Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu

Thuistaal op school: vloek of zegen?

Als het aan de Gentse onderwijsschepen Elke Decruynaere (Groen) ligt krijgen kinderen voortaan geen straf meer als ze hun thuistaal spreken op de speelplaats. Voor het eerst wordt vanuit politieke hoek een duidelijk standpunt ingenomen wat betreft het gebruik van de thuistaal op school. Onderzoekers en experten treden de schepen bij.
vrijdag 11 april 2014

Momenteel riskeert acht op de tien leerlingen een sanctie of straf wanneer ze hun thuistaal gebruiken binnen de muren van een Vlaamse school, zo blijkt uit een onderzoek van drie Vlaamse universiteiten. De onderzoekers leggen een direct verband tussen het verbod op het gebruik van de thuistaal en de zwakkere schoolresultaten van leerlingen van allochtone origine.

Welbevinden doet leren

Waarschijnlijk is iedereen het erover eens dat het belangrijk is dat leerlingen zich vlot leren uitdrukken in het Nederlands. Die taal hebben ze namelijk nodig om zich ten volle te onplooien in een Nederlandstalige samenleving. Maar dat hoeft geenszins ruimte en respect voor de thuistaal van leerlingen in de weg te staan.

Eerst en vooral blijkt openheid en respect voor de thuistaal het welbevinden van leerlingen te bevorderen. De moedertaal is een niet te onderschatten element van je identiteit. Zelfs mensen die al jaren in een ander land leven en werken en de heersende taal vlot beheersen, vallen terug op hun moedertaal wanneer ze intuïtief uitdrukking geven aan hun emoties.

Wie zijn moedertaal ontraden of zelfs afgekeurd ziet, die voelt zijn identiteit in het gedrang komen, wat nefast is voor het welbevinden. Kinderen en jongeren leren gewoon beter en sneller wanneer ze goed in hun vel zitten, zich veilig en gerespecteerd voelen en zichzelf mogen zijn. Scholen die een positieve houding tonen ten aanzien van de thuistaal zien het welbevinden en het zelfvertrouwen van de leerlingen bevorderd.

Dat blijkt onder meer uit een onderzoek naar de effecten van een thuistaalproject in een aantal Gentse scholen. Uit een evaluatie van het project door de Universiteit Gent en de KU Leuven blijkt dat het informele gebruik van de thuistaal de kinderen meer zelfvertrouwen geeft en hun welbevinden bevordert. Bovendien blijken ze even goed Nederlands te leren als kinderen die enkel Nederlands mogen praten op school.

Moedertaal cruciaal voor de taalontwikkeling

Volgens onderzoek blijkt de ontwikkeling van een rijke moedertaal ook cruciaal te zijn voor de taalontwikkeling van het kind. Hoe beter de moedertaal ontwikkeld is, hoe beter en vlotter het verwerven van een tweede taal verloopt. Dat valt deels te verklaren doordat gemeenschappelijke vaardigheden overgedragen worden naar de tweede taal. 

Daarnaast kan de thuistaal net een hulpmiddel zijn bij het leren van bepaalde vaardigheden, waaronder ook het Nederlands, of eender welke andere taal. Grammaticale regels en woordenschat vergelijken, een wiskundige formule omzetten naar de thuistaal, informatie of bronnen opzoeken in de thuistaal, kunnen een manier zijn om de nieuw verworven kennis beter op te slaan of toe te passen.

Taal is de manier bij uitstek om met andere mensen te communiceren. Er is geen overdracht van kennis of vaardigheden mogelijk zonder communicatie. Een leerkracht die erin slaagt vlot en respectvol met zijn leerlingen te communiceren en op die manier een band kan opbouwen, zal snellere en betere resultaten boeken dan wie daar niet in slaagt. Dat de thuistaal of moedertaal van een leerling daar een essentiële rol in speelt ligt voor de hand.

Thuistaal bevestigt ‘vreemdheid’?

Volgens kamerlid Zuhal Demir en kandidaat kamerlid en leraar Peter De Roover (N-VA) dreigt een dergelijke vrijheid en openheid ‘de speelplaats etnisch op te delen’ en ‘kinderen te bevestigen in hun vreemdheid’, zo stellen ze in een opiniestuk in De Standaard. “De school moet een volledig Nederlandstalige omgeving vormen waar de kinderen met kameraadjes met andere achtergrond communiceren.”

