about
Toon menu

Wat is zionisme?

Wat is het ideologisch project dat de opeenvolgende regeringen van Israël drijft tot apartheid in Israël zelf en tot de bezetting en kolonisatie van Palestina? Wat is het zionisme? In zijn boek ‘De Israël Lobby’ wijdde Lucas Catherine er een volledig hoofdstuk aan, dat hier integraal wordt overgenomen.
donderdag 24 juli 2014

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

De stichting van de staat Israël is niet het gevolg van de Holocaust, wel van ouderwetse 19de-eeuwse kolonisatie. De eerste Joodse kolonie werd gesticht in 1878, Hitler werd pas geboren in 1889. Toen de eerste zionisten in 1896 de grondslag legden voor het latere Israël, moest hij zijn plechtige communie nog doen.           

DeWereldMorgen.be

In het tsaristische Rusland braken op het einde van de 19de eeuw moorddadige pogroms uit. De antisemitische hetze breidde zich uit naar onder meer Duitsland en Frankrijk. Als reactie hierop ontstond onder de Oost-Europese Joden het zionisme. Aan de basis van het zionisme als beweging lag de Oostenrijkse journalist Theodor Herzl (foto).

In zijn geschriften zocht Herzl naar een antwoord op en een oplossing voor het Europese antisemitisme. Waar progressieve Joden als Moses Mendelsohn of Karl Marx ter plekke wilden strijden tegen al wat reactionair was en dus ook tegen het antisemitisme, opteerde Herzl voor de vlucht naar voren.

Antisemitisme zou volgens Herzl altijd blijven bestaan, en de enige oplossing is een eigen, zuiver Joodse staat. In een staat waarin geen niet-Joden leven kan ook geen antisemitisme heersen, redeneerde hij. Zijn bekendste boek, Der Judenstaat uit 1896, is nog steeds het basisdocument van het zionisme. 

Zionisten willen een Joodse staat stichten in Palestina door het land te koloniseren met Joodse boeren en arbeiders.[i] Ze zien die staat als een Europese staat. ‘We zullen er voor Europa een bruggenhoofd naar Azië vormen, een bolwerk van de Beschaving tegen de Barbarij’, schrijft Herzl.[ii]

Hij bepaalt ook de grenzen van de nieuwe staat: ‘Het land zal zich uitstrekken van de rivier in Egypte (de Nijl) tot de Eufraat.[iii] En verder: ‘Men moet de plaatselijke bevolking geen werk geven[iv] tenzij ‘het droogleggen van moerassen en het uitroeien van slangen’.[v] Daarna moet men ze ‘ongemerkt over de grens zetten’.[vi] 

Bovenstaande uitingen van racisme en expansionisme, twee kenmerken van het zionisme, zijn erg scherp verwoord. Herzl kon zich dat permitteren, want begrippen als racisme, kolonialisme en expansionisme waren toen nog niet politiek incorrect. De hele Europese burgerij dacht zo, en ze kon de dingen rustig bij hun naam noemen.  

De zionistische plannen om van Palestina een zuiver Joodse staat met een sterke band met het Westen te maken, kregen vaste vorm op het zesde zionistencongres in 1903. Franz Oppenheimer verwoordde het als volgt: ‘We zullen een net van kolonies over het land spannen: eerst de haken en de sterke draden aan de randen, dan er sterke nerven door weven en ten slotte het geheel ragfijn opvullen.’  Deze strategie van de spin zou woordelijk gevolgd worden (ook vandaag nog, in de bezette gebieden).  

Hoe begon de zionistische kolonisatie? 

‘Wat doen onze Joodse broeders in Palestina? In de diaspora waren zij zelf slaven, in Palestina voelen zij zich vrij. Dat nieuwe gevoel roept een verlangen op naar despotisme.’ (de Joodse filosoof Ahad Ha’am in 1891)

De zionistische immigratie kwam op gang vanaf 1882. Vooral in de vruchtbare kustvlakte kochten de kolonisten grond op, meestal van grootgrondbezitters die buiten Palestina verbleven. De immigranten gedroegen zich als volwaardige colons.

De Joodse filosoof Ahad Ha’am schreef al in 1891: ‘Wat doen onze Joodse broeders in Palestina? In de diaspora waren zij zelf slaven, in Palestina voelen zij zich vrij. Dat nieuwe gevoel roept een verlangen op naar despotisme. Ze behandelen de Arabieren wreed en vijandig, ontnemen hun alle rechten, kwetsen hen zonder reden en gaan bovendien nog prat op hun handelwijze.’  

Toen de Sursuk-familie haar landerijen in Marj ibn Amr aan zionisten verkocht, beslisten de nieuwe eigenaars om de 1.746 pachtgezinnen die daar woonden slechts een half pond schadevergoeding uit te betalen. De landarbeiders kregen niets. Voor de Palestijnen werd de aard van het zionisme dus al snel erg duidelijk. Steeds meer kwam er dan ook verzet tegen deze landaankopen.

In een protesttelegram van 24 juni 1891 vroeg een groep notabelen uit Jeruzalem aan de regering in Istanbul dat ‘er een eind wordt gemaakt aan het opkopen van grond door Russische Joden en dat men de immigratie van deze groep verbiedt’.[vii] De kolonisten grepen op dit verzet in met geweld. Al in 1907 richtten zij hun eerste militie op, Bar Giora, die in 1909 haar naam veranderde in Hashomer.

Dit antisemitisme was niets nieuws, het was een ‘traditie’ in het christelijke Europa. Zo werden bij het begin van de Kruistochten de Joden in het Rijnland uitgemoord, en ook daarna beleefde Europa nog geregeld gewelddadige Jodenvervolgingen.

De zionisten kochten niet alleen grond op, ze begonnen ook aan de uitbouw van een eigen staatsstructuur. De Zionistische Wereldorganisatie werd in 1897 door Herzl gesticht en collecteert overal ter wereld, ook nu nog, fondsen voor de staatsopbouw van Israël.  Deze organisatie richtte drie organen op om de staatsopbouw ter harte te nemen: de Jüdische Colonial Bank, het Joods Nationaal Fonds en het Opbouwfonds.[viii]De Jüdische Colonial Bank werd in 1899 in Londen opgericht, haar naam veranderde later in Jewish Colonial Trust.

De instelling fungeerde als ‘nationale bank’ voor de zionistische beweging. (Na het ontstaan van de staat Israël zal ze trouwens effectief de nationale bank worden onder de nieuwe, Hebreeuwse naam Bank Leumi Le-Israël). Ze verwierf de controle over de Palestine Potash Company, die de mineralen uit de Dode Zee exploiteerde, en over de Palestine Electric Company. Daardoor kregen de zionisten de grondstoffen en de energiebronnen van Palestina in handen.

Het Joods Nationaal Fonds (Keren Keyameth Le-Israël in het Hebreeuws) werd in 1901 op het Vijfde Zionistencongres gesticht met als opdracht land in Palestina te verwerven en het tot ‘voor eeuwig onvervreemdbaar eigendom van heel het Joodse volk te maken’. De verwerving van ander onroerend goed dan landbouwgrond werd de voornaamste taak van het in 1921 opgerichte Opbouwfonds (Keren Hayesod). 

Welke rol speelden de Britten? 

‘Lord Balfour is een openlijke antisemiet en een vijand van heel het Joodse volk.’ ­ (uit het protokol van het Zevende Zionistencongres (1905)

‘De regering van Hare Majesteit staat welwillend tegenover de oprichting van een Joods nationaal tehuis in Palestina, en zal haar uiterste best doen om dit doel te verwezenlijken...’ (Lord Balfour aan Lord Rotschild op 2 november 1917 in de zogeheten Balfour Declaration) 

Om hun doelstellingen te bereiken zochten de zionisten steun bij de grote mogendheden die het Midden-Oosten beheersten of die het wilden koloniseren: eerst het Ottomaanse Rijk, later Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië. Van de Ottomanen kregen ze nooit veel hulp. In 1910 had de kaymakam (gouverneur) van Nazareth al geschreven: ‘De Joden houden zich apart, ze hebben hun eigen bank. In elk dorp hebben zij hun eigen bestuur en een eigen school. Ze hebben een eigen vlag en bedotten het Turkse bestuur in verband met hun ware bedoelingen.’

DeWereldMorgen.be

Van Groot-Brittannië konden de zionisten meer hulp verwachten. Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog wilden de Britten zelf maar al te graag het strategisch belangrijke Palestina van de Turken overnemen. Het Ottomaanse Rijk was in verval en de koloniale grootmachten stonden te popelen om het onder elkaar te verdelen. Ook de meeste Arabieren wilden af van Istanbul.

In 1915 beloofden de Britten aan de leiders van de Arabische nationalistische beweging een grote onafhankelijke Arabische staat. Het zou echter helemaal anders uitdraaien. In 1916 sloten Groot-Brittannië en Frankrijk het Sykes-Picot-akkoord, dat het Midden-Oosten onder hen beide verdeelde. Frankrijk kreeg Syrië en Libanon, Groot-Brittannië kreeg Egypte, Jordanië, Irak, het Arabische schiereiland en Palestina. Het gebied rond Jeruzalem zou een internationale zone worden. Nog een jaar later, in 1917, beloofde de Britse minister Lord Balfour in een naar hem genoemde verklaring, de Balfour Declaration, dat Groot-Brittannië de zionisten zou helpen bij de stichting van een ‘Joods nationaal tehuis in Palestina’.  

Vanaf 1920 namen de Britten de facto het bestuur van Palestina over van de Ottomanen. In 1922 kregen ze ook een officieel mandaat van de Volkenbond ‘om de lokale bevolking langzaam voor te bereiden op de onafhankelijkheid’. Daar zou niets van terechtkomen. De Britten steunden massaal de zionistische immigratie. In de twintig jaar tussen 1920 en 1939 zouden de zionisten meer land verwerven dan in de veertig jaar voor de Eerste Wereldoorlog. 

Waarom was Palestina zo belangrijk voor de Britten? Het land vormt een draaischijf tussen drie continenten (Europa, Azië en Afrika) en het ligt dicht bij het Suez-kanaal (de kortste en meest strategische weg naar Brits-Indië). Maar vooral: Palestina beheerste via de pijpleiding die in Haifa uitmondde de olietoevoer vanuit Irak. De Iraakse oliereserves waren immers al in 1900 bekend.

In 1912 werd de Turkish Petroleum Company opgericht. Die naam is misleidend: 25% van het kapitaal was van Deutsche Bank, 22,5% was van Royal Shell en 47,5% van de National Bank of Turkey die eigenlijk een Britse bank was. Eveneens vanwege de olie hadden de Britten in 1913 al Koeweit als onafhankelijke entiteit gecreëerd. Voordien was dat een emiraat onder Ottomaanse soevereiniteit geweest.  

De Palestijnen verzetten zich zowel tegen het Britse Mandaat als tegen de zionistische kolonisatie. In 1918 richtten ze in Jeruzalem de Unie van Islamitisch-Christelijke Verenigingen op. Aan de vredesconferentie in Parijs (die de wereld herverdeelde na de Eerste Wereldoorlog) sturen ze de volgende boodschap:

‘Alle inwoners van Palestina, te weten van de provincies Jeruzalem, Nabloes en Akka, moslims en christenen, hebben zich gegroepeerd in een vereniging en hebben ook hun vertegenwoordigers gekozen. Die zijn in Jeruzalem bijeengekomen om te overleggen wat de beste bestuursvorm voor Palestina is. Zij beslisten om aan U, Vredesconferentie, een dringend protest te richten tegen het project om ons vaderland als een nationaal tehuis aan de zionisten te schenken en het door hen te laten koloniseren. Wij verzetten ons krachtdadig tegen deze beslissing, die zonder ons medeweten en zonder onze toestemming is getroffen.’[ix] 

In 1925 werd in Nabloes de Palestijnse Volkspartij (Hizb al Ahali) gesticht. De Palestijnen richtten ook een eigen nationale vertegenwoordiging op, het Palestijnse Nationaal Congres (PNC), dat in radicale bewoordingen het mandaat en de zionistische kolonisatie verwierp en de Arabische natie opriep om Palestina Arabisch te houden. 

Het mocht niet baten. Al in 1920 erkenden de Britten de facto een Joodse regering, het Joods Agentschap, en vaardigden ze wetten uit die de verwerving van land door de zionisten moest vergemakkelijken. Zo bepaalde de Mawat Land Ordinance (1920) bijvoorbeeld dat al wie zijn grond drie jaar na elkaar niet bewerkt had, er elk eigendomsrecht op verloor.

Voor nogal wat Palestijnen was dit het geval omdat zij door de oorlogsomstandigheden niet ter plekke waren of niet in staat waren geweest al hun grond te bewerken. Het Joods Nationaal Fonds profiteerde van de nieuwe wetten om systematisch gronden op te kopen. Tegen 1929 was al 1000 vierkante kilometer in handen van de zionisten, op een totaal van 27.000 vierkante kilometer. 

Lucas Catherine

© 2011 Lucas Catherine en uitgeverij EPO. Overname enkel met toestemming van de uitgever.

  • [i] Programma van het Eerste Zionistencongres in Bazel, 1897, in: I. Cohen, Le Mouvement Sioniste, Parijs, 1946, p.70-71.
  • [ii] T. Herzl, Complete Diaries (ed. R. Patai), New York, 1960, p.45
  • [iii] T. Herzl, Gesammelte Zionistische Werke, Tel Aviv, 1934.
  • [iv] T. Herzl, idem, T II, p.98.
  • [v] Idem, p.108-109.
  • [vi] Idem, p.98.
  • [vii] O. Carré, Le Mouvement National Palestinien, Parijs, 1977, p.18.
  • [viii] W. Lehn, Uri Davis, The Jewish National Fund, Londen, 1988, p.20. Dit boek is het standaardwerk over de geschiedenis van de Jüdische Colonial Bank, het Joods Nationaal Fonds en het Opbouwfonds.
  • [ix] Watha’iq al Muqawamah al Filistiniya al Arabiya, Beiroet, 1968, p.3.

reacties

5 reacties

  • door Martien Pennings op dinsdag 29 juli 2014

    In het kader van de diversiteit is het misschien aardig ook een héél andere visie op de geschiedenis van Israël te lezen: “Werk in Uitvoering: een korte geschiedenis van Israël”: http://bit.ly/130Zkxn?

    Als u deze link aanklikt http://bit.ly/1lakfn1 dan komt u bij mijn bespreking van hoofdstuk 16 van Ari Shavits boek “Mijn Beloofde Land”, de New York Times bekroonde megaseller.

    Van daar uit zijn de besprekingen van nog 15 eerdere hoofdstukken gemakkelijk te vinden.

    Een dezer dagen zal ik ook hoofdstuk 17 analyseren en tenslotte, binnen afzienbare tijd, een afsluitend essay publiceren in het Engels over het boek van Shavit.

  • door sam vanderleyden op woensdag 30 juli 2014

    Ja nu weet ik het! Ik dacht wel dat ik de Naam Martien Pennings herkende. Was dat niet in één hapook de kliek van de Beruchte Jenny Mees, Guido Joris .... Enfin de halve redactie van Joods Actueel? (Nog niet gesproken over Jaap Mollema, Sam Van Rooy, Likoed Nederland... etc...) Arrgh the 'trolls', they're back... (er is historiek...).

    • door Martien Pennings op woensdag 30 juli 2014

      @ sam vanderleyden Je schrijft “Arrgh the 'trolls', they're back... “ Ik vind vooral dat “Arrgh” grappig alsof je echt iets gruwelijks waarneemt in een duister hoekje. Niettemin heb ik alleen maar een serieuze bijdrage aan de discussie geleverd. Trollen zijn in internettaal mensen die met non-argumenten en scheldpartijen de discussie komen verstoren.

  • door sam vanderleyden op donderdag 31 juli 2014

    Zoals ik al zei (alles lezen!): "er is historiek"... Lezers moeten maar reeds eens de geciteertde namen in de zoekbalk intypen om te weten wat ik bedoel (en dan in de reacties gaan kijken)

    En wat betreft uw 'diversiteitsbijdrage'. Ik ben eens gaan zien op uw blog en viel bijna van mijn stoel. Zo Agressief "tot en met" en doordrongen van haat tegenover bvb NOS... en bovendien openlijk verdediger van het zionisme, net zoals beschreven in het artikel. En dit incusief geschiedenisvervalsing afgekruid met halve waarheden en onwaarheden. Ranzig gewoon. U moet niet opnieuw achter inhoudelijke argumenten gaan vragen, immers dan refereer ik naar menig artikels die hier al verschenen zijn over zionisme, over media-verslaggeving en over gaza zelf. Deze items gaan parafraseren met mijn woorden om zo een trollendiscusie zoals in het verleden levend te houden ga ik u het plezier niet gunnen. Dat zijn we al lang gepasseerd. lezers kunnen gerust uw "proza" gaan bezoeken en correleren met wat hier op DWM bvb over zionisme, gaza, israel, etc... ten berde is gebracht. Mijn "oh....noooo" is wel degelijk bewust en terecht.

    • door ismail spada op donderdag 18 september 2014

      Laten we een joodse mijnheer eens uitleggen wat Zionisme is. OK?

      De bewoners van Israël waren stomverbaasd en ik ook eerlijk gezegd.

      Is er iets meer anti-joods dan het zionisme is de vraag die men zich kan stellen na deze reportage!

      http://www.youtube.com/watch?v=XsVUO3kotH0

      Wel volhouden tot op het einde. Spannend!

    Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties