Meer dan ooit heeft de wereld nood aan onafhankelijke journalistiek.

Meer dan ooit is het nodig om een tegengeluid te laten horen.

Steun daarom DeWereldMorgen.be

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu

Ken Loach over I, Daniel Blake: “Filmmakers moeten stelling nemen”

Toen de Britse geëngageerde filmmaker Ken Loach in Cannes zijn tweede Gouden Palm in de wacht sleepte met het sociale drama 'I, Daniel Blake' toonde hij zich trots op zijn bekroning maar woedend omwille van “de wrede Britse bureaucratie die een draconisch sanctioneringssysteem heeft opgezet om aan armen duidelijk te maken dat het allemaal hun fout is, dat ze geen job hebben omdat ze onbekwaam en nutteloos zijn.” Het tekent de 80-jarige veteraan die het publiek een geweten blijft schoppen met humane aanklachtfilms.
woensdag 26 oktober 2016

Van Kes en Hidden Agenda over Carla's Song en Bread and Roses tot It's a free world.., The Angels Share, Jimmy's Hall en I, Daniel Blake; de sociaal-realistische films die Ken Loach (° 1936) tijdens zijn ondertussen vijftigjarige carrière maakte geven aan dat zijn sympathie uitgaat naar de arbeidersklasse en niet naar de burgerij of de overheid. Dat is zonneklaar.

In zijn jongste, I, Daniel Blake, leeft Loach mee met timmerman Daniel (Dave Johns) en alleenstaande moeder Katie (Hayley Squires). Twee eenzame mensen die door ziekte en werkloosheid gemarginaliseerd dreigen te worden. Zeker wanneer een kafkaiaanse bureaucratie hen richting armoede drijft. Gelukkig vinden ze bij elkaar solidariteit en steun. Al ligt een happy end niet binnen handbereik.

 

Een mix van humor en tragedie

“Je kan een krachtige documentaire maken met dit materiaal,” zei Loach ons tijdens zijn bezoek aan Film Fest Gent, “maar ik werk altijd in fictie omdat je dat kan sturen. Je kan personages verschillende lagen geven, humor toevoegen en het sociale drama een tragische dimensie bezorgen. Ik hou van zo'n mix van humor en tragedie.” De man die in Cannes triomfeerde was blij dat I, Daniel Blake in Gent voor een ruim en divers publiek in première ging maar toonde zich vooral zoals altijd strijdvaardig.

 I, Daniel Blake kwam als een dubbele verrassing. Vooreerst was er bij de release van je vorige film Jimmy's Hall in 2014 gezegd dat je geen nieuwe narratieve speelfilm meer zou maken, hoogstens een documentaire.

Ken Loach: “Ik maakte die dwaze opmerking toen we Jimmy's Hall aan het voorbereiden waren en het er op leek dat ik het einde niet ging halen. Meestal werk ik met een beperkte cast maar voor dat historisch drama moest ik aan de slag met veel acteurs en figuranten. Dat bleek behoorlijk zwaar. Zeker in combinatie met de traditioneel lange werkdagen voor fictiefilms.

Maar aangezien we allemaal langer moeten gaan werken... Nee serieus, toen mijn vaste scenarist Paul Laverty en ik werden geconfronteerd met al die verhalen over armoede, werkloosheid, gezondheidszorg en de werking van zogenaamde arbeidsbemiddelingsinstellingen konden we niet anders dan ze te vertalen in een film. De verhalen waren te sterk en te schrijnend.”

 De tweede verrassing was dat I, Daniel Blake zo'n goede film is, zelfs nog beter dan Jimmy's Hall, een film die me moeilijk te overtreffen leek. Je levert in die film snoeiharde kritiek op de repressieve rol van kerk en staat maar toont vooral positieve elementen zoals het gemeenschapsgevoel, de levenslust en het plezier dat mensen scheppen in samen dansen en zingen. Ondanks het tragische karakter van I, Daniel Blake evoceer je er ook dat gemeenschapsgevoel. Wanneer Daniel zijn protest op de muren schrijft ontstaat er een publiek op straat en vooral interactie met die mensen.

“Er leeft een gevoel van woede bij mensen, ze zijn bereid om terug te vechten, om zich te verzetten en ze bewonderen iemand die dat ook effectief doet zoals Daniel Blake. Er zit een komisch element in zijn provocatie maar het is ook een daad van verzet. Daniel wil zich niet laten verslaan en zo'n houding slaat aan bij mensen.”

