Waarom ‘links’ het echte midden is
Racisme, Nationalisme, Links, Migratie, Fascisme, Anarchisme, Rechts, Liberalisme, Politieke filosofie, Ecologisme, Conservatisme, Politieke spectrum -

Waarom ‘links’ het echte midden is

woensdag 11 april 2012 19:41

In deze post wil ik komaf maken met een valse metafoor die zelfs onze beste jeugd misleidt: dat van het lineaire politieke spectrum. Ons taalgebruik, met zijn links-rechtsmetafoor (racistische partijen zijn ‘extreem-rechts’, communistische partijen ‘extreem-links’, en daartussenin heb je liberalen, die eerder ‘rechts’ zijn; christendemocraten, die mooi in het midden zitten, en sociaaldemocraten, eerder ‘links’), die metafoor dwingt ons, gezien onze voorkeur voor compromissen en eeuwenoude zoeken naar ‘de gulden middenweg’ tot een keuze voor het ‘centrale’, het ‘midden de mensen’, en als dat referentiekader al eens verschuift, en we plots niet meer pal in het midden blijken te zitten, schrikken we, en passen we ons snel weer aan – een beweging waardoor, als genoeg mensen haar uitvoeren, het referentiekader natuurlijk wéér verschuift, en de kudde blatend meevolgt, in een eeuwig spel van een massa die als een kip zonder kop, als een ‘wupperbal’, heen en weer stuitert. Want extreem (letterlijk: het uiterste) hoeft helemaal niet het uiterste te zijn: het kan natuurlijk altijd nog extremer, in beide richtingen van deze eendimensionale voorstelling. 

Waarom klopt die eendimensionale voorstelling niet (en al haar tweedimensionale afkooksels, zoals de kruising van de links-rechtslijn met een radicaal-gematigdlijn die een cirkel met vier kwadranten voortbrengt volgens het les-extrêmes-se-touchentprincipe – de uitersten raken elkaar – al evenmin)? En moeten we het zoeken naar een gulden middenweg, een evenwicht, dan maar definitief opgeven?

De eendimensionale voorstelling en consoorten kloppen niet omdat er niet één, maar twee soorten ‘rechts’ zijn, die elkaar radicaal tegenspreken, terwijl ‘links’ de overgang, het evenwichtspunt, vormt tussen die twee soorten ‘rechts’. Dat evenwichtspunt is er dus wel degelijk, maar moet theoretisch (door voorafgegeven principes te volgen), niet empirisch (dus niet door te kijken wat de rest van de massa doet) bepaald worden.

Welke zijn die twee soorten van ‘rechts’, die elkaar tegenspreken, en die dus als de werkelijke ‘extremen’ van het systeem gezien kunnen worden? Enerzijds is er het kapitalistische, liberale ‘rechts’, dat volledige vrijheid voorstaat en waarbij de sterkste het dus uiteindelijk haalt, waarbij er ongebreidelde ikzucht wordt gepropageerd, waarbij de ontwikkeling van het zelf grenzeloos moet zijn, en anderzijds is er het conservatieve, racistische, nationalistische ‘rechts’, dat een inperking van het ik ten opzichte van een groter (imaginair) geheel voorstaat: de god, het ras, de staat. Het moge duidelijk wezen dat beide vormen van ‘rechts’ de twee zijden van een medaille vormen, maar niet tegelijkertijd beleden kunnen worden. Een goed voorbeeld hierbij is de migratieproblematiek: om de lonen laag te houden laat kapitalistisch-liberaal ‘rechts’ arbeiders uit lagelonenlanden overkomen, maar hun komst is natuurlijk een doorn in het oog van racistisch-conservatief ‘rechts’.

Het lijkt er dus op dat ‘links’ (dat zowel het welbevinden van gastarbeiders als de kwaliteit van hun en onze verloning verdedigt) het ware, principiële centrum vormt, wars van wat verouderde en door historiciteiten bepaalde – naar het schijnt zou de hele links-rechtsmetafoor ontsproten zijn aan de plaats van de verschillende strekkingen in het parlement van de eerste Franse Republiek – beeldspraken ons mogen doen denken. Niet ‘extreem-links’ is extreem, wel extreem-liberaal en extreem-conservatief zijn de extremen waartussen we als gulden middenweg het tolerante (zoals het liberale), maar toch verbondene (zoals het conservatieve) ecologisme, anarchisme en socialisme vinden.

En daarom is ‘links’ het echte midden. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!