De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

GRAVENSTEENTJE IN MIJN SCHOEN

donderdag 21 oktober 2021 08:23
Spread the love

[Focus Keyphrase: Gravensteen – SOS Gravensteen]

De Gravensteenslag, die ja. Om de arm. Onder de mat. In het water. Het gekroonde achterhoedegevecht. Dezelfde treurige nagel. ‘Ligt dat dossierke al niet lang achter ons?’

De door de wol geverfde politicus had het scenario op voorhand uitgetekend en als bewijs in haar kluis bewaard. Mevrouw zou eerst minzaam aankijken tegen de opstand van dubieuze enkelingen en groupuscules in haar glas water. Als deel van de gevestigde overheid zou ze er wat wetmatige procedures tegenoverstellen, zorgen voor enige formele tegenpartij en aansluitend een lange stilte laten volgen. Het ware werk gebeurt immers buiten beeld en in de luwte, wist ze. Voor de door de kiezer flink gesubsidieerde beleidsmaker of vast benoemde ambtenaar is het een klein kunstje om iedere actiegroep van vrijwilligers in de touwen te krijgen. ‘Welke muis heeft Ledeberg nu weer gebaard?’ Tijd heelt niet alle maar toch de meeste wonden. Mensen komen geheugen te kort voor de veelheid die hen omringt. De roep om de dagwaan activeert het collectieve vergeten.

De Gravensteenslag in het gelaat, die ja. Aan het haast komisch voorspelbare slot veegt de stedelijke bouwmeester in alle objectiviteit de alternatieven van tafel om de gemeenteraad en de bevoegde commissies een neurotiserende keuze te offeren waarin de gezaghebber nog twee ontwerpen valabel acht: het oorspronkelijke, veruit meest uitgewerkte, concept [één]. Een willekeurige wilde gedachte die van hem ook nog voor beperkte tijd het licht mag zien [twee].

Meer dan een paar willige lokale journalisten heeft de door haar wol geverfde politicus niet nodig om de zachte toon van de nakende beslissing voortijdig in te zetten. ‘Het mag niet als een triomf klinken. De nadruk blijven leggen op de toe-gan-ke-lijk-heid van het Gravensteen.’ Als bij het nakende overlijden van een publieke figuur, liggen – al zeker bij de bevriende krantenschrijvers – de artikels over definitieve goedkeuring van het bouwsel naast het Gravensteen klaar voor publicatie.

 

Bouwnoden en stedelijke inkomsten

Eens het Oostvlaamse liberalistische graafschap in haar gebeiteld vooruitgangsoptimisme de rangen sluit, is er geen houden meer aan. Van Gent tot in de fusiestad Oudenaarde weten de bouwbaronieën elkaar te vinden. Ze ontmoeten elkaar in de vele kamers van het BS om constructieve kruisbestuiving voor en achter de schermen te faciliteren.

In politiek Gent heeft de blauwe burcht zich kleurrijk weten te omringen. Een toefje gede-ideologiseerd groen dat voor het hogere coalitiebelang solidair geen punt maakt van een losliggend parkje in de binnenstad. Wat rood in de rand en een christelijke kers boven op de lijmlaag. Alle neuzekens in dezelfde richting. Zelfs de vakbonden maken vandaag deel uit van de meerderheid.

De getaande oppositieleden van de achterbank hebben zich tot Realpolitiker geschoold. Amper drie jaar geleden gooide PVDA – hoe terecht – met bier en frieten naar het ponton van Real Estate op de Graslei. NVA schoot met inhoudelijk scherp op het circulatieplan en bekommerde zich electoraal om de stem van de bevolking. Aan dit soort uitzichtloze avonturen zullen die twee opposanten zich niet meer verbranden. De uitdunnende en wellicht verouderende groep bewoners van de Gentse binnenstad en hun burgerlijke besognes beroeren hun verzetsgeesten niet. De frieten gaan naar het zoveel belangwekkender Arcelor Mittal. Net als voor VLD mag het voor NVA iedere zondag kopen à volonté zijn. De zwerfvuile maar vlot consumerende niet Gentenaars, de multinationale ketens en de horeca zijn er wat blij mee.

 

Dwingende bouwnood in Gent-Centrum

De goden hebben bepaald dat er ‘op zijn minst’ naast het Gravensteen ‘iets’ moet en zal komen. Het hoort immers bij de verengde daadkrachtige politieke besluitvaardigheid. Vandaag noemt men dat modieus ‘urgentie’. Men moet goed gek zijn om de goden te tarten.

Zodoende komt de bouwmeester uit bij de keuze tussen ‘iets’ en ‘iets anders’. Scylla en Charybdis. Een rodere of nog rodere landelijke begroting. Een miljard meer of minder, maakt het uit? Die stijl.

‘Iets’ dat geen enkele stadsbewoner ooit gevraagd heeft of wenselijk acht. Wel een lid van het college van burgemeester en schepenen dat niet in het centrum woont en er enkel komt vergaderen en op zondag shoppen.
‘Iets anders’ dat meer of minder deugt maar dat de stadsbewoner evenmin gevraagd heeft of bedacht als nodig, nuttig, wenselijk, prioritair.

 

Nieuwe Politieke Cultuur

Tot spijt van wie dit benijdde mocht mijn bijdrage van 18 mei ll. in DWM [https://www.dewereldmorgen.be/graven-van-vlaanderen-in-gent] op behoorlijk wat positieve reactie rekenen. Ook uit de politieke binnenkamer. Het viel evenwel op dat niemand – ik herhaal: niemand – inging op mijn simpel burgeradvies om dit kwalijke project kostenbesparend integraal af te voeren om een deel van deze middelen in te zetten voor de politiek eerder beloofde opwaardering van het bestaande parkje en voor – in een meerderjarenplan – de verbetering van de toegankelijkheid in de omgeving en binnen de muren van het Gravensteen. Voor mijn doen had ik het nochtans ingetogen geformuleerd.

Vanzelfsprekend vond ik niemand bij onze Vivaldieke lokale meerderheid. In de democratie die men hier te lande blijft spelen hoeft deze meerderheid met de burger nog minder rekening te houden dan met de mandatarissen van de minderheid. Na de coalitievorming heeft de burger het tot de volgende verkiezing aan te kijken.
Ook niemand van de politieke oppositie tekende in. Waarom niet? ‘Iets’ kan voor het politieke verstand niet tegenover ‘niets’ staan. De kemel ‘iets’ staat nu eenmaal op de sporen. Met een voltallig parlement of een voltallige gemeenteraad toegeven dat men fouten heeft gemaakt, dat men zich vergist heeft komt in geen enkele politieke handleiding voor. Nochtans getuigt ‘in staat zijn vergissingen toe te geven en op stappen terug te komen’ volgens sommige sociale wetenschappen van hoogwaardige humane kwaliteit.

Veel verder dan contra versus pro reikt de wederzijdse symboolretoriek van onze politiek niet. Liever ‘tegen’ en ‘voor’ tegen elkaar blijven uitspelen dan de gezonde rede laten spreken en bestuurlijk te erkennen dat de verzamelde direct getroffen buurtbewoners het ‘iets’ een bar slecht idee blijven vinden. Die Mensen waren gewoon gelukkig met het échte toefje groen. Dat weerloze parkje – want daarover gaat het – bood en biedt van nature geen weerwerk, had en heeft geen stem in de gemeenteraad en kon en kan nog minder zonder verpinken een overtuiging laten vallen.

‘WEL GROEN. GEEN PAVILJOEN.’ Konden de buurtbewoners het eenvoudiger en duidelijker uitdrukken, beste leden van de voltallige gemeenteraad? Moeilijk is dat toch niet?

Als mijn moeder het in een puberale discussie met mij niet meer haalde met ‘wat zegt uw gevoel?’, snierde ze ‘gebruik uw verstand.’ Het is de perfecte oproep voor dit kabouterdossier, dat te weinig gewicht heeft voor een referendum maar waarover we behoorlijk zeker beweren dat het bouwsel mits correct weglaten van het valse argument toegankelijkheid een raadpleging van de bewoners niet zou overleven.

 

Vrienden voor het leven

De actievoerders die hun tent opslaan in de kruinen van het – eveneens Gentse – Sterrebos zijn moedig. Ik wens hen en onze samenlevingen toe dat hun toewijding de toekomst mag tekenen. Zelf ben ik te oud geworden om in bomen te klimmen en er te overwinteren. Mijn botten zouden het lentelijke botten van de takken niet meer meemaken. Ik moet het met mijn toetsenbord stellen. Om bijvoorbeeld te herhalen dat men niet met de ene hersenhelft de ontharding aan de burger kan opleggen en met de andere helft een ruim deel van een parkje kan inruilen voor een betonvloer waarop een bouwbaron onder mom van toegankelijkheid een toeristische shop mag optrekken.

Wat zeg je? Dat mijn tekst bol staat van ongepast cynisme, dat dit De Zaak niet ten goede komt? Dat ik daarmee geen vrienden zal maken en te veel Gutmenschen onnodig tegen de haren strijk?
In mijn machteloze beleving behoort mijn taalgebruik tot het vriendelijkste slib van de zoveel cynischer bovenstroom. Houten oren als drijvende boomstammen zo groot.

 

Willi Huyghe, bewoner Gent-Centrum

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!