about
Toon menu
Boekrecensie

Belgen in Congo: "Huurlingen, geheim agenten en diplomaten"

Met "Huurlingen, geheim agenten en diplomaten" schreef Ludo De Witte het logische vervolg op "De moord op Lumumba" (1999). Na die moord deed ex-kolonisator België zijn best om het land verder te ontwrichten ten bate van eigen economisch gewin, ook als dat de inzet van blanke huurlingen vergde.
zondag 16 november 2014

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.


De moord op Lumumba, over de eerste democratisch verkozen regeringsleider van Congo in 1961, deed bij verschijnen in 1999 heel wat stof opwaaien. Ludo De Witte's gedetailleerde en gedocumenteerde relaas verplichtte de Belgische politieke klasse voor het eerst de eigen historische verantwoordelijkheid te erkennen.

Het boek leidde tot de oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie. De commissie-Lumumba leidde wel tot degelijk onderzoek, maar slechts tussen de lijnen van zijn rapport valt voor de kritische lezer te lezen dat de toenmalige regering van Gaston Eyskens (CVP – nu CD&V) en koning Boudewijn niet zomaar toeschouwers waren bij de moord op Patrice Lumumba op 17 januari 1961.

De politieke besluiten van dat onderzoek waren ook typisch Belgisch, een compromis dat niemand tevreden stelde. Eén ding is met het boek van De Witte en de onderzoekscommissie wel veranderd. Niemand die enigszins geloofwaardig wil overkomen, stelt de gebeurtenissen van 1960-1961 nog voor als een louter interne zaak tussen Congolezen.

Vijf jaar chaos

Patrice Lumumba

Na de moord op de enige democratische leider die de Congolezen had samengebracht in al hun etnische, culturele en taalkundige verscheidenheid, volgden vijf jaren van chaos, die het land verder ten gronde richtte. Waar België schoorvoetend enige verantwoordelijkheid heeft aanvaard voor de moord op Lumumba, is dat nog altijd niet het geval met wat gebeurde in de periode die erop volgde en die leidde tot de dictatuur van Mobutu.

Die dictatuur duurde van 1965 tot 1997. Nog steeds zijn er politieke commentatoren die menen dat de staatsgreep van Mobutu een 'noodzakelijk kwaad' was om de vechtende Congolezen tot de orde te roepen. Zij stellen de woelige periode 1961-1965 voor als een louter interne strijd tussen Congolezen, waarbij Belgen en andere Europese ex-kolonisatoren toeschouwers waren, die slechts tussenbeide kwamen om (blanke) mensenlevens te redden. Bovendien, de eerste zes jaar van zijn regime zou Mobutu wel een 'goed' leider geweest zijn, die terug orde en rust bracht.

Goedpraten wordt terug de norm

“Aan die periode van relatieve openheid kwam echter snel een einde, en sinds een jaar of tien gaat het weer de andere kant op.” Vandaag is het terug bon ton om hoogstens kritisch te zijn over de "fouten, overdrijvingen en excessen" van het kolonialisme, de lijfstraffen, het gesegregeerde onderwijs voor de 'évolués', het beroepsverbod voor hogere functies.

Het Belgische koloniale avontuur was slechts een goedbedoelde poging om een volk te emanciperen, waarbij jammer genoeg veel fouten werden gemaakt, de Belgen te Europees dachten, geen rekening hielden met de Afrikaanse karaktertrekken, enzovoort. Weg zijn de economische belangen, het brutale racisme, de collaboratie van de kerk...

“Auteurs als Manu Ruys, Walter Zinzen en David Van Reybrouck houden hun lezers voor dat die coup (van Mobutu in 1965, nvdr) wenselijk en weldoend mag genoemd worden.” De Witte vond slechts één uitzondering op dat discours, het boek van VUB-historicus Guy Van Themsche: Congo. De impact van de kolonie op België (2007), later vertaald als Belgium and the Congo, 1885-1990 (2012) 

België was nauw betrokken

Niets is minder waar, stelt Ludo De Witte. De kanker die in 1993-1997 leidde tot de ondergang van Mobutu zat in het systeem ingebakken op de dag zelf dat hij met expliciete goedkeuring van Belgische en Amerikaanse regering de macht greep. Het perscommuniqué, waarin Mobutu zijn coup uitlegde op Radio Leopoldstad1, werd geschreven door Belgisch militair attaché Van Halewijn...

Wanneer na de moord op Lumumba in het oosten van het land ongecoördineerde groepen een opstand beginnen, blijkt het door de Belgen uitgeruste en getrainde Congolese niet bereid zijn leven te wagen tegen tegenstanders die met pijl, boog en machete – tegen beter weten in – niet wegduiken voor het geweervuur van de soldaten.

De simba's ("leeuwen" in het Swahili) geloven immers dat ze onkwetsbaar zijn voor kogels. Waar ieder militair expert een eenzijdige afslachting verwachtte, zoals tijdens de Britse koloniale oorlogen of tijdens de Eerste Wereldoorlog, bleek dit bijgeloof echter een nuttig strategisch wapen.

De ongemotiveerde en nauwelijks betaalde soldaten kozen immers massaal eieren voor hun geld en dropen af voor een tientallen malen kleinere tegenmacht. Voor men in Kinshasa, Brussel en Washington goed en wel doorhad wat er gebeurde, hadden de simba's een groot deel van het land onder controle, een territorium veertig maal groter dan België. Ook de lucratieve mijnen in Katanga kwamen in gevaar.

De leiders van deze simba's, onder wie een jonge Laurent-Désiré Kabila, waren allesbehalve democraten, laat staan dat ze ook maar enige voeling hadden met het communisme. Qua politieke leegheid waren ze de gelijken van de "Binza-boys" die het na de moord op Lumumba in de hoofdstad "Kin" voor het zeggen hadden.

Een allegaartje wint het pleit

Zelfs voor het openlijk neokoloniale weekblad Pourquoi Pas? was de echte oorzaak van deze opstand niet ver te zoeken: “Het is een jacquerie2 van mensen die genoeg hebben van de miserie en de ellendige praktijken van het ANC dat rooft, verkracht en doodt (…) het staat vast dat de beweging spontaan ontstond en aanvankelijk gerechtvaardigd was.”

Het ANC staat hier niet voor de bevrijdingsbeweging van Nelson Mandela maar voor het Armée Nationale Congolaise, het Congolese leger wiens lafheid tegenover gewapende tegenstanders recht evenredig was met zijn gruwelijke roofzucht tegenover de ongewapende bevolking. Dat hun lonen werden gestolen door hun eigen officieren, hielp natuurlijk niet om enige discipline in stand te houden. Bovendien werden de soldaten systematisch gestationeerd in regio's waar ze etnisch of taalkundig geen enkele band mee hadden (een manier van aanpakken die ze van de Belgen hadden overgenomen).

Union Minière

De Belgische regering ging voor een oplossing steeds "te rade" bij de experten ter plaatse. Daar bedoelden ze geenszins Congolese politieke leiders met een basis in de bevolking mee. “Belgische ministers die het beleid in Centraal-Afrika uittekenden, ondernamen weinig zonder de goedkeuring van de bedrijfsleiders van de Union Minière.”

Ooit nog opgericht door koning Leopold II was dit mijnbedrijf onder meer verantwoordelijk voor het delven en verkopen van het uranium in de Shinkolobwe-mijn, dat als brandstof diende voor de bommen op Hiroshima en Nagasaki. Die Belgische verkoop aan de VS in 1941 maakte het mogelijk dat België naast Frankrijk het enige land ter wereld werd dat volop mee mocht genieten van de Amerikaanse nucleaire knowhow. Met een ver gevolg van die geschiedenis zit België vandaag nog steeds. Geen enkel land ter wereld, na Frankrijk, heeft een dergelijk hoog aandeel in kernenergie voor zijn elektriciteitsproductie (zelfs de VS niet).

De Verenigde Naties

België toonde zich in 1961-1965 een onbeschaamd en openlijk schender van VN-resoluties. De afscheiding van de mijnprovincie Katanga werd logistiek ondersteund. Katangees leider Moïse Thsombé werd na het mislukken van die afscheiding zonder enige schroom binnengehaald als de man die de chaos na Lumumba zou redden.

Zowat heel Afrika protesteerde tegen de benoeming van deze "neokoloniale slaaf" als eerste minister. Brussel lag er niet wakker van. Even gemakkelijk liet Brussel hem vier jaar later vallen, toen een dictatuur onder leiding van stafchef van het leger Joseph Désiré Mobutu een betere optie bleek.

Historische indelingen zijn altijd enigszins arbtitrair, maar de zeven hoofdstukken waarin De Witte de periode 1961-1965 indeelt, zijn logisch. Op de periode-Thsombé volgde de Belgische organisatie van een huurlingenleger ten bate van de grote bedrijven. Het "simbarijk" was van bij het begin immers zeer broos. Het was vooral ontstaan omdat het Congolees leger zo inefficiënt en ongemotiveerd was.

Pokeren met blanke levens

In de Belgische pers werd ondertussen de trom geroffeld van de strijd tegen het communisme. Een humanitaire interventie was noodzakelijk om Belgische gijzelaars uit de handen van de simba's te bevrijden. Er waren inderdaad een aantal Belgische colons vermoord door de simba's, maar dat aantal verbleekte bij de duizenden Congolezen die systematisch werden afgemaakt door het ANC en door de door België ingezette Zuid-Afrikaanse en Rhodesische3 huurlingen.

Het klinkt sinds de oorlogen in de Balkans bekend in de oren, maar de invasie van Stanleystad (Kisangani) en Paulis (Isiro) waren geen gevolg van enige massale afslachting van Belgische en andere gijzelaars. Ze waren er de hoofdoorzaak van. De brutale wreedheden van de ingezette huurlingen waren immers niet van aard de simba's mild te stemmen, wat De Witte gevat omschrijft met de titel van het hoofdstuk 'Pokeren met blanke levens'.

"De Belgen lachen met de koude oorlog"

Washington wilde ondertussen wel helpen om de 'communisten' te bestrijden, maar zat met een 'geloofwaardigheidsprobleem'. De VS was het enige onafhankelijke land ter wereld – afgezien van het apartheidsregime in Zuid-Afrika – waar mensen wegens hun huidskleur tweederangsburgers waren... [Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken] Dean Rusk erkende informeel dat het binnenlands racisme als een molensteen om de nek van Amerikaanse diplomaten in Afrika hing.”

Belgische bedrijfsleiders wisten ondertussen wel beter. Tot zijn [minister van Buitenlandse Zaken Paul-Henri Spaak] verbazing waren ze het er over eens dat ze met de simbaleiders zaken konden doen als Congo helemaal in hun handen zou vallen.”
De Britten en de VS waren daar niet over te spreken.

“De Britse ambassadeur in Congo... Het Belgisch beleid in Congo is louter dienstig aan de belangen van het bedrijfsleven... Zij zijn niet geïnteresseerd in de Koude Oorlog en lachen met de Amerikanen omdat die achter elke struik een communist zagen.”  

Niet bepaald wat in de kranten werd verteld. Bleven Moskou en Beijing afzijdig uit het conflict – al was het maar omdat ze andere interne katten te geselen hadden –, er waren echter wel degelijk 'communisten' aanwezig in het conflict.

De Cubaanse interventie onder leiding van Che Guevara himself was echter nog steeds geheim – satellieten bestonden nog niet – toen ze na enkele maanden al werd afgeblazen. Guevara moest vaststellen dat de leiders van de opstand totaal geen visie hadden op de eigen maatschappij. Het kwam erop neer dat ze zelf aan de macht wilden komen. Daarom alleen hadden ze de leiding van de spontane opstanden van de simba's overgenomen.

'Sterke man Mobutu'

Mobutu Sese Seko

Van het idee dat Mobutu de sterke man zou geweest zijn die boven de strijdende partijen stond, blijft in de analyse van De Witte zo goed als niets over. Meermaals heeft Mobutu tijdens de simba-opstand gevreesd voor zijn overleven.

Hij had ook nauwelijks gezag of controle over zijn troepen, buiten de garnizoenen in Kinshasa zelf. Dat wantrouwen tegenover het eigen leger zou ook tijdens zijn regime blijven voorbestaan. Zonder zijn goed opgeleide en rijkelijk betaalde presidentiële garde liet hij zich nooit zien.

Mobutu was allesbehalve de evidente keuze voor België en de VS, hij was eerder de minst slechte, de minst 'ongeloofwaardige'. Zijn grootste voordeel was dat hij al officieel leider was van het leger. Dat hij geen aanhang had bij de bevolking – zeker niet in de helemaal in het zuiden gelegen hoofdstad Kinshasa, Mobutu kwam uit de noordwestelijke Evenaarsprovincie – was daarbij irrelevant.

Economisch gewin

Wie het boek van De Witte leest ziet een duidelijke lijn in het beleid van de Belgische regering: alles voor het behoud van het economisch gewin, niets voor de Congolese bevolking. Elke Belgische dode was een drama, tienduizenden Congolese doden daarentegen...

De Witte ziet ook een verband met het heden: “Een kritisch onderzoek van het westers beleid inzake Afrika toont aan dat abstracte noties zoals 'de strijd tegen de verspreiding van de Sovjetinvloed' in feite codewoorden waren in de propagandaslag bij de uitbouw van stabiele neokoloniale regimes. Vandaag luiden vanuit dezelfde zorg de codewoorden 'bescherming van fundamentale mensenrechten' en 'plicht tot humanitaire interveniëren'."
Net als toen blijken die nobele principes enkel van toepassing in landen en regimes die tegen westerse economische belangen ingaan.

Ludo De Witte (1956)

Wie liever een geromantiseerd verhaal leest over hoe het goedbedoelde koloniale beschavingsproject is misgelopen kan zijn gade vinden bij vele andere auteurs. Ludo De Witte vertelt daarentegen wat er echt is gebeurd. Dat is meermaals confronterend en voor al wie nog steeds een romantisch beeld koestert van de Belgische kolonisatie onaangenaam om lezen.

Met dit boek neemt De Witte voor de tweede maal het voortouw in een strijd die dit land al zo lang had moeten voeren, voor de eerlijke erkenning van de werkelijkheid van het eigen koloniale verleden.

Ludo De Witte, Huurlingen, geheim agenten en diplomaten, Van Halewyck, Leuven, 2014, ISBN 9789461313294. 

1 Leopoldstad, zoals de hoofdstad Kinshasa toen heette. Kinshasa is de naam van het oorspronkelijke dorpje aan de oever van de Congostroom.

2 'Jacquerie', een denigrerende term voor boerenopstanden.

3 Blanke huursoldaten uit de toen nog Britse kolonie Rhodesië, het huidige Zimbabwe.

reacties

11 reacties

  • door Maud Bolstein op maandag 17 november 2014

    'De Witte vond slechts één uitzondering op dat discours, het boek van VUB-historicus Guy Van Themsche'. Excuus maar dat te kort door de bocht. Er bestaat meer kritisch wetenschappelijk werk over de problematiek: Luc Barbe en Sven Augustijnen lijken mijn inziens interessante vermeldingen daaromtrend. De geest van het artikels wil ik niet in vraag stellen, want zelfs blijven deze vermeldingen marginaal ten overstaan van de 'commun thinking'. http://www.lucbarbe.be/sites/default/files/boek/files/Belgie-en-de-bom.pdf http://www.youtube.com/watch?v=2ivHP8N90Qk

    • door Lode Vanoost op maandag 17 november 2014

      Het dossier van Luc Barbé ken ik goed en gaat in detail in op de zaak van het uranium. Wat ik hier bedoel zijn de auteurs die over het globale dossier van Congo handelen. Barbé behandelt alleen dit éne - zeer belangrijke - dossier.

    • door bratt op zaterdag 29 november 2014

      aan: Bram Borloo, dankjewel voor de link van Luc Barbé zn boek 'België en de bom.' Pagina 26 echter ontbreekt; enig idee hoe deze pagina terug te vinden? dank Bratt

  • door Joris Note op maandag 17 november 2014

    Bij eindnoot 2: In woordenboeken vind ik geen definitie van 'jacquerie' als 'allegaartje'. Afgezien van de verre oorsprong, de term wordt nu in het algemeen zeker niet denigrerend gebruikt.

    • door Lode Vanoost op dinsdag 18 november 2014

      Correct, ik kende dat woord enkel vanuit het Brussels dialect hier, ik wist niet dat het een historische oorsprong had.

  • door HELENE PASSTOORS op maandag 17 november 2014

    Ja, Lode, ik geloof dat je hier inderdaad wat kort door de bocht ging. Je hebt het alleen over journalisten en populaire of vulgariserende studies. Maar er zijn veel historici en politologen die andere verhalen hebben verteld. Denk aan Benoît Verhaegen, zijn 2 volumes over de rebellies en zeer veel ander werk van Crawford Young, Gauthier de Villers, Gérard Libois en veel anderen. En Congolese historici uiteraard zoals Elikia M'Boloko of Ndaywel, Gérard Pili Pili Kagabo en vele anderen. (Als je wil duizelen, lees dan http://civilisations.revues.org/489) Op journalistiek gebied zijn er ook meerdere boeken van Colette Braeckman.

    Het is waar dat sommige specialisten, o.a. die veel aan bod kwamen tijdens de 50 jaar onafhankelijkheid herdenkingen van alle soort, in hun tijd in Congo zelf veel progressiever klonken dan als ze eenmaal terug hier in een gemakkelijke (leer)stoel zaten. En die dan om zogenaamd te 'nuanceren' voor het Belgische publiek - dat het "anders niet begrijpt" aldus een vooraanstaand historicus - de koekjes eerlijk willen verdelen tussen de 'goede daden' vd Belgen in Congo en de 'minder goede'. En daarbij veel in de schaduw laten wat toch aartsbekend is. Ook hebben de media tot heel laat alles verzwegen, onder meer over Mobutu, zodat het neokolonialisme rustig haar gang kon gaan en vette winsten opstrijken.

    Het is ook bijv. nog steeds moeilijk om 'postkoloniale studies' op de Belgische universiteiten binnen te krijgen, maar gelukkig gebeurt het toch de laatste jaren, zij het nog marginaal en post-masters. Idem bijv. voor het vele goede werk verricht door CODESRIA, het grootste Afrikaanse onderzoeksinstituut en zijn partners. Zolang dit alles niet doorsijpelt naar het grote publiek, zal dat er inderdaad nog lang 'niks van begrijpen' en dat geldt niet alleen voor Congo maar voor heel Afrika.

    Ludo De Witte heeft zeker gelijk als hij zegt dat het de laatste tien jaar hard achteruit gaat met het bewustzijn vd Belgen van wat de kolonie en neokolonie werkelijk inhielden. 'Kuifje in Congo' is terug! Dat is zeer verontrustend, zelfs schokkend. Er komen dan ook hoe langer hoe fellere reacties op vanwege de diaspora hier en ook vanuit Congo en Afrika zelf. Sla er bijv. het voorlaatste nummer van het tijdschrift 'Politique' op na. En ga naar de tentoonstelling 'Onze Congo' in Brussel (die geloof ik nog steeds doorgaat). Er zijn dus mensen en groepen die eraan werken, maar de vraag is of er naar geluisterd wordt in wijdere kringen. Want er moet inderdaad zeer veel veranderen, om te beginnen op de scholen. En bijv. in de huidige renovatie van het Museum van Tervuren dat een hoofdrol zou moeten spelen in de beeldvorming.

    Dus ja, bedankt voor dit artikel. Het zal zeker een belangrijk boek zijn en hopelijk de publieke opinie 'n beetje wakker schudden. Want de auteurs die jij noemt het laatste woord geven, inclusief David VR, is niet alleen misleidend, maar is ook vragen om problemen.

    • door Lode Vanoost op dinsdag 18 november 2014

      Neen hoor, ik citeer De Witte:

      “Auteurs als Manu Ruys, Walter Zinzen en David Van Reybrouck houden hun lezers voor dat die coup (van Mobutu in 1965, nvdr) wenselijk en weldoend mag genoemd worden.” De Witte vond slechts één uitzondering op dat discours, het boek van VUB-historicus Guy Van Themsche: Congo. De impact van de kolonie op België (2007), later vertaald als Belgium and the Congo, 1885-1990 (2012)

      Dat is dus niet mijn vaststelling. Overigens komt Verhaegen ruim aan bod in het boek.

      • door Lode Vanoost op dinsdag 18 november 2014

        Ik bedoel, je hebt inhoudelijk zeker gelijk, alleen is je commentaar dan aan De Witte gericht, niet aan mij.

  • door HELENE PASSTOORS op dinsdag 18 november 2014

    As Vrijdag om 22u35 op La Une van de RTBF een documentaire over Stanleyville 1964 'Little Miss Nobody' http://www.rtbf.be/tv/article/detail_retour-aux-sources-little-miss-nobody-inedit-coproduit-par-la-rtbf?id=8403578

    • door Ludo De Witte op woensdag 19 november 2014

      De namen die hier vallen om te staven dat er wel degelijk kritisch wetenschappelijk werk over Congo is geleverd betreffen allemaal buitenlanders (bvb. Young, M'Bokolo), Belgen in het buitenland (men kan er de uitgeweken Jan Vansina aan toevoegen) of iemand als Gérard-Libois, die los van het academische establishment werkte, in het CRISP. Maar werk vanuit de Belgische academische wereld dat een kritische kijk op kolonialisme en neokolonialisme voedt? Het is een zéér mager beestje. Dat het ook in het erg recente verleden er niet op verbetert, kan worden aangetoond met een verwijzing naar het boek "Leopold II, ongegeneerd genie?" (2009) Het bevat een bundel opstellen van een twintigtal academici (vooral mensen van de UCL) over Leopold II. Amper 17 bladzijden, op een totaal van 413, worden uitgetrokken voor een (eerder hagiografische) analyse van het leopoldistische systeem in Congo-Vrijstaat, wat van het boek bijna een subtiele verdwijntruc van Leopolds dwangregime maakt.

      • door Ludo De Witte op woensdag 19 november 2014

        O ja: de documentaire die RTBF op 21 november vertoont zag ik al in avant-première, hij is echt heel slecht: zonder enige context wordt een melig-sentimenteel verhaal gebracht, volledig gefocust op een blanke vrouw die als 7-jarige door de para's werd gered en opnieuw Stanleystad/Kisangani bezoekt.

      Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties