about
Toon menu
Interview

Stranger in Paradise: "Dit is geen vluchtelingenfilm, het gaat over Europa"

Ze zijn pas sinds enkele dagen in Europa. Een levensgevaarlijke overtocht over de Middellandse Zee hebben ze zopas overleefd. En de hoop op een beter leven is nog niet door een complexe asielprocedure de grond in geslagen. In de fictie-documentaire ‘Stranger in Paradise’ zien we hoe vluchtelingen in een klas geconfronteerd worden met drie extreme kanten van Europa: de harde rechtse, de zalvende linkse, en de bureaucratische. Tot en met december te zien in verschillende cinema's in Vlaanderen en Brussel.
dinsdag 16 mei 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Aan de ene kant Europa, aan de andere kant de naar een beter leven zoekende vluchteling. Europa: belichaamd door een leerkracht, gespeeld door de Vlaamse acteur Valentijn Dhaenens, onder andere bekend van de verfilming van De helaasheid der dingen. De vluchtelingen: vertegenwoordigd door mensen die kort tevoren daadwerkelijk de oversteek hebben overleefd vanuit Noord-Afrika. 

“Maar het is geen vluchtelingenfilm, allesbehalve”, benadrukt Guido Hendrikx, de Nederlandse 29-jarige regisseur over zijn eerste lange documentaire, die trouwens direct als openingsfilm mocht schitteren op IDFA 2016, het documentairefestival in Amsterdam. “Het gaat over Europa in al zijn facetten en de machtsverhouding ten opzichte van vluchtelingen.” 

Europa 

De leerkracht, ‘Europa’ dus, verwelkomt de vluchtelingen in een klas en legt in drie aktes uit hoe Europa over hen denkt. Eerst benadert hij de vluchtelingen kil en hardvochtig. Dan sympathiek en bevoogdend. En dan met een zakelijke aanpak aan de hand van de bestaande asielregels.

“Ik wilde die machtsverhouding voelbaar maken”, vertelt Hendrikx. “Ik wil dat je die als kijker ervaart. Daarom heb ik ervoor gekozen om te werken met mensen die werkelijk gevlucht zijn.” En wel zo kort mogelijk nadat ze met een boot in Europa zijn aangekomen. “Anders zou de ervaring voor de kijker net iets vrijblijvender zijn. Met acteurs zou je als regisseur meer controle hebben over het maken van de documentaire, maar door met echt zojuist gearriveerde vluchtelingen te werken, creëer je een authenticiteit die je anders niet hebt, en dat vond ik belangrijker.” 

“Wat hen gevoelig maakt, is dat zij net hun leven geriskeerd hebben”, vult Dhaenens aan. “Zij hebben de oversteek overleefd, maar zijn nog niet in aanraking gekomen met het bureaucratische asielbeleid en hebben dus nog die droom om het te maken. Guido wilde daar dicht op zitten.” 

Maar dat is niet de enige reden. “Daarnaast wilde ik een reactie bieden op documentaires waarin vluchtelingen een belangrijke rol spelen en waarbij politieke correctheid en sentimentalisme heel erg aanwezig zijn. Met die twee dingen wilde ik heel graag breken", zegt Hendrikx.

Vers van de Filmacademie 

De jonge filmmaker en zijn filmploeg komen vers van de Filmacademie in Amsterdam af. Een clubje vrienden dat elkaar helpt bij elkaars filmprojecten. Enkel Valentijn Dhaenens is van buitenaf erbij gevraagd. Dhaenens: “Als veertiger was ik de oudste van de groep, verder was iedereen jonger dan dertig.” 

Met het idee voor deze lange documentaire liep Hendrikx al een aantal jaar rond, eigenlijk wilde hij het als afstudeerproject maken, maar dat raadden docenten hem af. Dus werd het zijn eerste grote project na de studie.

Na Lampedusa komt Sicuiliana

Voor research en testshoots bezocht Hendrikx het Italiaanse eiland Lampedusa en het dorpje Siculiana op Sicilië. Deze laatste locatie koos hij voor de opnames. Vluchtelingen komen hier terecht als ze nog maar drie dagen in Europa zijn – de eerste drie dagen hebben ze op Lampedusa doorgebracht – en verblijven hier maximaal drie weken voor ze naar een volgend opvangkamp moeten doorreizen. Het dorp heeft zo’n 5.000 inwoners, en het opvangcentrum heeft plek voor zo’n 250 vluchtelingen.

