Welk antwoord op de coronacrisis?

Welk antwoord op de coronacrisis?

zaterdag 4 april 2020 22:00
Spread the love

Inleiding

 

Eerst en vooral: we zullen het niet hebben over het coronavirus. Daarmee bedoelen we: dit is geen wetenschappelijke verhandeling over het virus zelf, over zijn wijze van bestrijding, over welke maatregelen je als individu moet nemen om jezelf ervan te vrijwaren, enz. In deze materie lijkt het het beste dat we – weliswaar steeds met de politieke context in het achterhoofd – ons beroepen op onze dokters, specialisten en verpleegkundigen, en hun alle steun geven die we in de moeilijke omstandigheden kunnen bieden.

Waar het hier wel over gaat, is de manier waarop wij als maatschappij omgaan met deze nieuwe ziekte, en over de manier waarop we kunnen omgaan met de nasleep ervan. Het heeft immers op zeer korte tijd het dagelijkse leven van zowat iedereen in Vlaanderen, en ver daarbuiten, ingrijpend veranderd – sneller dan iedere economische of technologische vooruitgang de afgelopen decennia dat heeft veranderd.

Het heeft zeker geen zin om geloof te hechten aan de vele complottheorieën die her en der de ronde doen, zeker op het internet (aan de toog kunnen ze niet meer worden doorverteld) maar ook door sommige overheden – niet in het minst door personen dicht bij de Chinese kapitalistische controlestaat, die doet uitschijnen als zou het virus een doelbewust biochemisch wapen van de VS, zijn belangrijkste geopolitieke rivaal, zijn, bedoeld om China’s opkomst als grootmacht te hinderen.[1] Wij zijn geen grote minnaars van het Amerikaanse imperialisme, maar zulke beweringen zijn onzin: het was al heel gauw duidelijk dat de kans heel groot was dat het coronavirus zich snel internationaal zou verspreiden en dat tot ernstige verliezen zou leiden in zowat alle economische sectoren, met inbegrip van de grote Amerikaanse bedrijven – en geen enkele Amerikaanse regering zou de belangen van die bedrijven ernstig willen beschadigen, zelfs al zou China’s geopolitieke positie er op termijn op achteruitgaan ten voordele van die van de VS (wat trouwens verre van zeker is). Zulke complottheorieën overschatten ruimschoots de rationaliteit van het kapitalisme, en dan voornamelijk zijn vermogen om winst op lange termijn te laten primeren op verliezen op korte termijn. Omgekeerd is het ook onzinnig dit de Chinese staat toe te schrijven: als industriële werkplaats van de westerse wereld heeft het Chinese kapitaal geen enkel belang bij de verzwakking van zijn afzetmarkten.

Dat betekent echter niet dat we niet op onze hoede moeten zijn – en wel integendeel! Zoals het gezegde immers luidt: “Never waste a good crisis!” (“Laat nooit een goede crisis voorbijgaan!”) In tijden van crisis zijn het, net als anders, de verhoudingen tussen de maatschappelijke krachten die bepalen welke maatregelen wel of niet worden genomen – en elk van die maatschappelijke krachten zal noodzakelijkerwijs de maatregelen voorstellen die zijn eigen belangen het minst beschadigen en zelfs dienen. Bovendien zullen de maatschappelijke krachten er ook na de gezondheidscrisis voor pleiten om de maatregelen die in hun belang waren te behouden en de nieuwe situatie voor hun voordeel te willen aanwenden.

Het is in dat kader dat we een aantal aandachtspunten naar voren willen schuiven: een eerste reeks voor tijdens de gezondheidscrisis zelf, een andere voor in de periode die daarop volgt. In het derde deel zullen we tot slot bespreken welke perspectieven deze crisis opent voor de toekomst. Dit alles is maar bedoeld als een eerste overzicht: elk van de aangehaalde onderwerpen verdient eigenlijk echter een veel uitgebreidere analyse – wat in de loop van de komende dagen, weken, maanden en waarschijnlijk ook jaren ongetwijfeld nog zal volgen. En wellicht zijn er nog tal van factoren die wij op dit ogenblik niet kunnen inschatten.