Het is geen daad van één held, zijn actie brengt iets in beweging.

“Mensen zijn in de grond anti-autoritair. Ze lachen steevast wanneer een agent zijn kepie verliest. Wanneer iemand nee zegt tegen de autoriteiten geeft dat anderen een goed gevoel.”


Verzet en gemeenschapsgevoel

Er wordt kritiek geleverd, iets afgebroken, maar tegelijk wordt er ook iets opgebouwd, het gemeenschapsgevoel dat in andere omstandigheden dood lijkt.

“Inderdaad. En dat is ook zo in de realiteit. Wanneer je samen met je buren of met je werkcollega's actie voert, zorgt dat voor een goed gevoel. Enkele weken geleden was ik nog in Liverpool voor het congres van de Labour partij en daar geraakte ik betrokken bij een actie om het met sluiting bedreigde vrouwenhospitaal te redden.

Ik speechte er en het waren niet zozeer mijn woorden maar wel het gevoel dat we samen aan het strijden waren voor iets positiefs die iedereen een goed gevoel bezorgde. Actie voeren levert nieuwe levensenergie op en brengt mensen samen. Daar hou ik van.”

 Lag er een specifiek verhaal aan de basis van I, Daniel Blake?

“Nee, het was de opeenstapeling van verhalen waar Paul Laverty en ik mee geconfronteerd werden die de trigger was. Verhalen in kranten, verhalen van mensen die we kenden, verhalen die activisten ons bezorgden, verhalen die we lazen in blogs,...

Daarop deden we samen wat research, diepte Laverty dit onderzoek nog verder uit en gingen we praten over op welke schaal we een fictiefilm over dit onderwerp wilden maken, rond welke personages het verhaal zou draaien, waar het zich zou afspelen, over welke tijdspanne het gebeuren zou lopen,...

We waren het meteen eens dat er  twee met elkaar verbonden zaken aangeklaagd moesten worden: het feit dat voedselbanken nodig zijn en het groot aantal mensen die de afgelopen jaren financiële sancties kregen van de sociale uitkeringsinstellingen in het Verenigd Koninkrijk. In deze tijden van overcommunicatie en sociale media praat niemand over hoe mensen systematisch in de armoede worden gedreven.”


Eenzame, solidaire helden

Waarom koos je voor Katie en Daniel als protagonisten?

“We wilden geen hoofdpersonages tussen wie er een romantische relatie zou ontstaan. Te vaak leidt dit af van de essentie. Wat we opmerkten was dat veel van de betrokken mensen eenzaam en alleen waren; armoede isoleert vaak mensen. We wilden twee personages die alleen waren, die geen familie hadden, zodat de relatie tussen Daniel en Katie er een van wederzijdse afhankelijkheid zou zijn.

Katie komt van een andere stad terwijl Daniels echtgenote gestorven is, ze hebben beiden niemand. Het feit dat ze op iemand willen kunnen steunen tekende hun karakter. We wilden ook geen evidente slachtofferfiguren; iemand met een verslaving of een handicap.

Wanneer het kan gebeuren met iemand zoals Daniel die bekwaam en ervaren is, die populair is bij zijn collega's, die slim en grappig is; dan kan het iedereen overkomen. Waardoor het verhaal niet kan weggezet worden als een uitzondering of louter verbonden met de capaciteiten en verdiensten van een individu.”

Ook Katie is een energieke, strijdvaardige vrouw die er voor haar kinderen iets wil van maken.

“Juist, ze studeert aan de Open Universiteit om zich op te werken en is iemand die er met een klein duwtje in de rug wel zal komen. We wilden sterke personages die een hele tocht voor de boeg hadden, niet iemand die al onderaan de ladder stond en niet ver meer kon vallen.

Daniel en Katie geven aan dat iedereen in een diepe afgrond kan belanden en dat uitkeringen zomaar geen luxe zijn. We worden in de populaire pers om de oren geslagen met verhalen van misbruik maar dat gaat maar om een kleine fractie van de uitkeringen.

Terwijl dezelfde media zelden berichten over de miljarden die door belastingontduiking verloren gaan. Of de Panama Papers? Het is toch niet te geloven dat de betrokkenen daar mee weg geraken terwijl wie een biertje steelt in een winkel zwaar wordt aangepakt.”


Subjectief en geëngageerd

Anthony Hayward schreef een boek over je films met de titel 'Which Side are You On?'. Het is in al je films inderdaad duidelijk aan welke kant je staat. Zogenaamd objectieve afstandelijkheid is niets voor Ken Loach.

