about
Toon menu

Waarom Frankrijk (nog steeds) brandt

Meer dan tien jaar na de grote opstand in de Franse voorsteden, is de relatie tussen burgers en politie er enkel op verslechterd. En afgaande op de politieke beslissingen die genomen worden, ziet het er niet naar uit dat dit opbod gauw zal afnemen.
maandag 20 februari 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Juli, vorig jaar. Adama Traoré trok er met zijn jarige broer op uit om te vieren. In de straten van Beaumont-sur-Oise, een stadje ten noorden van Parijs, werd het duo tegengehouden door een politiepatrouille. Adama, die geen geldig identiteitsbewijs bij zich had, probeerde weg te rennen maar werd uiteindelijk gepakt door de politie. Dat betekende zijn dood.

De officiële verklaring luidde dat Adama stierf door een bijzonder acute infectie. Volgens de agenten verloor Adama het bewustzijn in de politieauto en kon er niks meer gedaan worden om hem te redden. Een wetsdokter stelde dat er weinig sporen van geweld waren op het lichaam van Adama en dat de doodsoorzaak orgaanfalen door infectie was.

Maar de feiten wijzen erop dat Adama wel degelijk stierf door het hardhandig optreden van de politie, en getuigenissen van aanwezige brandweermannen in het politiekantoor suggereren dat er geweigerd werd om Adama hulp te bieden op het moment dat hij duidelijk in levensgevaar verkeerde. Agenten verklaarden dat Adama dat slechts deed om aandacht te trekken. De doodsoorzaak van Adama is tot op heden niet opgehelderd. Getuigen en experten spreken elkaar tegen, de politie beweert correct gehandeld te hebben.

Slachtoffers van politiegeweld

Een dikke zes maanden na het overlijden van Adama, is er de verkachting van Théo L. door de Franse politie. Een identiteitscontrole van een groep jongeren in de Parijse voorstad Aulnay-sous-bois, loopt uit de hand. Théo wordt geïsoleerd, afgeranseld en verkracht met een wapenstok. De man wordt ijlings overgebracht naar het ziekenhuis omdat de verkrachting zijn endeldarm heeft gescheurd.

Net als bij Adama probeert de politie in de zaak Théo de handen in onschuld te wassen. De conclusies van een eerste officieel onderzoek omtrent de zaak van Théo luidt dat de verkrachting “per ongeluk” gebeurde. Het is een verklaring waar niemand, buiten de politie zelf misschien, enig geloof aan hecht.

'Onze politie moordt'

Wie denkt dat de gevallen van Théo en Adama uitzonderlijk zijn, vergist zich. De actiegroep Urgence notre police assassine probeert een lijst bij te houden van alle gekende slachtoffers van politiegeweld sinds 2005. De cijfers zijn zorgwekkend. Tussen 2005 en 2012 stierven er 85 mensen door toedoen van politiegeweld. Gewonden of zwaargewonden zijn niet meegerekend. Ook seksuele delicten begaan door de ordetroepen zijn lang niet zo uitzonderlijk. Uit de lijst van slachtoffers is ook duidelijk op te maken dat het geweld racistisch gemotiveerd is. Bijna alle slachtoffers zijn mensen van kleur.

Opvallend is dat de Franse overheid geen statistieken bijhoudt met betrekking tot politiegeweld tegen burgers. Over het precieze aantal gewelddaden bestaan dus geen sluitende cijfers van overheidswege. Het zijn enkel burgerorganisaties die dit proberen in kaart te brengen. Omgekeerd heeft de Franse overheid natuurlijk wel cijfers over het aantal aanvallen tegen politieagenten.

Het geweld van de Franse politie beperkt zich niet tot de zogenaamde banlieues. In de context van het protest tegen de loi travail vorig jaar trok de politie bijvoorbeeld eveneens hard van leer. Doden vielen er gelukkig niet. Maar sommige manifestanten zijn wel gehandicapt voor het leven. In Rennes verloor een manifestant een oog door een 'flash ball'.

Flash balls zijn een soort rubberen kogels ter grote van een ping pong ball en worden afgeschoten uit een toestel dat het midden houdt tussen een geweer en een granaatwerper. Normaal zijn 'flash balls' bedoeld om ingezet te worden wanneer agenten op onmiddellijke wijze bedreigd worden. Er mag bovendien nooit op het hoofd gericht worden. Maar daar trekt de Franse politie zich weinig van aan. De 'flash ball' wordt gewoon gebruikt om manifestanten uiteen te drijven en er wordt duidelijk op het bovenlichaam gemikt. Andere manifestanten zijn permanent doof omdat ze geluidsgranaten tegen het hoofd kregen

Het politiegeweld dat tijdens protesten wordt gebruikt is soms dodelijk. In 2014 stierf de activist Rémi Fraisse tijdens een manifestatie doordat een traangasgranaat ontplofte tussen zijn rug en de rugzak die hij aanhad. Ook dat is een oud zeer waar geen verandering in komt. De Franse politie gebruikt overvloedig veel traangas tijdens manifesaties en schiet lukraak granaten in mensenmenigtes. Dat was gisteren zo, en dat is vandaag zo. Een levensgevaarlijke praktijk waar men blijkbaar geen verandering in wil brengen.

Protest

Sinds de verkrachting van Théo aan het licht kwam, vindt er dagelijks protest plaats in Frankrijk. Verschillende groepen lijken elkaar te vinden in dat protest. Zo zijn er niet enkel protesten en schermutselingen in de banlieus, maar evenzeer in het centrum van Parijs en andere grote steden. Vandaag (maandag 20/2) werden ook scholen geblokkeerd door leerlingen in, onder andere, Montpellier en Parijs. Donderdag staat een betoging gepland van scholieren in Parijs en zullen vermoedelijk opnieuw scholen gebarricadeerd worden.

Betoging in Parijs, vorige week woensdag (screenshot Taranis News)

Tijdens de protesten voor Théo stelt de Franse politie zich naar goede gewoonte provocatief op. Ze is steeds heel zichtbaar aanwezig, in zichtbare gevechtsuitrusting en grijpt bijzonder snel naar de wapenstok en traangas. Het zorgt ervoor dat iedere manifestatie uitdraait op rellen en vernielingen.

Betoging voor Théo, 18 februari, Parijs:

Tout le monde déteste la police” is vermoedelijk de meest gescandeerde slogan tegenwoordig in Frankrijk. Maar het is meer dan een slogan: het is de uitdrukking van een permanente staat van oorlog tussen het gros van de Franse stedelijke jeugd, de banlieusards en de politie. Die staat van oorlog is dus niet nieuw, maar hij bereikt wel een nieuwe intensiteit na de gevallen van Théo en Adama.

Blokkering van schoolingang 20/2 - Parijs

Politieke radicalisering

Er treedt niet alleen radicalisering op in de straten, maar ook in de gevestigde politiek. Al gaat het wel om radicaliseringen in twee tegengestelde richtingen. Zo riep Marine Le Pen op om betogingen tegen politiegeweld voortaan te verbieden. Een schot voor de boeg natuurlijk, maar het toont wel mooi wat leeft binnen de rechterzijde in Frankrijk. Le Pen heeft ook herhaaldelijk haar onvoorwaardelijke steun uitgesproken voor de ordediensten.

Ook de 'linkse' presidentskandidaat Macron doet vrolijk mee aan het opbod. Hoewel hij pleit voor een politie die opnieuw aansluiting zoekt bij de bevolking, stelt hij tegelijk voor om 15.000 extra plaatsen voor gevangenen te voorzien, meer politiemensen aan te werven en een ‘plaatsverbod’ mogelijk te maken voor personen die een risico vormen voor de openbare veiligheid.

Oproep van Franse scholieren om op straat te komen

Ondertussen werd vorige week in het Franse parlement een nieuw veiligheidsplan goedgekeurd. In dat veiligheidsplan zit vervat dat agenten sneller en makkelijker mogen gebruik maken van hun dienstwapen en worden strengere straffen vastgelegd voor smaad tegenover de politie. Op dat laatste staat voortaan een straf tot één jaar en een boete tot vijftienduizend euro.

En dan hebben we het nog niet gehad over de noodtoestand die nog steeds van kracht is in Frankrijk ...