Waarom ik veganist ben

“Nodeloos lijden toebrengen aan voelende wezens is wreed en verwerpelijk.” Dat schreef filosoof Maarten Boudry enkele weken geleden (6/05/2014) in een opiniestuk in Knack. Het doden van dieren is op zich geen probleem, stelt hij, maar het moet pijnloos gebeuren en na een goed leven. De cruciale vraag is voor hem dan ook welke dieren bewust pijn kunnen ervaren, en hoe we moeten omgaan met de filosofische onzekerheid daaromtrent.

dinsdag 27 mei 2014 08:00

“Nodeloos lijden toebrengen aan voelende wezens is wreed en
verwerpelijk.” Dat schreef filosoof Maarten Boudry enkele weken geleden
(6/05/2014) in een opiniestuk
in Knack. Het doden van dieren is op zich geen probleem, stelt hij, maar het
moet pijnloos gebeuren en na een goed leven. De cruciale vraag is voor hem dan
ook welke dieren bewust pijn kunnen ervaren, en hoe we moeten omgaan met de
filosofische onzekerheid daaromtrent. Maar komen we er zo gemakkelijk van af? 

We kunnen ons nog veel meer vragen stellen bij onze traditie
om dieren te gebruiken en te eten. Sterker nog, we moeten dat doen. Er wordt
ons al van kleins af aan geleerd om dieren te gebruiken. Er wordt ons op een
speelse manier bijgebracht welk dier welk nut heeft, en op die plaatjes blijken
dieren het leveren van melk, eieren, vlees of wol zelf meestal heel aangenaam
te vinden. Dergelijke verborgen ideologieën moeten we steeds in vraag stellen.  

Laten we meteen beginnen met een moeilijke vraag: waarom
vinden we het eigenlijk verkeerd om mensen te doden? Niet zo’n gemakkelijke
vraag, als je erover nadenkt. Misschien omdat het verkeerd lijkt om mensen het
leven af te nemen dat ze nog hadden kunnen ervaren. Misschien omdat we het
verkeerd vinden om in te gaan tegen hun wil om te leven. Maar zijn deze redenen
ook niet van toepassing op dieren? Zij hadden toch ook nog een heel leven voor
zich? En zij strijden toch ook voor hun leven? Is dat niet voldoende? Is het
relevant dat dieren geen concept van leven en dood hebben, geen uitgeplande
toekomst? 

Maar misschien gaat het daar niet om. Misschien vinden we
het wel verkeerd om mensen te doden omdat we hen niet alleen als middel mogen
gebruiken. Als we hier en daar wat mensen ombrachten om het tekort aan
donororganen op te lossen, zou dat waarschijnlijk een veelgehoorde kritiek
zijn. Maar waarom is het precies verkeerd om mensen als middel te gebruiken? Is
dat omdat mensen een zekere waarde bezitten? Omdat hen gebruiken hen
onvermijdelijk leed berokkent? Of omdat ze belang hechten aan autonomie? En
welke van die redenen zijn ook op dieren toepasbaar? 

Het is trouwens ook niet zo simpel om vast te stellen
wanneer we een dier louter als middel gebruiken. Als ik een schaap hou om de
wol te gebruiken of om mijn gras kort te houden, gebruik ik het dan sowieso
enkel als middel? En als ik een dier grootbreng, het goed verzorg en met
respect behandel, en het daarna slacht, gebruik ik het dan alleen als middel? 

We kunnen zelfs de stelling van Boudry in vraag stellen. Als
we dieren grootbrengen en slachten, moet dat alles dan volledig pijnloos? We
brengen dieren immers in leven om hun producten te gebruiken en om ze te eten.
Maken we ze dan beter of slechter af door ze in leven te brengen? Hoeveel moet
een dier lijden vooraleer het beter niet geboren was? En hoe zit dat trouwens
met mensen?  

Stel nu dat we wél relevant vinden dat dieren geen concept
van leven en dood of toekomstplannen hebben. Stel dat we het erover eens zijn
dat dieren geen waarde bezitten, dat hen gebruiken hen niet noodzakelijk leed
bezorgt (of dat we dat niet erg vinden), en dat zij geen nood hebben aan
autonomie. Stel dat we het om deze redenen verantwoord vinden om hen te
gebruiken en te doden – zijn we dan niet speciesistisch? Waarom behandelen we
mensen met gelijkaardige vermogens, zoals baby’s, mensen met een zeer zware
handicap of met uiterst vergevorderde dementie, dan niet op dezelfde manier? Is
voelend zijn dan toch voldoende om het recht te krijgen niet gebruikt en gedood
te worden? 

