Steun jij DeWereldMorgen.be al?

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis voor iedereen.
Dat is enkel mogelijk door de steun van onze lezers.
Wij hebben jouw steun hard nodig!

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu
Interview

'De term radicalisering is totaal onbruikbaar'

Arun Kundnani schrijft voor The Intercept en werkt aan de universiteit van New York. Maar hij is vooral een vernietigend criticus van de oorlog tegen terreur en de groeiende islamofobie die daar een uitvloeisel van is.
dinsdag 13 september 2016

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

In 2002 kwam Bettina Röhl tot de lugubere ontdekking dat de hersenen van haar beruchte moeder, Ulrike Meinhof, bewaard werden in een kast van de universiteit van Tübingen. Na haar zelfmoord in de gevangenis had de overheid de opdracht gegeven om haar brein te onderzoeken. Het zelfde gebeurde met de hersenen van drie andere leiders van de terreurgroep Rote Armee Fraktion. Dat uitgerekend Ulrike Meinhof, een  succesvolle journaliste en gevierde intellectuele, besloot om toe te treden tot een ondergrondse terreurorganisatie die dood en vernieling zaaide in het Duitsland van de late jaren 60 en vroege jaren 70, moest wel iets te maken hebben met een neurologische afwijking.

De anecdote staat in het boek The muslims are coming! van de Britse onderzoeker, journalist en schrijver Arun Kundnani.

“Het is belangrijk om de oorlog tegen terreur in de bredere historische context te zetten van politiek geweld”, zegt hij aan een restauranttafeltje in een zijstraat van de autovrije boulevards van Brussel. Hij reisde van New York – waar hij lesgeeft aan de NYU en freelancet voor The Intercept, jawel, de nieuwssite van Glenn Greenwald – naar België voor een symposium aan de KU Leuven.

“Ik vind het interessant om te onderzoeken hoe overheden lang voor 9/11 probeerden zin te geven aan politiek geweld. Dat overheden weigeren om de politieke oorsprong van dergelijk geweld te zien is een constante. Mensen willen terroristen zien als individuen met een psychische storing. Dat Ulrike Meinhof koos voor terreur moest wel te maken hebben met een neurologische afwijking."

"Je ziet dat ook in de manier waarop terreurexperten lang voor 2001 naar het politieke geweld in het conflict tussen Israël en Palestina keken. Het geweld wordt niet geanalyseerd als een product van de militaire bezetting van Palestina maar wordt gezien als een soort fanatische erfenis van de Arabische cultuur. Voor experten die deel uitmaken van een overheid die warme broodjes bakt met de Israëlische autoriteiten is dat natuurlijk een veel comfortabeler uitleg. Oef, het heeft niets met onze politiek te maken maar alles met hun cultuur. Zo zie je hoe racisme om de hoek komt kijken bij de manier waarop terreur weggeredeneerd wordt. Het is een manier om politiek geweld te depolitiseren.”

Die anecdote over Ulrike Meinhof staat in het hoofdstuk met de titel ‘De mythe van radicalisering’.

“De modellen van radicalisering die ontwikkeld werden na 9/11 doen in essentie precies hetzelfde. Het probleem leggen bij de cultuur of de ideologie van de daders. Dat is een handige manier om onze rol te vergeten, de oorlogen, de drones, de folteringen die nochtans een essentieel onderdeel zijn van het conflict.”

Toch is radicalisering een term die pas begin 2000 in zwang geraakte. Om het geweld in de jaren 60 te beschrijven werd hij nooit gebruikt.

“Het discours is alleen maar nog oneerlijker geworden. De beste terreurexperten uit de jaren 60 en 70 hadden nog drie niveaus in hun analyse. Ze keken naar de psychologie, maar hielden ook rekening met de sociale beweging waarin die individuen actief waren én naar de bredere sociaal-politieke context. Sinds 9/11 werden die laatste twee niveaus uit de analyse geschrapt en blijft er enkel nog de psychologie over. Er wordt enkel nog onderzocht hoe een individu verleid wordt door een fanatische religieuze ideologie. De sociale beweging en de bredere politieke context blijven uit beeld.”

U weigert daarom om de term te gebruiken.

“We zouden gedreven moeten zijn door de wil om de oorzaken van politiek geweld te begrijpen. Hoe beter we die oorzaken begrijpen, hoe correcter we vrede kunnen nastreven. Als de term radicalisering op die manier – wat zijn de oorzaken van politiek geweld? - gebruikt zou worden, is dat ok. Maar het probleem is dat de betekenis van het woord beperkt wordt tot een soort corruptie van het individu door een gewelddadige ideologie. Soms wordt wel nog een kleine beetje nuance aangebracht door te wijzen op de psychologische kwetsbaarheid van dergelijke individuen door de omgeving waarin ze opgroeien, maar in principe wordt ideologie gezien als de grondoorzaak. Dat is intellectueel oneerlijk en is vooral politiek gevaarlijk.”

Waarom gevaarlijk?

“Omdat je dan enkel nog de ideologie kan criminaliseren. Dat is dan de enige oplossing. En overheden gaan daar heel ver in. Het probleem van enkele individuen wordt dan al snel uitgebreid naar een hele cultuur en religie. De Britse premier Cameron heeft het bijvoorbeeld over een generatiestrijd. Een hele generatie jongeren wordt als potentieel gevaarlijk gezien. Om een onderscheid te maken tussen de extremisten en de ongevaarlijke individuen worden grootschalige controle en spionage ingezet.”

In uw boek beschrijft u hoe in zo’n sfeer ook normale politieke meningen worden gezien als een teken van radicalisering.

“Zeker in de UK zijn er duizenden gevallen van jonge mensen die verplicht worden een deradicaliseringsproces te volgen omdat ze heel heftig uitgehaald hebben naar de praktijken van Israël of omdat ze bijzonder kritisch zijn voor de oorlogsmisdaden waar de Britse regering bij betrokken is. Meer dan 250 moskeeën in New York en New Jersey worden gevolgd door de politie, enkel en alleen omdat ze bezocht worden door conservatieve gelovigen. Het is voor een moskee al genoeg om ooit eens bezig geweest te zijn rond Palestina om op de lijst met extremistische organisaties te komen. Dat zijn geen accidenten. Het volgt uit de logica van die gebrekkige analyse. Het verschil tussen politieke meningen en daden van geweld wordt bewust wazig gemaakt. Die massa informatie die zo verzameld wordt, zorgt er ook voor dat echt interessante gegevens gewoon verdrinken.”

Volgens u is ook terreur een onbruikbaar concept aan het worden.

“De Verenigde Staten worden voortdurend opgeschrikt door massageweld. Soms zijn die massaschietpartijen politiek gemotiveerd, soms niet. Maar alleen als er een moslim bij betrokken is, wordt het terreur genoemd. Onafgezien of die dader zelf verwijst naar ideologie of niet. Aan de ene kant wordt de term terrorisme uitgerekt om er elke daad van geweld door een moslim te laten onder vallen. Aan de andere kant wordt het niet gebruikt als de daders wit zijn, zelfs niet als ze zelf aangeven dat ze het om politieke redenen deden.”

De voorbije zomer dook een nieuw begrip op. In de Franse pers werd gesproken over ‘radicalisation express’, een heel snelle radicalisering, soms in een paar dagen tijd.

“Dat was nodig om de Nice-aanslag te begrijpen. Als er geen enkele operationele link gevonden wordt met IS en er ook geen aanwijzingen zijn van religieus gedrag, in tegendeel zelfs, dan moet je wel met de theorie van extreem snelle radicalisering op de proppen komen. Want die man moet wel gemotiveerd geweest zijn door een jihadistische ideologie. Als de dader tot een week voor de aanslag geen enkel teken van zogenaamde radicalisering vertoonde, dan is elke moslim verdacht. Want elke moslim kan dan ten prooi vallen aan die extreem snelle radicalisering. Dan moet je dus iedereen in de gaten houden.”

The Intercept onthulde vorig jaar dat FBI-informanten of agenten achter 49 terroristische plots zaten. Zij hielpen – vaak – labiele personen een doelwit te zoeken, bezorgden hen wapens en bereidden samen de aanslag voor.

“Dat is natuurlijk een logisch gevolg van die radicaliseringstheorie. Als je radicalisering ziet als een reeks fases waarin dan gelet wordt op dingen als een baard laten staan, stoppen met roken en drinken en bepaalde websites bezoeken, dan bestaat de neiging om de laatste fase - het geweld - uit te lokken.”

In uw boek komt geen enkele religieuze referentie voor. Vindt u dat volledig irrelevant?

“In de kwestie van terrorisme is de relevantie dit: er is een islamitische traditie om over geweld te schrijven. Die is zo rijk dat er veel verschillende interpretaties zijn. De vraag is dan waarom iemand een bepaalde interpretatie volgt. Wat die keuze bepaalt, is de sociaal-politieke context waarin iemand zit. Sommigen kiezen voor geweld en zoeken in die traditie dan de interpretatie die hun keuze een conceptueel framework kan geven. Dat is de rol die religieuze ideologie speelt. Het biedt een coherentie, een identiteit en een vocabularium, maar het is niet de grondoorzaak van politiek geweld. Die grondoorzaak blijft de politieke context.”

Mocht u een boek schrijven over de terreur van de jaren 60 en 70 zou u het ook niet hebben over de marxistische basisteksten?

"Exact. Het is trouwens pas in de tweede helft van de 20ste eeuw dat een grote groep mensen naar die bepaalde interpretatie van jihad zoals we die nu kennen, begon te grijpen. Dat is een heel modern, hedendaags fenomeen. In de essentialistische visie van de islamofoben is dat fenomeen er altijd geweest. Maar dat klopt niet. Bepaalde interpretaties hebben altijd bestaan, maar het is pas in de 20ste eeuw dat ze verfijnd werden en helemaal aangepast aan de politieke eisen van die tijd, namelijk het verzet tegen kolonialisme. Trouwens dezelfde mensen die nu roepen dat er een inherente neiging is tot terrorisme in de islam, zeiden tijdens de koude oorlog dat de islam een kracht van stabiliteit kan zijn in de strijd tegen het communisme. Zij riepen op om de verspreiding van de islam te steunen als wapen in de oorlog tegen het communisme wat gezien werd als het ultieme fanatisme van die tijd. Dat toont dat dit een politieke kwestie is eerder dan religie.”

In de media en tussen politici lijkt er een heel hevig debat bezig over de oorzaak van terreur, maar volgens u beperkt dat zich tot een discussie tussen reformisten en culturalisten. Die laatste zeggen dat er niets aan te vangen valt met de islam en dat het een pre-moderne ideologie is die niet te hervormen valt. De reformisten geloven dat terreur enkel het gevolg is van een verkeerde, extremistische lezing van de religieuze teksten. Liggen die twee visies niet heel dicht bij elkaar? Vraag aan de grootste islamofoob wat hij wil doen en ook hij zal iets zeggen als ‘we moeten de islam hervormen’.

“Ik maak het onderscheid tussen die twee omdat ik vind dat sommigen te veel focussen op de neoconservatieven die vlak na 9/11 het hele terrein bezet hebben met hun soms lunatieke samenzweringstheorieën die onder meer geleid hebben tot de oorlog in Irak. Meer liberale politici zetten zich daarvan af en komen op de proppen met een meer progressieve versie van de war on terror. Toen de neoconservatieven op het einde van het Bush-tijdperk helemaal gediscrediteerd waren, werd die meer progressieve versie het dominante discours. In de praktijk liggen ze heel dicht bij elkaar. Er is nu bijna unanimiteit dat het geloof van een religieuze minderheid moet hervormd worden. Het is niet zo brutaal en eenzijdig als de clash of civilizations. Het is een veel ambitieuzer project.”