“Zij vallen dus zo op in het dorp”, vertelt Dhaenens. “Ze hangen vooral rond op het dorpsplein en bij het vluchtelingencentrum. Daar voetballen ze wat, maar ze vervelen zich ook enorm. Er is daar gewoonweg niet veel te doen en bijna niemand uit het dorp praat met ze, deels ook omdat veel Italianen geen of slecht Engels spreken.” 

Machinaal welkom van EU 

Daarom was het niet heel moeilijk om mensen te vinden die graag wilden meewerken aan de documentaire. Dhaenens: “Je moet je voorstellen, het gaat hier om mensen die vaak heel blij zijn dat ze de oversteek hebben gehaald. Ze zullen veel gevaren hebben doorstaan en hebben ‘het beloofde land’ bereikt. Dan worden ze direct opgevangen door mensen met een maskertje op, alsof ze ziektes hebben. Het is ongelooflijk hoe het eerste contact is met de EU, hoe machinaal ze worden ontvangen. Bij de mensen met wie we in contact kwamen, voelde je hoe blij ze waren dat ze bij ons hun verhaal konden doen.”

Een persoon uit het team stortte zich volledig op het zoeken van de vluchtelingen die zouden willen meedoen, het was een fulltime job. Maar hij stond er niet alleen voor: “Tijdens de testshoot een jaar eerder in Siculiana zat een Ghanese man in ‘het klasje’. Toen we er opnieuw waren voor de filmopnames herkende hij de filmploeg en raakten we aan de praat”, vertelt Dhaenens. De Ghanees bleek een tijdelijke Italiaanse verblijfsvergunning te hebben gekregen en verbleef nog in Siculiana. Hendrikx: “We vroegen hem direct of hij bij ons team wilde komen om te helpen met het vinden van vluchtelingen die zouden willen meedoen. Hiervoor is hij dus ook betaald.”

Vluchtelingen gaan in discussie

Of de mensen werkelijk voor de filmopnames zouden opdagen was altijd spannend. “Vaak wisten zij niet of ze de volgende dag alweer op een boot werden gezet, dus het was telkens tot het laatste moment onbekend wie er in de klas zou zitten”, zegt Hendrikx. “Soms moesten we mensen op de dag zelf nog vragen. Veel voorbereiden was dan ook niet goed mogelijk.”

De enige voorbereiding vond plaats een kwartiertje voor de filmopname. De producent Erik Glijnis legde de mensen uit dat Dhaenens een acteur is en wat hij in zijn rol als leerkracht in grote lijnen tegen hen zou zeggen. Hij maakte duidelijk dat het de bedoeling is met Dhaenens in discussie te gaan. Ze mochten alles zeggen wat spontaan in hen opkwam en hoe ze zich voelden. Hendrikx gaf tijdens de opnames enkel sturing als hij vond dat ze nog meer weerwoord mochten bieden.

“Het kwam erop neer dat ik best veel moest improviseren, want je speelt met echte mensen en weet niet exact wat ze gaan antwoorden”, zegt Dhaenens. “Ik had enkel een aantal schema’s in mijn hoofd van mogelijke scenario’s.”

Confrontatie en een trillende kaakspier 

Hoe was het om mensen te confronteren die nog alle hoop hebben op een beter leven en van wie je weet dat ze daar alles voor hebben opgegeven? “Ik moest de hele tijd in mijn achterhoofd houden dat ik acteur ben en dat zij dat weten.” Dhaenens had er vooral last van tijdens de eerste sessies, waarin hij hen laat blijken dat Europa niet op ze zit te wachten.

“Soms vroeg ik me af: ‘Wat denken zij niet van mij?’ In het begin kon ik het nauwelijks aan. Ik keek veel meer naar beneden en als je goed kijkt zie je hoe mijn kaakspier trilt. Maar vreemd genoeg lokten de hardste dingen die ik zei juist engagement uit, en niet haat. Ik kreeg respect van die mensen, omdat zij de kans kregen een weerwoord te bieden. Daar luisterde ik ook oprecht naar. Ik voelde de spanning, maar het is nooit zo erg geworden als dat ik me van tevoren in mijn fantasie had voorgesteld. Zij bleken gewoon blij te zijn dat je naar hen luistert en met ze praat, in tegenstelling tot de apathie van de dorpsbewoners.” 

Praten en luisteren

“Van tevoren had ik schrik voor de confrontatie en voor het gevoel dat we hen niet kunnen helpen. Maar als ze na een draaidag teruggingen naar hun slaapplaats, dan kwamen er de volgende dag meer mensen mee die wilden meedoen. Voor velen was het vermaak om even met ons op pad te zijn. We maakten plezier, speelden voetbal, aten pizza en praatten met elkaar.”