En ten slotte: doen al deze vragen er eigenlijk wel toe, als
we goed kunnen leven zonder dierlijke producten? 

Ik pretendeer niet te kunnen antwoorden op al deze vragen.
De filosofische kwesties zijn echter duidelijk wel wat uitgebreider dan de paar
argumenten die Maarten Boudry in zijn opiniestuk aanhaalt.  

Hoewel ik dus geen pasklaar antwoord heb op een aantal
pertinente vragen, probeer ik zelf een veganistische levensstijl aan te houden.
Het argument rond dierenleed blijft daar mijn belangrijkste reden voor: je kan
immers nooit zeker weten hoeveel leed er berokkend werd voor je kipfilet of je
glas melk. Er zijn uiteraard ook nog vele andere morele argumenten. De
negatieve gevolgen van de productie en consumptie van vlees en zuivel zijn niet
min, denk maar aan de gevolgen voor onze gezondheid – de opkomst van hart- en
vaatziekten, maar ook die van resistente bacteriën –, voor het water- en
voedselprobleem, voor biodiversiteit, milieu en klimaat… Vaak wordt ook
vergeten dat werknemers in slachthuizen een hoog risico lopen op werkongevallen
en psychologisch trauma, zoals Jennifer Dillard treffend beschrijft in haar artikel
‘A Slaughterhouse Nightmare’. En net die psychologische problemen leiden dan
weer tot ernstige gevallen van dierenmishandeling in slachthuizen, waardoor
diervriendelijk vlees nog meer een mythe blijkt. 

Na jaren vegetarisme (veganist ben ik nog maar sinds kort)
heb ik ook andere redenen voor mijn levensstijl. Zelfs al zou je me kunnen
overtuigen dat het slachten en eten van een dier moreel aanvaardbaar is, dan
nog zou ik me er moeilijk kunnen overzetten. Na jaren geen vlees eten, is er
een lichamelijke barrière in werking getreden. Maar er is meer: veganisme is
ook een soort van identiteit en zingeving geworden. Dat is uiteraard
persoonlijk. 

Toch zijn er nog drie belangrijke argumenten om onze
traditionele omgang met dieren radicaal te veranderen. Ten eerste is het nog
mogelijk dat (sommige) dieren wel over de vermogens blijken te beschikken die
we relevant achten. Onze wetenschappelijke kennis over dieren evolueert steeds,
en dieren blijken meer te voelen en weten en kunnen dan we vroeger dachten. Het
tweede is een hellend vlak argument: stel dat we dieren als middel blijven
gebruiken, maar hen zeer goed behandelen. Het risico bestaat dat we ze dan
uiteindelijk ook weer als gebruiksvoorwerpen gaan beschouwen, en dan dreigen we
hun belangen weer op te offeren onder de invloed van economische argumenten.  

Het laatste argument heeft te maken met onze neiging tot
antropomorfisme. Boudry waarschuwde dat antropomorfisme steeds om de hoek loert
wanneer we proberen inschatten of dieren pijn ervaren. Ongetwijfeld is dat nog
meer het geval wanneer we proberen bepalen of we dieren als middel mogen
gebruiken. Maar net die neiging tot antropomorfisme is een reden om dat niet te
doen. Wanneer we ons over onze lichamelijke remmingen zetten bij dieren, zullen
we dat misschien ook sneller doen bij mensen. Een teruggekoppeld
antropomorfisme, als het ware. Deze redenering oogt niet alleen plausibel, ze
wordt ook ondersteund door wetenschappelijk
onderzoek

Op het einde van zijn artikel geeft Maarten Boudry aan dat
hij een maand vegetarisch wil eten, omdat het niet onverdacht is om het doden
van dieren te verdedigen als je zelf heel graag vlees lust. Omwille van de
talrijke filosofische vragen, morele argumenten en praktische bezwaren, beste
Maarten, hoop ik dat je experiment met vegetarisme je bevalt en dat je het met
plezier verder zet.

Saartje Verhaeghe

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!