Waarom is protectionisme taboe?

Waarom is protectionisme taboe?

maandag 23 januari 2012 12:31

Op vrijdag 20 januari 2012 moest Europees Commissaris voor Handel Karel De Gucht in De Ochtend in het verweer. Ingenieur Wim Hoekman van staalbedrijf Victor Buyck klaagde aan dat Chinezen met een belangrijke aanbesteding (de tweede Waaslandhavensluis) konden gaan lopen dankzij de veel lagere lonen en sociale- en milieunormen die in China gelden. Volgens de ingenieur is dat oneerlijke concurrentie die op de duur onze hele industrie bedreigt. Hij stelt dat de EU een extra importbelasting zou moeten heffen op producten uit landen waar minder strenge klimaat-, loon- en sociale normen gelden, zodat de spelregels voor onze en hun bedrijven opnieuw in evenwicht komen.
‘Protectionisme is gevaarlijk en vies’
Het antwoord van Karel De Gucht, dat overeenstemt met het discours van vele Handelscommissarissen voor hem, verrast niet. Ik parafraseer: ‘Ik begrijp de bezorgdheden van Mr. Hoekman, maar wat hij voorstelt is niet de juiste oplossing. Protectionisme is een zeer groot gevaar. Ik wil net protectionisme tegengaan in landen zoals China, en ervoor zorgen dat onze bedrijven er dezelfde toegang krijgen als buitenlandse bedrijven tot de Europese markt hebben’.
Het antwoord bevredigt echter ook niet. Hoekman heeft een punt dat in een wereld van volledige vrijhandel het onmogelijk aan het worden is om onze hoge sociale en ecologische standaarden te behouden. We worden alsmaar meer onder de voet gelopen door bedrijven uit landen met veel minder sociale en milieubescherming. Jarenlang werd gezegd dat het best meeviel met delokalisaties, maar nu China in sneltempo begint te concurreren in de meer geavanceerde producten en diensten waar wij tot voor kort nog beter in waren, is de druk voor iedereen duidelijk voelbaar aan het worden. En bovendien negeert het louter tellen van delokalisaties de gevolgen van het kunnen dreigen met verhuizen door multinationals. Via zulke chantage beperken zij de bijdragen die samenlevingen van hen kunnen vragen. Kijk maar naar de reële belastingdruk voor zulke bedrijven in België.
De Gucht staat lang niet alleen in het resoluut afwijzen van protectionisme. Protectionisme is een vies woord, dat stinkt naar de rampzalige negatieve spiraal van de jaren dertig van de vorige eeuw: economisch nationalisme, totalitarisme en oorlog. Maar de vraag is of protectionisme van nature gevaarlijk en vies is, of sommigen die negatieve associatie graag in stand houden.
Is protectionisme niet bescherming op internationaal niveau?
Slechts de meest rabiate neoliberalen zullen sociale bescherming een vieze term vinden: we hebben binnen staten geharmoniseerde minimumlonen, sociale zekerheidsbijdragen en -uitkeringen uitgebouwd om te vermijden dat werknemers in een strijd van allen tegen allen elkaar gaan onderbieden. Maar in een wereld met quasi volledige vrijhandel wordt die ongewenste toestand van elkaar onderbieden toch internationaal gereproduceerd, daarbij onze moeizaam opgebouwde welvaartsstaten bedreigend. Dat is toch niet logisch, en vraagt om bijsturing? Om het met de woorden van voormalig Frans Minister van Buitenlandse Zaken Hubert Védrine te zeggen: ‘Le libre-échange intégral qui met en competition des centaines de millions paysans asiatiques ultra-pauvres avec les anciennes classes ouvrières européennes protégées par deux siècles de lutte, c’est absurde’.
Lonen en uitkeringen komen in de Europese Unie onder druk door deze extreme competitie, en dit wordt nog eens verergerd door de crisis. De Gucht en het merendeel van de Europese politieke klasse leiden daaruit af dat in onze geglobaliseerde wereld de Europese welvaartsstaten een onhoudbare luxe zijn geworden. We moeten zelf inbinden, onze binnenlandse vraag temperen en onze groei uit export halen. Alvast met het eerste deel zijn we goed bezig, of dat laatste zal lukken is twijfelachtiger.
Protectionisme is aan een opmars bezig, maar kan twee kanten uit
In ieder geval is het voorspelbaar dat Europeanen dit beleid niet gaan blijven slikken. Protectionisme zal een opmars maken. Dat is nu bijvoorbeeld al zichtbaar in Frankrijk. Arnaud Montebourg was de verrassing van de socialistische primaires door met 17% van de stemmen vanuit het niets derde te eindigen. De man voerde campagne met een programma van demondialisering. Hij maakt in se dezelfde analyse van ingenieur Hoekman: de volledige vrijhandel benadeelt ieder die zijn inkomen haalt uit arbeid, en ook het milieu, en bevoordeelt slechts een plutocratie van aandeelhouders van multinationals en hypermobiele managers. Door, via een groen en solidair protectionisme, opnieuw meer lokaal te gaan produceren, kan het systeem volgens hem worden getransformeerd in één waarin mensen weer voldoende kunnen verdienen via stabiele jobs, de politiek weer keuzevrijheid krijgt in haar economisch beleid, en een groen industrieel beleid kan worden gevoerd dat ons toelaat onze planeet te vrijwaren. Montebourg weerhoudt zich er daarbij van andere landen zwart te maken, en stelt zelfs voor om de inkomsten van protectionistische heffingen opnieuw te investeren in sociale en ecologische projecten in ontwikkelingslanden. Vorige week maakte in datzelfde Frankrijk Marine Le Pen haar economisch programma bekend. Ook dat kwam neer op protectionisme, maar dan met een veel enger nationalistisch kantje.
Reken maar dat hoe langer deze crisis duurt, hoe meer ook elders in Europa partijen die kritisch staan tegenover de Europese Unie en globalisering aanhang zullen winnen. Zie ook het succes van de SP in de peilingen in Nederland. Het Franse voorbeeld van een progressief, groen protectionisme versus een eng nationalistisch protectionisme zou daarbij wel eens vaak gerepliceerd kunnen worden. De Gucht kan maar beter rekening houden met deze opmars en in plaats van protectionisme hooghartig te veroordelen, beginnen nadenken welke variant hij prefereert.

Dit stuk verscheen eerder op www.poliargus.be

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!