het bij hen aankomt.”

“Ook al ben ik op zo’n brutale manier gedisciplineerd geweest, ik vind het toch belangrijk om dat debat terug op te eisen. Het is niet omdat zij de macht hebben om mij de mond te snoeren dat ik me erbij moet neerleggen.” 

Zwijg allochtoon

“Ik ben ook bezig aan een essay Zwijg “allochtoon” dat begin september bij Epo verschijnt. Daarin ga ik twee vragen onderzoeken naar aanleiding van mijn ervaringen. De eerste is of het klopt dat iemand met een niet westerse achtergrond sneller gesanctioneerd wordt wanneer ze een dissidente opinie geven en welke gevolgen heeft dat. Een andere vraag die ik ga onderzoeken is hoe het zit met de artistieke vrijheid. Het hele idee dat niet behoort tot de cultuur van bijvoorbeeld de moslims. Is dat zo? Vanwaar komt dat en welke gevolgen heeft dat bijvoorbeeld voor mij als kunstenaar.”

“Er zijn gelukkig andere manieren om toch te spreken en zolang ik die veerkracht heb om dat te doen, zal ik dat blijven doen”, besluit Rachida Lamrabet. 

Op dinsdag 20 juni kan je in de KVS gaan luisteren naar Rachida Lamrabet tijdens het event: ’ Rachida Lamrabet spreekt’. Het is een eerste avond in een reeks debatavonden. Het belooft een interessante avond waarin verschillende artiesten en academici het thema vrije meningsuiting op hun manier exploreren en brengen met o.a Nadia Fadil, Eva Brems, Annelies Verbeke, Junior, Cesar, Joke Van Leeuwen, Michael De Cock en tal van anderen. Voor meer informatie: http://www.kvs.be/nl/rachida-lamrabet-spreekt