Zes oorlogsmythes doorprikt

Zes oorlogsmythes doorprikt

donderdag 29 augustus 2013 10:40

De VS heeft een lang verleden van oorlogen, gevochten met schimmige voorwendsel. Een korte, en ruimschoots onvolledige terugblik… 


We weten ondertussen dat de VS op 20 maart 2003 onder een vals voorwendsel overgingen tot de aanval op Irak. Irak beschikte helemaal niet over massavernietigingswapens. Wie de Amerikaanse geschiedenis napluist, ziet echter een patroon. De VS hebben een lange traditie van valse oorlogen.

Als de waarheid aan de middeleeuwse koninklijke hoven enkel uit de mond van de nar kwam, dan is soms hetzelfde waar met de narren van onze tijd: de stand-upcomedians. De snoeiharde Amerikaanse komiek George Carlin (1937-2008) zei over het Amerikaanse imperialisme: 

“Dit land is nog maar 200 jaar oud en we hebben al tien grote oorlogen gehad. We komen in dit land gemiddeld tot een grote oorlog elke twintig jaar. Dus we zijn er goed in! En dat is maar goed ook. We zijn in niets anders nog goed. We kunnen geen degelijke auto meer bouwen, geen tv of video die een kloot waard is. Er is geen staalindustrie meer over, we kunnen onze jongeren niet meer onderwijzen, hebben geen gezondheidszorg voor onze ouderen. Maar we kunnen nog wel je land naar de kloten bombarderen, dat is zeker! Vooral als je land vol bruine mensen zit. Daar zijn we goed in, bruine mensen bombarderen. Welke blanken hebben we voor het laatst gebombardeerd? De Duitsers! Dat zijn de enige, en dan enkel en alleen, omdat die onder onze duiven schoten. Ze wilden de wereld domineren. Dikke zever, dat is ónze fucking taak!” 

Einde citaat. De hele lijst van voorbeelden is stof genoeg voor vele dikke turven, maar we lichten er alvast zes uit. Opmerking en passant: het maakt heus niet uit of er nu een Democraat of een Republikein in het Witte Huis zit. Beide partijen eren deze traditie.

De oorlog met Mexico, 1846-1848

President Polk organiseert een grensincident, schuift de schuld in de
schoenen van Mexico en pikt een gebied in, bijna zo groot als West-Europa.

De mythe: op 25 april 1846 ontstond in het grensgebied tussen kersverse Amerikaanse staat Texas – in 1836 al uit Mexicaanse handen gewrikt– en Mexico een schermutseling, de Thorntonaffaire. Zestien Amerikanen en een onbekend aantal Mexicanen kwamen om het leven. Hierna hield president Polk een vlammend betoog in het Congres: “Amerikaans bloed is gevloeid op Amerikaanse grond.” Een Amerikaans leger onder Winfield Scott loopt daarna Mexico plat en de VS annexeert een gigantisch gebied: de huidige staten Californië, New Mexico, Utah, een deel van Colorado en Nevada, nog bovenop de gigantische staat Texas. 

De realiteit: toenmalig Amerikaans president James Polk stuurde overduidelijk aan op een grensconflict, nadat Mexico een groot deel van zijn gebied weigerde te verkopen aan de VS. Decennia later zegt Amerikaans president Grant, die als jonge luitenant deelnam aan de oorlog tegen Mexico: “Het was een van de meest onrechtvaardige oorlogen die een sterkere natie ooit gevoerd heeft tegen een zwakkere natie.” De VS gaven Mexico het belachelijke bedrag van 15 miljoen dollar ter compensatie.

De Amerikaanse Burgeroorlog of secessieoorlog, 1861-1865

Het Noorden bevrijdde pas halverwege de burgeroorlog de slaven. Om de gaten in de rangen te vullen.

De mythe(n): het zuiden van de VS vecht voor de rechten van individuele staten, het noorden vecht voor afschaffing van de slavernij. Het pacifistische Zuiden wordt verkracht door het agressieve Noorden. 

