Zo hoor je het ook eens van een ander.

Zo hoor je het ook eens van een ander.

donderdag 2 juli 2020 21:52
Spread the love

Derde Interview Stanley – Livingstone, Ujiji, 15 November 1871 (Ongepubliceerd)

-Dr. Livingstone, goede morgen, hoe voelt u zich vandaag?

-Goede morgen, mijnheer Stanley. Ik begin al weer wat op krachten te komen. U komt ongetwijfeld voor een vraaggesprek. U bent tenslotte journalist. Steekt u maar van wal.

-Dank u wel, doctor. Een vraag die mij al een paar dagen op de lippen brandt, is de volgende. Hoe komt het dat een zo geleerd man als u zoveel tijd doorbrengt tussen deze primitieve inboorlingen?

-Mijnheer Stanley. Ik wil hier ernstig bezwaar maken tegen het feit dat u deze mensen primitieven noemt. Het is duidelijk dat u reporter bent en geen onderzoeker. Anders zou u hen niet meteen veroordelen zonder dat u ze eerst hebt leren kennen. Hier in Afrika vergeet ik soms het ongegronde westerse superioriteitsgevoel dat u en uw lezers thuis kenmerkt. Wij hebben dit continent niet ontdekt, mijnheer Stanley. Dat hebben de mensen gedaan die hier sinds jaar en dag wonen.

-Maar Dr Livingstone, zij hebben toch geen van de publieke organen die wij hebben. Geen regering, geen parlement, geen politie. Kortom, geen beschaving. Ik ben hier nu al een kleine week en als ik om mij heen kijk, zie ik alleen maar chaos.

-Mijnheer Stanley, als er hier al chaos is, dan komt dat door de slavenhandel. Een slavenhandel die ik al mijn hele leven bestrijd en die alleen maar kon ontstaan en gedijen omdat wij die in het Westen in gang gezet hebben. Ik vermoed dat uw lezers die waarheid niet op prijs zullen stellen en dat dit interview door uw opdrachtgevers niet gepubliceerd zal worden. De tijd is er nog lang niet rijp voor.

-U kunt toch niet ontkennen dat de structuren voor een geordende gemeenschap hier ontbreken?

-Mijnheer Stanley, het is niet omdat u hier geen structuur ziet, dat die er niet is. Ze is er wel, maar u herkent haar niet omdat ze heel anders is dan wat u gewoon bent. Om te beginnen zijn het hier de vrouwen die de gemeenschap dragen. Zonder grote woorden, maar met vele kleine, zorgende ingrepen. Deze mensen hier hebben ook een andere visie op de plaats van het individu in de samenleving. Bij ons in het Westen zien wij het individu als los van de gemeenschap, als een eiland in de zee. Hier in Afrika, waar het overleven afhangt van de samenwerking binnen de groep, is elk lid belangrijk, onmisbaar zelfs. Waardoor wie binnen de groep voor zichzelf gaat of van een ander profiteert, zich daardoor de facto buiten de gemeenschap plaatst.

-Dat heb ik nog gehoord, Dr Livingstone. Wie overspel pleegt, wordt het dorp uitgezet. Wat gelijkstaat met een ter dood veroordeling. Want in de brousse kan een man alleen niet lang standhouden.

-Zo’n vaart hoeft het niet te lopen, mijnheer Stanley. U denkt wellicht in termen van opknoping, waaraan wij in Engeland maar al te zeer gewoon zijn. Oog om oog, tand om tand, nietwaar? Die Afrikaanse visie waarover ik sprak – eigenlijk is het een soort levensbeschouwing of filosofie, ze noemen ze hier Ubuntu – wordt gekenmerkt door een door iedereen gedeeld gevoel van verbondenheid, met elkaar, met de natuur, zelfs met de voorouders. Een misdrijf wordt hier gezien als een breuk in die verbondenheid, die bijgevolg ook collectief hersteld moet worden.

Dat klinkt misschien abstract, maar een voorbeeld zal veel duidelijk maken. Een aantal jaren geleden leefde ik te midden van de Makololo. Op een dag had een van de stamleden een kalebas ontvreemd van een buur. Niet zomaar een kalebas. Het was een gift van die buur aan zijn voorouders. Het was dus een ritueel, heilig voorwerp. De dag daarop kwamen de dorpsbewoners in de kraal bijeen. De dader zat in het midden zitten met alle anderen om hem heen. Tot mijn verbazing begonnen ze hem één voor één te prijzen. Hoezeer hij zich altijd verbonden getoond had met de gemeenschap. Hoe goed hij voor zijn zieke tante gezorgd had. Hoe hij tijdens de laatste droogte zijn watervoorraad gedeeld had met zijn stamgenoten. Urenlang ging dit palaver door tot de dader van pure schaamte in huilen uitbarstte en zwoer nooit meer de banden met de groep door te snijden.

Ik neem aan, mijnheer Stanley, dat u nu begrijpt wat ik bedoel met structuren die u niet herkent. Wij in het Westen, denken in termen van misdrijf en schuld en van straf en vergelding. Deze mensen hier gaan uit van samenhorigheid en verbondenheid binnen de gemeenschap. Vergeving en verzoening zijn krachtiger kruiden dan wraak, mijnheer Stanley.

 

(Dit is een virtueel interview, dus fake. Maar het had gekund. En het is in deze tijd van ‘Black lives matter’ een sprekende tool om de ‘roots’ van het racisme en ‘white supremacy’ tastbaar te maken.)

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!