Was de SP.A “te links”?
Socialisme, Yves Desmet, SP.A, Ideologie, Poliargus, Oud-links, Nieuw-links, Achilles Van Acker -

Was de SP.A “te links”?

donderdag 1 juli 2010 10:11

Ondanks de historisch lage verkiezingsuitslag blijft het relatief stil in het SP.A-kamp. “We hebben standgehouden en dat is gegeven de omstandigheden een verdienste op zich”, is de meest gehoorde interpretatie van de resultaten. Maar wie dieper graaft, ziet toch een opmerkelijk discours opsteken. “Bij de socialisten werd Achilles Van Acker uit zijn graf opgedolven om één van de meest oud-linkse campagnes ooit te maken. Dat mag dan enige euforie bij hardcore ABVV-militanten hebben losgemaakt, het heeft voor de rest geen stem opgebracht”, schrijft Yves Desmet in zijn editoriaal. Op het partijbureau van 14 juni 2010 stelden een aantal aanwezigen die anoniem wensen te blijven de linkse koers van de campagne in vraag: “Wij moeten de volgende vier jaar gebruiken om eindelijk een moderne, sociale partij te worden. Die ruk naar links was onzin. We moeten terug naar het centrum, we moeten weer aanslaan bij de jeugd”. De partij moet op zoek gaan naar “een manier waarop ze hun progressieve boodschap op een moderne en open manier kunnen verkondigen”, omschrijft een lid van het partijbureau later. Conclusie: de campagne was te links en daardoor heeft de sp.a het slecht gedaan.  In dit blogstuk gaan we na in welke mate deze conclusie hout snijdt. Om de discussie helder te voeren, maken we hierbij een onderscheid tussen de vormelijke aspecten van de campagne enerzijds en het inhoudelijke project anderzijds.

Achilles Van Acker van onder het stof

Met ‘oud-links’ wordt op vormelijk vlak doorgaans het terugplooien op de eigen zuil en de eigen symbolen bedoeld. Tijdens de afgelopen campagne stond de roos inderdaad subtiel op de affiches van de sp.a en werden de socialistische kandidaten sinds lange tijd terug expliciet gepromoot in talrijke folders van de Bond Moyson en de verschillende takken van het ABVV. Symbool van deze ‘oud-linkse’ aanpak was het uitpakken met de kop van de socialistische voorman Achilles Van Acker. ‘Nieuw-links’ staat dan weer voor het verbergen van iedere expliciete link naar de socialistische ideologie. Het naar de kiezer trekken onder de noemer ‘stadspartij’ en het werken met sociaalprogressieve ‘projectlijsten’ zijn daar goede voorbeelden van. Volgens de critici kan men maar beter naar deze ‘nieuw-linkse’ koers terugkeren.

Twee bedenkingen zijn hierbij op hun plaats. Ten eerste ben ik er niet van overtuigd dat de ‘oud-linkse’ campagne echt kiezers afgeschrikt heeft. Kiezers die een afkeer hebben van alles dat van dicht of van ver met de socialistische zuil te maken heeft, lezen de bladen, folders en affiches van deze zuil niet, en worden er bijgevolg ook niet door afgeschrikt. Dus men kan over deze aanpak minstens stellen ‘baat het niet, dan schaadt het niet’. Het is natuurlijk wel mogelijk dat er ook geen nieuwe kiezers mee bereikt werden. Ten tweede hebben zowel de oud- als de nieuw-linkse aanpak al tot een verkiezingsnederlaag geleid. We mogen immers niet vergeten dan de ‘nieuw-linkse’ projectlijsten de sp.a tot het dieptepunt van 2007 geleid hebben. Een juistere conclusie zou bijgevolg kunnen zijn dat op vormelijk vlak de tweedeling ‘oud-links’ – ‘nieuw-links’ er eigenlijk niet zoveel toe doet en dat voornamelijk het inhoudelijke verhaal een verschil maakt. Het verstandigste is misschien nog om in de mate van het mogelijke de sterktes van beide vormen met elkaar te combineren. De ‘oud-linkse’ aanpak om de eigen achterban te mobiliseren, de ‘nieuw-linkse’ vorm om de zwevende kiezers aan te spreken. Het is immers niet ongewoon om verschillende doelgroepen met verschillende campagnes te bereiken.

Het gat in het centrum

De voorbije campagne kan ook inhoudelijk als linkser dan de voorgaande beschouwd worden. De sp.a pleitte onomwonden voor een vermogenswinstbelasting, het optrekken van de minimumpensioenen, plafondprijzen voor geneesmiddelen… Of het programma ‘links’ was, hangt van het referentiepunt af, maar ze was in ieder geval inhoudelijk linkser dan de voorgaande sp.a-campagnes. Critici stellen nu dat deze koers te links was en dat de partij daardoor verloren heeft. Hun redenering luidt dat de sp.a links van de partij niets meer te winnen heeft. De linkse stemmen zijn reeds verdeeld onder Groen!, de sp.a en een aantal radicaal linkse partijen. Groeipotentieel is er bijgevolg enkel nog in het centrum. Het gat in dat centrum wordt bovendien door de ruk naar rechts in Vlaanderen en het afkalven van de CD&V steeds groter. Wil de sp.a terug winnen, dan moet ze bijgevolg inhoudelijk opschuiven naar het centrum. Een aantal bedenkingen zijn hier opnieuw op hun plaats.

Ten eerste is het complete onzin om de inhoudelijke koerswijziging van de afgelopen maanden af te rekenen op de recenste verkiezingsuitslagen. Een nieuwe inhoudelijke lijn heeft meer tijd nodig om door te breken dan twee maanden. Het komt er op aan met een inhoudelijk project geloofwaarheid op te bouwen en dat kost tijd.

Ten tweede gaat men er van uit dat kiezers inhoudelijk stemmen. Een uitgangspunt dat niet altijd opgaat en zeker niet wat zwevende kiezers betreft. Zo wordt er ook gestemd op basis van de persoonlijkheidsaspecten van kopstukken, de beeldvorming in de media en faits divers.

De derde en belangrijkste bedenking is dat de critici vertrekken vanuit een statische politieke behoefte: de verdeling van de politieke opinies staat in Vlaanderen reeds vast en daar moet men zich als partij zoveel mogelijk naar richten. Dit is niet alleen een behoorlijk mak uitgangspunt, maar ook behoorlijk fout. Onderzoek heeft reeds aangetoond dat kiezersvoorkeuren niet stabiel zijn en gestuurd kunnen worden door het politieke discours. Ook het groeiende succes van Vlaamsnationalisch rechts in Vlaanderen bewijst het tegendeel. Vijf à tien jaar geleden was hun ideeëngoed alles behalve dominant, terwijl nu de noodzaak aan een staatshervorming gemeengoed is geworden. Het toont aan dat politieke opinies uitermate volatiel zijn. Een juistere conclusie zou dus kunnen zijn dat men niet het bestaande gat in het centrum moet vullen, maar dat men een nieuw gat links moet creëren. Er is dus meer actie in plaats van reactie nodig. Het komt er met andere woorden op neer om de publieke opinie terug naar links te doen opschuiven. Dat zal tijd vergen, veel tijd. De uitdaging voor iedere linkse politieke formatie is dan ook om naast een electorale strategie op korte termijn ook een ideologische strategie op lange termijn te voeren.

Pieter-Paul Verhaeghe, donderdag 1 juli, 2010

Dit blogstuk is eerder verschenen op www.poliargus.be

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!