De realiteit: als de heetgebakerde staat South-Carolina zich afscheidt in december 1860 en daarna nog tien staten volgen, doen ze dat maar om één enkele reden: het behouden van de planteraristocratie met zijn slavensysteem. Niemand minder dan Karl Marx toont dit reeds in 1861 haarfijn aan: als de staten stemmen voor afscheiding of niet, stemmen kiesdistricten waar nauwelijks slaven zijn massaal voor de Unie en tegen afscheiding. Het omgekeerde in districten met slaven, die stemmen massaal voor afscheiding.

Vocht het Noorden voor afschaffing van de slavernij? We nemen de woorden erbij van de noordelijke president Abraham Lincoln: “Als ik de Unie kon redden zonder één enkele slaaf te bevrijden, zou ik dat doen, en als ik haar kon redden door ze allemaal te bevrijden zou ik dat doen. En als ik de Unie kon redden door sommige slaven te bevrijden en andere niet, zou ik ook dat doen. Wat ik doe inzake slavernij en het gekleurde ras, doe ik, omdat ik denk dat het de Unie redt”. 

Het is voor het Noorden economisch veel belangrijker dat de rivier Mississippi, een economische levensader, in hetzelfde land blijft stromen en niet voor de helft in een onafhankelijke zuidelijke natie komt te liggen, met alle vervelende consequenties voor het Noorden, zoals tolheffing. 

Als Lincoln de slaven eind september 1862 de vrijheid schenkt, doet hij dat niet uit enige antiracistische overwegingen, maar als strategie: zwarten recruteren als kanonnenvlees en voor sociaal oproer zorgen in het Zuiden. De slaven in slavenstaten die zich niet hadden afgescheiden (Kentucky, Missouri, Maryland, Delaware) en trouw bleven – officieel tenminste – aan de Unie, bevrijdde hij niet. Die kregen hun vrijheid pas na de overwinning van het Noorden. Meer dan 300.000 zwarten zullen uiteindelijk in het leger van het Noorden dienen, tegenover ‘slechts’ 70.000  die aan zuidelijke kant zij aan zij strijden met hun meesters, hoe absurd dat vandaag ook moge klinken. 

En voor alle duidelijkheid, zoals Marx in zijn essays over het conflict in 1861 al aantoont: de agressie gaat van het Zuiden uit. Het Zuiden vuurt het eerste officiële schot, bij Fort Sumter, op 12 april 1861, en gedroeg zich al veel langer erg agressief, onder andere in de staat Kansas, dat als bijnaam ‘het bloedende Kansas’ kreeg, omdat proslavernij-activisten manu militari een slavenstaat van de vrije staat Kansas wilden maken. 

Pittig detail: tijdens de Amerikaanse burgeroorlog sneuvelden meer Amerikanen dan in alle andere Amerikaanse oorlogen samen, meer dan 600.000 man, of twee procent van de toenmalige bevolking. De bloedigste dag uit de Amerikaanse geschiedenis is nog steeds de slag bij Antietam op 17 september 1862: 25.000 doden en gewonden. Zelfs de landing bij D-Day, 6 juni 1944, doet niet ‘beter’.

De oorlog met Spanje, april – augustus 1898

Een schimmig incident met een Amerikaans schip is aanleiding om Cuba, de Filipijnen, Puerto Rico en Guam bruut uit Spaanse handen te slaan.

De mythe: Cuba is roerig, er zijn voortdurend rellen en revolutionaire krachten aan het werk, tegen de Spaanse autoriteit. De VS sturen een gevechtsschip, de USS Maine, om de Amerikaanse burgers op Cubaanse bodem te beschermen tegen al die onrust. Elf dagen nadat Cuba een autonome regering installeert, ontploft de USS Maine onder mysterieuze omstandigheden in de haven van Havana. De Amerikanen schreeuwen moord en brand. De VS kondigen een blokkade van Cuba af, ook al een Amerikaanse traditie. Spanje pikt dit niet en verklaart de oorlog. 

De realiteit: de pers schreeuwt om oorlog, want dat oorlogsnieuws doet de oplage van de kranten stijgen. De twee grootste krantenmagnaten van het moment, William Randolph Hearst en Joseph Pulitzer, zijn oud genoeg om te weten dat de Amerikaanse Burgeroorlog, samen met de dodentol, de krantenverkoop omhoog joeg. Zonder bewijs leggen ze de schuld van de ramp met de USS Maine bij de Spanjaarden. In de kranten verschijnen ook verzonnen verhalen over Spaanse gruweldaden.

De Amerikaanse markten willen Spaanse gebieden inpalmen, onder andere Cuba en de Filipijnen en de pers speelt daar handig op in. Ook wil men geen natie van zwarten in zijn achtertuin dulden. Het onafhankelijke en overwegend zwarte Haïti is al een doorn in de Amerikaanse ogen, het land wil niet nog een tweede in de vorm van Cuba. De oorlog tegen Spanje verloopt als een Blitzkrieg. Het verzwakte Spaanse leger biedt hier en daar sterk weerwerk, maar Spanje geeft snel op. Van de 5462 Amerikaanse slachtoffers vallen de meeste door ziekte. De VS annexeren Cuba en palmen de Filipijnen in, waar ze ongemeen hard zullen huishouden, samen met Guam en Puerto Rico.

WO I, 6 april 1917 – 11 november 1918

Een telegram en Duitse aanvallen op ‘neutrale’ schepen leiden tot massale Amerikaanse mobilisatie. Duitsland krijgt alle schuld voor het oorlogsgeweld.

De mythe: de aanval op het Britse schip Lusitania waarbij 128 Amerikaanse burgers om het leven komen en de onbeperkte duikbotenoorlog van Duitsland zetten kwaad bloed, het Amerikaanse publiek schreeuwt om vergelding. Het wordt erger: Duitse communicatie, het zogenaamde Zimmermann Telegram, lekt uit. Een telegram van de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, gericht aan de Duitse ambassadeur in Mexico. Hierin wordt duidelijk dat Duitsland oorlog stookt tussen de VS en Mexico. Het Zimmerman telegram maakt Duitse Amerikanen in alle ogen verdacht en dus monddood. 

De realiteit: de Amerikaanse samenleving is lange tijd verdeeld en stelt zich eerder neutraal op. Het grote publiek wil van een deelname niet weten. President Wilson is zelf verkozen op basis van een neutraliteitspositie: geen Amerikaanse deelname aan de oorlog in Europa. De grote Duitse gemeenschap in de VS is ook tegen deelname. 

Groot-Brittannië heeft bij het begin van de oorlog Duitsland een briljante hak gezet: het heeft de transatlantische telegraafkabel tussen de VS en Duitsland geknipt. De VS krijgen zo hoofdzakelijk Britse verslaggeving over de oorlog binnen. Groot-Brittannië domineert de Amerikaanse pers en kan anti-Duitse propaganda spuien. 

Uit het Zimmerman telegram blijkt in de eerste plaats dat Duitsland de Verenigde Staten neutraal wilde houden. De Amerikaanse industrie die al flink veel wapens leverde aan de strijdende partijen, wil meer. Het wil de uitrusting leveren voor een vers gemobiliseerd Amerikaans leger dat miljoenen zal tellen. 

Men kan zich ook afvragen hoe neutraal de schepen waren die de Duitse duikboten naar de dieperik zonden. De VS leverde hoofdzakelijk goederen aan de tegenstanders van Duitsland. Bij de aanval op de Lusitania kwamen 1.198 opvarenden om het leven, waaronder inderdaad 128 Amerikaanse staatsburgers. De lading van het schip bestond echter uit 1248 kisten schrapnelgranaten bestemd voor de Britse artillerie. Op 22 november 1915 weigerden de Verenigde Staten de schadevergoeding van 1.000 dollar voor iedere omgekomen VS-passagier die Duitsland aanbood.

WO II 1941 – 1945

De VS speelt het slim. Als de Duitse legers al doodgebloed zijn op het oostfront, landen de Amerikanen in Normandië.

De mythe: De VS bevoorraden Groot-Brittannië, maar mengen zich niet manu militari in het conflict. Daar komt verandering in als Japan op verraderlijke wijze een bombardement uitvoert op de marinebasis Pearl Harbor, op 7 december 1941. De Amerikaanse vloot ligt op de zeebodem. Meer dan 2.500 Amerikanen zijn dood of gewond. Een donderslag bij heldere hemel. “A date which will live in infamy”, zegt toenmalig president Franklin Roosevelt. Hij verklaart de oorlog aan de geniepige Japanners. 

De realiteit: De VS drijven de onderhandelingen met de Japanners al geruime tijd op de spits.  Ze leggen de oliebevoorrading aan Japan stil. Daarmee zetten ze het land voor het blok. Japan is volledig afhankelijk van de import van olie. Het is vrijwel zeker dat Roosevelt wist dat de aanval op Pearl Harbor in de maak was. De vliegdekschepen – de waardevolste schepen – zijn die dag ‘toevallig’ op oefening. De schepen die wel zinken, zijn militair van weinig waarde. De VS verklaren de oorlog, 100.000 volstrekt onschuldige Japans-Amerikaanse burgers verdwijnen prompt in concentratiekampen. Een detail waar we zelden iets over horen. 

Hitler doet zijn Amerikaanse tegenstander een groot plezier met een stupide strategische blunder. Hij schaart zich onmiddellijk aan de zijde van zijn Japanse bondgenoot en verklaart de VS de oorlog. Handig, zo moest Roosevelt het Amerikaanse publiek niet meer over de streep trekken voor deelname aan de oorlog in Europa.

De oorlog in Vietnam, 1964-1976

Veel Amerikaanse soldaten hadden geen flauw idee van wat ze in Vietnam verloren hadden. 58.000 verloren alleszins hun leven, de rest minstens hun onschuld. 

De mythe: Het Tonkinincident. Noord-Vietnamese torpedoboten openen het vuur op een Amerikaanse destroyer in de baai van Tonkin. Het hek is van de dam. De Amerikanen kondigen de Tonkinresolutie af. De VS moeten met harde hand reageren op deze ‘communistische agressie’. 

De realiteit: in feite gaat het om twee Tonkinincidenten, op 2 en 4 augustus 1964. Het  eerste vindt echt plaats, het tweede blijkt snel onzin. President Nixon zegt later dat de Amerikaanse vloot waarschijnlijk reageerde op “vliegende vissen of zoiets.” Toch laat men het Amerikaanse publiek geloven dat Noord-Vietnam geschoten heeft op de Amerikaanse vloot. “To any armed attack upon our forces, we shall reply”, zegt president Johnson kort nadien.

Amerikaanse troepen stromen Zuid-Vietnam binnen, Noord-Vietnam krijgt zware bombardementen te verduren, misschien wel de zwaarste uit de wereldgeschiedenis, erger dan de bombardementen op nazi-Duitsland. Op het toppunt van de oorlog zijn er 549.000 Amerikaanse soldaten gestationeerd. Op het hoogepunt van het conflict sneuvelen 400 Amerikanen per week. Uiteindelijk sterven meer dan 58.000 Amerikaanse soldaten en nog eens 300.000 raken gewond. Miljoenen Vietnamezen lieten het leven of raakten gewond, tot op vandaag worden in Vietnam misvormde baby’s geboren ten gevolge van het beruchte ontbladeringswapen Agent Orange. 

Ook kan men zich afvragen of de VS de oorlog in Vietnam echt hebben verloren. Als het doel van de grote Amerikaanse bedrijven het uitschakelen van een potentieel sterke concurrent was: opzet geslaagd. Het land is nog steeds niet helemaal hersteld van het wilde bezoek van de Amerikaanse oorlogsmachine.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!