Een nieuwssite die

reclamevrij
onafhankelijk
kritisch
en gratis is?

Dat kan!

Maar enkel dankzij jouw steun

Steun ons nu!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Opinie

"Mediahetze tegen Jeremy Corbyn is karaktermoord"

De Noor Jonas Fossli GjersØ werkt al tien jaar in Groot-Brittannië. Hij snapt de mediahetze tegen Jeremy Corbyn niet. “In Noorwegen zou hij een onopgemerkte doorsnee mainstream sociaal-democraat zijn. Zijn politiek platform plaatst hem midden in de Noorse Labourpartij, waarvan de leider recent NAVO-secretaris-generaal is geworden. Dit is geen journalistiek maar karaktermoord”
dinsdag 27 september 2016

“Als Scandinaviër die al meer dan tien jaar in Groot-Brittannië leeft, is er niets dat me meer een buitenlander doet voelen dat de huidige verkiezingsstrijd voor het voorzitterschap van Labour. Zowal qua stijl als qua beleidskeuzes zou mijnheer Corbyn in Noorwegen een onopgemerkte mainstream doordeweekse sociaal-democraat zijn. Zijn politiek platform plaatst hem pal middenin de Noorse Labourpartij, waarvan de laatste voorzitter zo een breed gerespecteerd establishmentfiguur is dat hij na zijn ontslag de huidige secretaris-generaal van de NAVO werd.

En toch wordt hier in Groot-Brittannië een politicus die gelijkaardige beleidsvoorstellen maakt, die het fundament zelf zijn van het Noord-Europese model, gebrandmerkt als een extremist van extreem-links en een gevaar voor de maatschappij.

Wie heeft er dan gelijk? Is de Noorse Labourpartij een of andere gevaarlijke extremistische groepering die de uiterst linkse rand van het politiek spectrum bezet? Als dat zo is, dan volstaat een vluchtige blik op de Human Development Index van de VN om vast te stellen dat Noorwegen niet bepaald hard heeft geleden als gevolg van meerdere opeenvolgende door Labour gedomineerde regeringen. Of is het misschien eerder zo dat de portrettering van Corbyn door de Britse media en bij uitbreiding van zijn beleidskeuzes nogal worden overdreven en op de rand van karaktermoord balanceren is plaats van objectieve analyse en journalistiek bedrijven?”

Onverkiesbaar!

Er is waarschijnlijk wel een reden voor dat de European Broadcasting Union in een recent rapport vaststelde dat Groot-Brittannië van alle EU-lidstaten (en Albanië, Macedonië en Turkije) het laagste niveau van vertrouwen scoort in de geschreven media.

Het meest afgedreunde refreintje van het Britse politieke commentariaat is dat Corbyn 'onverkiesbaar' is, dat het geen belang heeft dat zoveel leden zijn verkiezing tot partijleider hebben getrokken of hoe populair zijn volkstoespraken zijn, onder zijn leiderschap is Labour gedoemd de verkiezingen in 2020 te verliezen.

De premisse van deze analyse is gebaseerd op de veronderstelling dat het Britse electoraat permanent en onwrikbaar conservatief met een kleine c is1 en dat geen enkele politieke partij kan winnen zonder dat onvatbare centrum van de Britse politiek. 

Die strategie is misschien wel verantwoordelijk voor de electorale overwinningen van Tony Blair in de late jaren 1990, maar wordt minder overtuigend als ze wordt toegepast op de post-2008-periode. De structurele socio-economische veranderingen die Groot-Brittannië heeft ondergaan sinds de financiële crisis heeft de neoliberale orhodoxie zwaar in diskrediet gebracht, zowel in academische kringen als bij het algemeen publiek, nu de trend van steeds grotere inkomens- en welvaartsongelijkheid veel meer economische verliezers dan winnaars achterlaat. Ik denk dat deze toenemende demografische groep en een steeds meer gepolariseerd electoraat Corbyn's specifiek verschillende imago als echte sociaal-democraat eerder een troef dan een hinderpaal maakt.

Extreem-links!

Een andere spotnaam die Corbyn's tegenstanders regelmatig tegen hem inzetten is dat zijn beleidskeuzes afkomstig zijn uit een zogezegd extreem van het politieke spectrum, dat ze 'hard links' zijn en bijgevolg hopelos idealistisch en onwerkbaar. Als Noorse buitenstaander vind ik deze karakterisering verbijsterend.

Het politiek platform van Corbyn, vooral wat betreft zijn binnenlandse beleidskeuzes zijn grotendeels identiek aan het partijmanifest van de Noorse Labourpartij. Nationalisering van de spoorwegen, gedeeltelijk of volledig staatseigendom van sleutelbedrijven en sectoren, universele openbare gezondheidszorg, sociale woningbouw door de overheid, geen inschrijvingsgeld voor onderwijs, studiebeurzen zijn maar enkel van de dingen die een zowat volledige steun genieten van de Noorse kiezers. Ze zijn in feite zo mainstream dat zelf de meest rechtse Noorse politieke partij ze niet in vraag durft te stellen.

Tijdens zijn eerste verkiezingscampagne in 2015 kreeg Corbyn dagenlang zware kritiek van zijn tegenstrevers en van mediacommentatoren voor zijn idee van aparte trein- en metrowagons voor vrouwen. Dom idee van hem. Er was wel één ding mis mee: Corbyn had nooit een dergelijk idee gelanceerd (off-guardian.org)

Dat is niet allen het geval in Noorwegen, maar maakt integraal deel uit van de naoorlogse sociaal-democratische consensus in alle Noord-Europese landen. Gemeten aan zowat alle sociale indicatoren is dat beleid een succes, want de regio geniet van de hoogste levensstandaard ter wereld. Dit model zou moeten worden geëerd en uitgedragen in plaats van tegengewerkt.

Noord-Europa is natuurlijk niet het paradijs op aarde en er zijn zonder twijfel culturele, economische en historische verschillen tussen Groot-Brittannië, Denemarken, Ijsland, Finland, Zweden en Noorwegen. Als er echter zoiets betaat als de 'aanpak volgens de beste praktijk' in openbaar beleid, dan is het Noord-Europese model waarschijnlijk een zeer nuttige criterium voor Groot-Brittannië om naar te streven.

De hele controverse rond Jeremy Corbyn zegt eigenlijk meer over de Britse klassenverdeeldheid en toont eerder aan hoe het Britse politieke spectrum naar rechts is opgeschoven sinds de vroege jaren 1980 dan over de praktische toepasbaarheid van zijn beleidsvoorstellen.

Eigendomsstructuur van de Britse media

Bovendien, in Noorwegen is er een zeer grote fragmentatie van de eigendomsstructuren van de media, een aantal media zijn in handen van non-profit-stichtingen en alle media krijgen overheidssubsidies op basis van hun circulatie, wat op zijn beurt een zeker mate van objectiviteit en pluraliteit van opinies mogelijk maakt.

Hun Britse tegenhangers zijn grotendeels zeer partijdig en volgen een rechtse editoriale lijn. Daarenboven zijn in groot contrast met Noorwegen de Britse media in zeer weinig handen geconcentreerd: 70 procent van alle nationale kranten zijn eigendom van slechts drie mediabedrijven en één derde is eigendom van één bedrijf: News UK van Rupert Murdoch.

51 procent van alle leidinggevende Britse journalisten zijn samen met 7 procent van de Britse bevolking in privé-scholen opgevoed. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat zij een ideologie hebben geïnternaliseerd die de belangen van de eigen geprivilegieerde klasse dient, bewust of niet, eerder dan die van de algemene bevolking.

Dat roept bovendien de vraag op of Britse politici allen zouden moeten reageren op de agenda van de conservatieve pers of dat ze zelf een visie zouden moeten formuleren over hoe de maatschappij best wordt georganiseerd in het belang van de kiezers.

NHS en BBC

Ik denk dat ze best dat laatste doen, wat de zelfverklaarde politieke 'realisten' ook mogen denken. Beeld je gewoon eens in wat dit kader van commentatoren van het zelfverklaarde 'centrum' vandaag zouden zeggen van een radicaal project als de NHS als die niet was ingevoerd in de jaren 1940.2

Het zelfde kan worden gezegd van andere wijds geprezen nationale instellingen zoals de BBC. Om een democratie te laten functioneren moeten een pluraliteit van visies een platform kunnen hebben en moeten inderdaad ook aan kritisch onderzoek door de media onderworpen worden.

De Britse media hebben zich daarentegen volledig gefocust op de persoonlijke karaktertrekken van Jeremy Corbyn, meestal in onflatterende termen en hebben nauwelijks enige oppervlakkige aandacht besteend aan zijn beleidsagenda.

Een vergelijkende aanpak zou het Britse politieke debat nuttig kunnen verbreden in plaats van hem alleen maar te vergelijken met Michael Foot of Tony Blair, die kandidaat-voorzitter waren onder heel andere socio-economische omstandigheden. Een directe vergelijking van Groot-Brittannië met andere gelijkaardige Europese staten zou overduidelijk tonen hoe slecht de Britse levensstandaard voor de bevolking, vooral buiten Londen, en hoe conventioneel de sociaal-democratische beleidskeuzes van Corbyn eigenlijk zijn.

Je mag het eens of oneens zijn met zijn politieke stellingnames maar het is veel te vroeg om het potentiële succes van Corbyn bij de volgende algemene verkiezing nu al af te schrijven – vooral als hij er in slaagt die 40 procent van het electoraat aan te spreken die nu regelmatig afwezig blijven bij de verkiezingen.

Net omdat weinige commentatoren de socio- economische en ideologische veranderingen hebben zien aankomen die het meteorische succes van Margaret Thatcher in de vroege jaren 1980 hebben veroorzaakt, kunnen we nu ook niet de mogelijkheid uitsluiten dat we vandaag getuige zijn van het sociaal-democratische spiegelbeeld van dat toenmalige proces, met een wind die hoofdzakelijk links waait in plaats van rechts. 

Het artikel Jeremy Corbyn – a mainstream [Scandinavian] social democrat verscheen op 19 september 2016  op OpenDemocracy.net en werd vertaald door Lode Vanoost.

Voetnoten:

1   Groot-Brittannië is een van de weinige landen waar de grote conservatieve partij ook letterlijk 'Conservatieve Partij' heet. In het Britse politieke taalgebruik betekent Conservatief met hoofdletter een politicus of een kiezer die voor de partij stemt, terwijl conservatief met kleine c verwijst naar personen die in het algemeen conservatieve waarden aanhouden, maar niet per sé alleen maar voor de Conservatieve Partij stemmen (nvdr).

2  De National Health Service (de Britse openbare gezondheidszorg) werd ingevoerd in 1948 door de Labourregering van Clement Attlee, nochtans op een ogenbik dat de Britse staat zo goed als bankroet was (nvdr).

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.