 

  1. In de strijd tegen het virus: maatregelen in wiens belang?

 

Dat de beleidskeuzes in de strijd tegen het coronavirus niet belangenvrij zijn, zien we nu al – al was het maar in de traagheid en terughoudendheid van de verschillende Europese regeringen om over te gaan tot een economische lockdown. Bij sommige regeringen – denk maar aan de Britse, maar ook het kabinet-Rutte – was het overduidelijk dat ze deze “hete appel” zo veel mogelijk voor zich uit te schuiven, in de schijnbare hoop dat dit vanzelf zal weggaan. Het zo veel mogelijk doen voortdraaien van de consumptiemaatschappij, en dus het zo lang mogelijk garanderen van de bedrijfswinsten, spelen daar een zeker even grote rol in als alle theorieën over groepsimmuniteit. Overigens toont het feit alleen al dat de strategie van de groepsimmuniteit door de Noord-Nederlandse regering werd overwogen, aan hoe weinig mensen (en mensenlevens) wegen in vergelijking met de bedrijfswinsten. Een dergelijk beleid vergt immers dat minstens 60% van de bevolking besmet raakt. Met een mortaliteitsgraad van 2 tot 4% kun je hieruit afleiden dat de dood van meer dan 400 000 inwoners van Noord-Nederland een prijs was die Mark Rutte en de zijnen overwogen te betalen om de winstcyclus toch maar niet te verstoren.

Maar ook alle Belgische regeringen aarzelen om de grote bedrijven al te zeer voor de voeten te lopen. Is het normaal dat de arbeiders van Audi Vorst moeten staken, omdat een Duitse multinational het belangrijker vindt auto’s te blijven produceren dan de gezondheid van de mensen die ze produceren te vrijwaren? En dat Wilmès noch Vervoort het initiatief nemen om in te gaan tegen de belangen van deze miljardenspeler, die overigens al jaar en dag zowat belastingvrij opereert, en een verplichte stilstand af te kondigen? De regering en de media doen er alles aan om de urgentie van de situatie te benadrukken – maar geen ervan dringt aan op het stilleggen van alle economische activiteiten die niet noodzakelijk zijn voor de productie en levering van basisbehoeften. Nog meer dan in andere periodes geldt hier de regel: “werken schaadt, staken baat”.

De situatie is des te absurder als we vernemen dat het Sint-Pietersziekenhuis in Brussel – hét gespecialiseerde ziekenhuis aangezien het over isoleercellen bezit en sinds de SARS-epidemie ook gespecialiseerd is in deze epidemieën – een oproep doet voor giften teneinde extra beademingstoestellen (gemiddelde kost tussen 30 en 50.000 EUR) en ander materiaal te kopen om extra levens te kunnen redden[2]. Een goede zaak, en in de eerste dagen na de oproep had het ziekenhuis al genoeg middelen ontvangen om een vijftal machines aan te kopen. Een mooi symbool van het belang van een openbare dienst die geeft om de bevolking. Maar is het niet absurd dat een openbaar ziekenhuis hiervoor een oproep moet lanceren en op de goodwill van individuen moet tellen, daar waar de machines in de winkels beschikbaar zijn en eenvoudigweg opgevorderd zouden kunnen worden door de overheid? Verschillende experten gaven al aan dat de huidige situatie vergelijkbaar is met een oorlogssituatie – terecht. Dagelijks vallen, enkel in de Belgische staat, al tientallen doden. Elders nog veel meer. Een uitzonderlijke situatie, vergt uitzonderlijke maatregelen. Als de overheid écht het aantal dagelijkse doden wil verminderen, kan ze gebruikmaken van een uitzonderlijke maatregel: opvordering van materiaal, en dan hebben we het zowel over toestellen als over beschermingsuitrusting, die momenteel amper voorhanden is voor de personeelsleden van de gezondheidszorg maar wel door sommige schimmige verkopers aan woekerprijzen online wordt verkocht. In dit praktische voorbeeld is het duidelijk dat de openbare dienst de rol overneemt van de regering. Gelukkig maar, als deze laatste het niet doet, moet het ziekenhuis het maar doen. Het is evenwel kenmerkend voor de huidige gang van zaken.

Dat vele mensen – zowel loontrekkenden als zelfstandigen –nu hun inkomen geheel of gedeeltelijk dreigen te verliezen, is ook de regeringen niet ontgaan. Maatregelen volgen inderdaad: de toegang tot de tijdelijke werkloosheid wordt versoepeld en er komt een bijkomende crisisvergoeding, zelfstandigen krijgen twee maanden uitstel voor hun belastingen, wie in een uitzonderlijk werkloosheidsstelsel geplaatst worden hebben tot eind juni recht op 70% van hun voormalige wedde (in plaats van 65%)… Ongetwijfeld een welkome hulpmaatregel voor velen, maar voor zeer weinigen ook echt genoeg om aan al hun bijgekomen behoeften tegemoet te komen. Velen blijven er bovendien bij in de kou staan – wat bijvoorbeeld met uitzendkrachten en mensen die werken in de zo bejubelde flexibele, disruptieve nieuwe economie? Wie bijvoorbeeld voor Deliveroo of Uber werkte dus als zelfstandige wordt beschouwd, kan geen aanspraak maken op tijdelijke werkloosheid. In Noord-Nederland verklaarde minister van Economische Zaken Eric Wiebes dat zzp’ers[3] niet op al te veel steun zullen mogen rekenen: “ze hebben er bewust voor gekozen om zonder werk en dus zonder inkomsten te zitten”; pas onder grote druk is het kabinet-Rutte bereid geweest ook hun een ondersteuning van 1000 euro te geven. Of wat te denken van de goedkeuring door de RVA (en analoog de regering) om werkloosheid ‘wegens overmacht’ toe te kennen aan de contractuele personeelsleden van de openbare diensten (voor dewelke in normale omstandigheden geen ‘technische werkloosheid’ bestaat), daar waar de lonen van het personeel (contractueel en statutair) al vorig jaar begroot werden? De middelen om de lonen uit te betalen zijn bijgevolg beschikbaar en niet verbonden met een uitzonderlijke inactiviteit het jaar daarop. Door de contractuele personeelsleden een uitzonderlijke werkloosheidsvergoeding toe te kennen, zorgt de federale staat er niet alleen voor dat de openbare besturen die hiervoor opteren op de rug van hun personeelsleden een besparing doorvoeren aangezien; de regering zorgt er eveneens voor dat er potentieel minder middelen beschikbaar zijn om te investeren in werkloze werkers uit de private sector.

Sommige stemmen gaan verder dan een werkloosheidsuitkering – en niet altijd diegenen die je het snelst zou verwachten. Zo stelde de Amerikaanse president voor om ieder Amerikaans huishouden twee cheques van 1000 dollar te geven (het is er uiteindelijk een enkele van 1200 dollar geworden), daarin gevolgd door de sociaaldemocratische presidentskandidaat Bernie Sanders, die dit wil optrekken naar een maandelijks bedrag van 2000 dollar en zo tot het einde van de coronacrisis. We hebben er zelfs onze sociaaldemocraten nog niet over gehoord, al komt het noodplan van de PTB in de buurt[4]! Ondanks het spectaculaire uiterlijk van deze voorstellen, gaat het om vrij klassieke, keynesiaans geïnspireerde voorstellen die de bestaande economische structuren niet fundamenteel in vraag stellen. Dit zou er immers voor kunnen zorgen dat de marktwerking niet te erg wordt onderbroken en dat de gezinnen hun verschillende facturen (water, elektriciteit, huur, …) kunnen blijven betalen aan de voornamelijk private spelers. Uiteindelijk gaat het dus om een klassieke herverdeling van belastinggeld naar de bankrekeningen van energiebedrijven en huiseigenaren. De vraag die echter mag worden gesteld, is: waarom dient men überhaupt te vrezen dat men niet zal kunnen betalen voor basisbehoeften? Waarom wordt er niet overgegaan – al was het maar tijdelijk – tot een verbod op het innen van huurgelden, water- en energiefacturen, alsook een moratorium op alle afsluitingen?

 

  1. Na de pandemie: volmachten als voorsmaakje van een belgicistisch soberheidsbeleid?

 

De deskundigen tasten nog in het duister over het wanneer, maar allen zijn het erover eens dat het aantal vastgestelde besmettingen en helaas ook overlijdens binnen een afzienbare periode zijn piek zal bereiken en vervolgens zal afnemen. Op een gegeven ogenblik zal de sanitaire noodtoestand en de maatregelen die de Europese regeringen in het kader daarvan nemen dan ook worden opgeheven. Dat is in eerste instantie goed nieuws voor de meesten onder ons: we kunnen de draad van ons sociale leven weer opnemen, ongehinderd familie en vrienden gaan bezoeken, zelfstandigen zullen hun winkeltje of horecazaak weer kunnen openen (voor zover de huur en andere financiële verplichtingen hen niet “genekt” hebben) … Maar: het leidt geen twijfel dat een weken- en zelfs maandenlange stilstand in het productieproces de daarvoor al fragiele wereldeconomie in een ernstige recessie en mogelijk crisis aan het storten is, die met het opheffen van de sanitaire noodtoestand nog lang niet achter de rug zal zijn. Ook bij ons voorspelt Voka dat de coronacrisis minstens drie keer zo erg zal worden als de financiële crisis van 2008. Het is een illusie te denken dat we over een paar maanden over kunnen naar de oude orde van de dag. Zowel de regeringen als de bedrijven zullen antwoorden trachten te formuleren op een diepe economische recessie. Ook hier zullen die de vertaling zijn van de belangen van de dominante maatschappelijke klasse – en diegenen die andere belangen hebben, doen er goed aan zich nu al na te denken over de eigen voorstellen en de manier waarop we deze kunnen doorvoeren.

Net zoals in de nasleep van de zgn. kredietcrisis van 2007 en de daaropvolgende jaren zullen de rechtse krachten – die nu bij ons met de regeringen-Wilmès, Jambon en, ja ook, Vervoort – een beleid trachten te voeren dat neerkomt op de nationalisering van de verliezen en de privatisering van de winsten. Scenario’s waarbij deze of gene verlieslatende onderneming voor miljoenen door de staat wordt opgekocht en de winstgevende onderdelen vervolgens voor een appel en een ei doorverkocht, zijn niet uit de lucht – denk bijvoorbeeld aan de luchtvaartsector, maar ook andere bedrijven in de ruimere economie, naarmate de crisis zal vorderen. De overgenomen bedrijven moeten in gemeenschapshanden blijven en worden omgevormd tot bedrijven van openbaar nut.

Zelfs zonder bedrijfsovernames zullen er allerhande “stimulusmaatregelen” worden genomen, gepaard met vrijstellingen van patronale bijdragen en bedrijfsbelastingen allerhande – wat het gat in de begroting enkel maar zal verdiepen. Dat gat zal men dan ongetwijfeld trachten te dichten met dezelfde recepten die er de afgelopen jaren alleen maar hebben toe bijdragen dat het steeds dieper werd, voor het laatst onder het ministerschap van Johan van Overtveldt. De usual suspects zullen klaarstaan om te beweren dat we boven onze stand leven, dat je het je in deze moeilijke tijden niet kunt veroorloven te investeren in de sociale zekerheid, integendeel: dat je de tering naar de nering moet zetten en “met pijn in het hart” zult moeten besparen op alle sociale uitgaven, en dat je de arbeidsmarkt in deze situatie natuurlijk niet “al te star” mag maken…

Daarom zal het in de periode na de coronacrisis extra belangrijk zijn dat de Vlamingen waakzaam zijn en zich organiseren, om te vermijden dat we niet het slachtoffer worden van de neoliberale “shockdoctrine” die door Naomi Klein werd beschreven.

Daarnaast vormen crisissituaties zoals deze uitgelezen kansen voor wie voorstander is van een verscherpte controlemaatschappij en sterk gezag. In het kader van de beheersing van de gezondheidscrisis zullen we zien dat allerhande maatregelen zullen worden voorgesteld om de bewegingen van mensen beter traceerbaar te maken alsook om baar geld (waarmee je inderdaad gemakkelijker fraudeert, maar waarmee je ook anoniemer blijft) in te dammen. Aangemoedigd door het Chinese voorbeeld, zien we nu reeds dat de overheden een beroep doen op “big data”, bijvoorbeeld door het nagaan van individuele verplaatsingen. Wie in contact is geweest met een covid-19-patiënt, zou binnenkort via contact tracing een bericht kunnen krijgen omdat zij of hij de noodzakelijke maatregelen kan nemen.[5] Dit kan best zeer handig zijn om de volksgezondheid te beschermen – maar: eens een regering of bedrijf macht over en controle op een individu heeft gekregen, staan deze dit niet zonder slag of stoot af en kunnen deze data in de toekomst ook voor andere doeleinden gebruiken. Zoals voorheen moeten we erover waken dat we onze privacy niet inruilen voor extra (misschien vermeende) veiligheid.