Moeten we niet vallen over het feit dat men een individu ‘vreemd’ noemt of meent zijn ‘vreemdheid’ te bevestigen door hem de vrijheid te bieden zijn moedertaal te hanteren?

In De Morgen toont Siegfried Bracke, parlementslid en fractieleider in de Gentse gemeenteraad namens N-VA, zich even scherp. “Vlaanderen grossiert in geleerden die feitelijk op wetenschappelijke basis achterstelling organiseren.” Volgens hem is er geen afdoend bewijs voor de pedagogische waarde van het thuistaalgebruik.

De lijst met relevante onderzoeksresultaten is nochtans vrij indrukwekkend: Cummins, 2000; Castilla, Perez-Leroux & Restrepo, 2009; Verhoeven, 2007; Van den Branden, 2010; enz … Dat pakweg het vaak geprezen Finse onderwijs, waar men de moedertaal van leerlingen actief aanmoedigt, een indrukwekkend laag percentage schooluitvallers (0,3 procent) voorlegt wordt ook genegeerd.

Wat bovendien opvalt is dat men steevast het economisch belang van taligheid en meertaligheid benadrukt, maar dat die meertaligheid enkel blijkt te gelden voor Westeuropese talen. Kinderen worden geacht vlot Nederlands, Frans en Engels te praten, maar de combinatie Nederlands-Bulgaars of Nederlands-Turks is blijkbaar niet aan te bevelen.

Iedereen onderwijsexpert

Een partij die zich opwerpt als redder van de Vlaamse identeit zou nochtans kunnen weten dat taal een essentieel element vormt in het ontwikkelen van een culturele identiteit. Is de Vlaamse beweging niet net ontstaan doordat Vlamingen niet het recht hadden om te leren, zich te scholen en te ontwikkelen in hun eigen moedertaal?

Tot slot valt het op z’n minst opmerkelijk te noemen dat politici zich tegenwoordig zonder enige expertise ter zake mogen opwerpen als onderwijsexpert en dat doen met een louter politieke agenda. Even opmerkelijk is het dat media zich daar welwillend toe lenen zonder degelijk en onderbouwd weerwerk van echte specialisten. 