“En aangezien iedereen uiteindelijk ergens asiel aan zou vragen, was het voor velen ook een kans om eens te oefenen” zegt Dhaenens. “Hoe zo’n gesprek te voeren en welke vragen kan je verwachten.” 

Ondervraging

Behalve discussie zie je in de documentaire ook wie er op basis van de criteria van het Nederlands asielbeleid in Nederland asiel zou kunnen krijgen en wie niet. Na de eerste twee aktes zijn enkel de mensen over die aangeven voor oorlog of politieke vervolging te zijn gevlucht en die uit een land komen dat in Nederland gemarkeerd staat als ‘onveilig’. Dat zijn er niet zoveel, de meesten hebben het klaslokaal moeten verlaten omdat ze een economische vluchteling zijn of om een andere reden niet voldoen aan de Nederlandse asielcriteria. 

In de derde akt onderwerpt Dhaenens de vluchtelingen aan een ondervraging gebaseerd op de vragen die vluchtelingen in Nederland voorgeschoteld krijgen als ze asielaanvraag doen. Tijdens deze gesprekken wordt gekeken wat exact de reden is waarom de persoon gevlucht is en of er geen onregelmatigheden in het verhaal zijn. 

“Van tevoren konden we via via enkele dossiers inkijken, waardoor we hebben gezien hoe zo’n gesprek in zijn werk gaat”, legt Dhaenens uit. “In die dossiers staat namelijk exact genoteerd wat de asielzoeker heeft gezegd en het commentaar van de afnemer erbij. Zoals: ‘Ik betrap hem hier op een leugen, want op pagina 4 waar ik verwijs met * zegt hij dat en dat.’ Wat je zag was dat bij sommigen het verhaal sowieso al heel dramatisch, maar dan waren ze bang dat het toch niet genoeg was en verzonnen ze er nog ergere dingen bij. Terwijl, word je op 1 leugen betrapt, dan is het al gedaan.” 

Machtsrelatie en de kijker uitdagen 

Voor de documentaire waren de mensen er dus van op de hoogte dat Dhaenens een acteur is, maar na vijf minuten merkte je dat ze dat vergaten. Bovendien zei Dhaenens dingen gebaseerd op ideologieën die in Europa rondgaan. Je merkte dat de mensen dat voelden. Hoe harder Dhaenens was, hoe sterker de reacties en discussie.

Veel filmmakers zouden de interessante personen langer in beeld brengen, wellicht zelfs muziek eronder zetten, zodat je als kijker gevoel krijgt voor hen. "Guido heeft die drang niet”, zegt Dhaenens. “Zodra het interessant werd bij een vluchteling, dan ging hij juist expres weg met de camera. Op deze manier wilde hij dat het niet om hen ging draaien, maar het gevoel bij Europa leggen.”

“De kijker uitdagen een positie te vormen ten opzichte van zijn machtsrelatie met migranten.” Met dat huiswerk hoopt Hendrikx dat de kijker naar huis gaat. Stranger in Paradise is volgens hem geen crowdpleaser, het is bijna het tegenovergestelde. Hendrikx: “Ik hoop dat de documentaire de kijker een beetje ontregelt. Dat hij of zij zich afvraagt waar die in het spectrum van vluchtelingen en migratie staat?”

“Kijk, wij zijn de machthebbers”, vervolgt Hendrikx, “wij bepalen het lot van migranten die in Europa zijn aangekomen. Wij zijn de leider van hun macht."

En hoe gaat het nu? 

En hoe is het nu met de vluchtelingen uit de klas? Spreken de filmmakers sommigen van hen nog? “We hebben er 25 tot dertig nieuwe Facebookvrienden bij, allemaal mensen die hebben meegedaan”, zegt Glijnis. “Ze zijn heel actief, dus je ziet veel foto’s van ze langskomen waar ze op dat moment zijn. Twee van hen spreek ik nog regelmatig op Facebook.”

Voor Hendrikx geldt hetzelfde, waaronder natuurlijk de Ghanese man die heeft meegeholpen mensen te vinden. “We hebben hem uitgenodigd om naar Duitsland te komen voor een filmvertoning. Van de anderen weten we dat ze nog in een opvangkamp zitten.”


'Stranger in Paradise' is tot en met december te zien in onder meer Cinema ZED (Leuven) en Sphinx Cinema (Gent). Zie voor meer info: daltondistribution.be & cinemaximiliaan.com.