De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Wel wel wel. De mazen van het net.

dinsdag 26 mei 2020 21:13
Spread the love

Beste Minister,
Ik dacht zo, ik schrijf eens een brief want persoonlijk geraak ik toch niet tot bij u en al zeker niet nu met al dat coronagedoe. Het is namelijk het volgende. Ik zit hier nu toch al een paar weken te wachten op die mondmaskers die beloofd werden, maar die zijn nog altijd niet toegekomen en ik zou u toch met aandrang willen herinneren aan uw belofte. Dat we allemaal zo een mondmasker gingen krijgen, met filters en al. Maar ik heb nog altijd niets gekregen.

En ik begrijp wel, het zijn moeilijke tijden en het is voor niemand niet gemakkelijk, maar dat gedoe met die mondmaskers komt nu toch wel danig mijn strot uit. Te meer omdat ik graag eens veilig en wel mijn kot zou willen verlaten. Zeker nu het zo ’n schoon weer aan het worden is.

Kijk, ik heb gans mijn leven hard gewerkt en altijd braaf mijn belastingen betaald, op tijd de vuilbakken buiten gezet en drie keer per dag mijn tanden gepoetst en ik vind dat het tijd wordt dat de overheid nu eindelijk ook eens iets voor mij terugdoet en het moet mij van het hart dat ik daar toch maar weinig van merk. Behalve dan dat er nauwer wordt toegezien op wie met wie over ’t straat loopt en waarom of waarvoor dat allemaal wel niet goed kan zijn. Wel als dat is wat ge denkt dat de overheid moet doen om haar burgers te beschermen, dan kunt ge voor mij vierkantig de pot op. Het is maar dat ge ’t weet en als ge er al een kunt vinden die sterk genoeg is om uw gewicht te dragen tenminste. Want dat zal ook wel geen sinecure zijn denk ik zo.

Ge vindt dat grof gezegd? Ik vind dat terecht. Want ik vind dat het uw schuld is. Dat alles uw schuld is. Gans dat coronagedoe, al die overwerkte dokters en hun uitgeputte verpleegstertjes, al die doden en al die ongelukkige kindjes die nu niet naar ’t school kunnen gaan, de vereenzaamde oudjes, de misnoegde eigenaars van een tweede woning en wat weet ik nog allemaal, het is allemaal uw schuld. Want gij zijt per slot van rekening de minister voor iets. En mocht het van mij afhangen ge moogt subiet vertrekken naar waar de zon nooit schijnt. Maar eerst gaat ge wel nog die beloofde mondmaskers bezorgen.

En komt nu niet af met het feit dat ge wel al mondmaskers kunt gaan kopen in de winkel of dat er mensen zijn die dat gratis en voor niets zelf in elkaar flansen, want ik vind dat geen optie omdat dat dan zou betekenen dat ge er zelf geen meer moet uitdelen en dat vind ik eerlijk gezegd niet eerlijk. Het is niet eerlijk omdat gij wel beloofd hebt dat we er gingen krijgen. En ge kunt gij wel zeggen dat het leven niet eerlijk is en dat elk zijn deel krijgt, zoals in ik het mijn en gij het dijn en nog zo van die dingen. Dat begrijp ik goed genoeg, maar dat betekent niet dat ge uw beloftes niet moet nakomen. Gij secreet. Want als er iets is waar ik niet tegen kan dan is het wel dat.

Maar het is bovenal uw schuld omdat ge, nog voor het allemaal goed en wel begonnen was, hebt nagelaten een stock van die mondmaskers aan te leggen. Omdat ge niet gelooft in preventieve zorg of gewoon uit besparingsoverwegingen of omdat ge vindt dat er nog wat meer geld moest kunnen gaan naar bommenwerpers, partijkassen en uittredingsvergoedingen. Ja peinst maar niet dat ik het zal vergeten hoor, ministerke van mijn voeten, het waart gij die besparingsronde na besparingsronde, de knip zette op investeringen in de zorg en in de ziekenhuizen, waardoor we op het moment dat er van alles nodig was, niets van dat alles in huis hadden en dat we dan maar hals over kop huisarrest kregen en voor de rest ons geluk op de markt mochten gaan bekopen. Waardoor we niet alleen opgezadeld werden met minderwaardigen brol, maar ook nog eens alles dubbel en dik mochten gaan betalen.