In het kader van het sterke gezag dreigen we de roep te zien naar “efficiëntere”, eenduidigere gezagsstructuren die ‘autoritair’ maatregelen kunnen nemen in het geval van crises. Reeds in het verleden hebben we gezien dat crisissituaties graag worden aangegrepen om vrijheden en burgerrechten in te perken. Zo hebben we in het recente verleden al gezien dat de Belgische staat in naam van de strijd tegen de terreur de termijn voor administratieve aanhouding heeft verdubbeld en dat de Franse staat de “noodtoestand” weliswaar officieel heeft opgeheven, maar in feite via de wet in normaliteit heeft omgezet. Nu spreekt men van het instellen van een avondklok en huiszoekingen zonder gerechtelijk bevel. Los van het gegeven dat zoiets hoe dan ook onaanvaardbaar is, in welke omstandigheden dan ook: wat garandeert ons dat die laatste maatregel ook daadwerkelijk zal worden ingetrokken?

Daarom bekijken we het huidige spel met “tijdelijk” volmachten aan de regeringen met een zeer meewarig oog – de ervaring met de regeringen-Martens heeft geleerd dat de gewone Vlaming daar zelden beter van wordt. Met de nieuwe volmachtenwet krijgt de regering nagenoeg carte blanche, zonder toezicht van de verkozenen in het parlement en zelfs van de Raad van State. De kans is heel groot dat deze liberale coalitie, ondanks alle dure eden, ook beslissingen zal nemen die ingrijpende gevolgen zullen hebben op o.m. onze sociale zekerheid. Tekenend is dat de volmachtenwet zelf reeds sporen van het neoliberale denken in zich draagt: de regering (“de koning”) wordt erin opgedragen “de continuïteit van de economie, de financiële stabiliteit van het land en de marktwerking te garanderen”. De regering mag ook “aanpassingen door te voeren in het arbeidsrecht en het socialezekerheidsrecht”, weliswaar “met het oog op de bescherming van de werknemers en van de bevolking” maar ook voor “de goede organisatie van de ondernemingen en de overheid, met vrijwaring van de economische belangen van het land en de continuïteit van de kritieke sectoren”. Dat is zelfs zorgwekkender dan de veel vaker aangeklaagde uitholling van de parlementaire democratie, die uiteindelijk neerkomt op de wettelijke erkenning van de feitelijke Belgische particratie. Deze volmacht moet worden ingetrokken, zowel in naam van de democratie als in naam van de werkende bevolking.

Daarnaast mogen we ook een versterking van de centralistische tendens vrezen. In de Spaanse staat zijn het ‘Principat’ en Zuid-Baskenland opnieuw in de feiten onder de voogdij van Madrid geplaatst, en ook in de Belgische staat zien we de pleidooien voor een “herfederalisering” van de bevoegdheden toenemen – “het is toch abnormaal dat we zoveel ministers van volksgezondheid hebben”. Indien de regering-Wilmès II de voorbode is van een Vivaldi-coalitie, zoals velen denken, kunnen we binnenkort met een regering zitten die in grote mate beheerst wordt door partijen die niet afkering staan van een versterking van het Belgische staatsgezag. Maar ook de N-VA was er als de kippen bij om deze crisis aan te grijpen om haar hernieuwde Vlaams-nationale of toch confederalistische principes opnieuw in de koelkast te steken om deel te nemen aan een ‘tijdelijke’ noodregering. Het valt verre van uit te sluiten dat het verzet tegen de pogingen tot unitaristische restauratie opnieuw in de eerste plaats vanuit Wallonië zal komen, toch als we binnen de parlementaire assemblees blijven. We roepen de Vlaamse Beweging op om niet alleen waakzaam te zijn voor wat de regeringspartijen (en de partijen die de regering steunen) kritisch te bejegenen, maar ook om van de gelegenheid gebruik te maken om zichzelf te heroriënteren: een kritische afstand nemen van de partijen, ook al noemen die zich Vlaams-nationaal, zodat de functie van flamingantische drukkingsgroepen niet in het gedrang komen, maar ook zichzelf “heruitvinden” om drager te worden van de sociaaleconomische aspiraties van de Vlaamse bevolking. Dat geldt trouwens a fortiori voor alle sociale bewegingen die onze gebieden rijk zijn.

 

  1. Perspectieven: weg van de besparingslogica en de mondialisering!

 

Maar om dat te doen, moet het antwoord dat we op de coronacrisis bieden, niet enkel reactief zijn: we moeten niet enkel “nee!” zeggen tegen de plannen van de regeringen, maar we moeten ook lessen trekken voor de lange termijn en ons afvragen wat dit betekent voor de alternatieven die we voorstellen.