“Ik heb altijd samengewerkt met activisten en ben steeds betrokken geweest in hun strijd. Ik vind het laf om bij bepaalde verhalen afstand te houden, je moet tot zekere conclusies komen, wat die ook mogen zijn. Je zou kunnen zeggen 'ik ben maar een kunstenaar, geen burger of politicus, ik blijf braafjes bij mijn verhaal' maar dat vind ik fout, je moet tot besluiten komen en het publiek daarbij leiden.

Filmmakers moeten een positie innemen, ze moeten stelling nemen en de grote vragen stellen, niet zomaar wijzen op symptomen. Het volstaat niet om te zeggen 'kijk, een slachtoffer, ik vertel zijn verhaal'. Je moet naar het grotere beeld kijken, erop wijzen waarom er armoede bestaat en je moet mensen doen inzien welke elementen in de samenleving op dat vlak verandering kunnen creëren.”

Die betrokkenheid en subjectiviteit vormt ook de kracht van je films. Als kijker voel je bij elke Ken Loach film dat het een film was die je moest maken. Al te vaak geven cineasten je enkel het gevoel dat ze vooral 'regisseur' wilden zijn en dat de film daarbij enkel een hulpmiddel is.

“Elke film moet je als kijker dat gevoel van dwingende dringendheid geven. Ook als het komedie is moet je de indruk krijgen dat iemand deze film echt wilde maken. We hebben vele soorten films nodig, niet elke film hoeft een I, Daniel Blake te zijn.

Er moeten veel vormen van verbeelding zijn maar zoals je zegt wanneer een film enkel bestaat omdat iemand graag regisseur wil zijn, is dat dwaas. Dergelijke films zijn oninteressant en vooral ook onoprecht. Daarom ook dat ik me absoluut niet aangetrokken voel tot Hollywood.

Waarom in een zee met haaien gaan zwemmen wanneer je ook elders kan baden zeg ik altijd. Teveel regisseurs zijn daar enkel met dat regisseur-zijn bezig en niet met films die ze absoluut willen maken. Bovendien, hoeveel Europees filmtalent heeft Hollywood niet kapotgemaakt?”

Jij bent vooral begaan met het vatten van leven op film. Zijn er daarbij cineasten die je beïnvloed hebben, of stromingen zoals het Italiaanse neorealisme?

“Zeker het neorealisme. Plus de Nouvelle Vague en de Tsjechische films uit de jaren zestig van Jiri Menzel (Closely Watched Trains, Capricious Summer) en Milos Forman (Black Peter, The Loves of a Blonde, The Fireman's Ball). Maar ook muzikale komedies, komieken, vaudeville. Veel humor ontstaat uit armoede, beproevingen, de kloof tussen gedrag en realiteit.”


Dicht bij de mensen, dicht bij de acteurs

In veel van je films gaat woede gepaard met het vermogen te kunnen lachen met onrecht en onderdrukking.

“Je moet gewoon van mensen houden, genieten van bij mensen te zijn, je amuseren met hen, lachen zonder neerbuigend te zijn. Uiteindelijk moet je mensen op het scherm brengen en wanneer je niet van hen geniet gaat dat ook zichtbaar zijn.

Dat is vervelend voor iedereen. Daarom begrijp ik ook regisseurs niet die kunnen regisseren vanachter een monitor in een andere ruimte. Participatie maakt deel uit van het plezier van een cineast.”

Je wil dicht bij de acteurs staan.

“Ja, maar het is een evenwichtsoefening. Je wil er zijn maar niet met een onderzoekende blik, ik draai me soms weg van de acteurs omdat ze recht hebben op privacy bij hun werk.”

Hoe verloopt de interactie met de acteurs dan?

“Ik spreek kort een rustig woordje met hen tijdens het draaien. Het is cruciaal hoe je de dingen opzet, wanneer je de zaken goed voorbereid hebt hoef je tijdens de opnamen niet veel meer te zeggen. Wanneer je de juiste mensen hebt zullen zij het doen. Casting is dus heel belangrijk.”

Je geeft acteurs ook nooit het volledige script, maar voedt hen stelselmatig met stukjes scenario. Hoe balanceer je dat, hoe bepaal je af wat je geeft en wat je achterhoudt?

“Het is zoals je zegt een kwestie van balanceren, van afwegen. Wanneer acteurs een aantal specifieke elementen moeten overbrengen dien je ze die tijdig te geven zodat ze zich niet ongerust maken over de vraag of ze genoeg tijd hebben om het te leren.

Maar je moet het ook vloeiend houden zodat ze dingen kunnen veranderen of toevoegen. Een ander element is dat ze nooit de andere acteur horen praten voor we de scène draaien. Daardoor is het nieuw voor hen en reageren ze fris. Het is die frisheid en authenticiteit die je zoekt als regisseur.”


Een sterke Hayley Squires

Actrice Hayley Squires gelooft dat je de eerste take van Katie's dramatische crash in de voedselbank hebt gebruikt.

“We hebben die scène drie maal opgenomen en we hebben inderdaad de eerste take gebruikt omdat die het meest fris, rauw en authentiek was.”

Na de eerste take begint een acteur in dergelijke scènes te acteren.

“Hayley was fenomenaal. Niemand was trouwens op de hoogte dat ze zich op het eten zou storten en daarna emotioneel onderuit zou gaan.”

Daarom heb je Hayley waarschijnlijk ook genomen tijdens de casting?

“Je organiseert improvisaties tijdens een casting en tracht acteurs te beoordelen. Door hen in bepaalde situaties te plaatsen en te zien hoe ze reageren krijg je een idee van de complexiteit van hun eigen karakter en hoe dat inhaakt op het personage dat ze moeten vertolken.”

 Ze moest sterk zijn, een vechter maar ook fragiel om emotioneel te kunnen breken.

“Absoluut. Dat is de essentie van Katie, die mix van kracht en fragiliteit. Katie is een strijder en ze moet sterk zijn voor de beslissingen die ze gaat nemen. Maar ze is ook fragiel waardoor je haar wanhoop ziet. Dat vraagt om een warm hart. Katie is niet hardvochtig maar wel kwetsbaar en empathisch. Al die dingen bezat Hayley, ze was echt schitterend om mee te werken.”


A working class hero

Je bent de regisseur van de working class hero's. Getuige films zoals Raining Stones, Ladybird Ladybird, Bread and Roses, It's a Free World..., Route Irish, The Angel's Share,... Is er een reden waarom je zo gefascineerd bent door de arbeidersklasse?

“Arbeiders zijn boeiender omdat ze dichter bij de moeilijke beslissingen omtrent overleven staan. Kwetsbaarder ook en emotioneel naakter, met minder remmingen. Wanneer ik in de problemen zou zitten zou ik niet in een rijke omgeving willen wonen maar in een omgeving waar arme mensen wonen.

Mensen zijn er meer gewoon om elkaar te helpen. Ze hebben geen afstandbediening en camera om de deur te openen. In gebieden waar arbeiders wonen is er een nood aan generositeit. Ze zijn warmer en doen je vaker lachen. Bovendien, ik ben van de oude stempel, wanneer er verandering komt zal het van de arbeiders komen. De bourgeosie gaat geen geschenken uitdelen.”

Hoe kan de noodzakelijke verandering er komen?

“Goede vraag. Ik weet het niet. Het kan enkel door actie, organisatie, principieel politiek leiderschap en een internationale werking want de arbeidersklasse zit in Indonesië, Latijns-Amerika, Korea, China, ...

Het moet dus internationaal zijn maar we dienen in ons eigen land en in Europa te beginnen. En we moeten vooral beseffen dat problemen zoals dakloosheid en armoede verbonden zijn met het economische systeem, het zijn structurele problemen die vragen om structurele veranderingen.”

Hebben jouw films bijgedragen aan het verlangen naar verandering?

“Eerlijk: geen idee. Als filmmaker kan je alleen maar mensen aanmoedigen die aan jouw kant staan, mensen die progressief zijn en streven naar verandering.”

Tot wie richt je je met I, Daniel Blake? De reeds overtuigden?

“Het eenvoudige antwoord is: ik richt me tot iedereen met een open geest. Uiteraard wil je de mensen die politiek geëngageerd en actief zijn aanspreken. Maar je wil ook andere mensen aantrekken via het verhaal en de personages. Ik wil activisme stimuleren maar ook de betrokkenheid en empathie van mensen versterken. Het gemeenschapsgevoel waar we over spraken bevorderen is een andere ambitie.”


Vernederingen als een systeem

De vernedering van mensen door instellingen en procedures is nadrukkelijk aanwezig in I, Daniel Blake. Is dat een systeem of een ongelukkig nevenverschijnsel?

“Ik denk dat het gewild is. De regering weet wat ze doet, ze laten mensen bewust een vernederende ervaring doormaken. Omdat mensen wanhopig trachten te overleven moeten ze zich door deze vernederende procedures worstelen. Sommige Schotse jobcentra hebben instructies gekregen over wat ze moeten doen wanneer mensen zelfmoordneigingen vertonen, ze weten ook dat de gezondheid van mensen verslechtert.

Ze hebben toegelaten dat er voedselbanken ontstaan, het is toch onaanvaardbaar dat we dat als normaal zijn gaan beschouwen. De regering weet ook dat er mensen moeten kiezen tussen verwarming en eten voor hun kinderen. Wanneer je dan wanhopige mensen door zo'n vernederend proces stuurt kan dit enkel de bedoeling zijn. Het opzet is duidelijk: het gevoel creëren bij mensen dat het allemaal hun eigen schuld is.”

Wanhoop kan tot woede, protest en rebellie leiden maar wanneer je mensen in het defensief dringt met zo'n vernederende procedure hebben ze het zo druk met zichzelf te verdedigen dat ze niet meer ten aanval kunnen trekken.

“Exact. Daarom zeg ik ook dat het bewust is.”

Door de druk op te voeren tracht men de rust te bewaren.

“Inderdaad, en bezorg de mensen een zondebok: een immigrant die je job komt afnemen, een vrouw met veel kinderen die de sociale zekerheid ondermijnt, iemand met een werkloosheidsuitkering die op vakantie gaat,... Er zijn zoveel mensen die kunnen gecast worden als de veroorzakers van alle onheil.”

Zoals terroristen, een dreiging die tegelijk concreet en abstract genoeg is.

“Of Europa, met dat brexitreferendum als perfecte afleidingsmaneuver. Voor de Britse arbeiders ging de keuze tussen twee vormen van uitbuiting: de privatisering en deregulering van de EU of het extreme neoliberalisme van de Britse overheid.”

De welzijnsstaat verandert langzaam in een systeem van controle en bestraffing.

“Eigenlijk bestaat de welzijnsstaat amper nog. Zelfs de gezondheidssector is geprivatiseerd, beveiligingsfirma's worden aangetrokken om gezondheidswerk te doen, ziekenhuizen zijn het eigendom van privébedrijven, brandweerwagens worden geleased.

Alles is geprivatiseerd: gevangenissen en politiediensten komen in de handen van ondernemingen zoals G4S. Vreemd genoeg gaan Labourpolitici na hun politieke loopbaan werken voor de bedrijven aan wie ze contracten hebben gegeven.”


De grootste realisatie van Thatcher

Dat begon onder Thatcher maar het was Tony Blair die het neoliberalisme een zogenaamd menselijk gezicht gaf.

“Thatcher zei dat Blair haar grootste creatie was en ze had gelijk. Het was cinema eigenlijk: ze speelden de goede en de slechte agent. Al is Blair met zijn illegale oorlog en zijn verbondenheid met wapenhandelaars niet echt een goede agent natuurlijk.”

Geconfronteerd met dit alles, wat komt eerst voor jou als filmmaker: de zoektocht naar waarheid of de zin om een onderhoudende maar relevante film te maken?

“Het draait nooit uit op een dergelijke keuze. De vraag is: wat is het verhaal, wie zijn de personages, wat is het conflict en op welke manier kan je het vertellen. Het verhaal moet dramatisch zijn natuurlijk. Het komt er op aan alles zo te verhelderen dat je het ruimere beeld ziet zonder dat de personages uit beeld verdwijnen.”

Hoe zou je willen dat het publiek de zaal verlaat bij I, Daniel Blake? Met een gevoel van woede, van frustratie,...

“Met het gevoel dat de dingen niet juist zijn. Wanneer dat woede is, is het goed. Zien ze de wereld door de ogen van Daniel en Katie dan is dat ook goed. Geeft hen dat zin om deel te nemen aan acties dan is dat zeker goed.”

Voor Ken Loach lonkt het pensioen ondertussen niet langer?

“Zeg nooit nooit. Of ik nog een film maakt hangt af van hoe ik mij voel en welke verhalen zich opdringen.”


Gent, 11 oktober 2016


I, DANIEL BLAKE: Ken Loach, UK 2016, 100'; met Dave Johns, Hayley Squires, Sharon Percy, Briana Shann, Dylan McKiernan; scenario Paul Laverty; fotografie Robbie Ryan; montage Jonathan Morris; distributie Cinéart, release 26 oktober 2016

 

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.