En ik zeg u dit meneerke, g’ hebt chance. Chance dat ge niet in mijn buurt woont en dat ge als ’t verkiezingen zijn niet bij mij aan de deur komt bellen om stemmen te ronselen, want ik verkocht u zo een paar peren op uw muil opdat uwe neus nog wat dieper tussen uw blaaskaken komt te liggen en dat ge voor een week of drie gene oogschaduw meer zult nodig hebben. Al vraag ik mij wel af waarom gij dat überhaupt aandoet. Maar dat zijn mijn zaken niet. Net zoals het mijn zaken niet zijn dat gij het aanlegt met diene Theofiel van Frankenstein. Maar wat wel mijn zaken zijn, dat is wat gij met mijn geld doet. Mijn geld dat ik elk jaar, wat zeg ik, elken dag, braafkes aan de belastingen geef, terwijl gij denkt alles te moeten opsouperen. Awel, als ge vindt dat dat goed bestuur is, dan zit ge er toch wel ferm naast hoor. Gij vetgemeste koe. Gij hebt gij misschien wel een uitgestrekte weide waarin ge naar hartenlust kunt staan grazen, maar ik zit hier op een appartementje van ‘k zal u gaan hebben en op de koop toe nog zonder balkon.

Wel als ge ’t mij vraagt zijt gij dan ook eerder de vertegenwoordiger van de incompetentie dan een vertegenwoordiger van het volk. Want zelfs de simpelste zaak als de verdeling van mondmaskers in gans het land krijgt ge nog niet eens klaargespeeld. En dan meeheulen met die wolven in hun schapenpakskes van Armani dat het niveau van het onderwijs te laag is zeker? Aan de schandpaal moesten ze u binden. Gelijk in de goeden ouden tijd. Bekogelen met stenen en tomaten. Totdat ge rood zag van schaamte. Omdat ge ‘t van u zelve niet zult krijgen. Gelijk de melaatsen ook hun eigen stank niet kunnen ruiken.

Ja, het is hier precies dat van zodra dat er iets niet moet of mag gebeuren, dat de politiek dan maar wordt ingeschakeld. De politiek, zoals in de ultieme verzekering dat er niets mogelijk is voor de burgers. En al zeker niet wanneer het voor te krijgen is. Want de politiek, stuk minister, dat is gelijk te gij, een groot cynisch misbaksel waarvoor de burger altijd maar mag opdraaien. Maar zo gemakkelijk gaat ge er deze keer niet van af komen hoor. Gij scheefgezakte lavabo. Ge moogt dan al paraplugewijs staan delegeren dat het uw verantwoordelijkheid niet meer is, de zure pruimen gaat ge deze keer wel te fretten krijgen. Desnoods totdat ge ontploft.

Lang kan dat toch ook niet meer gaan duren, denk ik zo te zien. En of dat onwelvoeglijk is, daar ben ik ook nog niet zo zeker van. Want ik ben ervan overtuigd dat ge, net als al uw collega’s trouwens, juist op basis van uw uiterlijkheden zijt geselecteerd om in de politiek te gaan. En dat ge maar minister zijt kunnen worden door datgene wat gij zijt, namelijk de belichaming van de perversie. Het tegendeel van wat ge eigenlijk zoudt moeten bewerkstelligen. Het is gewoon te degoutant voor woorden. En het doel is om alles te doen mislukken wat niet zou mogen mislukken.

En ondertussen met uw dik gat wel op teevee komen en gelijk de brulkikkers loze beloftes de wereld insturen. Met al uw kennisse hebt gij misschien wel gemakkelijk praten, maar de eed der hippokrieten, dat is wat gij hebt afgelegd. Want dat ge nen dikke vette leugenaar zijt, dat heeft iedereen nu wel goed genoeg kunnen zien. En misschien is dat wel de reden waarom ge minister zijt geworden: omdat ge ne leugenaar zijt. Als het niet een van de voorgaande redenen was tenminste. Of een combinatie van vanalles. Zie ik begin hier zelf al te twijfelen aan mijzelf. Ook dat is allemaal uw schuld.

En neen, ik ga mij hier niet gaan excuseren voor mijn taalgebruik. Ik heb niet zo ver gestudeerd als gij en ik ben niet zo beschaafd als gij denkt dat gij zijt, want ik ben maar tot mijn veertien jaar naar school gegaan en dan recht naar ’t fabriek. Gans mijn leven hebbe ‘kik mijn kloten afgedraaid om dienen economie van u draaiende te houden. Maar ik zeg u dit, nu is het tijd voor iets anders.

Ik begin hier zo stillekes aan te denken dat ik u voor het gerecht ga slepen en een dwangsom ga eisen voor elken dag dat niet voldaan is aan uw belofte om elke inwoner van het land een mondmasker te geven, met filters en al, maar ook de sleepdiensten werken niet meer naar behoren. Waarschijnlijk hebt ge die ook al in uwen zak steken. Het zou mij niet verwonderen. Want ge zijt gelijk de voze vissers. Wanneer ge gaat vissen om mensen te helpen, kunnen uw mazen niet groot genoeg zijn maar wanneer ge de mensen wilt ambeteren met kommageneuk en regeltjes, dan zijn uw mazen wel om ter ‘t kleinst. Ja, het wordt hier echt de hoogste tijd dat ge uw schop afkuist. Zodat ik hier eindelijk ook eens mee kan stoppen. Klerejong.

 

 

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!