Wet op Nationale Veiligheid voor Hongkong

Wet op Nationale Veiligheid voor Hongkong

vrijdag 3 juli 2020 14:21
Spread the love

Het Chinese parlement heeft een nationale veiligheidswet aangenomen voor Hongkong. Wat is de achtergrond, wat verandert de wet, wat zijn de reacties?

Achtergrond

Hongkong werd door Groot-Brittanië op 1 juli 1997 teruggegeven aan de Volksrepubliek China. Er was al in 1984 overeengekomen dat het gedurende een overgangsperiode van 50 jaar een grote mate van autonomie zou behouden: het economisch systeem blijft kapitalistisch, het politieke systeem liberaal en het lokale bestuur heeft bevoegdheden die veel uitgebreider zijn dan die van een gewoon stadsbestuur. Het systeem kreeg de omschrijving ‘Eén land, twee systemen’

Dit alles werd vastgelegd in de ‘Basic Law’ , een grondwet voor Hongkong die opgesteld werd door het Chinese parlement. Ze vermeldt uitdrukkelijk dat Hongkong een wet op de nationale veiligheid zal uitvaardigen.
In 2003 werd daarvoor een wetsontwerp ingediend bij het parlement van Hongkong, de Legco. De anticommunistische oppositie en straatprotest door een deel van de bevolking dat samenwerking met Beijing – onvermijdelijk onder een wet op ‘nationale’ veiligheid – afwees, deden het wetsontwerp stranden. Sindsdien is niets meer gebeurd.

Het ontbreken van de wet leverde geen echte problemen tot vorig jaar grootschalig straatprotest uitbrak tegen een – alles bijeen onschuldige – wet die uitlevering van criminelen van gemeen recht aan 100 landen, waaronder China, zou mogelijk maken. Een deel van de bevolking greep de wet aan om vergaande politieke eisen tegen Beijing te stellen. Sommige politieke stromingen eisten onafhankelijkheid, anderen drongen aan op interventie door de VS en Groot-Brittannië en werkten voor hun campagne samen met het Amerikaanse consulaat, sommigen gingen over tot zwaar geweld met brandstichting en bommen. Het principieel weigeren van elke samenwerking met Beijing had het ‘Eén land, twee systemen’ principe de facto omgevormd tot ‘Twee landen, twee systemen’. Bij de lokale verkiezingen eind 2019 stemden ongeveer 55% van de kiezers voor kandidaten die zich afzetten van Beijing en 45 % voor pro-Beijing kandidaten.

In die omstandigheden besloot de regering in Beijing dat de toestand in Hongkong een bedreiging voor de eenheid van het land begon te vormen. Buitenlandse inmenging was overduidelijk. De onrust ondermijnde de welvaart van Hongkong, met gevolgen voor heel China. De lokale overheid bleek niet in staat de rust te doen terugkeren. Kortom, de nationale veiligheid kwam in het gedrang en het gebrek aan een specifieke wet liet zich voelen.

Daarop besloot het Chinese parlement op zijn jaarlijkse plenaire vergadering – normaal in maart maar nu uitgesteld tot einde mei wegens corona- om gezien de onmacht van de plaatselijke regering om de door de Basic Law vereiste wet op de nationale veiligheid uit te vaardigen, zelf deze lacune in te vullen. Dit kon door een nationale wet te maken die via opname in annex 3 bij de Basic Law van toepassing wordt in Hongkong.

Wat betekent de wet op de nationale veiligheid?

De wet is in sneltempo door de Vaste Commissie van het Chinese parlement gejaagd en op 30 juni definitief goedgekeurd, ondertekend door de president en nog dezelfde dag door het parlement toegevoegd aan annex 3 bij de Basic Law van Hongkong. Ze is van kracht vanaf 1 juli.

De wet behandelt zoals voorzien in de Basic Law vier soorten misdaden tegen de nationale veiligheid: subversie, afscheiding, terrorisme en collusie met buitenlandse machten.
Op zich is dit niets speciaals. De meeste landen hebben wetten over dezelfde onderwerpen. De definitie van de delicten is niet breder dan in de wetten van een aantal andere landen. Westerse critici vermijden de vergelijking met analoge westerse wetten.

De regering in Beijing heeft herhaaldelijk verklaard dat ze vasthoudt aan het principe ‘Eén land, twee systemen’. Dat heeft de voorzitter van het parlement na de goedkeuring nog eens uitdrukkelijk gezegd. Er staat inderdaad niets in de wet dat iets zal veranderen aan de kapitalistische economie, de liberale politiek of de grote bevoegdheid van de lokale overheid in Hongkong.

Wat verandert de wet dan wel? Openlijk oproepen tot onafhankelijkheid van Hongkong kan voortaan gesanctioneerd worden. Oproepen aan buitenlandse regeringen om sancties tegen China of Hongkong te treffen, of samenspannen met buitenlandse regeringen om onrust te veroorzaken worden ook strafbaar. Acties om de regering in Beijing omver te werpen kunnen onder de noemer subversie vallen. Maar ook bijvoorbeeld het verbranden van de nationale vlag. Zwaar geweld bij onlusten is onder de lokale wetgeving nu al strafbaar, maar kan met de antiterrorisme wetgeving strenger aangepakt worden. Enkel een aantal extreme aspecten van de opstandige beweging van 2019 zullen dus voortaan illegaal zijn.

Het beschermen van de nationale veiligheid in Hongkong blijft in principe de bevoegdheid van de lokale overheid die daarvoor de nodige nieuwe organisaties moet voorzien. Een hoge ambtenaar van de huidige regering is intussen al ingezworen als secretaris-generaal van het bevoegde comité. Er moet ook bijkomende wetgeving komen om de nieuwe wet uit te voeren.

Maar er is een belangrijke verandering. De nationale overheid kan ernstige gevallen naar zich trekken, wanneer het gaat om complexe inmenging door buitenlandse machten, gevallen die de lokale overheid niet kan oplossen of zeer ernstige bedreigingen voor de nationale veiligheid. Voor die gevallen komt er een nieuw nationaal bureau in Hongkong, dat onafhankelijk van de lokale regering dergelijke zaken kan onderzoeken en behandelen. Indien nodig kan het bureau de hulp van lokale diensten inroepen. Rechtszaken in dit verband vallen onder nationale bevoegdheid.
Het bureau en zijn medewerkers moeten de wetten van Hongkong respecteren, maar zijn enkel rekenschap verplicht aan de centrale regering. Dit is nodig omdat het om delicate gevallen gaat waar meestal staatsgeheimen mee gemoeid zijn.

Het bureau behandelt niet alleen deze uitzonderlijke gevallen, het heeft ook tot taak de situatie ter plaatse op te volgen, na te gaan of het lokale orgaan zijn werk correct doet en eventueel suggesties te doen. Het heeft echter geen formele macht op het lokale vlak.

Tot nu toe was in Hongkong alleen het nationale leger aanwezig en een verbindingsbureau tussen de nationale en de lokale overheid. Nu zal de nationale aanwezigheid een uitgebreider en ingrijpender worden.

Opposanten vrezen dat dit de deur open zet voor politieke vervolgingen. Toch moet opgemerkt dat in Macau, dat al jarenlang een gelijkaardige wet op de nationale veiligheid heeft, deze voorzieningen nog nooit gebruikt zijn. De nieuwe wet stelt overigens ook expliciet dat alle mensenrechten die de Basic Law en een aantal internationale convenanten garanderen, moeten gewaarborgd blijven.

Reacties

De radicale oppositie in Hongkong lijkt – minstens voorlopig – uitgeteld. ‘Lokalistische’ partijen en groepen die opriepen voor onafhankelijkheid hebben zich onmiddellijk ontbonden. Onder hen ook de meest bekende, Demosisto, opgericht door Joshua Wong.

Op 1 juli wordt jaarlijks de teruggave aan China herdacht met een officiële plechtigheid. Dan demonstreren traditioneel ook de tegenstanders van Beijing. Dit jaar is de manifestatie verboden wegens corona en het risico op onlusten. Tijdens de voorbereiding van de wet liepen herhaalde oproepen om tegen te betogen telkens op een sisser uit. Op 1 juni werden 370 personen die toch wilden betogen en vernielingen aanrichtten aangehouden; tien onder hen worden beschuldigd van inbreuken op de nieuwe wet; zeven politiemensen werden gewond, waarvan één met een messteek.

Alle pro-Beijing partijen en verenigingen en de regering van Hongkong hebben vanaf het bekend maken van het plan voor de wet zonder reserves en enthousiast het project gesteund. Ze vinden dat de wet nodig is om de rust weer te brengen en Hongkong economisch terug op de rails te krijgen. Ze beseffen dat de lokale overheid niet in staat is zelf een dergelijke wet uit te vaardigen. De 10 Hongkong afgevaardigden in het Chinese nationale parlement zijn in Beijing uitgenodigd om samen met de Vaste Commissie het wetsontwerp in tweede lezing te bespreken. Blijkbaar zijn de maximum straffen in tweede lezing verzwaard op verzoek van die afgevaardigden. Maar hun voorstel om de wet retroactief te maken haalde het niet.

In september vinden in Hongkong parlementsverkiezingen plaats. De radicale oppositie zal onder de nieuwe wetgeving niet kunnen deelnemen zonder haar separatistisch programma af te zweren. De gematigde oppositie ziet zijn jarenlang verzet tegen elke samenwerking met Beijing afgestraft met een averechts resultaat. De economie is in crisis en snakt naar rust. De vraag is hoe de bevolking zal kiezen in deze omstandigheden.

Internationaal had de VS al op voorhand gedreigd met sancties. Er is in spoedtempo een wet gestemd die sancties voorziet tegen Hongkong indien de VS vinden dat de ‘grote mate van autonomie’ van Hongkong ondermijnd wordt. De Amerikaanse regering heeft intussen bevestigd dat dit het geval is. Hongkong is voortaan een pion in het Amerikaanse schaakspel van de nieuwe koude oorlog. Er zijn al visabeperkingen afgekondigd voor Chinese ambtenaren die betrokken zijn bij de beperkingen op de autonomie van Hongkong. Uitvoer van hoogtechnologisch materiaal en materiaal met mogelijks dubbel gebruik – civiel en militair – naar Hongkong wordt beperkt. De meeste experts twijfelen echter of de VS met sancties tegen Hongkong echt China zwaar kunnen treffen. Dit zou alleen kunnen indien ze via sancties tegen financiële instellingen de rol van Hongkong als internationaal financieel centrum zouden kelderen.

Groot-Brittannië laat zich als ex-kolonisator niet onbetuigd. Inwoners van Hongkong die vóór de teruggave geboren zijn en nog een – tweederangs – Brits paspoort bezitten zullen zich vrij in dat land kunnen vestigen. Ook hier is het de vraag of er buiten enkele radicale opposanten veel kandidaten zullen zijn.

Ook de EU en Japan hebben op voorhand hun bezorgdheid geuit, zonder er concrete gevolgen aan te koppelen.

Internationaal kreeg China steun van 52 landen in de UNO-commissie voor de mensenrechten . Ze schaarden zich achter een door Cuba ingediende motie. Een westerse motie tegen China verzamelde 27 stemmen.

 

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!