De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Wegvaren van zelfdoding, met Heidegger

Wegvaren van zelfdoding, met Heidegger

donderdag 9 december 2021 11:16
Spread the love

Zelfdoding als fenomeen is in onze christelijke cultuur stilaan uit het verdomhokje gekomen van de katholieke zonde en de wettelijke criminalisering. Euthanasie is geen taboe maar een bij wet geregelde mogelijkheid voor mensen die levensmoe zijn of ‘buitenzinnig’ zijn. Toch blijft het moeilijk om na te denken over zelfdoding voor een persoon die zich in een depressieve of suïcidale gemoedstoestand bevindt. Wat volgt is het begin van een poging zelfdoding te doordenken om uit te komen aan de kant van het leven, en niet de dood. De aanleiding voor deze blogpost is mijn persoonlijke dans met de dood, die ik sinds jaren wanhopig aanga.

Mijn denken vaart mee met Duits filosoof Martin Heidegger, omdat deze uitgebreid is ingegaan op de vraag naar het menselijke zijn in relatie tot z’n sterfelijkheid en de dood. De leidende vraag is niet of Heidegger al dan niet zelfdoding legitimeert, maar hoe Heidegger kan helpen om een depressie en suïcidaal gemoed te doorstrepen en een vaartocht naar meer levensveilige waters kan verzorgen. Heideggers Zijn en Tijd uit 1927 vormt de stof waarmee we de vaartocht ondernemen.

In Zijn en Tijd onderneemt Heidegger een onderzoek naar de bestaanswijze van de mens als zijnde. Heideggers basiseenheid is het erzijn (Dasein), een zijnde dat z’n eigen zijn in vraag kan stellen. In het eerste blok van de tekst tracht Heidegger de fundamentele structuur en kenmerken van menszijn naar voren te brengen. In het tweede blok van de tekst brengt Heidegger de tijdelijkheid als fenomeen van het zijnde binnen, deels vanuit de vraag naar de heelheid, de volledigheid, van het zijnde.

Door Heideggers analyse van tijdelijkheid in relatie tot het erzijn komt, in het eerste hoofdstuk, de dood de kop opsteken. Het is een belangrijk fenomeen, vereist om de heelheid van het menselijke bestaan op zich te begrijpen. Volgens Heidegger moet een individueel menselijk zijn zich verhouden tot z’n eigen dood, z’n eigen eindigheid grijpen, om z’n “oereigen” individualiteit te ervaren. Het besef eindig te zijn is de noodzakelijke voorwaarde om mijn eigen unieke individualiteit te verwezenlijken. In de ervaring van het niets dat we ervaren in de gemoedstoestand angst, kunnen we Zijn als zodanig doordenken. Daar is Heidegger op uit.

Heidegger begint met de vraag te stellen naar het ervaren van jouw eigen en een ander z’n dood. Als de dood mijn bestaan heelheid biedt, is het ook de onmogelijkheid om dit geheel te ervaren. Als ik dat punt bereik, ben ik er zelf niet meer om het te ervaren. Volgens Heidegger is het oog in oog staan met mijn dood, met de mogelijkheid van het er-niet-meer-kunnen-zijn, mijn “oereigen” ervaring. De overgang naar de dood verloopt eenzaam. Niemand kan mijn doodgaan overnemen. De dood is mijn “betrekkingloze” mogelijkheid, mijn mogelijkheid die op geen enkel ander zijnde betrekking heeft. Toch kan ik de dood anders beschrijven, naar de alledaagsheid van ‘het men’. Mijn oereigen sterven wordt dan “verdraaid tot een publiek voorkomende gebeurtenis, die het men overkomt.” [1] Men sterft, “maar ik niet; want dit men is niemand.” [2]

De alledaagse omgang met de dood is een vlucht voor de dood. Het verbergt zich “door de dood om te smeden tot een alle dagen bij anderen voorkomend sterfgeval”, dat in het beste geval ons eraan herinnert dat wij nog leven. [3] De zekerheid (het is onontkomelijk) en onbepaaldheid (het kan op elk moment gebeuren) van de dood wordt door de alledaagse omgang verdraaid door de meer “dringende zaken” en het “leven van alledag” voorop te plaatsen. [4]

In de plaats van een existentieel feit waar ik zelf mijn houding tegenover moet bepalen, wordt de dood een toekomstige gebeurtenis die men overvalt. Zo kunnen mijn verwanten me op mijn ziektebed komen gerustellen dat ik wel beter zal worden, en verhindert zulke zorg mij om in mijn authentieke relatie tot mijn oereigen, betrekkingloze, en onoverschrijdbare mogelijkheid te staan. Enkel en alleen door mijn oereigen relatie tot de dood kan mijn erzijn heelheid bevatten. Net zoals een rijpende vrucht als rijpend onrijpheid is, zo is het erzijn “telkens al zijn nog-niet”. [5] Heidegger noemt sterven de zijnswijze waarin het erzijn is in betrekking tot zijn dood. [6]

Het erzijn begrijpt z’n eindigen niet als een enkele toekomstige gebeurtenis dat men overkomt, maar als een “zijn-ten-einde”, dat is, een proces dat levenslang duurt. In het ogenschijn van de dood weet ik waar aan toe ben, versta ik mezelf zus of zo te zijn. Vooruitlopen op de mogelijkheid van de dood impliceert geen obsessief bezig zijn met de nabijheid van de dood die op elk moment kan komen. De mogelijkheid van het menselijke zijn wordt niet beklemd door de dood, integendeel: de mogelijkheid van het existeren ontpopt zich “als iets wat hoe dan ook geen maat, geen meer of minder kent, maar als iets wat de mogelijkheid van de mateloze onmogelijkheid van de existentie aanduidt.” [7] Door in de wereld geworpen te zijn is mijn zijn een mogelijk-zijn. Mijn “existeren” vindt als proces van zelf-ontwerpen plaats in mijn leven:

het vooruitlopen toont het erzijn de verlorenheid in het men-zelf” – mijn inauthenthieke ik – “en brengt het oog in oog met de mogelijkheid om, primair onbeschermd door de bezorgende voorzorg, zichzelf te zijn, maar zichzelf in de hartstochtelijke, van alle illusies van het men bevrijde, factische, van zichzelf zekere en angstige vrijheid-ten-dode”. [8]

Erzijn is een zijn-ten-dode. Als ik op die wijze mijn dood aanschouw ervaar ik, volgens Heidegger, angst. Mijn besef dat ik vrij ben, volledig op mijzelf teruggeworpen in het schijn van de dood, wekt angst op. Angst hoort bij het zijn-ten-dode.  Angst voor de dood is niet hetzelfde als vrees om te overlijden, stelt Heidegger:

“Angst voor de dood is geen willekeurige en toevallige ‘zwakke’ stemming van de enkeling, maar is als grondbevindelijkheid van het erzijn de ontslotenheid die laat zien dat het erzijn als geworpen zijn in betrekking tot zijn einde existeert. [9]

 

En nog:

“In de angst bevindt het erzijn zich oog in oog met het niets van de mogelijke onmogelijkheid van zijn existentie. De angst zit in angst om het kunnen-zijn van het aldus bepaalde zijnde en ontsluit zo de uiterste mogelijkheid.” [10]

Mijn suïcidale ingesteldheid is volgens mij een uitgesproken moment waarin in aanschijns van de dood mijn existentie duidelijk wordt. In het ogenschijn van de dood weet ik waar ik aan toe ben, versta ik mezelf zus en niet zo te zijn. Mijn doodsangst die ik doorsta met een suïcidaal gemoed functioneert als beschermer: ‘keer je af van de dood!’. In tegenspraak tot Heidegger zou ik zeggen dat angst niet de primaire emotie is die gepaard gaat met de “grondbevindelijkheid van het erzijn” ten aanzien van de dood. De primaire gemoedstoestand is onverschillig: ‘niets heeft nog zin, niets heeft nog betekenis’. Anders gezegd, enkel het niets heeft nog betekenis, enkel niet-zijn heeft nog zin. Dit gaat in een depressief-suïcidale gemoedstoestand – hoewel er vele emoties en gevoelens kunnen opkomen – karakteristiek net gepaard met een leegte aan emotie. Angst is de respons op de leegte van het niets, de aangesproken gemoedstoestand van het erzijn met de nietigheid.

In het aanschijn van de dood wordt ik geconfronteerd met mijn existeren, wie ik ben, volledig teruggeworpen op mijzelf. Belangrijk in deze constatering is dat ik mijn existentie slechts als onvolledig zijnde kan beschouwen. De negatieve oordelen die mijn keuze tot zelfdoding leiden zijn oordelen geveld vanuit een onvolledig zijn in de wereld. Net daarom is zelfdoding een verwerping van mijn existeren als proces van wording. Mijn identiteit of mijn psyche die ik als zodanig in gebreke stel of als beschadigd beschouwd, is een opname vanuit het niet-hele karakter van mijn zijn. Het is onjuist om vanuit die positie van on-heelheid mijn leven te beeïndigen. Het zijn-ten-dode als gesteldheid van mijn menszijn stelt me in staat aan mezelf te werken, feiten van het bestaan te veranderen, te veranderen van optiek om m’n toestand in een ander licht te zien.

Mijn existentialiteit wordt altijd bepaald door facticiteit: omstandigheden en mijn toestand liggen niet volledig in mijn handen, maar ik kan er wel op verschillende wijzen op reageren. Inzoverre dat ik bepaalde opties te zijn uitsluit omdat ‘men’ zoiets niet doet, ben ik oneigenlijk, inauthentiek. Mijn suïcidale toestand gaat gepaard met een gekrompen leefmilieu (naar Georges Balandier), een vermindering van mijn repertorium aan daden en attitudes. Om herstel te bevorderen, het suïcidale hokje uit te treden, moet ik het ‘men’ van mij afwerpen: ik besef in het aanschijn van de dood wie ik ben als mens, en herstel betekent het opnieuw stockeren van mijn eigenlijke repertorium. De opdracht vanuit mijn gekrompen leefmilieu, vanuit de toestand waarin enkel het niets nog zin heeft, (terug) te komen naar de verwondering over de wereld en de ontvankelijkheid voor het levende zinvolle zijn in haar verscheidene facetten is geholpen door Heideggers analyse van de existentiële betekenisstructuur van het menselijke zijnde. Heideggers nadruk op ‘zorg’ voor het erzijn moet verder doordacht worden om meer vlees op de botten te hebben, de analyse te versterken en verdiepen, wat voer kan zijn voor een opvolgend bericht.

 

De Coene Pieter, Sleidinge

 

Noten:

[1] Heidegger, Zijn en Tijd (Amsterdam: Boom, 2021 [1927]): p. 322.

[2] Heidegger, Zijn en Tijd, p. 322.

[3] Heidegger, Zijn en Tijd, p. 323.

[4] Heidegger, Zijn en Tijd, p. 327.

[5] Heidegger, Zijn en Tijd, p. 304.

[6] Heidegger, Zijn en Tijd, p. 304.

[7] Heidegger, Zijn en Tijd, p. 333.

[8] Heidegger, Zijn en Tijd, p. 337.

[9] Heidegger, Zijn en Tijd, p. 319.

[10] Heidegger, Zijn en Tijd, p. 337.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!