Waarom komen de Amerikanen niet in opstand zoals Chilenen en Libanezen?

Waarom komen de Amerikanen niet in opstand zoals Chilenen en Libanezen?

dinsdag 19 november 2019 15:07

Medea Benjamin en Nicolas J.S. Davies maken deel uit van de Amerikaanse actiegroep CODEPINK for Peace, die de laatste jaren frequent in het nieuws kwam met geweldloze acties, vooral tegen het regime-change beleid van de VS in zuid-Amerika en het midden-Oosten. Dit artikel van hen beiden is gepubliceerd op counterpunch.org (15 november 2019).

Foto: Demonstranten blokkeren de toegang tot de Ring brug in Beiroet, Libanon. 26 Oktober, 2019 (Nadim Kobeissi – CC BY-SA 4.0)

___________________________

De golven van protest die in het ene na het andere land op de wereld losbreken roepen de vraag op: Waarom komen de Amerikanen niet in opstand zoals onze buren? We wonen in het hart van dit neoliberale systeem dat het systemische onrecht en de ongelijkheid van het 19de-eeuwse laissez-faire kapitalisme als dwangvoeding aan de mensen van de 21e eeuw opdringt. We zijn dus onderhevig aan veel van dezelfde misstanden die massale protestbewegingen in andere landen op de been hebben gebracht, waaronder hoge huren, stagnerende lonen, levenslange schuldenlast, alsmaar stijgende economische ongelijkheid, geprivatiseerde gezondheidszorg, een versnipperd sociaal vangnet, hopeloos openbaar vervoer, systemische politieke corruptie en eindeloze oorlog.

We hebben ook een corrupte, racistische miljardair als president, die binnenkort kan worden afgezet door het Congres, maar waar zijn de massa’s voor het Witte Huis, die op potten en pannen slaan om Trump te verdrijven? Waarom zijn er geen mensen die de kantoren van hun Congresleden bestormen en eisen dat zij het volk vertegenwoordigen of anders ontslag nemen? Als geen van deze omstandigheden tot dusver leidde tot een nieuwe Amerikaanse revolutie, wat is er dán nodig om er een tot stand te brengen?

In de jaren ’60 en ’70, leidde de zinloze oorlog in Vietnam tot een serieuze, goed georganiseerde anti-oorlogsbeweging. Maar vandaag de dag woeden de eindeloze oorlogen van de VS slechts op de achtergrond van onze levens, terwijl de VS en hun bondgenoten mannen, vrouwen en kinderen in verre landen doden en verminken, dag na dag, jaar na jaar. Onze geschiedenis was ook getuige van inspirerende massale bewegingen voor burgerrechten, de rechten van vrouwen en homo-rechten, maar deze bewegingen zijn vandaag veel tammer.

De Occupy-beweging kwam in 2011 het dichtst bij het aan de kaak stellen van het hele neoliberale systeem. Het maakte een nieuwe generatie bewust van de realiteit van de regering van, door en voor de corrupte 1 procent, en bouwde een krachtige basis voor solidariteit van de gemarginaliseerde 99 procent. Maar Occupy heeft momentum verloren, omdat het er niet in geslaagd is de overgang te maken van een verzamelpunt en een gedecentraliseerd, democratisch forum tot een samenhangende beweging die van invloed zou kunnen zijn op de bestaande machtsstructuur.

De klimaatbeweging begint een nieuwe generatie te mobiliseren en groepen zoals School Strike for the Climate en Extinction Rebellion richten zich direct op dit destructieve economische systeem dat corporate groei en winst prioriteit geven boven het voortbestaan van het leven op aarde. Maar terwijl klimaatprotesten delen van Londen en andere steden over de hele wereld hebben stilgelegd, komt de omvang van de klimaatprotesten in de Verenigde Staten nog lang niet overeen met de urgentie van de crisis.

Waarom is het Amerikaanse publiek dan zo passief?

Amerikanen stoppen hun energie en hoop in verkiezingscampagnes.

Verkiezingscampagnes in de meeste landen duren hooguit een paar maanden, met strikte limieten voor financiering en reclame om te trachten eerlijke verkiezingen te garanderen. Maar Amerikanen stoppen miljoenen uren en miljarden dollars in meerjarige verkiezingscampagnes, gerund door een alsmaar groeiende sector van de commerciële reclame-industrie, die in 2008 zelfs Barack Obama bekroonde met hun “marketeer van het jaar” prijs. (De andere finalisten waren niet John McCain of de Republikeinen, maar Apple, Nike en Coors Beer.)

Toen de Amerikaanse verkiezingen eindelijk voorbij waren, veegden duizenden uitgeputte vrijwilligers de vlaggen en straatversieringen bij elkaar en gingen naar huis, denkend dat hun werk gedaan was. Terwijl electorale politiek een voertuig voor verandering zou moeten zijn, zorgt dit neoliberale model van corporatistische “centrumrechtse” en “centrumlinkse” politiek ervoor dat congresleden en presidenten van beide partijen in de eerste plaats verantwoording verschuldigd zijn aan de heersende 1 procent die moeten krijgen waar ze voor betaald hebben (“pay to play”).