“Overheden moeten volgens die zienswijze een belangrijke rol spelen in het hervormen van de islam. Om de islam compatibel te maken met wat zij de westerse waarden noemen. Dat roept onvermijdelijk herinneringen op aan het kolonialisme. Denk aan de manier waarop België bepaalde Congolezen promoveerde tot évolués. Het is creatiever dan de brutale clash of civilizations die een muur wilde bouwen tussen us and them. Het reformisme zegt: join and become more like us.”

Wat is dan eigenlijk het alternatief?

“Als het gaat over heel enge antiterreurmaatregelen, denk ik dat je moet focussen op individuen die echt betrokken zijn bij samenzweringen en de voorbereiding van terreurdaden. Zoals dat trouwens de traditie was in de antiterreurstrijd voor 9/11. Maar breder denk ik dat het geen goed idee is om bijvoorbeeld jeugdwerkers in te schakelen om radicalisering te detecteren, om te klikken wie stopt met roken of scheren en die geviseerde personen dan in een deradicaliseringscursus te stoppen. Jeugdwerkers moeten werken met alle jongeren en moeten hen gelijkwaardig behandelen door hen te leren hoe ze zich politiek kunnen engageren en hoe ze van de wereld een betere plaats kunnen maken. Maar dan wel in een kader van empowerment in plaats van deradicalisering.”

“We hebben daar allemaal een verantwoordelijkheid in door bewegingen op te bouwen die jongeren een alternatief bieden, door te tonen dat er alternatieven zijn, dat er andere en betere manieren zijn om deze samenleving te organiseren. Bewegingen waar jongeren aansluiting bij vinden en kunnen aan deelnemen. Dat werk zijn we uit het oog verloren. Het werd geprofessionaliseerd en uitbesteed aan jeugdwerkers en sociaal assistenten. We moeten dat vacuüm dat groepen als IS uitbuiten, terug vullen. Mensen moeten het idee krijgen dat revolutionaire verandering terug op de agenda staat.”

De opkomst van het islamisme in de Arabische wereld kan je niet los zien van het falen van het Arabisch nationalisme en de Arabische linkerzijde. Geldt ook voor Europa?

“Ik kan enkel voor de UK spreken. In de verhalen van individuen die toetreden tot jihadistische bewegingen zie je vaak dat ze hun politiek leven begonnen in radicale bewegingen die niet religieus waren. In de jaren 90 ruilden ze die bewegingen voor die jihadistische bewegingen. De reden die ze daar zelf voor geven is dat die oude bewegingen waarin ze actief waren gefaald hebben. Vergeet ook niet dat de overheid de islam zelf gepromoot heeft. In de jaren 80 steunde de Britse regering de creatie van conservatieve islamitische organisaties. Die werden dan voorgetrokken als de officiële stem van die gemeenschappen als alternatief voor de meer linkse, progressieve organisaties. Die laatsten werden toen door de regering als de belangrijkste bedreiging voor het status quo gezien. Het was een lokale afspiegeling van wat er op een globaal vlak gebeurde met de CIA die de moslimbroederschap steunde en de jihadi’s in Afghanistan. Veel van wat we nu meemaken is het naspel van de koude oorlog.”

Er zijn nogal wat parallellen te trekken tussen islamofobie en antisemitisme. Wat vindt u van de vergelijking met de jaren 30?

“Natuurlijk zijn er evidente parallellen te maken met wat joden ondergingen in het begin van de 20ste eeuw. Alleen denk ik niet dat de geschiedenis zich altijd op dezelfde manier herhaalt. Ik vind die manier van denken ook problematisch. Zeggen dat we evolueren in de richting van een nieuw fascisme ergens in de toekomst waarbij alles opnieuw zal gebeuren, is op twee punten problematisch: ten eerste werden er al miljoenen mensen vermoord in de oorlog tegen terreur. Ook de manier waarop overheden en politiediensten omgaan met moslims ruikt al naar fascisme. Het is dus niet nodig te wijzen naar een toekomst waarin zoiets zou kunnen gebeuren. We zitten er al midden in. Alleen gebeurt het op een heel specifieke manier. Het treft nu al moslims en enkele andere groepen. Voor mij is dat de gevaarlijkste evolutie: dat het normaal gevonden wordt dat er een soort vrijheid is voor een deel van de bevolking en onvrijheid voor anderen. Het andere punt is dat we – om begrijpelijke redenen - altijd de holocaust gebruiken als het model van het ultieme politieke kwaad. Daarbij wordt uit het oog verloren dat de kolonialisme en de slavernij daarvoor ook een ontzettend hoge menselijke kost hadden.”