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

9 reacties

  • door Raf Feys op zaterdag 12 april 2014

    Kritische reacties van leerkrachten en van ouders van allochtone leerlingen op thuistaalgebruik in en buiten de klas In reacties van leerkrachten en directies op de roep voor meertalig onderwijs en voor het toelaten en stimuleren van het gebruik van de thuistalen inde klas en buiten de klas, stellen de meeste praktijkmensen dat de pleitbezorgers totaal vervreemd zijn van de onderwijspraktijk. Volgens hen vergeten ze vooreerst dat het niet eens mogelijk is om in te spelen op al die verschillende thuistalen. De meesten vermelden ook dat kinderen die sporadisch de thuistaal gebruiken niet echt gestraft worden. Het in sterke mate stimuleren om ook op de speelplaats e.d. Nederlands te spreken, is nog iets anders dan het bestraffen van overtreders. De leraars betreuren vooral ook dat de kansen om Nederlands te leren op die manier sterk verminderen. Een kleuterleidster stelde dat als ze b.v. Turkse kleuters toelaat om Turks te spreken bij vrij spel, deze dan steeds minder Nederlands spreken en andere leerlingen afstoten. De meeste praktijkmensen vinden ook dat precies de vele uren op school buiten klasverband de uren zijn waarin de anderstalige leerlingen veruit het meest de kans krijgen om Nederlands te spreken en te oefenen. In een klas met 20 leerlingen krijgen die kinderen al bij al maar een beperkte spreektijd. In andere reacties die hierbij aansluiten lezen we dat anderstalige kinderen – die meestal al de basis van hun moedertaal verworven hebben als naar de kleuterschool komen- buiten de school nog heel veel de kans krijgen hun thuistaal te spreken en verder te ontwikkelen. De kansen die ze krijgen om de vreemde en nieuwe taal Nederlands te leren zijn veel beperkter. Het Gents experiment met lessen (ook leren leze) in het Turks werd geëvalueerd door voorstanders van het experiment, maar toch bleek dat de lessen Turks niet leidden tot de verbetering van het Nederlands. De Koerdische ouders tekenden ook bezwaar aan tegen dit experiment en vonden dat allochtone kinderen er alle belang bij hadden enkel met Nederlands te worden geconfronteerd. Het zijn de allochtone ouders zelf die nog het meest protesteren tegen het recente voorstel van de Gentse schepen van onderwijs om het gebruik van de thuistaal toe te laten tijdens en buiten de les. Tuba Yılmaz: “ Ik zelf heb Nederlands moeten spreken op school en geen thuistaal en ben er echt blij mee.” Dmonx Prtavyan: “Als 'allochtoon' ben ik tegen het toelaten van de thuistaal op school. De mensen die deze beslissing hebben genomen zijn niet echt wijs. Jordy Ronaldo: ”Als allochtoon vind ik dit een vreselijk voorstel, op die manier hebben die kinderen nog veel minder kansen op de arbeidsmarkt later, meer kans op discriminatie omdat ze de landstalen niet beheersen, dus NEEN geen thuistaal op school aub! XY: als er 10 verschillende talen zijn, hoe ga je dan met elkaar spreken. Dat 'je eigen taal spreken' kan volgens mij ook echt alleen op concentratiescholen waar bijna iedereen dan je eigen taal spreekt, en ga je dan ook niet riskeren dat ouders van Nederlandstalige kinderen hun kinderen gaan wegnemen, omdat er tijdens de speeltijden geen Nederlands meer wordt gesproken en zo worden uitgesloten tijdens het spel?In de Lucarna-scholen is het inderdaad voor de Turkse leerlingen ook verboden op de speelplaats Turks te spreken Op de website van Klasse verscheen in mei 2013 een bijdrage van Kris Van den Branden onder de titel: “Meertaligheid is een troef, geen handicap.” Van den Branden is de ex-directeur NT2-Leuven die intensief NT2 overbodig vond en er dan ook geen specifieke aandacht met zijn Steunpunt wou aan besteden. Naast een aantal leraars reageerde ook prof. Wim Van den Broeck op de levensvreemdheid van Van den Branden’s pleidooi. Van den Broeck stelde: “Hoe wereldvreemd kan men zijn? Echte meertaligheid is natuurlijk een troef, maar taalachterstand in het Nederlands is wel degelijk een handicap, zoals blijkt uit zovele studies die aantonen dat de onderwijskansen en de arbeidskansen zwaar gehypothekeerd worden indien de landstaal zwak of niet beheerst wordt. Het is inderdaad beter dat anderstalige kinderen thuis in hun eigen taal converseren dan dat ze thuis een gebroken Nederlands zouden horen praten, maar dat betekent niet dat thuistaal toelaten op school hen taalvaardiger zou “maken”. Het maakt hen niet taalvaardiger in hun thuistaal, want op school spreken ze dan vaak een gemengde taal, en het maakt hen al zeker niet taalvaardiger in het Nederlands. Dit lijkt sterk op het ontkennen of minimaliseren van een reëel maatschappelijk en sociaal probleem dat in grote mate ontstaan is door het ontbreken van een doeltreffend en doortastend taalbeleid. Men moet in sommige kringen toch eens weten wat men wil: ofwel is er geen probleem, maar dan is het geen issue, ofwel is er wel een probleem, en dan moeten we er iets aan doen! (17 mei 2013). Nog enkele reacties van leerkrachten op de website van Klasse. De leerkrachten beklemtoonden alle dat enkel als de leerlingen maximaal Nederlands kunnen spreken en oefenen op school, ze voldoende resultaten kan bereiken: “Onze school is het helemaal niet eens met het toelaten en stimuleren van meertaligheid. Jullie vernoemen alleen de positieve kanten, maar niet de negatieve. Kinderen die in de speelsituatie e.d. met mekaar Nederlands praten, zullen dit nadien blijven doen. Dit zorgt niet alleen voor een betere kennis van het Nederlands, maar ook voor integratie. Anders blijven ze ook buiten de school met elkaar een andere taal spreken. De speelplaats is ook de aangewezen plaats voor anderstaligen om het Nederlands verder te oefenen. Als je gelijke kansen en integratie nastreeft is dit een must. Je kan niet tegelijk gelijke kansen prediken en door laksheid in je optreden anderstaligen mogelijkheden ontnemen om Nederlands te leren en te oefenen.” ... Je kan aldus ook moeilijk sociale cohesie bereiken.” Een bijkomend argument luidt: “Kinderen zijn ook dikwijls hard voor mekaar en pesten en verwijten zijn nooit ver af. Hoe kan je dit onder controle houden, als je ieder een eigen taal laat spreken waar anderen niets van verstaan. Dit werkt pesten en uitsluiting in de hand (Ludwig Van den Broeck). Een andere leraar: “Een taal hanteren die iedereen in een school verstaat, in dit geval Nederlands, geeft ook iedereen de kans om bij problemen, misverstanden, discussies, ruzies, … niet enkel kalm maar vooral voor iedereen verstaanbaar naar een consensus te werken. De verlichte denkers moeten uit hun ivoren toren komen en zowel de geur van bordkrijt als de sfeer in een school met deze problematiek eens gaan opsnuiven als lesgever … Dit is natuurlijk slechts een opinie van een oude onderwijskrokodil die na bijna 40 jaar loopbaan toch nog altijd enorm graag lesgeeft” (Gomme Marc).

  • door Raf Feys op zaterdag 12 april 2014

    Het uitblijven van intensief NT2 en tikkende taaltijdbom zijn het grote knelpunt, niet het stimuleren/toelaten van thuistalen op school

    Er is sinds een paar dagen veel te doen rond het al dan niet aansporen van de anderstalige leerlingen om zoveel mogelijk binnen en buiten de klas Nederlands te spreken. Bij dit alles geraakt het belangrijkste probleem – het nog steeds ontbreken van intensief NT2 – veel meer dan een gewoon taalbad - op de achtergrond. Het zijn precies ook de mensen – vaak professoren – die de thuistaal op school stimuleren, die tegelijk tegenstander zijn van intensief NT2 (met uitzondering van Wouter Duyck). De Leuvense neerlandicus Koen Jaspaert stelde onlangs nog : ‘Het probleem van het Nederlands spreken wordt aangepraat als een probleem’. Volgens de Gentse socioloog Orhan Agirdag is met de pleidooien voor het aanleren van Nederlands en voor intensief NT2 “het voorlopige hoogtepunt van ‘taalracisme’ bereikt: de ongegronde overtuiging dat het gebruik en kennis van ‘witte’ talen superieur zijn aan het gebruik en kennis van ‘zwarte’ talen. In tijden waar het biologisch racisme alle politieke geloofwaardigheid heeft verloren, bedient de uitsluitingspolitiek zich uitvoerig van het taalracisme“, Taalbadmodel van Bart De Wever is diefstal, De Wereld Morgen, 25.06.13). Ook volgens Ico Maly (Kif Kif) wordt ‘hier spreekt men Nederlands’ gebruikt om te discrimineren… Niet minder dan 21 universitaire taalachterstandsnegationisten verspreidden in 2009 een petitie met als titel: Gok Van Pascal: mythes over taalachterstand en onderwijs’ (De Morgen, 30.10.2009). De ondertekenaars - sociologen van UGent, HIVA-Leuven en UA, medewerkers van GOK-steunpunten, neerlandici ... gingen niet akkoord met de stelling dat veel anderstalige leerlingen een grote taalachterstand hebben en onder meer omwille hiervan opvallend minder presteren. Een taalbad/intensief NT2 haalt volgens de vele taalachterstandsnegationisten weinig uit en is ook nefast. Voorstanders van NT2 vinden dit noodzakelijk voor de goede afloop van de onderwijsloopbaan van die leerlingen en voor de maatschappelijke integratie.

    • door Siska Demont op zondag 13 april 2014

      Waarom lees ik in De Wereld Morgen nooit eens een standpunt waar ik van opkijk? Je kan het altijd op voorhand al raden, saai is dat.

      • door Raf Feys op dinsdag 15 april 2014

        Omtrent misbruik van onderzoek van Slavin e.d. over gebruik van thuistalen

        1. Prof. Wim Van den Broeck: De belangrijkste conclusie die Slavin zelf trekt uit zijn studie is dat er te weinig hoog kwalitatieve studies zijn om uitsluitsel te geven over deze kwestie. Bovendien gaat het in die studie over specifieke situatie in VS van Spaanstaligen en effect op leren lezen in het Engels. De positieve effecten gelden uitsluitend voor zgn. 'paired bilingual programs' waarbij kinderen meerdere keren per dag leesonderricht krijgen in beide talen.

        2. Prof. Hartmut Esser: voorstanders van gebruik thuistalen vergissen zich! We verwijzen hier even naar de conclusies van prof. Hartmut Esser (universiteit van Mannheim), een gerenommeerde socioloog, die zowat alle studies wereldwijd met betrekking tot onderwijsresultaten en beroepskansen in biculturele onderwijssystemen en tweetalige groepen onderzocht. Hij stelde vast de stellige uitspraken van de voorstanders van het gebruik van thuistalen in klas geen hout snijden (Hartmut Esser, Sprache und Integration. Die sozialen Bedingungen und Folgen des Spracherwerbs von Migranten, Frankfurt/M. und New York 2006 (Campus Verlag). Prof. Esser : “Ten eerste moet het merendeel van het 'onderzoek' dat terzake werd verricht naar de prullenmand verwezen worden omdat ze een aanfluiting vormen van iedere ernstige statistische methodiek (ontoereikende gegevens, afwezigheid van controlegroepen, afwezigheid van enig onderzoek naar andere factoren die een rol kunnen spelen). In bijvoorbeeld de Verenigde Staten kan noch bij Spaanstaligen, noch bij Aziaten een positieve invloed vastgesteld worden wat betreft schoolse resultaten, wel integendeel: wie vasthoudt aan zijn taal, boert slechter. En ook op het vlak van de socio-professionele integratie is er geen meerwaarde: de 'etnische netwerken' reiken niet erg ver, zeker niet tot echt interessante jobs, zowel bij immigranten in de Verenigde Staten als bijvoorbeeld bij Turken in Duitsland. "Bij de huidige stand van de wetenschap, besluit Hartmut Esser, kan men niet stellen dat het handhaven van banden met het land van oorsprong een meerwaarde heeft voor de(socio-economische) integratie. Assimilatie lijkt de enige mogelijke weg te zijn.

        3. Unesco: Questions about the ef ects of bilingual and multilingual education for young children are complex. Usually, outcomes depend on a host of factors, including: the age the child began learning the language(s); the language(s) spoken in the child’s home; the status or prestige of the language(s); and how, when, and for what duration formal instruction was provided, not to mention critical issues about the political environment and the available resources for programmes.

  • door Winfried Huba op zondag 13 april 2014

    @Raf. Je hebt waarschijnlijk gelijk in alles . Maar het gaat hier enkel om dat kinderen voortaan GEEN STRAF meer krijgen als ze hun thuistaal spreken op de speelplaats. Om zo in een POSITIEVE SFEER wél Nederlands te leren.

    • door Raf Feys op maandag 14 april 2014

      20 jaar strijd voor intensief NT2 & nieuwe NT2-campagne van Onderwijskrant NT2 is veel meer dan een taalbad!

      Onderwijskrant voerde vanaf september 1991 een campagne voor het opzetten van een zorgverbredings- en achterstandsbeleid. De basisvisie werd uiteengezet in nr. 68/69, september 1991. Binnen ons pleidooi voor een doorgedreven achterstandsdidactiek voor taal, lezen, rekenen. .. was intense NT2-taalstimulering van allochtone kleuters speerpunt nummer 1. We besteedden in januari 1991 een themanummer aan migrantenonderwijs. We steunden in dit nummer ook Paula D’Hondt- koninklijk commissaris voor de migrantenproblematiek. Ze was zich zich ten zeerste bewust van de ernst van de (taal)problemen van allochtone leerlingen. Ze betreurde toen al dat veel ‘politiek correcte denkers’ ze bleven ontkennen en haar tegenwerkten. Ook alarmerende getuigenissen van Brusselse ouders en leraars vanaf 1993 stimuleerden ons in die tijd om in actie te komen. De klachten van die ouders werden jammer genoeg genegeerd en ze kregen zelfs veel onterechte kritiek te verduren

      Met Onderwijskrant hielden we geregeld pleidooien voor een andere en meer intentionele aanpak van het taalonderwijs vanaf de kleuterschool en van NT2 in het bijzonder. Omdat we merkten dat veel allochtone leerlingen al vanaf de kleuterschool tal van taal- en leerachterstanden vertoonden, trokken we in het Onderwijskrant-themanummer van januari 1993 aan de alarmbel. We pleitten er voor intensief NT2 en voor doorgedreven achterstandsonderwijs. We beklemtoonden dat het vaak ook ging om een algemene leerachterstand van minder getalenteerde leerlingen. Allochtone leerlingen presteren vaak ook laag voor wiskunde, een domein dat tot op zekere hoogte taal- en cultuurneutraal is. We verwachtten in dit verband veel heil van een intense zorgverbreding gestoeld op een effectieve achterstandsdidactiek - zoals we die beschreven in ons themanummer over zorgverbreding (september 1991) en in onze vakdidactische publicaties over achterstandsdidactiek en over leren lezen, rekenen, spellen ... in het bijzonder.

      Vanaf 1994 protesteerde Onderwijskrant tegen de monopolisering van de GOK-ondersteuning door de universitaire Steunpunten die te ver afstonden van de praktijk en die visies propageerden die haaks staan op een effectieve achterstandsdidactiek. De GOK-Steunpunten vonden intensief NT2-onderwijs zelfs overbodig. We protesteerden ook tegen de VLOR-trefdag over zorgverbreding van 1995 die o.i. volledig op het verkeerde spoor zat: we moesten volgens de sprekers ons Vlaams ‘système d’enseignement’ met zijn directe instructie e.d. vervangen door het Waalse leerlinggecentreerde ‘système d’apprentisage’.

      In het boekje: ‘Taal Onderwijs en de Samenleving. De kloof tussen beleid en realiteit’ (EPO, 2008) schreven Piet Van Avermaet (directeur Gents Steunpunt ICO en later Diversiteit en Leren) en prof. Jan Blommaert smalend over onze NT2- en taalcampagne: “Onderwijskrant begrijpt niet dat men perfect sociaal geïntegreerd kan zijn in de marge van de samenleving”. Onze campagne voor Nederlands en intensief NT2 was/is ook bedoeld voor de vele leerlingen die van huis uit minder gestimuleerd worden om het Nederlands te leren – met inbegrip van de standaardtaal.

      We besteedden de voorbije 20 jaar opvallend veel aandacht aan de taalproblematiek. In 2004 startten we met een extra brede taalcampagne met intensief NT2 als een belangrijk actiepunt. We spendeerden er sindsdien ook een paar themanummers aan (Onderwijskrant nr. 148 en 154, www.onderwijskrant.be). In de context van de alarmerende taaloproep van Mieke Van Hecke startten we in september 2009 met een nieuwe taalcampagne. We werden bij dit alles ook voortdurend geprikkeld door de vele taalachterstandsnegationisten die intensief NT2 steeds als nefast bestempelden, maar tegelijk de leerkrachten en scholen ervan beschuldigden dat ze de allochtone leerlingen discrimineerden. Het waren vaak ook die mensen die ten onrechte veel heil verwachten van het frequent laten aan bod komen van de de thuistaal van de leerlingen – ook al heeft men in de meeste klassen met heel wat thuistalen te doen. Ook in het kader van recente pleidooien voor het vervangen van het integratiestreven door de superdiversiteit-ideologie, werd het belang van het Nederlands steeds meer gerelativeerd. We bekampten de voorbije jaren ook de vele standpunten waarbij het belang van het leren van de standaardtaal in vraag gesteld werd – zelfs door leerplanontwerpers. We vonden de voorbije 20 jaar jammer genoeg weinig of geen steun van andere onderwijstijdschriften, van de VLOR, van universitaire onderwijskundigen en lerarenopleiders, van onderwijsbegeleiders, ... Pas laat drong de ernst van de taalproblemen door bij de leden van de commissie onderwijs.

      Nieuwe Onderwijskrantcampagne!

      Intensief NT2 is veel meer dan een taalbad. Het is ook veel meer dan taalproeven bij de start en het einde van het lager onderwijs en dan vier taalbadweken in lager onderwijs (cf. Masterplan van juni 2013). Voor Onderwijskrant zijn er heel wat aanleidingen om een nieuwe campagne vóór intensief NT2-onderwijs en effectief achterstandsonderwijs op te starten. We sommen er enkele op: de nieuwe legislatuur, de vele alarmerende berichten over het toenemend aantal anderstalige leerlingen, de recente statistieken over de frequente schooluitval en zwakke PISA-prestaties van de anderstalige leerlingen, de blijvende negatie van de grote taalproblemen door tal van academici, kopstukken van migrantenverenigingen, onderwijskoepels ..., het ontbreken van de NT2-problematiek in de memoranda van de VLOR en van de onderwijskoepels en in de verkiezingsprogramma’s, de vele op stapel staande hervormingen waarbij NT2 geen prioriteit is en waarbij sommige (b.v. M-decreet) zelfs effectief achterstandsonderwijs zullen bemoeilijken ... Het is anno 2014 inmiddels al 5 na 12. Ook de meeste beleidsmakers zijn zich hier nu wel van bewust, maar intensief NT2 en achterstandsonderwijs vanaf de eerste dag van de kleuterschool blijven uit. De NT2-methodiek staat nog steeds niet op punt en kleuterjuffen en leerkrachten kregen er de gepaste opleiding niet voor. Scholen met doelgroepleerlingen krijgen ook wel extra ‘ongekleurde’ subsidies voor werkingstoelagen en meer omkadering, maar het rendement ervan is twijfelachtig. Vorig jaar startte minister Smet met een nieuw experiment voor de aanpak van die problemen in enkele concentratiescholen. De indruk werd gewekt dat we na al die jaren nog steeds niet weten wat er moet gebeuren en dat de projectteams dat nu zelf maar moeten uitzoeken. Tot nog toe vernamen we nog niets over de specifieke aanpak. Binnen enkele maanden krijgen we een nieuwe Vlaamse regering en een nieuwe beleidsverklaring voor het Vlaams onderwijs. In deze bijdrage pleiten we eens te meer voor het invoeren van intensief NT2- en achterstandsonderwijs vanaf de eerste dag van de kleuterschool als prioritaire ingreep en investering. We deden dit ook in onze vorige memoranda voor de nieuwe regeringen en in onze Onderwijskrantinterviews met de ministers Van den Bossche, Vanderpoorten en Vandenbroucke.

    • door HELENE PASSTOORS op maandag 14 april 2014

      Winfried H: u heeft gelijk, het gaat hier blijkbaar om niet VERBIEDEN. (Verbieden is bijv. wat de kolonialen en hun nageslacht in Latijns Amerika deden: inheemse kinderen werden gestraft als ze op school buiten de klas onderling hun eigen taal spraken; vraag de inheemse volkeren maar 'ns wat ze daar nu van denken...)

      Ik ben taalkundige en heb al vele jaren geleden gewerkt op twee- en meertaligheid en taalverwerving in dergelijke omstandigheden. Raf Feys gooit veel dingen op een hoop met argumenten die er vaak geen zijn. En zijn woordgebruik klopt ook niet: 'taalachterstand' is een vakterm en betekent dat de taalontwikkeling van een kind niet normaal of te langzaam verloopt. Ik heb nooit gehoord dat je die term gebruikt voor 'vreemdetaalachterstand' of 'tweedetaalachterstand'. Dat schijnt typisch lekengebruik en krijgt dan een connotatie die inderdaad verdacht veel neigt naar (taal)racisme. Het woord 'achterstand' is immers een fundamenteel begrip in het hele complex verbonden met racisme, 'inferieure rassen', de superioriteit van het blanke ras/Westerse cultuur/westerse talen enz. Het 'probleem' heeft m.i.ook te maken met de eeuwige verwarring tussen integratie en assimilatie. Zoals het woord integratie in VL meestal wordt gebruikt, betekent het assimilatie. Voor integratie in de juiste zin is meertaligheid nl geen enkel probleem. Integendeel... (Over zgn 'assimilatie'-druk in een context van sociale ongelijkheid zijn zeer veel boeken geschreven.)

      Men kan beter naar taalkundigen luisteren dan zich baseren op pseudo-wetenschappelijke ideeën en/of individuele ervaringen van jan en alleman. En taalkundigen zullen inderdaad allen zeggen dat deze hoogoplopende discussies over wat immigrantenkinderen praten op de speelplaats van Vlaamse scholen geen taalprobleem is, maar van sociale en politieke kant tot probleem verheven wordt om redenen die in principe ook met taalverwerving niks te maken hebben. Maar waarschijnlijk alles met bovengenoemd idee van 'assimilatie'. Wel kun je kinderen en volwassenen natuurlijk tegenzin geven in taal leren als je hun eerste taal niet alleen verbiedt maar er ook nog op neerkijkt! Het is in principe ook af te raden om iemand direct te leren lezen in een taal die hij/zij niet of onvoldoende kent. Dat moet eigenlijk in een taal die de leerling vloeiend spreekt. Lezen is nl een techniek om van het gesproken naar het geschreven medium te gaan, heeft met taalverwerving niks te maken en gebeurt in een ander deel vd hersens. Dus kun je daarmee kinderen overbelasten en leerachterstand doen oplopen. Hoewel sommige kinderen daar meer last van schijnen te hebben dan andere - ws mede afhankelijk van de sociale context en de graagte waarmee de nieuwe taal wordt aangeleerd.

      Het is ook zeer goed bekend dat kinderen beter en sneller een tweede taal leren naarmate ze hun eerste taal goed spreken, zoals terecht in dit artikel wordt vermeld. Want de ondergrond van taalverwerving is universeel, dwz dient voor alle talen. Dat houdt ook in dat het negatief voor de taalontwikkeling van het kind kan zijn, als het in de eerste taal ('thuistaal') een gebrekkig taalaanbod krijgt, bijv. omdat goedmenende ouders die zelf niet goed NL spreken desondanks met hun kleine kinderen NL willen spreken. Die kunnen dan beter hun eigen taal thuis spreken waarmee de kinderen precies geen 'taalachterstand' (in de technische zin) oplopen...

      Kortom, het is zeer irritant dat mensen om het even wat verkondigen als het om migranten, Nederlands leren en, ja, assimilatie gaat.

  • door Hugo Casteels op dinsdag 15 april 2014

    Als iedereen zijn moedertaal in de school mag spreken, dat moet nogal tot een Babylonische spraakverwarring leiden. En wat met de Vlaamse kinderen? Gaan die zich niet als vreemden in hun eigen school voelen?

  • door Raf Feys op vrijdag 18 april 2014

    Reactie van prof. Wim Van den Broeck op opiniestuk van prof. Kris Van den Branden, over gebruik van thuistalen op website 'Duurzaam onderwijs'

    Vooraf: Van den Branden is ex-directeur van het Leuvens Steunpunt NT2, maar paradoxaal genoeg een fervent tegenstander van NT2. Hij is tegelijk een pleitbezorger van het gebruik van thuistalen op school.

    Dit stuk (=opiniestuk van prof. Van den Branden) illustreert perfect dat de argumentatie pro het gebruik van de moedertaal op school van leerlingen die thuis geen Nederlands spreken niet gebaseerd is op solide wetenschappelijke argumenten, maar wel op een aaneenschakeling van aannames die in feite een ideologie weerspiegelen.

    Daar is op zich helemaal niets mis mee maar de aanhoudende suggestie in de media dat het een kwestie is van intuïtie of buikgevoel vs. wetenschap is geheel onterecht. Gegeven het feit dat we op wetenschappelijke gronden (toch zeker voorlopig) hierover geen uitsluitsel kunnen geven, rechtvaardigt precies dat politieke partijen stelling innemen over dergelijke belangrijke kwesties. Laat het maatschappelijke debat maar gevoerd worden, maar dan niet door voortdurend te schermen met (twijfelachtig) wetenschappelijk onderzoek. Over elk van de hier genoemde argumenten kan beslist een zinvolle discussie gevoerd worden. Een dergelijke discussie is hard nodig, dat bleek duidelijk uit de verscheidene opiniestukken en reacties van lezers.

    Wat wel een kwalijke zaak is, is dat sommige wetenschappers zich helemaal niet gedragen als echte wetenschappers, maar als volleerde ideologen. Ze bezondigen zich voortdurend aan de grootste doodzonde in de wetenschap: bij de favoriete theorie (of zelfs ideologie) worden uitsluitend data gezocht die deze theorie bevestigen, alle andere data worden ofwel niet gezien, ofwel veronachtzaamd (o.m. door ze op zgn. methodologische gronden af te schieten). Deze louter confirmerende strategie gaat in tegen een wezenlijk kritische en open houding die een wetenschapper dient aan te nemen.

    Overigens valt op dat zowat alle genoemde ‘wetenschappers’ in dit debat zelf helemaal geen of nauwelijks een internationale publicatierecord hebben. Wellicht net daarom dat ze zo achteloos naar de autoriteit v/d wetenschap verwijzen. Dit probleem is beslist niet typisch voor deze discussie alleen. Steeds vaker zien we dat wetenschappers zich in maatschappelijke debatten begeven (wat op zich een goede zaak is), maar dan het onderscheid tussen hun persoonljke opinies en wetenschappelijke feiten niet duidelijk weten te maken. Uiteindelijk leidt dit tot het ondermijnen van de geloofwaardigheid van de wetenschap en van individuele wetenschappers in het bijzonder.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties