Zet de bevolkingsfactor terug op de politieke agenda
Bevolking, ecologie -

Zet de bevolkingsfactor terug op de politieke agenda

woensdag 13 juli 2011 12:43

Eind dit jaar zal de wereldbevolking de kaap van 7 miljard mensen bereiken, evenveel mensen als het aantal seconden sinds de Franse Revolutie tot nu. Op deze Wereldbevolkingsdag (11 juli) komen er meer dan 200.000 mensen op aarde bij. Dat is een stad zoals Gent.

Het is allesbehalve evident om binnen 40 jaar 9,5 miljard mensen op een duurzame manier te voeden zonder de aarde te overbelasten. Het is duidelijk dat de bevolkingsgroei een bepalende factor is in zowat elk mondiaal milieuprobleem: verlies aan biodiversiteit, klimaatopwarming, uitputting van grondstoffen,… Het is bijzonder naïef om te geloven dat enkel technologische innovatie snel genoeg al die milieuproblemen kan oplossen. Want die technologie moet biologisch-fysisch haalbaar, financieel-economisch haalbaar, ecologisch duurzaam en ethisch verantwoord zijn. En er zijn nu eenmaal grenzen aan de snelheid van plantengroei, de efficiëntie van motoren, de kostprijs van sommige energiebronnen, de voorraden van grondstoffen,… Naast technologische vernieuwing is er daarom aandacht nodig voor ecologische gedragsverandering en het bevolkingsprobleem.

Maar een beleid van gedwongen geboortebeperking, zoals een één-kind-politiek of gedwongen sterilisaties in China en India, leidde ertoe dat men de laatste twee decennia het bevolkingsprobleem angstvallig ontweek. Er heerste een politieke stilte, men durfde het woord bevolking niet meer in de mond te nemen. Frappant is dat in internationale rapporten en verklaringen over klimaatopwarming en duurzame ontwikkeling er bijna met geen woord gerept wordt over het bevolkingsprobleem. De kritiek op dwangmaatregelen was zeker terecht, maar vreemd is wel dat er geen kritiek kwam op het aantal ongewenste zwangerschappen. Het aantal onvrijwillige zwangerschappen overtreft in veelvoud het aantal gedwongen sterilisaties.

In het westen daalde het geboortecijfer sterk tijdens een periode van economische groei. Mensen werden rijker en kregen spontaan minder kinderen. Door deze vaststelling hoopte men het bevolkingsprobleem te kunnen oplossen met economische groei. Maar als de bevolkingsgroei in een arm land groter is dan de economische groei, dan daalt het inkomen per persoon. Het kan dan uitdraaien in een vicieuze cirkel: eerst een bestrijding van de armoede of eerst een bestrijding van de bevolkingsgroei? Landen zoals India en China dachten uit deze vicieuze cirkel te ontsnappen door over te gaan tot dwangmaatregelen om de bevolkingsgroei te bestrijden.

Maar er is hoop, het kan ook anders: het creëren van rechtvaardige voorwaarden voor een vrijwillige geboorteregeling. Hierbij ligt de nadruk op de autonomie en rechten van vrouwen. 215 miljoen vrouwen hebben geen toegang tot goede diensten voor gezinsplanning, zoals gezondheidsklinieken en voorbehoedsmiddelen. In vele arme landen zijn er talrijke onnodige medische barrières voor vrouwen. Als ze er al geld voor hebben, moeten vrouwen aan allerlei belachelijke voorwaarden voldoen om een voorbehoedsmiddel voorgeschreven te krijgen. Er is veel desinformatie over seksuele en reproductieve gezondheid. Religieuze instanties zoals het Vaticaan zijn tegen condooms. In patriarchale culturen hebben vrouwen niets te zeggen over hun eigen lichaam. En door dit alles worden elk jaar 80 miljoen vrouwen onvoorzien zwanger. Bijna de helft van die zwangerschappen is ongewenst.

Het is jammerlijk om vast te stellen dat de angst voor het bevolkingsvraagstuk resulteerde in een daling van de westerse hulpbudgetten voor gezinsplanning in de armste landen. Misschien is dat wel de belangrijkste reden waarom het aantal ongeplande zwangerschappen in die landen minder snel daalde dan men had verwacht. De VN moest de bevolkingsprojecties voor de komende decennia naar boven bijstellen. Zo zal de bevolking in Kenia stijgen tot 83 miljoen in 2050 in plaats van de eerdere projectie van 54 miljoen.

Indien we nu massaal zouden inzetten op vrijwillige gezinsplanning, kunnen we uitkomen op een wereldbevolking van 7,8 miljard mensen tegen 2050, in plaats van 9,5 miljard bij een business as usual. Een verschil van maar liefst 1,7 miljard te voeden mensen.

Dat gezinsplanning werkt, blijkt uit talrijke voorbeelden uit het zuiden. Mede door het werk van organisaties zoals Marie Stopes International daalde in Addis Ababa (Ethiopië) het vruchtbaarheidscijfer tot 1,6 geboortes per vrouw. Dat is even laag als in Europa, en drie keer lager dan in andere Afrikaanse streken. Ook Iran trok in de jaren ’90 de kaart van de vrijwillige gezinsplanning, waardoor het vruchtbaarheidscijfer sneller daalde dan in China met zijn dwangmatige één-kind-beleid.

Investeren in gezinsplanning is een vijfdubbele winsituatie. Voor de vrouwen: één derde van de sterftegevallen van vrouwen op het kraambed kan vermeden worden door ongewenste of snel op elkaar volgende zwangerschappen te voorkomen. Dat zijn 150.000 vrouwen per jaar die gered kunnen worden. Vrouwen krijgen meer kansen als ze zwangerschappen kunnen plannen. Voor de kinderen: ongeveer een miljoen baby’s zouden per jaar gered kunnen worden als de opeenvolgende zwangerschappen bij een vrouw met minstens twee jaar gespreid worden. Voor de arme bevolking: 1 euro investeren in gezinsplanning kan 10 euro besparen in andere sociale uitgaven. Voor de toekomstige generaties: er zullen minder conflicten zijn rond water, voedsel en grondstoffen. En voor het milieu en het klimaat: 10 euro investering in vrijwillige gezinsplanning in het Zuiden kan een CO2-besparing van 1 ton opleveren.

De rijke landen hebben hierbij een dubbele verantwoordelijkheid. Niet alleen zijn het de rijke mensen die door hun overconsumptieve levensstijl een negatieve impact hebben op de arme bevolking en toekomstige generaties; het zijn tevens de rijke landen die de financiële en kenniscapaciteit hebben om de arme landen te ondersteunen in reproductieve gezondheidszorg. Het is hierbij belangrijk te vermelden dat we niet aan arme mensen gaan ‘vragen’ om minder kinderen te krijgen. Het gaat immers om ongewenste zwangerschappen.

We willen politici oproepen om het budget voor gezinsplanning in de ontwikkelingssamenwerking te verhogen, om de toegang tot anticonceptie wereldwijd te vergemakkelijken en om barrières tegen gezinsplanning te elimineren. We moeten de bevolkingsfactor opnieuw op de politieke agenda durven te plaatsen.

Stijn Bruers
De auteur is doctor in de wetenschappen en projectverantwoordelijke bij Ecolife. Hij verbleef enkele maanden in Afrika waar hij als vrijwilliger deelnam aan de voorlichtingscampagnes van het UNFPA rond seksuele en reproductieve gezondheid, in het bijzonder gezinsplanning en ongewenste zwangerschappen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!