Daarom moeten we het verband kunnen leggen tussen de coronacrisis en het mondialiserende kapitalisme. Dat verband is minstens tweeledig:

  • De snelheid waarmee de ziekte zich wereldwijd heeft verspreid, staat niet los van de manier waarop het kapitalisme op dit ogenblik functioneert: het virus is voor een groot gedeelte meegesurft op de internationale handelsstromen, waarbij – in navolging van de liberalisering van de kapitaalmarkten (de mondialisering in eigenlijke zin – de goederenproductie steeds meer op wereldschaal plaatsvindt.
  • De efficiëntie van het antwoord van de overheden op het uitbreken van de ziekte in onze gebieden, en dan zeker de gebrekkige aspecten daarvan, kunnen ook niet los worden gezien van de internationale arbeidsdeling, waarbij de sector van de goederenproductie[6] in grote mate werd ‘geoutsourced’ naar lageloonlanden. Wie kan ontkennen dat het hallucinant is dat we voor de productie van mondmaskers afhankelijk zijn geworden van China, alsof er nergens in ons taalgebied nog een plekje vrij is waar je een dergelijke fabriek zou kunnen neerpoten?

Bovendien is het misleidend om te stellen dat de crisis enkel en alleen door het coronavirus zelf werd veroorzaakt: “iedereen” wist dat 2020 hoe dan ook een recessiejaar zou worden, al voorspelde niet iedereen ook een crisis. Want ook in de periode voorafgaand was het duidelijk dat de wereldmarkten beheerst werden door grote spanningen en onevenwichten. Die zijn eigen aan het kapitalisme, maar zeker in een fase waarin het kapitaal grotendeels op mondiale schaal werd gedereguleerd. Een financiële schok, bijvoorbeeld de daling van de olieprijzen en het uitbreken van de covid-epidemie die ongeveer gelijktijdig plaatsvonden, in het ene land heeft steeds grotere gevolgen voor andere landen. Het virus speelt de rol van katalysator en toont vooral de grote kwetsbaarheid van dit systeem aan.

Het antwoord op de mondialisering moet volgens de V-SB gezocht worden in een demondialisering. Daarbij gaat het niet zozeer om de inperking van de persoonlijke vrijheid om te reizen (al kunnen er zeker vraagtekens worden gezet bij de industrie van het massatoerisme), maar om het zo veel als mogelijk overschakelen naar lokale, korte productieketens, zowel voor voedsel als voor de productie van verbruiksgoederen, en voor een lokale productie van die levensnoodzakelijke producten waar de grondstoffen lokaal niet kunnen worden voortgebracht.[7] Dit vereist het aan banden leggen van de internationale kapitaalmarkten, omdat het kapitaal aan democratische controle wordt onderworpen en voor maatschappelijk relevante doeleinden wordt aangewend.

Bovendien is het aannemelijk dat we zo het risico op toekomstige pandemieën drastisch verminderen. Immers, de huidige massale agro- en vleesindustrie is de ideale kweekvijver voor virussen. In dat verband kunnen we verwijzen naar het boek van de evolutiebioloog Rob Wallace, Big Farms Make Big Flu[8] (Grote boerderijen maken grote griep). Hierin wordt betoogd dat de huidige massaveeteelt op twee manieren bijdraagt aan de verspreiding van nieuwe ziekten bij de mens: ten eerste omdat de mens sowieso meer in contact komt met virussen die vroeger eigen waren aan specifieke wilde fauna en flora, ten gevolge van de massale ontbossing en de opname van die wilde fauna en flora in onze voedselketen; ten tweede omdat industriële megaveehouderijen een vruchtbare bodem vinden voor aaneenschakelingen van mutaties van bestaande dierlijke virussen. Voor genetisch gemanipuleerde gewassen – in de regel bestemd voor grote monoculturen – geldt dan weer dat de gewassen misschien resistent zijn tegen bepaalde bestaande ziekten, maar ook weer zelf nieuwe mutaties bij bestaande ziekten “uitlokken”. Het kapitalisme put dus niet enkel de natuur uit: het verandert de natuur ook; het creëert een eigen fauna, flora, micro-organismen, met een gewijzigd ecosysteem. Een overschakeling naar een kleinschaligere, lokale voedselproductie dringt zich dus op, wars van de massaveehouderijen en monoculturen waar het economische systeem ons op wereldschaal toe dwingt.

 

Aansluitend noopt de crisis tot een omkering van de tendens tot besparingen in de openbare sector, in het bijzonder de gezondheidssector, in naam van de efficiency. We mogen van geluk spreken dat we, ondanks de besparingen, nog steeds een vrij ‘inefficiënte’ gezondheidssector hebben, met een “te hoog” aan bedden (op intensieve zorg) per capita. Als we erin slagen om Italiaanse en Spaanse toestanden te vermijden, dan zal dat in de eerste plaats te danken zijn aan wat volgens de liberale dogmatici als een inefficiënt overaanbod geldt.

Dat verhindert echter niet, dat de tekorten waar we mee te kampen hebben, wel degelijk wijzen op de schadelijke gevolgen van de besparings- en marktlogica. Onze gezondheidszorg is al jaren ondergefinancierd en onderbemand, met een grote demotivatie en dus ook een personeelsverloop als gevolg. En zoals Ruud Goossens (DS, 28/03/2020) stelt: “Als er de afgelopen weken overal zo naarstig gezocht werd naar mondmaskers, handschoenen en ander beschermend materiaal, dan ook omdat de just-in-time-filosofie kwam overgewaaid uit het bedrijfsleven. Er werd onvoldoende zorg gedragen voor strategische reserves. De statistieken over het aantal ziekenhuisbedden gingen ook hier steil bergaf.[9] Het volstaat dan ook niet dat we ’s avonds voor ons zorgpersoneel applaudisseren: we moeten komaf maken met de austeriteitslogica en net extra middelen voor onze zorg en ons zorgpersoneel ter beschikking stellen, zoals de ‘witte woede’ al jaren eist.  Ook in de gezondheidszorg moeten we deze crisis aangrijpen om te pleiten voor een sterk lokaal zorgaanbod, wars van de besparingsoverwegingen: bij de zorgsector bij uitstek mogen financiële doeleinden en fetisjen als het begrotingsevenwicht de dans niet dicteren, maar moet het gaan om een gegarandeerde publieke dienstverlening voor iedereen.

We moeten oppassen met uitspraken als die van Emmanuel Macron die nu een “terugkeer van de verzorgingsstaat” en massale investeringen in de zorgsector aankondigt. In de praktijk betekent dit een neoliberaal beleid, waarbij de staat gebruikt wordt om, via belastinggeld, de (private) zorg- en farmasector financieel ondersteunt, ook met het oog op hun internationale competitiviteit.[10] Ongetwijfeld zullen ook Belgische en Noord-Nederlandse politici dergelijke recuperatiepogingen ondernemen (als het in Parijs regent …). Dit is natuurlijk het recept voor een herhaling van wat nu gaande is.

Daarnaast is er ook nog het gegeven dat het onderzoek naar (de bestrijding) van coronavirussen al jaren in het slop zit: al in 2004 ontdekte een groep Leuvense wetenschappers een behandeling tegen SARS[11], maar de markt zag er geen gaten in, aangezien de ziekte al was ingedamd en zich ook niet naar Europa had verspreid. In 2004 Dit wijst er nogmaals op dat het fundamentele, wetenschappelijke onderzoek bevrijd moet worden van het marktdenken. Niet alleen de privésector zelf “lijdt” daaraan: ook onze universiteiten zijn er, mede door de financieringsmechanismen van de overheid, steeds meer toe gedwongen geweest zich ten dienste te stellen van de farma-industrie, maar ook om zich de logica van de private sector eigen te maken: onmiddellijke rendabiliteit via een kwantificeerbare output (academici worden beoordeeld op hun aantal publicaties), die dan bij voorkeur via een spin-off kan worden omgezet in brevetten. Daarom is het tijd om in te zetten op niet alleen een openbare gezondheidszorg, maar ook op een openbare farmaceutische sector.

 

In algemene zin wijzen de reacties van de Europese regeringen ook op een besef van dat de coronacrisis het onvermogen van “de markt” om een dienstverlening van openbaar nut te waarborgen. De Spaanse staat nationaliseerde snel de privéziekenhuizen, de Italiaanse Alitalia en de Britse – het vaderland van de profetes Thatcher en haar – zelfs tijdelijk de spoorwegen. We zullen eraan denken wanneer de NMBS, de NS en De Lijn aan de beurt zijn! We mogen verwachten dat het geheugen van de meeste van deze regeringsleiders zeer kort zal blijken, maar ze bevestigen wel dat de privatiserings- en liberaliseringstendens van de essentiële sectoren van openbaar nut waanzin is: in de keuze tussen winst en openbare dienstverlening zullen privébedrijven voor de winst kiezen, en zullen gemeenschapsbedrijven die tot competitie met privéspelers wordt gedwongen daar allicht ook toe worden genoopt. De enige duurzame oplossing is dan ook het behoud in gemeenschapshanden en hernationaliseren van dergelijke bedrijven – wat niet hoeft te verhinderen dat de top-downwijze waarop openbare bedrijven worden beheerd moet worden herzien. Maar ook ruimer zien we dat de privébedrijven geneigd zijn hun winsten voorrang te laten verlenen op de gezondheid van diegenen die die winsten voor hen genereren. Dat is een gegeven dat eigen is aan een economie waarvan de motor de winstvermeerdering is. Het is dan ook in het belang van de volksgezondheid dat er wordt overgeschakeld naar een economische productie die gericht is op het voortbrengen van gebruikswaarde, op het voorzien in de behoeften van de bevolking, en die beheerd wordt in samenspraak tussen de werkenden en de consumenten.

Daarnaast legt de coronacrisis ook de kwalijke gevolgen van de zogeheten flexibilisering van de arbeidsmarkt bloot. De groeiende groep mensen die in de feiten loontrekkenden zijn maar juridisch gesproken schijnzelfstandigen valt tussen schip en wal, of beter: zijn aangewezen op het minst voordelige statuut. Denk maar aan de werkenden van Deliveroo of het bijna miljoen Noord-Nederlanders dat er volgens minister Wiebes voor gekozen heeft zzp’er te worden en dus zelf maar moet opdraaien voor de gevolgen van hun keuze!

 

Kortom: we geloven dat de coronacrisis en de economische recessie of crisis die daaruit zal voortvloeien en die wereldwijze proporties zal aannemen, ertoe nopen om ons economische systeem radicaal te herzien. Het is tijd voor een herdenking van de verhouding tussen de mens en dus de gemeenschap enerzijds en de economie anderzijds – een verhouding waarin de gezondheid van de gemeenschap niet langer te grabbel wordt gegooid voor de gemondialiseerde financiële oligarchie. Tegenover de autoritaire en asociale maatregelen waarmee de overheid de sanitaire en economische crisis zullen willen bekampen (surveillance, flexibilisering, …) wensen wij een project van radicale democratisering te plaatsen: tegenover een antidemocratische mondialisering een sociale, ecologische en democratische demondialisering.

 

 

[1] Zie o.m. https://www.taiwannews.com.tw/en/news/3896257

[2] https://www.stpierre-bru.be/nl/actualiteit/coronavirus-dringende-oproep-tot-giften.

[3] “Zelfstandige zonder personeel”

[4] https://www.pvda.be/noodplan_om_onze_koopkracht_te_beschermen_in_tijden_van_coronacrisis?utm_campaign=200321_nieuwsbrief_n&utm_medium=email&utm_source=pvdaptb

[5] https://www.standaard.be/cnt/dmf20200327_04904961

[6] In tegenstelling tot de sector van de productie van diensten, die uiteraard ook ‘waren’ zijn in de betekenis die o.m. Marx daaraan verleent.

[7] Bijzondere aandacht moet worden besteed aan de internationale handelsverhoudingen. Het gevaar van een hernieuwd (neo)kolonialisme loert immers om de hoek, aangezien onze gebieden slechts over een beperkt aantal grondstoffen beschikt. Steeds zal er moeten worden gezocht naar lokale alternatieven en naar een eerlijk verloop van de internationale handel die nodig is.

[8] Rob Wallace, Big Farms Make Big Flu. Monthly Review Press, 2016. We danken Stephen Bouquin voor de tip via zijn artikel “Une tempête parfaite”. Zie ook dit artikel in Uitpers.

[9] https://www.standaard.be/cnt/dmf20200327_04904940

[10] https://www.bastamag.net/Macron-plan-massif-pour-hopital-Etat-providence-Big-Pharma-covid19-neoliberalisme

[11] http://www.flanderstoday.eu/coronavirus-antiviral-was-discovered-leuven-15-years-ago?fbclid=IwAR1p5SDYrRMaphZemEGuDTKs_k4kaEvH0JMUayJwcA4foiyvZG9An4_5DcM

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!