Voormalig president Jimmy Carter heeft wat de Amerikanen eufemistisch “campagnefinanciering” noemen, botweg omschreven als een systeem van gelegaliseerde omkoping. Transparency International (TI) rangschikt de Verenigde Staten als 22ste op zijn politieke corruptie-index, daarmee naar hen verwijzend als corrupter dan enig ander rijk en ontwikkeld land.

Zonder een massabeweging die voortdurend port en aandringt op echte verandering en politici ter verantwoording roept voor hun beleid en hun beloftes, gaan onze neoliberale leiders ervan uit dat zij veilig de zorgen en belangen van de gewone mensen kunnen negeren, terwijl ze de cruciale beslissingen nemen die de wereld waarin we leven vormgeven. Zoals Frederick Douglass waarnam in 1857: “De macht willigt niets in zonder een eis. Dat heeft ze nooit gedaan en dat zal ze nooit doen.”

Miljoenen Amerikanen hebben de mythe van de “American Dream” geïnternaliseerd

Ze geloven dat ze exceptionele kansen hebben voor sociale en economische mobiliteit in vergelijking met hun gelijken in andere landen. Als ze niet succesvol zijn, moet het wel hun eigen schuld zijn – ofwel ze zijn niet slim genoeg of ze werken niet hard genoeg.

De American Dream is niet alleen moeilijk te bereiken – het is een complete fantasie. In werkelijkheid hebben de Verenigde Staten de grootste inkomensongelijkheid van alle rijke, ontwikkelde landen. Van de 39 ontwikkelde landen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), overtreffen alleen Zuid-Afrika en Costa Rica met 18% het Amerikaanse armoedepercentage. De Verenigde Staten zijn een buitensporigheid: een zeer rijk land dat gebukt gaat onder uitzonderlijke armoede. Om de zaken nog erger te maken hebben kinderen geboren in arme gezinnen in de Verenigde Staten meer kans om arm te blijven als ze volwassenen zijn dan arme kinderen in andere rijke landen. Maar de American Dream ideologie houdt mensen aan het vechten en concurreren om hun leven beter te maken op een strikt individuele basis, in plaats van een rechtvaardiger samenleving op te eisen en de gezondheidszorg, onderwijs en openbare diensten die we allemaal nodig hebben en verdienen.

De corporate media houden de Amerikanen niet geïnformeerd en volgzaam.

Het Amerikaanse corporate mediasysteem is ook uniek, zowel in haar geconsolideerde bedrijfseigendom, haar beperkte berichtgeving, eindeloos afgeslankte redacties en de smalle bandbreedte van standpunten. Haar economische verslaggeving reflecteert de belangen van de eigenaren van haar bedrijven en adverteerders; haar binnenlandse verslaggeving en debat is strikt vastgelegd en beperkt door de heersende retoriek van de Democratische en Republikeinse leiders; haar bloedeloze buitenlandse politieke verslaggeving wordt redactioneel gedicteerd door het State Department en het Pentagon.

Dit gesloten media systeem wikkelt het publiek in een cocon van mythen, eufemismen en propaganda om ons uitzonderlijk onwetend te houden over ons eigen land en de wereld waarin we leven. Reporters Without Borders rangschikt de VS op de 48ste van de 180 landen op de Press Freedom Index, daarmee de VS opnieuw tot een buitengewone uitschieter onder de rijke landen makend.

Het is waar dat mensen naar hun eigen waarheid op sociale media kunnen zoeken om het corporate gebabbel te pareren, maar sociale media zijn zelf een afleiding. Mensen besteden talloze uren op Facebook, Twitter, Instagram en andere platforms om hun woede en frustratie te ventileren zonder van de bank op te staan om daadwerkelijk iets te doen, behalve misschien een petitie ondertekenen. “Clicktivisme” zal de wereld niet veranderen.

Voeg daarbij de eindeloze afleiding van Hollywood, video games, sport en consumentisme en de uitputting die het gevolg is van het werken in verschillende banen om rond te komen. De daaruit voortvloeiende politieke passiviteit van de Amerikanen is niet een of ander vreemd toeval in de Amerikaanse cultuur, maar het beoogde resultaat van een wederzijds versterkend web van economische, politieke en media-systemen die het Amerikaanse publiek verward, afgeleid en overtuigd van zijn eigen machteloosheid achterlaat.

De politieke volgzaamheid van het Amerikaanse publiek, betekent niet dat de Amerikanen blij zijn met deze gang van zaken, en de unieke problemen die deze teweeggebrachte volgzaamheid oplevert voor Amerikaanse politieke activisten en organisatoren kunnen zeker niet meer ontmoedigend zijn dan de levensbedreigende repressie waarmee activisten in Chili , Haïti of Irak te maken hebben.

Hoe kunnen we onszelf bevrijden van de ons toegewezen rollen als passieve toeschouwers en hersenloze aanmoedigers van een omgekochte heersende klasse, die op weg naar de bank en wandelend door de zalen van de macht, zich amuseert omdat ze steeds meer geconcentreerde rijkdom en macht bemachtigt op onze kosten?

Maar weinigen verwachtten een jaar geleden dat 2019 een jaar van wereldwijde opstand zou worden tegen het neoliberale economische en politieke systeem dat de wereld veertig jaar heeft gedomineerd. Weinigen voorspelden nieuwe revoluties in Chili of Irak of Algerije. Maar volksopstanden hebben de gewoonte om conventionele wijsheid in de war te sturen.

De katalysatoren voor elk van deze opstanden waren ook verrassend. De protesten in Chili begonnen naar aanleiding van een verhoging van metro tarieven. In Libanon, was de vonk een voorgestelde belasting op WhatsApp en andere sociale media accounts. Verhoging van de brandstofaccijnzen leidde tot de gele hesjesprotesten in Frankrijk, terwijl het beëindigen van brandstofsubsidies een katalysator vormde in zowel Ecuador als Soedan.

De gemeenschappelijke factor bij al deze bewegingen is de verontwaardiging van gewone mensen over systemen en wetten die corruptie, oligarchie en plutocratie belonen ten koste van hun eigen kwaliteit van leven. In elk land werden deze katalysatoren de laatste druppels die de emmer deden overlopen, maar zodra mensen de straat opgingen, veranderden de protesten al snel in meer algemene opstanden waarbij het aftreden van leiders en regeringen werd geëist.

Zij hebben de wapens, maar wij hebben de aantallen.

Staatsrepressie en geweld hebben alleen maar hogere eisen van het volk voor meer fundamentele verandering aangewakkerd, en miljoenen demonstranten in het ene land na het andere zijn de principes van geweldloosheid en vreedzaam protest trouw gebleven – dit in schril contrast met het ongebreidelde geweld van de rechtse staatsgreep in Bolivia

Hoewel deze opstanden spontaan lijken, hebben in elk land waar in 2019 gewone mensen in opstand kwamen, activisten jarenlang gewerkt om bewegingen op te bouwen die uiteindelijk grote aantallen mensen de straat op brachten en het nieuws bepaalden.

In het onderzoek van Erica Chenoweth naar de geschiedenis van geweldloze protestbewegingen werd aangetoond dat wanneer ten minste 3.5 procent van een bevolking de straat op komt om politieke verandering te eisen, de overheden niet in staat zijn om hun eisen te weerstaan. Hier in de Verenigde Staten toonde Transparency International aan dat het aantal Amerikanen dat “directe actie”, met inbegrip van straatprotesten, als tegengif voor ons corrupte politieke systeem ziet, is gestegen van 17 procent tot 25 procent sinds Trump aantrad, veel meer dan de 3.5 procent van Chenoweth. Alleen ziet 28 procent nog steeds gewoon “stemmen voor een zuivere kandidaat” als het antwoord. Dus misschien moeten we gewoon wachten op de juiste katalysator die een gevoelige snaar raakt bij het Amerikaanse publiek.

In feite is het werk van progressieve activisten in de VS al een verstoring van de neoliberale status quo. Zonder het opbouwen van een beweging door duizenden Amerikanen, zou Bernie Sanders nog steeds een weinig bekende senator uit Vermont zijn, grotendeels genegeerd door de mediabedrijven en de Democratische Partij. De enorm succesvolle eerste presidentiële campagne van Sanders in 2016 bracht een nieuwe generatie van Amerikaanse politici naar voren die zich committeerden aan echte politieke oplossingen voor echte problemen in plaats van de vage beloften en oneliners die dienen als rookgordijnen voor de corrupte agenda van neoliberale politici als Trump en Biden.

We kunnen niet precies voorspellen welke katalysator zal leiden tot een massale beweging in de VS zoals we die in het buitenland zien, maar met meer en meer Amerikanen, vooral jonge mensen, die een alternatief eisen voor een systeem dat niet hun behoeften dient, kan de vonk voor een revolutionaire beweging overal ontstaan. We moeten gewoon vonken blijven maken totdat het een vuur wordt.

_______________________________

Medea Benjamin is medeoprichter van CODEPINK for Peace, en auteur van verschillende boeken, waaronder Kingdom of the Unjust: Behind the US-Saudi Connection.

Nicolas J. S. Davies is schrijver voor Consortium News, onderzoeker bij CODEPINK, en de auteur van Blood On Our Hands: the American Invasion and Destruction of Iraq

_______________________________

Vertaling: Vertaal Slag

 

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!