“Ons idee van totalitarisme is gebaseerd op ons beeld van het fascisme en stalinisme van het verleden. Ik denk niet dat het opnieuw in die vorm zal terugkeren. Ik denk dat het hedendaagse totalitarisme subtieler is en bijvoorbeeld perfect kan samenleven met wat we de vrije en open maatschappij noemen. Het kan zonder staatscontrole van de media of van de economische wereld. Je ziet denktanks in de VS en Europa waarschuwen voor het rechts populisme van FN en Trump. Zij roepen op om de liberale democratische status quo te beschermen. Dat is problematisch omdat je dan vergeet dat die extreemrechtse bewegingen een symptoom zijn van de crisis van de liberale democratische staat. Zij zijn geen externe bedreiging, maar het product er van. De beste manier om extreemrechts te bekampen is niet het beschermen van het status quo, maar een radicale kritiek maken van het mainstream liberalisme.”

U klinkt alsof u niet op Clinton zal stemmen.

“Daar hoef ik gelukkig niet van wakker te liggen. Ik heb geen stemrecht in de VS.”

En als u wel stemrecht zou hebben?

"Ik heb zelfs niet voor Blair gestemd in 1997 en ik ben daar echt niet rouwig om.”

reageer

4 reacties

  • door Red Heskimo op woensdag 14 september 2016

    Niets nieuws onder de zon. Ook vandaag nog moeten we jammerlijk genoeg bijna dagelijk beweringen aanhoren dat de lone wolf mesaanvallen het werk zijn van psychisch gestoorde mensen.

    • door ydnay op woensdag 14 september 2016

      neen, zijn uiteraard het werk van psychisch volkomen gezonde mensen. Jongens toch, keep dreaming ..

  • door Rudi Dierick op donderdag 15 september 2016

    Mooie poging tot analyse. Maar als deze analyse zou steek houden, dan zou er géén geweld door islamisten mogen bestaan tegen andere moslims, noch tegen (straat)arme zwarten in landen als Nigeria, Somalië, Kenya, Soedan, en al evenmin tegen lokale niet-moslimminderheden in islamitische landen. Maar die groepen, die totaal niets te maken hebben met kolonialisme of maatschappelijke achterstelling van moslims, kampen net met vééééél meer terreur vanwege islamisten dan wij. Net daarom lijtk het me dat de auteur enkele vand e belangrijkste oorzaken volleidg mist.

  • door Yvon Princen op donderdag 22 september 2016

    Mogelijk is dat in de onderzoeker zijn onderzoeksgebied niet het geval, maar wanneer ik het in België en Frankrijk bekijk lijken velen "geradicaliseerden" voor hun radicalisering "kleine en grotere dieven en geweldenaars" geweest te zijn. Dit is niet dadelijk wat ik beschouw als een verzetsbeweging met een "al dan niet" nobel doel, tenzij proletarisch gewelddadig winkelen als een nobel doel gezien wordt uiteraard. Mijn overtuiging is nog steeds dat de hoofdoorzaak in het verkiezen van een gewelddadige oplossing boven een moeilijkere oplossing ligt, gemakzucht met andere woorden. En dat de oorzaak van die keuze in de subcultuur van deelgroepen die zich achtergesteld voelen (maar dat daarom niet per definitie zijn en zeker niet per definitie de mogelijkheid ontberen om er op een voor de maatschappij aangenamere wijze uit te ontsnappen) ligt. De religieuze saus is dan een welkom alibi dat ze uiteindelijk ook nog zelf lijken te gaan geloven. Hier komt de psychologie en de mainstream cultuur van de groep effectief bij kijken.

Lees alle reacties