about
Toon menu
filmbespreking

The True Cost: De impact van fast fashion

Andrew Morgan is geen tegen de schenen schoppende documentairemaker zoals zijn landgenoot Michael Moore maar 'The True Cost' opent wel onze ogen met een scherpe analyse van de impact die wegwerpmode heeft op mens, maatschappij en natuur. “We moeten ons als samenleving de vraag stellen of we zo harteloos zijn dat we blind in dezelfde foute richting blijven gaan” stelt producent Michael Ross. Dit is geen documentaire die zoekt naar de slechtste leerling van de klas maar eerder een die het ganse schoolsysteem in vraag stelt.
woensdag 2 september 2015

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

“Wie betaalt de prijs voor onze kleren?” is de tagline van The True Cost. De Amerikaanse, met zijn vrouw en vier kinderen in Los Angeles levende, cineast en Huffington Post-medewerker Andrew Morgan gelooft sterk in de kracht van storytelling in de internationale strijd om mensenrechten en illustreert dit met een ontluisterend verhaal over de impact van fast fashion.

De docu zet van bij de start de toon: “Dit is een verhaal over kleding. Het gaat over de kleren die we dragen, de mensen die ze maken en de impact die het heeft op onze wereld. Het is een verhaal over hebberigheid en angst. Macht en armoede. Het is complex, omdat het uitbreidt over de hele wereld. Maar het is ook simpel en het onthult hoe verbonden we zijn met de vele harten en handen achter onze kleding”.

Mode in beeld

Mode en film lijken vaak wel verwikkeld in een liefdesaffaire. Haute couture heeft wat met sterren en cinema terwijl de filmindustrie geboeid blijft door de modewereld. Getuige de bol van fascinatie en bewondering staande recente hagiografieën Diana Vreeland: The Eye Has to Travel (Lisa Immordino Vreeland), Dior et moi (Frédéric Cheng) en Valentino: The Last Emperor (Matt Tyrnauer).

Gelukkig was Andrew Morgan geen modefan maar een kritische buitenstaander: “Ik begon aan dit verhaal zonder modeachtergrond met alleen enkele vragen. Wat ik ontdekte veranderde hoe ik denk over de dingen die ik draag”. Gevolgd door deze boodschap voor de kijker: “Ik hoop dat het voor jou misschien wel hetzelfde doet”.

Alles begon voor Morgan met de vaststelling van twee merkwaardige trends. Ten eerste, het feit dat momenteel slechts 3% van de in Amerika verkochte kledij ook in dat land geproduceerd wordt terwijl dat in de jaren zestig nog 90% was. Ten tweede, het gegeven dat kleding alsmaar goedkoper wordt terwijl verder alle kosten stijgen.

Een kijk over de grenzen drong zich op. Uiteindelijk werd het een trip langs 13 landen op zoek naar de mensen en de plaatsen achter de kleren. Van de helverlichte Europese catwalks naar de halfduistere sloppenwijken en fabrieken in Azië en Midden-Amerika. Met getuigenissen van kledingwerksters, modefiguren en activisten.

Een blik achter de schermen

Het was duidelijk dat de documentairemakers de touwtjes zelf in handen moesten nemen. Dat betekende werken met een klein team - regisseur Andrew Morgan, geluidstechnicus Michael Flowe en producent Michael Ross - en actief op zoek gaan naar geld.

Crowdfunding leverde via Kickstarter 76.546 dollar (met bijdragen van 963 mensen) op terwijl uitvoerende producenten meewerkten aan de inhoud (journaliste Lucy Siegle en duurzaamheidspecialiste Livia Firth van Eco-Age) en de promotie (Vincent Vittorio en Christopher L. Harvey van Life is Movie Entertainment). Vertoning via Netflix, verhuur via e-winkels (iTunes, Amazon en VHX) en verspreiding van dvd's en Blu-rays via de site www.truecostmovie.com leverde achteraf aanvullende financiering op.

“De vraag was: zijn we gek genoeg om zoiets ambitieus aan te pakken” zegt Morgan in 'Making The True Cost' op de Blu-ray over de angstaanjagende grootschaligheid van hun project, “je geraakt echter extra gemotiveerd wanneer je merkt hoezeer dit fout businessmodel een impact heeft op het leven van mensen”.

Bij hun blik achter de schermen ontdekten de makers snel dat wegwerpmode niet enkel verbonden is met onethische werkomstandigheden. “Dit opende de deur naar thema's zoals armoede en ongelijkheid,” benadrukt Michael Ross. Om maar te zwijgen van de ecologische schade en de almacht van industrie en distributie.

De puntjes verbinden

Daardoor werd The True Cost een documentaire met meerdere verhalen. “Onze uitdaging bestond erin deze verhalen met elkaar te verweven,” aldus Morgan, “dit is een film die tracht de puntjes te verbinden waarvan we vaag beseffen dat ze verbonden zijn”.

Opzet was op een verteerbare wijze (helder en onderhoudend) een coherent totaalbeeld te schetsen waarbij iedereen (producenten, verdelers en consumenten) voor zijn verantwoordelijkheid wordt geplaatst. “Wanneer je gelooft in de inhoud die je brengt,” zegt Michael Flowe, “ben je bereid om een extra inspanning te leveren om alles, van beeld over geluid tot montage, perfect te krijgen”.

In hun zoektocht naar wie de prijs betaalt voor onze steeds goedkoper wordende kledij (waarvan de productie alsmaar meer wordt uitbesteed) ontdekten ze dat de sleutel daarvoor ligt in fast fashion, het wegwerpmode model dat is gaan bepalen hoe kleding gekocht en verkocht wordt. Een model dat enkel nog rekening houdt met de belangen van grote bedrijven.

De grote verandering bestaat erin dat de modeindustrie niet langer draait rond 2 seizoenen per jaar maar rond 52 (of als je wil 365) per jaar. Fast fashion voedde, in een streven meer producten te verkopen, het verlangen bij de consument om veel meer kleren te kopen. Voor elke gelegenheid iets anders. Outsourcing van de productie zorgt ervoor dat die kleren zo goedkoop verkocht worden dat we ze kunnen weggooien.

Druk op de prijzen

“Geglobaliseerde productie betekent eigenlijk dat het maken van goederen uitbesteed is naar economieën waar salarissen laag zijn en laag worden gehouden,” zegt activist John Hilary, “wie aan de top van de waardeketen staat kan kiezen waar die producten gemaakt worden”. Waardoor die bedrijven (ketens en grote merken zoals o.m. H&M, Wal-Mart, J.C. Penney, Promod, Tommy Hilfiger, Primark) druk kunnen zetten op de prijzen.

Een geëmotioneerde fabriekseigenaar uit Dhaka, Bangladesh getuigt over de westerse vraag naar altijd maar lagere prijzen: “Wanneer winkels onderhandelen zeggen ze 'die winkel verkoopt dit shirt voor vijf dollar, wij moeten het voor vier dollar kunnen aanbieden. Dus persen we de prijs uit. Maar dan maakt een andere winkel van drie dollar de doelprijs. Omdat we zo graag zaken willen doen en geen andere opties hebben, doen we het. We proberen enkel te overleven”.

De ramp van Rana Plaza, waarbij een fabrieksgebouw instortte en vele dodelijke slachtoffers maakt, verduidelijkte wie de eerste slachtoffers zijn van die prijsdruk: de werkers. “Het risico wordt gedragen door de meest kwetsbaren van het systeem” onderstreept journaliste Lucy Siegle.

Volgens fabriekseigenaar Arif Jebtik “verloren deze meisjes hun leven omdat niemand er iets aan deed. Het kon niemand iets schelen. Ze wilden alleen de goedkope prijs en de goede winst”. Maar, “het is niet alleen de druk van de prijs. Het is het negeren van andere levens. Zo hoort het niet. We leven in een mondiale wereld en negeren gewoon de levens van anderen? Hoe kan dat?”

Leefbaar loon

Lage lonen, slechte (en onveilige) werkomstandigheden en rampen worden vaak vergeven omdat ze jobs geven aan mensen zonder alternatieven. Marketeer Benjamin Powell orakelt leukweg dat de werkers “deel uit maken van het proces dat leefomstandigheden verhoogt en leidt tot hogere salarissen en betere werkomstandigheden”.

Want, “de nabije ontwikkelingsoorzaken zijn fysiek kapitaal, technologie en menselijk kapitaal of vaardigheden van de werkers,” en “wanneer sweat shops in die landen ontstaan krijgen de werkers die drie dingen”.

Anderen zeggen dan weer zonder verpinken dat de werkomstandigheden nog zo slecht niet zijn (“er zijn gevaarlijker activiteiten dan naaien”) maar gelukkig denken velen er anders over. Zo ijvert fair trade organisatie People Tree al 20 jaar voor een model dat streeft naar een leefbaar loon voor werkers en belang hecht aan goede werkomstandigheden én het milieu.

Die milieuzorg blijkt moeilijk omdat de chemische industrie, en met name Monsanto, zich in de productieketen heeft gewurmd. Via meststoffen én zaden. Wat leidde tot zwaar vervuilde gronden en het grotendeels vervangen van biologisch katoen door genetisch gemodificeerd katoen.

De impact daarvan op de grond en de gemeenschap is groot. Monsanto's monopolie van gepatenteerde zaadjes drijft de boeren naar armoede terwijl het massaal sproeien met pesticiden ernstige gezondheidsproblemen en dramatische vervuiling oplevert.

Materialistische drijfveren

In een materialistische samenleving wordt consumptie geassocieerd met het nastreven van geluk. Al maken onderzoeken duidelijk dat bezit niet gelukkiger maakt. The True Cost geeft aan dat de explosieve toename van de aankoop van kledij verbonden is met fast fashion. In een wereld waar de belangrijke zaken zeer duur zijn werkt het kunnen kopen van veel kledij als een soort troost.

De documentaire verwijst naar copywriter Earnest Elmo Calkins die schreef dat er twee soorten producten bestaan. Producten die je gebruikt (wasmachines, auto's) tijdens een langere periode en dingen die je opgebruikt (kauwgum, sigaretten, voeding); het consumptie ideaal bestaat erin mensen zover te krijgen dat ze de producten die ze gebruiken gaan zien als dingen die ze opgebruiken.

Fast fashion wist van kledij wegwerpgoederen te maken. Waardoor ook de afvalberg enorm toenam. Het milieu kreeg daarvan de rekening gepresenteerd (stapels niet afbreekbaar afval) maar ook de ontwikkelingslanden zijn de dupe. Zo belanden heel wat in de VS gedoneerde kleren in Haïti wat prompt de lokale kledingindustrie deed instorten.

Op zoek naar alternatieven

Doordat de impact van een model gebouwd op achteloze productie en eindeloze consumptie doordringt bij steeds meer mensen is ook de zoektocht naar alternatieven gestart. En daarbij wordt ook de consumptiecultuur geviseerd.

Een reductie van de comsumptie is een must, net als het zoeken naar productiewijzen die niet zo schadelijk zijn voor de planeet. De menselijke, ecologische en sociale kost van het wegwerpmode model blijft immers buiten beeld.

Terwijl niemand zijn verantwoordelijkheid wil nemen. ”Ik geloof dat die kleding gemaakt is door ons bloed,” zegt een werkster die uit noodzaak haar dochter laat opvoeden door haar op het platteland levende ouders en ervan droomt dat haar kind nooit in de kledingindustrie zal moeten werken, “ik wil dat de eigenaars wat meer bewust zijn en voor ons zorgen”.

Fast fashion wil snel produceren, dus de kledingwerker moet sneller en goedkoper produceren”, zegt Livia Firth van Eco Age, “de fabriekswerker is het enige punt in de leveringsketen waarbij de marges uitgeknepen worden. Je hebt gigantische bedrijven die bij een fabriek in Bangladesh 1,5 miljoen spijkerbroeken bestellen voor 30 ot 50 cent per stuk. Hoe ethisch verantwoord is dat?”

Volgens econoom Richard Wolff werd Amerika “een merkwaardig land. Je kan het onderwijssysteem bekritiseren om het beter te maken maar het economische systeem kan je niet bekritiseren. En wanneer je 50 jaar lang iets niet bekritiseert gaat het rotten”.

Een revolutie van waarden

Auteur Tansy Hoskins vult aan dat “kapitalisme de rede is waarom de mode-industrie eruitziet zoals het doet. Werkers in Bangladesh worden zo weinig betaald omdat in een kapitalistisch systeem winst creëren het voornaamste doel is”.

“Wanneer je niets aan het systeem verandert dan wijzig je de beslissingsstructuur van die bedrijven niet,” weet Wolff, “dat betekent dat een kleine groep van uitvoerende werknemers en aandeelhouders in hetzelfde systeem zullen blijven werken”.

De Texaanse katoenverbouwster Larhea Pepper zag haar man aan kanker sterven, vermoedelijk door het massale gebruik van pesticiden. “Op dat moment was biologisch niet langer belangrijk voor me maar het werd noodzakelijk,” verklaart ze, “het is noodzakelijk dat we de industrie veranderen, noodzakelijk wanneer het gaat om duurzaamheid en het welzijn van onze levens op deze planeet en de levens van onze kinderen. We moeten veranderen”.

De filmmakers koppelen daar Martin Luther Kings revolutie van waarden aan: “we moeten stoppen met mensen als dingen te behandelen, met enkel in termen van winst te denken. In plaats daarvan moeten mensen op een echte, menselijke manier behandeld worden”.

Elke verandering begint bij onszelf: “Te midden van alle uitdagingen waar we mee te maken hebben en die buiten onze controle lijken, kunnen we misschien hier beginnen. Met kleding”.

The True Cost mag dan misschien erg klassiek ogen en geen mijlpaal in de filmgeschiedenis zijn, het is een eerlijk en geëngageerde documentaire die ons aan het denken zet en vooral ook voor onze verantwoordelijkheid plaatst.



'The True Cost' werd eenmalig vertoond in het kader van de Schone Kleren Campgane en is als Blu-ray en dvd te verkrijgen of via streaming te bekijken. Info: www.truecostmovie.com



reacties

Eén reactie

  • door ria aerts op donderdag 3 september 2015

    Mooi initiatief, vooral omdat de makers de diepere oorzaken van deze malaise aanstippen. Het kapitalisme, dat op concurrentie drijft en eeuwig groeiende winstcijfers, trekt de prijzen en de lonen naar de bodem. Mensen verdienen alsmaar minder en kunnen daardoor ook alsmaar minder betalen voor hun consumptie. Het is een helse vicieuze cirkel. Het wordt tijd dat mensen beseffen dat geld een instrument is en geen doel.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties